De in artikel 3, onder p, bedoelde bijzondere verrichtingen bestaan voor de categorie B uit:
het op juiste en veilige wijze in- of uitstappen;
het in een rechte lijn achteruit rijden;
het achteruitrijden van aangegeven bochten (bocht achteruit);
het parkeren van het voertuig in een haaks of schuin parkeervak;
het op juiste wijze parkeren van het voertuig op een evenwijdig ten opzichte aan de weg gelegen parkeerruimte (file parkeren);
het op juiste wijze keren van het voertuig door middel van steken op een niet te brede weg (straatje keren);
het met het voertuig maken van een halve draai in een vloeiende beweging binnen een beperkte ruimte (keren);
het voertuig op juiste wijze op een helling tot stilstand brengen en weer optrekken (hellingproef);
het na afloop van de rit uitvoeren van de noodzakelijke controlehandelingen om het voertuig veilig achter te kunnen laten.
Artikel 6
Artikel 6
Onderdeel van Regeling eisen praktijkexamens rijbewijscategorieën B en E bij B· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 30 september 2003