De instelling kan een student vrijstelling verlenen voor het afleggen van tentamens of examens. Die vrijstelling gebeurt op basis van eerder afgelegde (en gehaalde) tentamens of examens, of op basis van buiten het hoger onderwijs opgedane kennis of vaardigheden. De examencommissie verleent de vrijstellingen; in de onderwijs en examenregeling is geregeld op welke gronden ze dat kan doen.
Studenten kunnen naast het diploma van hun eerste opleiding ook een diploma krijgen voor een tweede opleiding. Bij de tweede opleiding krijgen ze een aantal vrijstellingen, waardoor die bijvoorbeeld binnen een jaar kan worden afgerond. Beide diploma’s tellen mee voor bekostiging door de overheid.
Een ander voorbeeld: buitenlandse studenten die een groot deel van de opleiding in het buitenland volgen. Ze kunnen ook een Nederlands diploma krijgen, terwijl er door de Nederlandse universiteit of hogeschool nauwelijks onderwijs wordt gegeven. Dat diploma telt mee voor bekostiging door de overheid.
Laatste voorbeeld: deelnemers aan een avondcursus, die daarvan een diploma krijgen. Omdat de cursus niet in het CROHO geregistreerd staat betreft dit geen getuigschrift in de zin van de wet. Vervolgens worden zij als extraneus ingeschreven bij een vergelijkbare (wel in het CROHO opgenomen) opleiding; ze krijgen dan een doctoraaldiploma, dat meetelt voor bekostiging door de overheid.
Het verlenen van vrijstellingen mag. Erkenning van ’elders verworven competenties’ wordt aangemoedigd, zolang er voldaan wordt aan de kwaliteitseisen die de wet stelt. Omdat de bekostiging van universiteiten en hogescholen voor een deel is gebaseerd op het aantal getuigschriften dat ze afgeven, kan het verlenen van veel vrijstellingen veel bekostiging opleveren voor een geringe onderwijsinspanning. In het HBO tellen getuigschriften alleen mee als een student de drie jaren voorafgaand aan het afgeven van het getuigschrift was ingeschreven op de hogeschool.
Bovenstaande voorbeelden zijn niet in strijd met de bestaande regelgeving. Dat blijft ook zo. Maar dat wil niet zeggen dat strategisch gedrag van een instelling wordt geaccepteerd. Indien een instelling zich erop toe legt om groepen studenten te werven, die zonder enige inspanningvan de kant van de instelling een getuigschrift uitgereikt kunnen krijgen, om zo te proberen de rijksbijdrage te verhogen, dan verhoudt zich dat niet met de bestuurlijke integriteit.
Het bovenstaande geldt als uitspraak met ingang van 1 september 2003.
Artikel 4
Thema 3
Onderdeel van Notitie 'Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs'· Onderwijsrecht
Deze tekst geldt sinds 28 januari 2004