Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Thema 4

Onderdeel van Notitie 'Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs'· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 28 januari 2004

Buitenlandse studenten in het buitenland die deelnemen aan distance learning (leren op afstand) via een Nederlandse instelling Buitenlandse studenten die in feite (grotendeels) in het buitenland studeren. Buitenlandse studenten die in Nederland een deel van de opleiding c.q. stage volgen Buitenlandse studenten die het laatste jaar zowel bij een buitenlandse als een Nederlandse hogeschool zijn ingeschreven en die een Nederlands diploma behalen. Er zijn drie manieren waarop buitenlandse studenten in Nederland komen studeren: Er komt een buitenlandse student voor een Nederlandse student in de plaats in het kader van een uitwisselingsprogramma. De instellingen brengen in dat geval onderling geen kosten bij elkaar in rekening. De Nederlandse student blijft voor de bekostiging meetellen, maar de buitenlandse telt niet mee. Aan een dergelijke uitwisseling moet een overeenkomst ten grondslag liggen. De overeenkomst moet worden gemeld in het jaarverslag. Een buitenlandse student komt op individuele basis in Nederland studeren met het oog op het behalen van een getuigschrift, de zogenaamde free mover. Deze student moet als reguliere student worden behandeld dus ook wat betreft de bekostiging. Hij dient zich zelf in te schrijven en zelf zijn collegegeld te betalen. Er komt een buitenlandse student naar Nederland in het kader van een uitwisselingsprogramma, maar er gaat geen Nederlandse student voor naar het buitenland. Wanneer deze uitwisselingsstudent geen CROHO-opleiding komt volgen, kan hij niet worden ingeschreven als student en dus niet meetellen voor de bekostiging. Dit is een geval van contractonderwijs. Buitenlandse studenten in het buitenland die deelnemen aan distance learning via een Nederlandse instelling Hoewel distance learning door de overheid wordt gestimuleerd houdt het (huidige) bekostigingssysteem er geen rekening mee. Op dit punt zal eerst beleid moeten worden ontwikkeld, voordat maatregelen in het kader van de bekostiging zullen volgen. Dit zal in het nieuwe HO-verdeelmodel worden meegenomen. Dit gaat overigens over Nederlandse studenten. Buitenlandse studenten in het buitenland, die via distance learning hun studie volgen, worden niet door de instelling als student ingeschreven en tellen dus niet mee voor de bekostiging. Buitenlandse studenten die in feite (grotendeels) in het buitenland studeren Buitenlandse studenten kunnen alleen worden ingeschreven bij een bekostigde opleiding als zij hun onderwijs daar ook daadwerkelijk volgen. Het meetellen voor bekostiging van studenten die in het buitenland verblijven is dus niet aan de orde. Of het nu gaat om distance learning, of dat de Nederlandse instelling zelf programma’s in het buitenland aanbiedt maakt niet uit. Het gaat erom dat de buitenlandse studenten niet in Nederland onderwijs volgen. Deze studenten mogen niet meetellen voor bekostiging Buitenlandse studenten die in Nederland een deel van de opleiding c.q. stage volgen Buitenlandse studenten die hier een stage of een korte opleiding komen volgen die niet beschouwd kan worden als een CROHO-opleiding, kunnen niet worden ingeschreven bij een bekostigde opleiding. De wet - en dus de bekostiging - gaat uit van volwaardige bachelor-en masteropleidingen. De overheid betaalt dus niet voor aanbieden van delen van opleidingen (ook wel voorgestructureerde korte opleidingen genoemd). Dit soort activiteiten zijn contractactiviteiten. Daarvoor kan de instelling een student een bedrag laten betalen, dat al dan niet de gemaakte kosten dekt. Als deze studenten wél worden ingeschreven bij bekostigde opleidingen - en ze dus geen diploma halen - leidt dat tot een groot aantal uitvallers. Dat heeft gevolgen voor de bekostiging van hogescholen, omdat het bekostigingssysteem van het HBO daarmee rekening houdt. Ik zal nauwgezet de uitval bij instellingen in de gaten houden. Als de uitval groter is dan een bepaald (nog niet vastgesteld) percentage vraagt het ministerie de instelling om een toelichting. Als deze toelichting niet overtuigend is, volgt een ’zoeklichtonderzoek’ door de Accountantsdienst. Er kunnen dan sancties worden opgelegd. Buitenlandse studenten die het laatste jaar zowel bij een buitenlandse als een Nederlandse hogeschool zijn ingeschreven en die een Nederlands diploma behalen. Als een buitenlandse student in Nederland komt studeren om een diploma te halen en voldoet aan de eisen voor inschrijven telt hij mee voor de bekostiging. Voor het HBO geldt dat ’excessieve diplomabekostiging’ niet meer mogelijk is (zie thema 3): de bekostiging door de overheid is dus in overeenstemming met de onderwijsinspanning die een hogeschool levert. Er zal beleid worden ontwikkeld ten aanzien van distance learning. In de wetgeving ’Korte klap’ is geregeld dat alleen studenten waarvan de NAW (naam, adres en woonplaats) gegevens bekend zijn - dus studenten die daadwerkelijk onderwijs in Nederland genieten - meetellen voor de bekostiging. In de richtlijn voor het verslag wordt opgenomen dat de uitwisselingsovereenkomsten met buitenlandse instellingen gemeld worden, zulks met ingang van het verslag over het jaar 2003. De richtlijn zal voor 1 november 2003 worden aangepast.

Rechtspraak bij dit artikel