Naar de inhoud
Terug naar versiegeschiedenis

Versie 2

Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen

+4 toegevoegd 45 gewijzigd

Toegevoegde artikelen

Artikel 3cVermissing, detentie of vluchtsituatie
  1. 1. In afwijking van artikel 3, eerste en tweede lid, wordt op verzoek van de belanghebbende voor de toepassing van deze wet onder partner van de belanghebbende niet verstaan een persoon:
    • - a. van wie de belanghebbende aannemelijk maakt dat deze vermist is;
    • - b. jegens wie een bevel tot gevangenneming of gevangenhouding is gegeven of die is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel gedurende de periode dat dit bevel of die straf of maatregel ten uitvoer wordt gelegd voor zover die periode meer dan drie maanden bedraagt.
  2. 2. In afwijking van artikel 3, eerste lid, wordt voor de toepassing van deze wet gedurende de periode dat de belanghebbende rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8, onderdeel c of onderdeel d, van de Vreemdelingenwet 2000, niet als partner aangemerkt degene die:
    • - a. reeds voorafgaand aan het rechtmatig verblijf van de belanghebbende de echtgenoot of geregistreerd partner was van de belanghebbende; en
    • - b. niet is ingeschreven en niet ingeschreven is geweest als ingezetene in de basisregistratie als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet basisregistratie personen.

Via Stb. 2025, 441

Artikel 21bBuiten beschouwing laten van bepaalde beschikkingen met terugwerkende kracht
  1. 1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen typen van beschikkingen worden aangewezen die de Dienst Toeslagen, zo nodig in afwijking van artikel 10 van de Vreemdelingenwet 2000, in het voordeel van de belanghebbende buiten beschouwing laat, indien het een beschikking betreft die:
    • - a. terugwerkende kracht heeft; en
    • - b. ertoe leidt dat belanghebbende niet voldoet aan de voorwaarden voor aanspraak op de tegemoetkoming.
  2. 2. De beschikking blijft buiten beschouwing over de periode tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop de Dienst Toeslagen op de hoogte is van de beschikking bij:
    • - a. de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming;
    • - b. de bepaling van de hoogte van een voorschot op de tegemoetkoming of het herzien van een voorschot op de tegemoetkoming.
  3. 3. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van beschikkingen gegeven door de Dienst Toeslagen of de Belastingdienst.
  4. 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het eerste en tweede lid.

Via Stb. 2025, 441

  1. 1. In afwijking van artikel 31bis scheldt de Dienst Toeslagen ambtshalve kwijt het op de datum van inwerkingtreding van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling nog niet betaalde bedrag van de terugvordering van een toeslag, de met die terugvordering samenhangende rente, de met die terugvordering samenhangende kosten van invordering alsmede het bedrag van een met die terugvordering samenhangende bestuurlijke boete van de belanghebbende die in aanmerking komt voor een tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en waarbij tussen de dagtekening van de onterechte afwijzingsbrief, bedoeld in artikel 1 van die wet, en de datum waarop de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling tot wet is of wordt verheven en die wet in werking is getreden:
    • - a: geen buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld in artikel 1 van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling of niet de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, is aangevangen; of
    • - b: een buitengerechtelijke schuldregeling als bedoeld artikel 1 van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling of de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen, bedoeld in titel III van de Faillissementswet, is aangevangen die niet voor de datum waarop de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling tot wet is of wordt verheven en die wet in werking is getreden, is afgerond.
  2. 2. Het eerste lid vindt geen toepassing indien:
    • - a. namens de belanghebbende is verzocht om een heroverweging van de afwijzing, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en die afwijzing bij de heroverweging heeft standgehouden ingevolge een grond voor afwijzing die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en de reden voor de afwijzing is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief;
    • - b. namens de belanghebbende op een later moment een nieuw MSNP-verzoek is gedaan en dit verzoek is afgewezen, waarbij een grond voor afwijzing is aangevoerd die niet is genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling en deze grond is opgenomen in de tweede afwijzingsbrief; of
    • - c. naar aanleiding van de beslissing van de ontvanger om geen medewerking te verlenen aan een buitengerechtelijke schuldregeling de belanghebbende aan de rechtbank het verzoek heeft gedaan om de ontvanger te bevelen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling en de rechtbank dit verzoek heeft afgewezen op basis van een andere grond dan genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet onverplichte tegemoetkoming onterechte afwijzing buitengerechtelijke schuldregeling.

Via Stb. 2025, 168

Artikel 47bOvergangsbepaling afschaffen rente

De artikelen 27, 28, 30, 31bis, 31a, 32, 33 en 34 alsmede de daarop berustende bepalingen zoals die luidden op 31 december 2025 blijven van toepassing met betrekking tot beschikkingen die zien op de berekeningsjaren, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, voorafgaand aan het berekeningsjaar 2026, met dien verstande dat voor die beschikkingen het percentage voor de in rekening te brengen rente en voor de te vergoeden rente met ingang van 1 januari 2026 0% bedraagt.

Via Stb. 2025, 441

Gewijzigde artikelen

Artikel 3Partner
Gewijzigd
- a. een bloed- of aanverwant in de eerste graad van de belanghebbendeverwijderd: , tenzij beiden bij de aanvang van het kalenderjaar de leeftijd van 27 jaar hebben bereikt einde; - b. een persoon verwijderd: die de leeftijd van 27 jaar nog niet heeft bereikt en eindevoor wie de belanghebbende in enig jaar een pleegvergoeding heeft ontvangen op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Jeugdwet, dan wel voor wie de belanghebbende in enig jaar kinderbijslag heeft ontvangen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet, indien de belanghebbende en deze persoon in enig jaar een gezamenlijk verzoek hebben ingediend bij de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen om niet als partners te worden aangemerkt. 6. Personen die partners waren op grond van het tweede lid, blijven als partners aangemerkt nadat de in dat onderdeel bedoelde inschrijving op hetzelfde woonadres niet langer mogelijk is als gevolg van opname in een verpleeghuis of verzorgingshuis vanwege medische redenen of ouderdom van een van hen, zolang na het einde van die inschrijving op hetzelfde woonadres ten aanzien van geen van beiden een derde persoon als partner wordt aangemerkt. De eerste zin is van overeenkomstige toepassing op personen die partners zijn op grond van het eerste lid. Op verzoek van ten minste een van de partners, bedoeld in de eerste of tweede zin, worden zij niet meer als partners aangemerkt voor de duur van de opname van een van hen in het verpleeghuis of het verzorgingshuis. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ten behoeve van de uitvoering van dit lid. 7. Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen worden twee ongehuwde personen die met toepassing van de vorige leden als elkaars partners worden aangemerkt of aangemerkt zijn geweest, voor de bepaling van aanverwantschap gelijkgesteld met gehuwden, onderscheidenlijk voormalige gehuwden. 8. Onder partner wordt niet verstaan degene die uitsluitend ingevolge het tweede lid, onderdeel e, als partner wordt aangemerkt en woont in een accommodatie van een instelling die opvang als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 biedt, mits de belanghebbende een afschrift van de beschikkingen, bedoeld in artikel 2.3.5, tweede lid, van die wet, tot het treffen van een maatwerkvoorziening voor hem en voor de persoon, bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, ten behoeve van opvang overlegt. 9. Een aanverwant van de belanghebbende wordt uitsluitend als aanverwant als bedoeld in het vijfde lid, onderdeel a, aangemerkt ingeval de belanghebbende en de aanverwant in enig jaar een gezamenlijk verzoek bij de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen hebben ingediend om niet als partners te worden aangemerkt.verwijderd: 10. Een persoon die op basis van een verzoek als bedoeld in het tweede lid, onderdeel e, het vijfde lid, onderdeel b, of het negende lid niet als partner van de belanghebbende wordt aangemerkt, wordt eveneens niet als partner van de belanghebbende aangemerkt voor de toepassing van de Wet inkomensbelasting 2001. einde

Via Stb. 2024, 440

Gewijzigd
1. Kind is de bloedverwant of aanverwant in de neergaande lijn van de belanghebbende of zijn partner, die in belangrijke mate wordt onderhouden door de belanghebbende of zijn partner en als ingezetene op hetzelfde woonadres als de belanghebbende is ingeschreven in de basisregistratie personen. Met een bloedverwant of aanverwant in de neergaande lijn wordt gelijkgesteld een pleegkind. 2. De in het eerste lid opgenomen voorwaarde van inschrijving in de basisregistratie personen geldt niet gedurende de periode waarin de aldaar bedoelde persoon tegelijkertijd tot de huishoudens van zijn beide ouders behoort en hij op hetzelfde woonadres als een van die ouders is ingeschreven in de basisregistratie personen. Voor de toepassing van de eerste verwijderd: volzin eindetoegevoegd: zin einde behoort verwijderd: iemand eindetoegevoegd: een kind eindetegelijkertijd tot het huishouden van toegevoegd: diens eindebeide ouders indien hij verwijderd: doorgaans ten minste drie gehele eindetoegevoegd: binnen het kalenderjaar in nagenoeg gelijke mate in elk van beide huishoudens verblijft. Aan deze voorwaarde wordt in ieder geval voldaan wanneer het kind 156 eindedagen verwijderd: per week eindetoegevoegd: van het kalenderjaar eindein elk van beide huishoudens verblijft.toegevoegd: Indien het kind niet gedurende het gehele kalenderjaar, maar wel gedurende ten minste een maand, in elk van beide huishoudens verblijft, wordt het aantal dagen, genoemd in de derde zin, naar tijdsgelang herrekend. einde 3. Een kind wordt in belangrijke mate onderhouden als bedoeld in het eerste lid indien is voldaan aan de regels gesteld krachtens artikel 1.5 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

Via Stb. 2023, 499

Artikel 7Draagkracht
Gewijzigd
1. Ter bepaling van de draagkracht voor de toepassing van een inkomensafhankelijke regeling wordt het toetsingsinkomen, bedoeld in artikel 8, van de belanghebbende en dat van zijn partner in aanmerking genomen. 2. Indien in een inkomensafhankelijke regeling is bepaald dat naast de draagkracht van de belanghebbende en diens partner ook de draagkracht van medebewoners van belang is voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van een tegemoetkoming, wordt mede het toetsingsinkomen van de medebewoners in aanmerking genomen. 3. Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming, indien de rendementsgrondslag, bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, van de belanghebbende aan het begin van het berekeningsjaar meer bedraagt dan € verwijderd: 33 eindetoegevoegd: 38 einde.verwijderd: 748 eindetoegevoegd: 479 einde, dan wel meer zou bedragen dan dit bedrag indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Indien de belanghebbende het gehele berekeningsjaar dezelfde partner heeft, bestaat geen aanspraak op een tegemoetkoming indien de belanghebbende en zijn partner aan het begin van het berekeningsjaar een gezamenlijke rendementsgrondslag als bedoeld in artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001 hebben van meer dan € verwijderd: 67 eindetoegevoegd: 76 einde.verwijderd: 496 eindetoegevoegd: 958 einde. Artikel 10.1, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is van overeenkomstige toepassing op de bedragen, genoemd in dit lid. 4. Indien in een inkomensafhankelijke regeling de aanspraak op een tegemoetkoming mede afhankelijk is gesteld van het vermogen van medebewoners, bestaat tevens geen aanspraak op een tegemoetkoming indien de rendementsgrondslag van een medebewoner aan het begin van het berekeningsjaar meer bedraagt dan € verwijderd: 33 eindetoegevoegd: 38 einde.verwijderd: 748 eindetoegevoegd: 479 einde, dan wel meer zou bedragen dan dit bedrag indien geen rekening wordt gehouden met de vrijstelling, bedoeld in artikel 5.13 van de Wet inkomstenbelasting 2001. Het bepaalde in de eerste en tweede volzin geldt alleen ten aanzien van degenen van wie het medebewonerschap het gehele berekeningsjaar heeft geduurd. Artikel 10.1, eerste lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 is van overeenkomstige toepassing op de bedragen, genoemd in dit lid. 5. Voor de toepassing van het derde en vierde lid alsmede voor de toepassing van bepalingen in inkomensafhankelijke regelingen die verwijzen naar artikel 5.3 van de Wet inkomstenbelasting 2001, worden bezittingen en schulden die ten grondslag liggen aan het niet in Nederland belastbare inkomen, begrepen in het bedrag aan rendementsgrondslag. 6. Het toetsingsinkomen van een medebewoner die een eerstegraads bloed- of aanverwant in de neergaande lijn of een pleegkind is van de belanghebbende, van zijn partner, of van een medebewoner, toegevoegd: of een persoon is voor wie de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner in enig jaar een pleegvergoeding heeft ontvangen op grond van de Wet op de jeugdzorg of de Jeugdwet dan wel voor wie de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner in enig jaar kinderbijslag heeft ontvangen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet, eindeen die bij de aanvang van het berekeningsjaar de leeftijd van 23 jaar niet heeft bereikt, wordt voor de toepassing van het tweede lid slechts in aanmerking genomen voor zover het meer bedraagt dan € verwijderd: 5 eindetoegevoegd: 6 einde.verwijderd: 432 eindetoegevoegd: 218 einde. 7. Met betrekking tot het bedrag vermeld in het zesde lid zijn de artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van overeenkomstige toepassing.

Via stcrt-2025-40487

Artikel 8Toetsingsinkomen
Gewijzigd
1. Toetsingsinkomen is: het op het berekeningsjaar betrekking hebbende inkomensgegeven. 2. Niet in Nederland belastbaar inkomen, zoals dat bij beschikking is vastgesteld, wordt in aanvulling op het eerste lid mede als toetsingsinkomen in aanmerking genomen. 3. Indien zulks leidt tot een ten minste 10 percent lager toetsingsinkomen, wordt bij beëindiging van het partnerschap in het berekeningsjaar, in afwijking in zoverre van het eerste en tweede lid, op verzoek van de belanghebbende bij de berekening van het verwijderd: toetsinkomen eindetoegevoegd: toetsingsinkomen einde van de partner:6. In de omstandigheden, bedoeld in het vijfde lid, wordt in afwijking van het in dat lid bepaalde op verzoek van een of meer van de erfgenamen het toetsingsinkomen dat betrekking heeft op het jaar voorafgaand aan het berekeningsjaar als toetsingsinkomen in aanmerking genomen.toegevoegd: 7. Op verzoek van de belanghebbende wordt het toetsingsinkomen verminderd met het bedrag aan voordelen verkregen door het prijsgeven van niet voor verwezenlijking vatbare rechten door schuldeisers als bedoeld in artikel 3.13, eerste lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001, voor zover: - a. deze voordelen de som van het verlies uit werk en woning dat overigens mocht zijn geleden overtreffen; en - b. deze voordelen ingevolge artikel 3.13, eerste lid, onderdeel a, van die wet niet zijn vrijgesteld van de belastbare winst uit onderneming als gevolg van de volgens afdeling 3.13 van die wet te verrekenen verliezen uit het verleden. einde

Via Stb. 2024, 440

Artikel 11Toepassingsgebied
Gewijzigd
1. De bepalingen van dit hoofdstuk gelden voor de inkomensafhankelijke regelingen waarvan de uitvoering bij die regeling is opgedragen aan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen. 2. Onder verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen wordt verstaan: het organisatieonderdeel van de rijksbelastingdienst dat is belast met het toekennen, uitbetalen en terugvorderen van tegemoetkomingen.

Via Stb. 2023, 498

Gewijzigd
1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk blijven titel 4.2 en artikel 4:125 van de Algemene wet bestuursrecht buiten toepassing en zijn artikel 3:40, titel 4.1 en de hoofdstukken 6 en 7 van die wet niet van toepassing op de verrekeningsbeschikking, bedoeld in artikel 30. 2. Paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op beschikkingen van de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen met uitzondering van de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 14, alsmede beslissingen op bezwaarschriften tegen deze beschikkingen, met dien verstande dat: - a. een door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen verbeurde dwangsom € 10 bedraagt voor elke week dat hij in gebreke is, doch ten hoogste € 100, tenzij de toekenning van de tegemoetkoming leidt tot een na te betalen of terug te vorderen bedrag kleiner dan € 100 in welk geval de verbeurde dwangsom ten hoogste € 30 bedraagt; - b. de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen geen dwangsom verbeurt indien de toekenning van de tegemoetkoming leidt tot een na te betalen of terug te vorderen bedrag kleiner dan € 30. 3. Voor de toepassing van dit hoofdstuk kan Onze Minister bij ministeriële regeling paragraaf 4.1.3.2 van de Algemene wet bestuursrecht voor een bij die regeling te bepalen periode geheel of gedeeltelijk buiten toepassing verklaren indien er sprake is van een ernstige verstoring in het uitvoeringsproces, die het naar zijn oordeel aannemelijk maakt dat door belanghebbenden, als direct gevolg van de ernstige storing, massaal een beroep wordt gedaan op de dwangsomregeling, bedoeld in deze paragraaf. Na het tot stand komen van deze ministeriële regeling wordt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen acht weken een voorstel van wet tot goedkeuring van de ministeriële regeling aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gezonden. Indien het voorstel wordt ingetrokken of indien een van de kamers van de Staten-Generaal besluit het voorstel niet aan te nemen, wordt de ministeriële regeling onverwijld ingetrokken.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 13Wijze van verzending berichten van Dienst Toeslagen
Gewijzigd
1. In afwijking van artikel 2:verwijderd: 14, eerste lid, eindetoegevoegd: 8 eindevan de Algemene wet bestuursrecht verwijderd: wordt in het verkeer tussen belanghebbenden en eindetoegevoegd: heeft een belanghebbende met betrekking tot de berichten van eindede verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen verwijderd: een bericht uitsluitend elektronisch verzonden eindetoegevoegd: de keuze tussen hetzij verzending van alle berichten langs elektronische weg, hetzij verzending van alle berichten anders dan langs elektronische weg einde. 2. Bij ministeriële regeling verwijderd: wordt bepaald op welke eindetoegevoegd: kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de eindewijze toegevoegd: waarop eindehet elektronische berichtenverkeer plaatsvindt. 3. verwijderd: Bij ministeriële regeling kunnen berichten eindetoegevoegd: In afwijking van de artikelen 2:7, tweede lid, eindeen toegevoegd: 2:8 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen bij ministeriële regeling berichten, eindegroepen van belanghebbenden toegevoegd: of omstandigheden eindeworden aangewezen waarvoor, verwijderd: alsmede omstandigheden worden aangewezen eindetoegevoegd: voor wie, onderscheidenlijk eindewaaronder, verwijderd: het berichtenverkeer kan plaatsvinden eindetoegevoegd: geldt dat de Dienst Toeslagen berichten uitsluitend langs elektronische weg dan wel uitsluitend eindeanders dan langs elektronische wegtoegevoegd: aan een belanghebbende verzendt einde.toegevoegd: 4. Een belanghebbende kan een op grond van het eerste lid gemaakte keuze herzien. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van de eerste zin. 5. Het ontwerp van een ministeriële regeling als bedoeld in het derde lid wordt ten minste vier weken voordat de regeling wordt vastgesteld, overgelegd aan de beide kamers der Staten-Generaal. einde

Via Stb. 2019, 512

Artikel 13bBelangenafweging en evenredigheidsbeginsel
Gewijzigd
1. Bij het vaststellen van een beschikking op grond van deze wet, de daarop berustende bepalingen of een inkomensafhankelijke regeling weegt de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen de rechtstreeks betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit. 2. De voor een belanghebbende nadelige gevolgen van een beschikking als bedoeld in het eerste lid mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met die beschikking te dienen doelen.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 14Toekennen tegemoetkoming
Gewijzigd
1. Een tegemoetkoming wordt op aanvraag toegekend door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen. 2. Indien partners een gezamenlijke aanspraak op een tegemoetkoming hebben, wordt de tegemoetkoming uitsluitend toegekend aan de aanvrager. 3. Indien op het moment van de toekenning van een tegemoetkoming ten name van de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner over het berekeningsjaar geen inkomensgegeven in de basisregistratie inkomen, bedoeld in artikel 21a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is opgenomen, die persoon niet is uitgenodigd tot het doen van aangifte inkomstenbelasting en van die persoon ook geen beschikking ter zake van niet in Nederland belastbaar inkomen is of wordt vastgesteld, kent de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen de tegemoetkoming toe als ware het toetsingsinkomen van die persoon nihil. De inspecteur stelt bij beschikking vast dat op het moment van de toekenning van de tegemoetkoming van die persoon geen inkomensgegeven in de basisregistratie inkomen, bedoeld in artikel 21a, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen is opgenomen, die persoon niet is uitgenodigd tot het doen van aangifte inkomstenbelasting en van die persoon ook geen beschikking ter zake van niet in Nederland belastbaar inkomen is of wordt vastgesteld. Deze beschikking wordt aangemerkt als een voor bezwaar vatbare beschikking als bedoeld in hoofdstuk V van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en vervat in hetzelfde geschrift als de toekenning van de tegemoetkoming.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 15Aanvraag tegemoetkoming
Gewijzigd
1. Een aanvraag om een tegemoetkoming met betrekking tot een berekeningsjaar kan tot verwijderd: 1 september eindetoegevoegd: en met 31 december eindevan het jaar volgend op het berekeningsjaar worden ingediend bij de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen. Indien de belanghebbende of diens partner voor de in de eerste volzin genoemde datum is uitgenodigd om over het berekeningsjaar aangifte inkomstenbelasting te doen binnen een termijn die na die datum verloopt, wordt de in die volzin bedoelde termijn verlengd tot de laatste dag van de door de inspecteur voor het indienen van die aangifte gestelde termijn. De tweede volzin is van overeenkomstige toepassing ingeval een medebewoner is uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen en de aanvraag betrekking heeft op een tegemoetkoming op grond van een inkomensafhankelijke regeling waarin is bepaald dat naast de draagkracht van de belanghebbende en diens partner ook de draagkracht van medebewoners van belang is voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming. Indien meer dan een van de personen, bedoeld in de tweede en derde volzin, is uitgenodigd om aangifte inkomstenbelasting te doen, wordt voor de toepassing van die volzinnen uitgegaan van de aangifte waarvan de indieningstermijn het laatst verloopt.6. Indien de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen van oordeel is dat toepassing van het vijfde lid kan worden beëindigd, deelt hij dit de belanghebbende schriftelijk mee. 7. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen kan op eigen initiatief een aanvraagformulier toezenden aan degene die vermoedelijk voor een tegemoetkoming in aanmerking komt. Op dat formulier kunnen voor de belanghebbende en zijn niet duurzaam gescheiden levende echtgenoot of geregistreerde partner de gegevens worden vermeld die van belang kunnen zijn voor de beoordeling van de aanspraak of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming.

Via Stb. 2025, 441

Artikel 16Voorschot op tegemoetkoming
Gewijzigd
1. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen verleent de belanghebbende die een aanvraag voor een tegemoetkoming indient vóór 1 april van het jaar volgend op het berekeningsjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft, een voorschot tot het bedrag waarop de tegemoetkoming vermoedelijk zal worden vastgesteld binnen 13 weken na de ontvangst van de aanvraag. 2. Ingeval de belanghebbende voor het gehele berekeningsjaar aanspraak heeft op een tegemoetkoming die wordt toegekend met toepassing van artikel 15, vijfde lid, wordt het voorschot verleend vóór de aanvang van het berekeningsjaar. 3. Indien de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming nadere informatie nodig acht, kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, worden verlengd met 13 weken. Indien de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen informatie van buiten Nederland nodig heeft, kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, worden verlengd met 26 weken. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen stelt de belanghebbende schriftelijk van een verlenging in kennis. 4. Het bedrag van het voorschot, bedoeld in het eerste lid, bedraagt nihil indien naar het oordeel van de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen onvoldoende gegevens bekend zijn bij de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen ten aanzien van de belanghebbende, tenzij de belanghebbende op de door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen aangegeven wijze zijn aanspraak op een tegemoetkoming aannemelijk maakt. 5. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen kan het voorschot herzien, met dien verstande dat het voorschot daarbij niet kan worden verlaagd indien op het tijdstip van de herziening ten minste vijf jaren zijn verstreken na de laatste dag van het berekeningsjaar. 6. Een herziening van het voorschot kan leiden tot een terug te vorderen bedrag. 7. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen kan afzien van het verlenen van een voorschot of een voorschot verlenen tot een ander bedrag dan volgt uit het eerste lid, indien: - a. gerede twijfel bestaat over de juistheid van het adresgegeven van de belanghebbende of dit gegeven ontbreekt; - b. de inspecteur ten aanzien van de belanghebbende of diens partner artikel 13, vijfde lid, aanhef en onderdeel c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen heeft toegepast; - c. de belanghebbende als uitreiziger is aangemerkt. Indien in een inkomensafhankelijke regeling is bepaald dat naast de draagkracht van de belanghebbende en diens partner ook de draagkracht van medebewoners van belang is, kan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen eveneens afzien van het verlenen van een voorschot of een voorschot verlenen tot een ander bedrag dan volgt uit het eerste lid indien de inspecteur ten aanzien van de medebewoner artikel 13, vijfde lid, aanhef en onderdeel c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen heeft toegepast.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 17Na voorschot melding wijziging omstandigheden
Gewijzigd
1. Indien een voorschot op de tegemoetkoming is verleend en er een relevante wijziging optreedt in de omstandigheden die van belang zijn voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming, is de belanghebbende gehouden die wijziging te melden aan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen. 2. Bij regeling van Onze Minister wordt bepaald welke wijzigingen in omstandigheden aanleiding geven voor een melding en op welke wijze en binnen welke termijn de melding wordt gedaan. 3. Indien de belanghebbende een partner heeft, kan de melding ook door de partner worden gedaan. 4. Indien de melding betrekking heeft op een medebewoner, kan de melding ook worden gedaan door de medebewoner.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 18Verzoeken van Dienst Toeslagen tot informatieverstrekking
Gewijzigd
1. Een belanghebbende, een partner en een medebewoner verstrekken de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen desgevraagd alle gegevens en inlichtingen die van belang kunnen zijn voor: - a. de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming; of - b. de bepaling van de hoogte van een voorschot op de tegemoetkoming of het herzien van een voorschot, bedoeld in artikel 16, vijfde lid. 2. De gegevens en inlichtingen worden verstrekt op een door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen aangegeven wijze en binnen een door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen te stellen termijn. 3. Indien de persoon de aan hem gevraagde gegevens en inlichtingen niet op tijd heeft verstrekt, maant de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen hem schriftelijk aan om binnen een daarbij te stellen termijn van minimaal twee weken die gegevens en inlichtingen alsnog te verstrekken. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen wijst de persoon in de aanmaning op de mogelijke gevolgen van het niet voldoen aan deze verplichting. 4. Indien de gevraagde gegevens en inlichtingen niet zijn verstrekt binnen de aanmaningstermijn, bedoeld in het derde lid, kan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen de hoogte van de tegemoetkoming of het voorschot ambtshalve bepalen of het voorschot herzien, bedoeld in artikel 16, vijfde lid. Artikel 26b is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de redelijke termijn, bedoeld in artikel 26b, gelijk is aan de aanmaningstermijn, bedoeld in het derde lid. 5. De bevoegdheid tot ambtshalve bepalen of herzien, bedoeld in de eerste zin van het vierde lid, kan door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen niet worden gebruikt voor zover het niet verstrekken van de gevraagde gegevens en inlichtingen binnen de aanmaningstermijn, bedoeld in het derde lid, leidt tot een tegemoetkoming van nihil, een voorschot van nihil of een herziening van een voorschot waarbij uitsluitend de uitbetaalde termijnen gedurende het berekeningsjaar van dat herziene voorschot niet wijzigen. 6. Het vijfde lid is niet van toepassing indien de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen een redelijkerwijs te vergen inspanning heeft verricht om de persoon die niet heeft voldaan aan de verplichting, bedoeld in het eerste lid, in de gelegenheid te stellen alsnog de gevraagde gegevens en inlichtingen binnen een redelijke termijn te verstrekken voordat die persoon is aangemaand als bedoeld in het derde lid. 7. Indien de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner gehouden is aan de inspecteur een opgaaf te verstrekken van het niet in Nederland belastbaar inkomen en deze persoon daaraan niet, dan wel niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft voldaan, kan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen de hoogte van de tegemoetkoming of van het voorschot ambtshalve bepalen.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 19Beslistermijn toekenning tegemoetkoming
Gewijzigd
1. Indien ten name van de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner over het berekeningsjaar een aanslag inkomstenbelasting wordt vastgesteld, kent de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen de tegemoetkoming met betrekking tot dat berekeningsjaar toe binnen zes maanden na de vaststelling van de laatste in dit kader van belang zijnde aanslag. Indien ten name van de belanghebbende, zijn partner of een medebewoner over het berekeningsjaar een beschikking ter zake van niet in Nederland belastbaar inkomen wordt vastgesteld, kent de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen de tegemoetkoming met betrekking tot dat berekeningsjaar toe binnen acht weken na de vaststelling van de laatste in dit kader van belang zijnde beschikking. De tweede volzin is uitsluitend van toepassing indien de in die volzin genoemde termijn verloopt op een datum die gelegen is na afloop van de in de eerste volzin bedoelde termijn. 2. Indien voor geen van de in het eerste lid bedoelde personen over het berekeningsjaar een aanslag inkomstenbelasting of een beschikking ter zake van niet in Nederland belastbaar inkomen wordt vastgesteld, kent de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen de tegemoetkoming met betrekking tot dat berekeningsjaar toe uiterlijk 31 december van het jaar volgend op het berekeningsjaar. 3. toegevoegd: In afwijking van het tweede lid kent de Dienst Toeslagen de tegemoetkoming met betrekking tot het berekeningsjaar toe uiterlijk 30 april van het jaar volgend op het jaar waarin de aanvraag voor de tegemoetkoming is gedaan, indien de aanvraag is gedaan op of na 1 september van het jaar volgend op het berekeningsjaar. 4. eindeDe in de vorige leden genoemde termijn wordt verlengd met de tijd die gemoeid is met de verstrekking van de door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen gevraagde gegevens en inlichtingen, bedoeld in de artikelen 18 en 38, die van belang zijn voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming. verwijderd: 4 eindetoegevoegd: 5 einde. Indien de tegemoetkoming niet binnen de in de vorige leden genoemde termijn kan worden toegekend, stelt de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen de belanghebbende hiervan schriftelijk in kennis onder het noemen van een redelijke termijn waarbinnen toekenning zal plaatsvinden.

Via Stb. 2025, 441

Artikel 20Herziening tegemoetkoming wegens alsnog beschikbaar komen of wijziging fiscale gegevens na toekenning
Gewijzigd
1. Indien na de toekenning van de tegemoetkoming uit een eerste vaststelling, eerste bepaling of wijziging van een inkomensgegeven, niet in Nederland belastbaar inkomen of de bij toepassing van artikel 7, derde of vierde lid, relevante rendementsgrondslag blijkt dat de tegemoetkoming tot een te hoog of te laag bedrag is toegekend, herziet de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen de tegemoetkoming met inachtneming van die eerste vaststelling, eerste bepaling of wijziging. 2. De herziening geschiedt binnen acht weken na het tijdstip waarop het voor het eerst vastgestelde, voor het eerst bepaalde of gewijzigde inkomensgegeven of de bij toepassing van artikel 7, derde of vierde lid, voor het eerst vastgestelde of gewijzigde rendementsgrondslag aan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen bekend is geworden dan wel de beschikking of uitspraak strekkende tot de in het eerste lid bedoelde vaststelling, bepaling of wijziging onherroepelijk is geworden. 3. Een herziening op grond van dit artikel kan leiden tot een uit te betalen bedrag doch ook tot een terug te vorderen bedrag.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 21Herziening tegemoetkoming in het nadeel van belanghebbende om andere reden
Gewijzigd
1. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen kan een toegekende tegemoetkoming herzien: - a. op grond van feiten of omstandigheden waarvan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen bij de toekenning redelijkerwijs niet op de hoogte kon zijn en op grond waarvan de tegemoetkoming vermoedelijk tot een te hoog bedrag is toegekend, of - b. indien de tegemoetkoming tot een te hoog bedrag is toegekend en de belanghebbende of zijn partner dit wist of behoorde te weten. 2. Een tegemoetkoming kan met toepassing van dit artikel niet meer worden herzien indien vijf jaren zijn verstreken na de laatste dag van het berekeningsjaar waarop de tegemoetkoming betrekking heeft. 3. Een herziening op grond van dit artikel kan leiden tot een terug te vorderen bedrag.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 21aHerziening tegemoetkoming in het voordeel van belanghebbende om andere reden
Gewijzigd
In bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen herziet de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen een toegekende of herziene tegemoetkoming die onherroepelijk is geworden in het voordeel van de belanghebbende.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 22Uitbetaling voorschot
Gewijzigd
- b. de schuld waarvoor beslag is gelegd niet geheel is voldaan.toegevoegd: 8. Indien op grond van artikel 26, tweede lid, de beschikking tot terugvordering tot een lager bedrag is vastgesteld, wordt een daaropvolgend voorschot slechts uitbetaald voor zover het uit te betalen bedrag hoger is dan het bedrag waarmee de beschikking tot terugvordering is verlaagd. einde

Via Stb. 2025, 431

Artikel 23Opschorten uitbetaling voorschot
Gewijzigd
1. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen kan de uitbetaling van een voorschot geheel of gedeeltelijk opschorten indien:

Via Stb. 2023, 498

Artikel 24Uitbetaling tegemoetkoming
Gewijzigd
1. Een tegemoetkoming wordt uitbetaald binnen vier weken na dagtekening van de beschikking. 2. Indien voorschotten zijn verleend, worden deze verrekend met de tegemoetkoming. 3. De in het tweede lid bedoelde verrekening kan leiden tot een terug te vorderen bedrag.toegevoegd: 4. Indien op grond van artikel 26, tweede lid, de beschikking tot terugvordering tot een lager bedrag is vastgesteld, wordt een daaropvolgende tegemoetkoming slechts uitbetaald voor zover het uit te betalen bedrag hoger is dan het bedrag waarmee de beschikking tot terugvordering is verlaagd. einde

Via Stb. 2025, 431

Artikel 24aGeen uitbetaling bij onjuist adres
Gewijzigd
De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen kan afzien van het uitbetalen van een tegemoetkoming:

Via Stb. 2023, 498

Artikel 25Wijze van uitbetalen
Gewijzigd
1. In afwijking van artikel 4:89, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vindt uitbetaling aan de belanghebbende van een voorschot of een tegemoetkoming door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen uitsluitend plaats op een daartoe door de belanghebbende bestemde bankrekening die op naam staat van de belanghebbende. De belanghebbende kan niet meer dan één bankrekening bestemmen voor de uitbetaling van een voorschot of een tegemoetkoming en voor de uitbetaling van inkomstenbelasting. 2. Indien de belanghebbende geen bankrekening heeft bestemd voor uitbetaling van een voorschot of een tegemoetkoming aan de belanghebbende, vindt uitbetaling door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen plaats met overeenkomstige toepassing van artikel 7a, tweede lid, van de Invorderingswet 1990. 3. In door Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers die het mede aangaat bij of krachtens ministeriële regeling aan te wijzen gevallen kan worden afgeweken van het eerste en tweede lid. Daarbij worden regels gesteld met betrekking tot de bestemming van een andere bankrekening voor de uitbetaling van een voorschot of een tegemoetkoming.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 26Terugvordering is verschuldigd door belanghebbende
Gewijzigd
1. Indien een herziening van een tegemoetkoming of een herziening van een voorschot leidt tot een terug te vorderen bedrag dan wel een verrekening van een voorschot met een tegemoetkoming daartoe leidt, is de belanghebbende het bedrag van de terugvordering in zijn geheel verschuldigd. 2. Het terug te vorderen bedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt volledig door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen teruggevorderd. Voor zover de nadelige gevolgen voor de belanghebbende van een volledige terugvordering van het bedrag ingevolge het eerste lid onevenredig zijn in verhouding tot de met die volledige terugvordering te dienen doelen, kan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen bij het vaststellen van de beschikking tot terugvordering een lager bedrag terugvorderen dan het bedrag ingevolge het eerste lid. 3. In bij ministeriële regeling aan te wijzen gevallen herziet de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen de onherroepelijk geworden beschikking tot terugvordering in het voordeel van de belanghebbende.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 26aDoelmatigheidsgrenzen
Gewijzigd
1. Indien een herziening van een toegekende tegemoetkoming of een verrekening van een voorschot met een tegemoetkoming leidt tot een terug te vorderen bedrag, wordt dit bedrag niet teruggevorderd indien dat niet meer bedraagt dan € verwijderd: 106 eindetoegevoegd: 121 einde. Bij de vaststelling van de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming of de beschikking tot herziening van de tegemoetkoming, bedoeld in de eerste zin, wordt de beschikking tot terugvordering vastgesteld op nihil. De eerste en tweede zin zijn van overeenkomstige toepassing indien na de vaststelling van de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming of de herziening, bedoeld in de eerste zin, het terug te vorderen bedrag bij het vaststellen of het herzien van de beschikking tot terugvordering is verminderd ingevolge artikel 26, tweede lid, en dat bedrag na die vermindering niet meer bedraagt dan € verwijderd: 106 eindetoegevoegd: 121 einde. 2. Met betrekking tot het bedrag, vermeld in het eerste lid, zijn de artikelen 10.1 en 10.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 van overeenkomstige toepassing.

Via stcrt-2025-40487

Artikel 26bGelegenheid tot naar voren brengen zienswijze
Gewijzigd
1. Voordat de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 14, de beschikking tot herziening van de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 21, of de beschikking tot terugvordering die samenhangt met die beschikking tot toekenning of herziening van de tegemoetkoming vaststelt waarbij die beschikking leidt tot voor de belanghebbende nadelige gevolgen die mogelijk onevenredig zijn in verhouding tot de met de betreffende beschikking te dienen doelen, stelt de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen de belanghebbende in de gelegenheid zijn zienswijze binnen een redelijke termijn naar voren te brengen. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen stelt de belanghebbende in ieder geval in de gelegenheid tot het naar voren brengen van diens zienswijze indien de betreffende beschikkingen in totaal leiden tot een terug te vorderen bedrag van ten minste € 1.500 per berekeningsjaar. 2. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen geeft geen gelegenheid tot het naar voren brengen van een zienswijze op een beschikking, indien die beschikking het gevolg is van: - a. een verzoek van of namens de belanghebbende waaraan door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen volledig tegemoet is gekomen; of - b. de verwerking van door of namens de belanghebbende aangeleverde gegevens. 3. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen geeft eveneens geen gelegenheid tot het naar voren brengen van een zienswijze indien de in het eerste lid bedoelde beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming uitsluitend het gevolg is van het beschikbaar komen of wijzigen van het inkomensgegeven of van het door de inspecteur vastgestelde niet in Nederland belastbaar inkomen.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 27Rente bij beschikkingen na een half jaar na berekeningsjaar
Gewijzigd
verwijderd: 1. Over uit te betalen bedragen wordt rente vergoed en over terug te vorderen bedragen wordt rente in rekening gebracht. 2. De rente wordt enkelvoudig berekend over het tijdvak dat aanvangt op 1 juli van het jaar volgend op het berekeningsjaar en eindigt op de dag van de dagtekening van de beschikking tot toekenning van de tegemoetkoming, tot herziening van de tegemoetkoming of tot herziening van de terugvordering. 3. Het percentage van de rente is gelijk aan het percentage dat ingevolge artikel 30hb van de Algemene wet inzake rijksbelastingen ten aanzien van de inkomstenbelasting wordt gehanteerd. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2025, 441

Artikel 28Betalingstermijn bij terugvordering
Gewijzigd
1. De belanghebbende heeft de verplichting om het bedrag van een terugvordering verwijderd: alsmede de op de voet van artikel 27 verschuldigde rente eindebinnen zes weken na de dagtekening van de beschikking tot terugvordering te betalen aan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen. 2. Het bedrag van een bestuurlijke boete moet worden betaald binnen zes weken na de dagtekening van de boetebeschikking. 3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen.

Via Stb. 2025, 441

Artikel 29aGeen rente bij hervatting invordering toeslagschulden
Gewijzigd
verwijderd: 1. Voor verschuldigde bedragen aan terugvorderingen waarvan de beschikking tot terugvordering een dagtekening heeft van 28 februari 2022 of eerder, waarvan de betalingstermijn, bedoeld in artikel 28, is verstreken en waarop geen uitstel van betaling krachtens artikel 31 van toepassing was, verleent de Belastingdienst/Toeslagen aan de belanghebbende per brief ambtshalve uitstel van betaling tot en met vier weken na dagtekening van de brief, welke termijn tweemaal per brief kan worden verlengd met steeds zeven dagen, en stelt de Belastingdienst/Toeslagen de belanghebbende in de gelegenheid tot verder uitstel van betaling volgens de krachtens artikel 31 geldende regels en termijnen. 2. In afwijking van artikel 29 is geen rente verschuldigd over een terugvordering als bedoeld in het eerste lid voor zover het bedrag van die terugvordering is betaald voor het aflopen van de termijnen, bedoeld in het eerste lid, of binnen de door de Belastingdienst/Toeslagen in het kader van een verleend uitstel van betaling krachtens artikel 31 gestelde betalingstermijnen. 3. Dit artikel geldt niet voor verschuldigde bedragen waarop het moratorium, bedoeld in artikel 49i, negende lid, van toepassing is. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2022, 308

Artikel 30Verrekening
Gewijzigd
1. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen is bevoegd tot verrekening van een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering met een aan hem uit te betalen tegemoetkoming of voorschot daarop, een en ander ongeacht de inkomensafhankelijke regeling die het betreft en ongeacht het berekeningsjaar. 2. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen is tevens bevoegd, in afwijking van artikel 3 van de Invorderingswet 1990, tot verrekening van een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering met aan hem uit te betalen bedragen inkomstenbelasting, premie volksverzekeringen, en belastingrente begrepen in een aanslag of voorlopige aanslag inkomstenbelasting. 3. Een verrekening vindt niet eerder plaats dan nadat de termijn bedoeld in artikel 28 is verstreken. De in verwijderd: de artikelen 27 en eindetoegevoegd: artikel einde29 bedoelde rente alsmede bestuurlijke boeten kunnen in de verrekening worden betrokken.

Via Stb. 2025, 441

Artikel 31bisGeen kwijtschelding
Gewijzigd
De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen kan het bedrag van een terugvordering, de met die terugvordering samenhangende rente, bedoeld in verwijderd: de artikelen 27 en eindetoegevoegd: artikel einde29, en kosten van invordering alsmede het bedrag van een bestuurlijke boete, niet geheel of gedeeltelijk kwijtschelden.

Via Stb. 2025, 441

Artikel 31aVersnelde invordering
Gewijzigd
In afwijking van artikel 28 heeft de belanghebbende de verplichting om het bedrag van een terugvorderingverwijderd: , daaronder begrepen de rente, bedoeld in artikel 27, einde alsmede het bedrag van een bestuurlijke boete, terstond en tot het volle bedrag te betalen aan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen indien: - a. de belanghebbende in staat van faillissement is verklaard of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard en het terug te vorderen bedrag onder de werking van de schuldsaneringsregeling valt; - b. de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen aannemelijk maakt dat gegronde vrees bestaat dat goederen van de belanghebbende zullen worden verduisterd; - c. de belanghebbende Nederland metterwoon wil verlaten, tenzij hij aannemelijk maakt dat het terug te vorderen bedrag kan worden verhaald; - d. de belanghebbende buiten Nederland woont dan wel in Nederland geen vaste woonplaats heeft en de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen aannemelijk maakt dat gegronde vrees bestaat dat het terug te vorderen bedrag niet kan worden verhaald; - e. op goederen waarop een door de belanghebbende verschuldigd bedrag kan worden verhaald beslag is gelegd voor zijn toeslagschuld; - f. goederen van de belanghebbende worden verkocht ten gevolge van een beslaglegging namens derden; - g. ten laste van de belanghebbende een vordering wordt gedaan als bedoeld in artikel 32, zesde lid, tenzij hij aannemelijk maakt dat het terug te vorderen bedrag kan worden verhaald.

Via Stb. 2025, 441

Artikel 32Dwanginvordering bij terugvordering
Gewijzigd
1. Indien de belanghebbende het bedrag van de terugvordering, daaronder begrepen de verwijderd: in artikel 27 bedoelde rente alsmede eindebestuurlijke boeten, niet binnen de gestelde termijn betaalt, maant de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen hem schriftelijk aan om alsnog binnen twee weken na de dagtekening van de aanmaning te betalen. 2. De invordering van het bedrag van de terugvordering kan geschieden bij een door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen uit te vaardigen dwangbevel. In afwijking van artikel 4:119, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht kunnen bij het dwangbevel tevens de kosten van de aanmaning, de kosten van het dwangbevel en de verschuldigde verwijderd: renten eindetoegevoegd: rente einde worden ingevorderd. 3. De betekening van het dwangbevel geschiedt met overeenkomstige toepassing van artikel 13 van de Invorderingswet 1990. 4. De artikelen 14, 15, 18 en 18a van de Invorderingswet 1990 zijn van overeenkomstige toepassing. 5. De belanghebbende kan met overeenkomstige toepassing van artikel 17 van de Invorderingswet 1990, tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel in verzet komen. 6. Een derde die aan de belanghebbende loon, pensioen, lijfrente of uitkeringen, een en ander als bedoeld in artikel 19 van de Invorderingswet 1990, verschuldigd is, of een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht waarbij belanghebbende een tegoed op een rekening heeft, kan op vordering van de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen met overeenkomstige toepassing van artikel 19 van de Invorderingswet 1990 worden verplicht het door de belanghebbende verschuldigde bedrag aan terugvordering te betalen. 7. Artikel 27, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 is van overeenkomstige toepassing.

Via Stb. 2025, 441

Artikel 33Aansprakelijkheid bij terugvordering
Gewijzigd
1. De partner van de belanghebbende is hoofdelijk aansprakelijk voor een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering, daaronder begrepen de in verwijderd: de artikelen 27 en eindetoegevoegd: artikel einde29 bedoelde rente alsmede de kosten van aanmaning en de kosten van invordering bij dwangbevel. De partner is niet aansprakelijk voor een aan de belanghebbende opgelegde bestuurlijke boete, tenzij het belopen daarvan mede aan hem is te wijten. 2. Indien in een inkomensafhankelijke regeling is bepaald dat naast de draagkracht van de belanghebbende en diens partner ook de draagkracht van medebewoners van belang is voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van een tegemoetkoming, is ieder van de medebewoners hoofdelijk aansprakelijk voor een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering en, overeenkomstig het eerste lid, voor de in te vorderen bedragen die verband houden met die terugvordering. 3. Een derde die kan beschikken over een bankrekening waarop een voorschot of een tegemoetkoming is uitbetaald, is hoofdelijk aansprakelijk voor een door de belanghebbende verschuldigd bedrag aan terugvordering zonder rekening te houden met de toepassing van artikel 26, tweede lid, voor zover het terug te vorderen bedrag overeenkomstig artikel 26, eerste lid, is betaald op die bankrekening. Voor zover een terugvordering voortvloeit uit de toepassing van artikel 24, wordt het bedrag waarvoor de derde aansprakelijk is, bepaald op het gedeelte van de terugvordering overeenkomstig artikel 26, eerste lid, dat in dezelfde verhouding staat tot het bedrag van de terugvordering zonder rekening te houden met de toepassing van artikel 26, tweede lid, als de aan de derde over het berekeningsjaar uitbetaalde voorschotten in verhouding staan tot het totale bedrag van de over het berekeningsjaar uitbetaalde voorschotten. 4. Aansprakelijkstelling geschiedt bij beschikking van de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen. Het bedrag waarvoor de aansprakelijkheid bestaat, is invorderbaar zes weken na de dagtekening van de beschikking. De artikelen 28, derde lid, 30, 31 en 32 zijn van overeenkomstige toepassing. 5. Op de beschikking, bedoeld in het vierde lid, zijn de artikelen 4:97 tot en met 4:102 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing 6. De aansprakelijkheid van de partner, bedoeld in het eerste lid, of van de derde, bedoeld in het derde lid, geldt tevens indien deze partner of derde niet in Nederland woont.

Via Stb. 2025, 441

Artikel 34Aanvullende bepalingen inzake invordering van een terugvordering
Gewijzigd
1. Tot het verrichten van de bij of krachtens een wet aan een deurwaarder opgedragen werkzaamheden is, voor zover die werkzaamheden geschieden in opdracht van de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen, uitsluitend een belastingdeurwaarder als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel j, van de Invorderingswet 1990, bevoegd.- c. de terugvorderingverwijderd: , de in rekening gebrachte rente bedoeld in artikel 27 einde en de bestuurlijke boete, naar evenredigheid.

Via Stb. 2025, 441

Artikel 37Bezwaar inzake meer beschikkingen vervat in één geschrift
Gewijzigd
1. Een bezwaar tegen de toekenning of herziening van een tegemoetkoming wordt, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt, geacht mede te zijn gericht tegen de toegevoegd: beschikking tot terugvordering die in hetzelfde geschrift is vervat en die samenhangt met die beschikking tot eindetoekenning of herziening van toegevoegd: een tegemoetkoming. 2. Een bezwaar tegen de beschikking tot terugvordering wordt, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt, geacht mede te zijn gericht tegen de toekenning of herziening van een tegemoetkoming die in hetzelfde geschrift is vervat en die samenhangt met die beschikking tot terugvordering. 3. Een bezwaar tegen de toekenning of herziening van een tegemoetkoming wordt, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt, geacht mede te zijn gericht tegen de toekenning of herziening van eindeandere tegemoetkomingen over hetzelfde berekeningsjaar die bij hetzelfde geschrift zijn toegekend of herzien, alsmede tegen de in verband daarmee berekende rente. verwijderd: 2 eindetoegevoegd: 4 einde. Indien een tegemoetkoming is herzien en naar aanleiding daarvan een bestuurlijke boete is opgelegd die is vervat in hetzelfde geschrift als de herziening, wordt een bezwaarschrift tegen de herziening geacht mede te zijn gericht tegen de boete. verwijderd: 3 eindetoegevoegd: 5 einde. Een bezwaar tegen de toekenning van een tegemoetkoming wordt, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt, geacht mede te zijn gericht tegen de voor bezwaar vatbare beschikking, bedoeld in artikel 14, derde lid, die is vervat in hetzelfde geschrift. verwijderd: 4 eindetoegevoegd: 6 einde. Een bezwaar tegen de voor bezwaar vatbare beschikking, bedoeld in artikel 14, derde lid, wordt, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt, geacht mede te zijn gericht tegen de toekenning van een tegemoetkoming die is vervat in hetzelfde geschrift. verwijderd: 5 eindetoegevoegd: 7 einde. verwijderd: Indien de Belastingdienst/ eindetoegevoegd: De Dienst eindeToeslagen verwijderd: besluit tot openbaarmaking van een besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete als bedoeld in artikel 42a en beide besluiten in één geschrift zijn vervat, wordt een bezwaarschrift tegen de boete geacht mede te zijn gericht tegen de openbaarmaking ervan, tenzij uit het bezwaarschrift het tegendeel blijkt. 6. De Belastingdienst/Toeslagen eindekan uitspraken op bezwaar in de in het eersteverwijderd: , tweede, derde, vierde eindetoegevoegd: tot eindeen verwijderd: vijfde eindetoegevoegd: met zevende eindelid bedoelde gevallen vervatten in één geschrift.

Via Stb. 2025, 441

Artikel 38Informatieverstrekking aan de Dienst Toeslagen
Gewijzigd
1. Openbare lichamen met uitzondering van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en rechtspersonen die bij of krachtens een bijzondere wet rechtspersoonlijkheid hebben verkregen, de onder hen ressorterende instellingen en diensten, lichamen die hoofdzakelijk uitvoering geven aan het beleid van het Rijk, administratieplichtigen als bedoeld in artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en verhuurders van een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Wet op de huurtoeslag verstrekken kosteloos aan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen desgevraagd alle gegevens en inlichtingen die van belang kunnen zijn voor de uitvoering van deze wet, de daarop berustende bepalingen of een inkomensafhankelijke regeling. 2. Onverminderd de verplichtingen, bedoeld in het eerste lid, zijn de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen lichamen, instellingen, diensten, rechtspersonen of personen gehouden de bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen gegevens en inlichtingen waarvan de kennisneming voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming of het voorschot van een derde, het herzien van een tegemoetkoming van een derde, bedoeld in de artikelen 21 en 21a, of het herzien van een voorschot van een derde, bedoeld in artikel 16, vijfde lid, van belang kunnen zijn eigener beweging te verstrekken aan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen volgens bij algemene maatregel van bestuur te stellen regels. 3. De gegevens en inlichtingen worden verstrekt binnen een door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen te stellen termijn. 4. Kindercentra en gastouderbureaus als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang verstrekken eigener beweging aan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen per ingeschreven kind de volgende gegevens, zoals deze bij of krachtens artikel 1.53, onderscheidenlijk artikel 1.56, zesde lid, van die wet in de administratie worden opgenomen, ten behoeve van de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van de tegemoetkoming:6. Indien de gevraagde gegevens of inlichtingen niet op tijd zijn verstrekt, maant de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen aan onder het stellen van een nadere termijn om alsnog de gevraagde gegevens en inlichtingen te verstrekken. 7. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de vermelding van het burgerservicenummer van degene op wie de gegevens en inlichtingen betrekking hebben bij het verstrekken van de gegevens en inlichtingen. 8. In de gevallen waarin het burgerservicenummer dient te worden vermeld, is degene op wie de gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste, tweede of vierde lid, betrekking hebben gehouden zijn burgerservicenummer te verstrekken aan de in het eerste lid bedoelde openbare lichamen met uitzondering van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba en rechtspersonen die bij of krachtens een bijzondere wet rechtspersoonlijkheid hebben verkregen, de onder hen ressorterende instellingen en diensten, lichamen die hoofdzakelijk uitvoering geven aan het beleid van het Rijk, administratieplichtigen als bedoeld in artikel 52 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en verhuurders van een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van de Wet op de huurtoeslag, aan de lichamen, instellingen, diensten, rechtspersonen of personen die ingevolge het tweede lid bij algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen, onderscheidenlijk aan kindercentra of gastouderbureaus als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet kinderopvang. 9. Financiële ondernemingen die ingevolge de Wet op het financieel toezicht in Nederland het bedrijf van bank mogen uitoefenen maken bij het verwerken van de gegevens die van belang zijn voor de uitbetaling van een voorschot of een tegemoetkoming door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen, bedoeld in artikel 25, in hun eigen administratie gebruik van het burgerservicenummer. 10. Ingeval een lichaam, instelling, dienst, rechtspersoon, persoon, kindercentrum of gastouderbureau de verplichting, bedoeld in het eerste, tweede of vierde lid, is nagekomen maar van oordeel is dat de verplichting onrechtmatig is opgelegd, kan op verzoek een vergoeding van kosten die rechtstreeks verband houden met deze nakoming worden toegekend. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen kent bij beschikking een redelijke kostenvergoeding toe in geval van een onrechtmatig opgelegde verplichting. Voor de toepassing van de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep wordt de rechtmatigheid van de opgelegde verplichting van het eerste, tweede of vierde lid geacht deel uit te maken van het geschil in bezwaar en beroep tegen de beschikking tot toekenning van een kostenvergoeding. 11. De voordracht voor een krachtens het tweede lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Als binnen die vier weken door of namens een der kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een der kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de algemene maatregel van bestuur bij wet wordt geregeld, wordt in dat geval een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de algemene maatregel niet vastgesteld.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 38aGegevensverstrekking door de Dienst Toeslagen
Gewijzigd
1. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen kan onder bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen voorwaarden ten behoeve van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen voorzieningen die de dienstverlening voortvloeiende uit de uitvoering van deze wet verbeteren, gegevens verstrekken die voor deze dienstverlening noodzakelijk zijn. 2. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen verstrekt aan de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorganen waarmee op basis van een convenant wordt samengewerkt de gegevens waarvan bij die algemene maatregel van bestuur is bepaald dat verstrekking noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak van het betreffende bestuursorgaan.toegevoegd: 3. De Dienst Toeslagen verstrekt aan de inspectie belastingen, toeslagen en douane gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taken van die inspectie. Het is deze inspectie niet toegestaan verkregen gegevens die van vertrouwelijke aard zijn aan derden te verstrekken. einde

Via Stb. 2023, 301

Artikel 39Informatie-uitwisseling
Gewijzigd
1. De verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen en de inspecteur en de ontvanger wisselen de gegevens en inlichtingen uit die nodig zijn voor de uitvoering van deze wet en voor de heffing en invordering van rijksbelastingen, onder vermelding van het burgerservicenummer van degene op wie de gegevens of inlichtingen betrekking hebben. 2. Voor de toepassing van de artikelen 9a, 16, zevende lid, eerste volzin, aanhef en onderdeel c, 23, eerste lid, aanhef en onderdeel c en 24a, aanhef en onderdeel c, wisselen de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen en de directeur-generaal Belastingdienst de gegevens en inlichtingen uit die nodig zijn voor de uitvoering door de directeur-generaal Belastingdienst of zijn ondergeschikten van de werkzaamheden ten behoeve van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst, bedoeld in artikel 60, eerste en tweede lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002. 3. Onze Minister verstrekt aan Onze Ministers wie het aangaat de inlichtingen die zij nodig hebben voor de beleidsvorming en beleidsevaluatie alsmede voor het volgen van de ontwikkeling van de uitgaven, met betrekking tot inkomensafhankelijke regelingen. 4. Onze Ministers wie het aangaat verstrekken aan Onze Minister de inlichtingen die hij nodig heeft voor de uitvoering van inkomensafhankelijke regelingen door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 39aVerwerking persoonsgegevens uitreizigers
Gewijzigd
Voor de toepassing van de artikelen 9a, 16, zevende lid, eerste volzin, aanhef en onderdeel c, 23, eerste lid, aanhef en onderdeel c en 24a, aanhef en onderdeel c, kan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1, onderscheidenlijk paragraaf 3.2, van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming verwerken die onderdeel zijn van een melding als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel q.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 40Verzuimen
Gewijzigd
1. Degene die op grond van verwijderd: deze wet en de daarop berustende bepalingen eindetoegevoegd: artikel 38, eerste, tweede of vierde lid einde gehouden is tot het verstrekken van gegevens of inlichtingen en deze niet, dan wel niet binnen de daartoe gestelde termijn, heeft verstrekt, begaat een verzuim ter zake waarvan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen hem een bestuurlijke boete van ten hoogste € verwijderd: 5 eindetoegevoegd: 6 einde.verwijderd: 514 eindetoegevoegd: 709 einde kan opleggen. 2. De bestuurlijke boeteverwijderd: , bedoeld in het eerste lid, einde kan door de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen verwijderd: ter zake van een verzuim ten aanzien van een verplichting als bedoeld in artikel 18, eerste lid, eindeslechts worden opgelegd indien de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagenverwijderd: : - a. einde een redelijkerwijs te vergen inspanning heeft verricht om verwijderd: de persoon eindetoegevoegd: degene eindedie niet heeft voldaan aan een verplichting als bedoeld in artikel verwijderd: 18 eindetoegevoegd: 38 einde, eerstetoegevoegd: , tweede of vierde eindelid, in de gelegenheid te stellen alsnog de gevraagde gegevens en inlichtingen binnen een redelijke termijn te verstrekken verwijderd: voordat die persoon is aangemaand als bedoeld in artikel 18, derde lid; eindeenverwijderd: - b. einde de gegevens of inlichtingen niet zijn verstrekt binnen de verwijderd: aanmaningstermijn, bedoeld in artikel 18, derde lid eindetoegevoegd: daartoe gestelde termijn einde. 3. verwijderd: Bij het opleggen van de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, is hoofdstuk VIIIA, afdeling 2, met uitzondering van de artikelen 67n en 67pa, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing. 4. Bij het opleggen van de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, vindt artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht geen toepassing. 5. eindeIn afwijking in zoverre van artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, vijf jaren nadat de overtreding is begaan.

Via Stb. 2025, 441

Artikel 41Vergrijpen
Gewijzigd
1. Degene die op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen gehouden is tot het verstrekken van gegevens of inlichtingen en aan wiens opzet of grove schuld het is te wijten dat geen gegevens of inlichtingen zijn verstrekt dan wel degene aan wiens opzet of grove schuld het is te wijten dat onjuiste of onvolledige gegevens of inlichtingen zijn verstrekt, begaat een vergrijp ter zake waarvan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen hem een bestuurlijke boete kan opleggen van ten hoogste 100 percent van het bedrag dat van de belanghebbende in verband daarmee is of zou zijn teruggevorderd.worden onder de gegevens of inlichtingen, bedoeld in het verwijderd: tweede eindetoegevoegd: eerste einde lid, mede verstaan de gegevens of inlichtingen die ten behoeve van deze beschikking aan de inspecteur zijn verstrekt dan wel hadden moeten worden verstrekt. 4. verwijderd: Bij het opleggen van de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, is hoofdstuk VIIIA, afdeling 2, met uitzondering van de artikelen 67n en 67pa, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen van overeenkomstige toepassing. 5. eindeIn afwijking van het eerste lid kan de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen ter zake van een vergrijp ten aanzien van een verplichting als bedoeld in artikel 38, eerste, tweede of vierde lid, een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste het bedrag van de vierde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. verwijderd: 6 eindetoegevoegd: 5 einde. In afwijking in zoverre van artikel 5:45 van de Algemene wet bestuursrecht vervalt de bevoegdheid tot het opleggen van de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, vijf jaren nadat de overtreding is begaan.

Via Stb. 2025, 441

Artikel 42Vrijwillige verbetering
Gewijzigd
1. Indien de verwijderd: belanghebbende, zijn partner of een medebewoner eindetoegevoegd: overtreder eindede verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen alsnog de juiste en volledige gegevens en inlichtingen verstrekt voordat hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of bekend zal worden, wordt aan hem niet de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel verwijderd: 40 of artikel einde41, opgelegd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de juiste en volledige gegevens en inlichtingen, bedoeld in het eerste lid, betrekking hebben op inkomen uit aanmerkelijk belang als bedoeld in artikel 4.12 van de Wet inkomstenbelasting 2001 of op inkomen uit sparen en beleggen als bedoeld in artikel 5.1 van die wet.

Via Stb. 2025, 441

Artikel 42aOpenbaarmaking vergrijpboete
Gewijzigd
verwijderd: 1. De Belastingdienst/Toeslagen maakt openbaar het besluit tot oplegging van een bestuurlijke boete die is opgelegd aan een overtreder als bedoeld in artikel 5:1, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vanwege een vergrijp als bedoeld in artikel 41 dat door de overtreder opzettelijk is begaan tijdens de door hem beroepsmatig of bedrijfsmatig verleende bijstand bij het aanvragen of wijzigen van een tegemoetkoming door een belanghebbende, binnen tien werkdagen na het laatste van de volgende momenten: - a. het moment van onherroepelijk worden van het besluit tot openbaarmaking; - b. het moment van onherroepelijk worden van het besluit tot oplegging van de bestuurlijke boete. 2. De Belastingdienst/Toeslagen stelt de overtreder, bedoeld in het eerste lid, in de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen voordat de Belastingdienst/Toeslagen besluit tot openbaarmaking. 3. De Belastingdienst/Toeslagen gaat niet over tot openbaarmaking als bedoeld in het eerste lid indien de overtreder, bedoeld in het eerste lid, daardoor onevenredig in zijn belang zou worden getroffen. 4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld voor de toepassing van het tweede en derde lid. 5. Indien de Belastingdienst/Toeslagen het besluit tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, openbaar maakt, maakt hij tevens de volgende gegevens op de website van de Belastingdienst openbaar, voor zover deze niet reeds blijken uit het besluit tot oplegging van de bestuurlijke boete: - a. de naam van de overtreder; - b. de wettelijke grondslag van de boete; - c. het bedrag van de boete; - d. de dagtekening van de boete; - e. het jaar waarin de beboetbare gedraging is begaan; - f. de naam van de plaats waar de overtreder het vergrijp, bedoeld in het eerste lid, heeft begaan. 6. Het besluit tot oplegging van de bestuurlijke boete, bedoeld in het eerste lid, blijft gedurende een periode van vijf jaren na openbaarmaking beschikbaar op de website van de Belastingdienst. 7. De gegevens, bedoeld in het vijfde lid, blijven gedurende een periode van vijf jaren na openbaarmaking beschikbaar op de website van de Belastingdienst. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2025, 441

Artikel 44aContactambtenaar
Gewijzigd
Ten dienste van de vervolging en berechting van de feiten waarvan de ambtenaren, bedoeld in artikel 44, zijn belast met de opsporing kan Onze Minister, in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid, ambtenaren van de verwijderd: Belastingdienst/ eindetoegevoegd: Dienst eindeToeslagen aanwijzen die het contact onderhouden met het openbaar ministerie.

Via Stb. 2023, 498

Artikel 47Hardheidsclausule
Gewijzigd
1. Onze Minister is bevoegd in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaat voor bepaalde gevallen of groepen van gevallen beleidsregels te geven om tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij de toepassing van deze wet, de daarop berustende bepalingen of een inkomensafhankelijke regeling mochten voordoen. 2. Onze Minister is bevoegd in overeenstemming met Onze Ministers die het aangaat bij ministeriële regeling voor groepen van gevallen tegemoet te komen aan onbillijkheden van overwegende aard, die zich bij de toepassing van artikel 7, derde of vierde lid, of bij de toepassing van artikel verwijderd: 2a eindetoegevoegd: 3 einde, eerste lid, van de Wet op de zorgtoeslag of artikel 1, vierde lid, van de Wet op het kindgebonden budget mochten voordoen. 3. Het ontwerp van een krachtens het tweede lid vast te stellen ministeriële regeling wordt aan beide Kamers der Staten-Generaal overgelegd. De ministeriële regeling wordt niet eerder vastgesteld dan twee weken na de overlegging van het ontwerp. Indien binnen die termijn door of namens een van de Kamers of door ten minste een vijfde van het grondwettelijk aantal leden van een van de Kamers de wens te kennen wordt gegeven dat het onderwerp van de ministeriële regeling bij wet wordt geregeld, wordt een daartoe strekkend voorstel van wet zo spoedig mogelijk ingediend en wordt de ministeriële regeling niet vastgesteld.

Via Stb. 2024, 291