Naar de inhoud
Terug naar versiegeschiedenis

Versie 2

Wet op het financieel toezicht

54 gewijzigd

Gewijzigde artikelen

Gewijzigd
financieel toegevoegd: directeur: de persoon bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 9 quinquies, van de richtlijn kapitaalvereisten; financieel eindeinstrument: een hierna genoemd instrument, met inbegrip van dergelijke instrumenten die worden uitgegeven door middel van distributed ledger-technologie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van Verordening (EU) 2022/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende een proefregeling voor marktinfrastructuren op basis van distributed ledger-technologie, en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 909/2014 en Richtlijn 2014/65/EU (PbEU 2022, L 151):hoger management: hoger management als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 25, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen; toegevoegd: hoofden van de internecontrolefuncties: de personen bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 9 quater, van de richtlijn kapitaalvereisten; eindehypothecair krediet:in aanmerking toegevoegd: komend bijkantoor: een bijkantoor als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, dat gekwalificeerd is als klasse 2-bijkantoor en voldoet aan alle voorwaarden bedoeld in artikel 48 ter, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten; in aanmerking eindekomende tegenpartij:intragroepsovereenkomsten en -posities: elke overeenkomst en de daaruit voortvloeiende financiële verhoudingen tussen een financiële onderneming in een richtlijngroep en hetzij een ander richtlijngroepslid hetzij een met een richtlijngroepslid in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur verbonden persoon; toegevoegd: klasse 1-bijkantoor: een bijkantoor als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, dat voldoet aan een of meer voorwaarden van artikel 48 bis, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten; klasse 2-bijkantoor: een bijkantoor als bedoeld in artikel 2:20, eerste lid, dat geen klasse 1-bijkantoor is; eindekrediet:- c. niet belegt in rechten van deelneming in een feeder-icbe; toegevoegd: medewerker met een sleutelfunctie: een natuurlijk persoon als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel 9 bis, van de richtlijn kapitaalvereisten; eindemoedermaatschappij: een rechtspersoon die een of meer dochtermaatschappijen heeft als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. De directie en de raad van commissarissen van de Nederlandsche Bank alsmede het bestuur en de raad van toezicht van de Autoriteit Financiële Markten bestaan uit personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat en die geschikt zijn voor de uitoefening van hun functies. 2. De raad van commissarissen onderscheidenlijk de raad van toezicht maakt een met redenen omklede beoordeling van de betrouwbaarheid en geschiktheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid. 3. Er is een profielschets toegevoegd: met objectieve en transparante criteria in het geval van directeuren als bedoeld in artikel 4 bis van de richtlijn kapitaalvereisten, eindevoor de directie en de raad van commissarissen van de Nederlandsche Bank. De profielschets wordt opgesteld door de raad van commissarissen, de directie gehoord, en behoeft de instemming van Onze Minister onderscheidenlijk de aandeelhouder.toegevoegd: De profielschets wordt langs elektronische weg openbaar gemaakt indien het directeuren als bedoeld in artikel 12a van de Bankwet 1998 betreft. einde 4. Er is een profielschets voor het bestuur en de raad van toezicht van de Autoriteit Financiële Markten. De profielschets wordt opgesteld door de raad van toezicht, het bestuur gehoord, en behoeft de instemming van Onze Minister.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
- c. de betrouwbaarheid, bedoeld in de artikelen 3:9verwijderd: en eindetoegevoegd: , 3:9b, einde 4:10toegevoegd: en 4:10a einde; - d. de geschiktheid, bedoeld in de artikelen 3:8verwijderd: en eindetoegevoegd: , 3:9b, einde 4:9toegevoegd: en 4:10a einde; - e. de beheerste en integere bedrijfsvoering, bedoeld in de artikelen 3:17, tweede lid, onderdelen a en b, en 4:14, tweede lid, onderdelen a en b; en - f. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Indien een bank een aanvraag als bedoeld in artikel 2:13a, eerste lid, onderdeel a, heeft ingediend bij de Nederlandsche Bank, verstrekt de Autoriteit Financiële Markten op verzoek van de Nederlandsche Bank en voor zover beschikbaar alle informatie die eerder door de bank aan de Autoriteit Financiële Markten is verstrekt in verband met een aanvraag verwijderd: voor eindetoegevoegd: van einde een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, alsmede een afschrift van de op basis van die informatie aan de bank verleende vergunning. 2. De Autoriteit Financiële Markten verstrekt de informatie, bedoeld in het eerste lid, binnen vier weken nadat de Nederlandsche Bank de Autoriteit Financiële Markten in kennis heeft gesteld van de ontvangst van een aanvraag als bedoeld in artikel 2:13a, eerste lid.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. De toezichthouder werkt samen met een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat of een afwikkelingsautoriteit als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen, indien dat voor het vervullen van zijn taken op grond van deze wet of voor de taakuitoefening van die instantie of autoriteit nodig is. 2. De toezichthouder neemt bij de uitoefening van zijn taak de gevolgen in overweging die zijn besluiten, met name in noodsituaties, kunnen hebben voor de stabiliteit van het financiële stelsel van alle andere betrokken lidstaten, uitgaande van de op het desbetreffende tijdstip beschikbare informatie. 3. De toezichthouder verstrekt op verzoek van een toezichthoudende instantie of afwikkelingsautoriteit als bedoeld in het eerste lid toegevoegd: of op eigen initiatief eindealle gegevens en inlichtingen die voor de taakuitoefening van die toezichthoudende instantie of afwikkelingsautoriteit nodig zijn.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Met het verlenen van bijstand aan toezichthoudende instanties van andere lidstaten toegevoegd: of aan Europese autoriteiten eindezijn, in de gevallen waarin een verordening als bedoeld in artikel 1:24, derde lid, of 1:25, derde lid, tot grensoverschrijdende samenwerking tussen bevoegde autoriteiten verplicht, belast de op grond van artikel 1:72 aangewezen personen. 2. De artikelen 5:12 tot en met 5:17 en 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
toegevoegd: 1. eindeDe Nederlandsche Bank stelt de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat in de gelegenheid advies uit te brengen alvorens een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95 wordt verleend, indien de aanvrager: - a. een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of betaalinstelling is waaraan in een andere lidstaat een vergunning is verleend; - b. de moedermaatschappij is van een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of betaalinstelling als bedoeld onder a; of - c. een persoon is die anderszins zeggenschap heeft over een beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, bank, levensverzekeraar, schadeverzekeraar of betaalinstelling als bedoeld onder a.toegevoegd: 2. De Nederlandsche Bank stelt de toezichthoudende instantie van een lidstaat in de gelegenheid advies uit te brengen alvorens een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96a of 3:96c te verlenen indien daarbij is betrokken: - a. een bank, beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar waaraan in de desbetreffende lidstaat een vergunning is verleend; - b. de moedermaatschappij van een bank, beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld onder a; of - c. een rechtspersoon die anderszins zeggenschap heeft over een bank, beheerder van een beleggingsinstelling, beheerder van een icbe, beleggingsonderneming, herverzekeraar, levensverzekeraar of schadeverzekeraar als bedoeld onder a. einde

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. De toezichthouder kan verwijderd: aan eindetoegevoegd: met einde een toezichthoudende instantie of een bij afwikkeling betrokken autoriteit van een staat die geen lidstaat is, vertrouwelijke gegevens of inlichtingen verwijderd: verstrekken eindetoegevoegd: uitwisselen einde, voor zover de uitwisseling voor de toegevoegd: vervulling van zijn taak op grond van deze wet of de eindetaakuitoefening van die instantie of autoriteit nodig is. Artikel 1:90, eerste tot en met derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
Bij overtreding van van het gestelde in de artikelen 2:11, eerste lid, 3:5, eerste lid, 3:95, eerste lid, toegevoegd: 3:96a, eerste lid, 3:96b, eerste lid, 3:96c, eerste lid, 3:96d, eerste lid, eindeof 3:103, eerste lidtoegevoegd: of 3:280a einde, kan de toezichthouder of de Europese Centrale Bank, indien deze bevoegd is toezicht uit te oefenen op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht besluiten tot schorsing van de uitoefening van de stemrechten die verbonden zijn aan de deelneming in de banktoegevoegd: , beleggingsonderneming, financiële holding eindeof verwijderd: beleggingsonderneming eindetoegevoegd: gemengde financiële holding eindedoor aandeelhouders of vennoten die voor de overtreding verantwoordelijk zijn. Het besluit tot oplegging regelt de duur van de schorsing.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. De Nederlandsche Bank zendt toegevoegd: een schriftelijke ontvangstbevestiging aan de aanvrager: - a. eindebinnen twee werkdagen na ontvangst van de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar en van alle gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 3:95, tweede lid, toegevoegd: met uitzondering van een verklaring van geen bezwaar voor een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, onderdeel b; of - b. binnen tien werkdagen na ontvangst van: - 1°. de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar eindeen toegevoegd: van alle gegevens en bescheiden voor een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in eindeartikel 3:verwijderd: 96 eindetoegevoegd: 95 einde, verwijderd: tweede eindetoegevoegd: eerste einde lid, toegevoegd: onderdeel b; - 2°. de aanvraag van eindeeen verwijderd: schriftelijke ontvangstbevestiging aan eindetoegevoegd: verklaring van geen bezwaar en van alle gegevens en bescheiden als bedoeld in eindede verwijderd: aanvrager eindetoegevoegd: artikelen 3:96a, eerste lid, of 3:96c, eerste lid; - 3° einde.toegevoegd: de kennisgevingen als bedoeld in de artikelen 3:96b, eerste lid, of 3:96d, eerste lid. einde 2. Op de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar voor een gekwalificeerde deelneming in een bank, niet zijnde de houder van een vergunning als bedoeld in artikel 3:4, stelt de Nederlandsche Bank binnen vijfenveertig werkdagen na de ontvangstbevestiging als bedoeld in het eerste lid, een ontwerpbesluit als bedoeld in artikel 15 van de verordening bankentoezicht op. 3. Op alle andere aanvragen van een verklaring van geen bezwaar beslist de Nederlandsche Bank binnen zestig werkdagen na de ontvangstbevestiging als bedoeld in het eerste lid, onverminderd artikel 1:106c. De Nederlandsche Bank informeert de aanvrager over de datum waarop zij uiterlijk beslist. 4. Indien het een aanvraag betreft als bedoeld in artikel 1:62 voor een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in verwijderd: artikel eindetoegevoegd: de artikelen einde3:95, toegevoegd: 3:96a of 3:96c, eindevermeldt de Nederlandsche Bank in haar besluit of ontwerpbesluit het advies van de toezichthoudende instantie van de desbetreffende lidstaat.toegevoegd: 5. Indien een aanvraag voor zowel een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in enerzijds artikel 3:95, eerste lid, onderdeel b, en anderzijds artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel a, of 3:96c, eerste lid, onderdeel a, wordt ingediend, verstrijkt in afwijking van het tweede en derde lid de termijn voor beslissing van de Europese Centrale Bank of de Nederlandsche Bank pas wanneer de laatste van de twee beslistermijnen verstrijkt. 6. Indien een aanvraag voor zowel een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel b of c, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel b of c, wordt ingediend, evenals een aanvraag van een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 of een aanvraag voor een goedkeuring als bedoeld in artikel 3:280a, neemt de Nederlandsche Bank de aanvraag van een verklaring van geen bezwaar voor de voorgenomen fusie of splitsing als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel b of c, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel b of c, niet in behandeling. einde

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. De Nederlandsche Bank kan de aanvrager binnen vijftig werkdagen na de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 1:106b, eerste lid, schriftelijk om aanvullende informatie verzoeken indien dit voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is. Het verzoek vermeldt welke aanvullende informatie dient te worden verstrekt. 2. De Nederlandsche Bank zendt binnen twee werkdagen na ontvangst van de aanvullende informatie als bedoeld in het eerste lid een schriftelijke ontvangstbevestiging aan de aanvrager.toegevoegd: Indien het aanvullende informatie in het kader van een procedure als bedoeld in artikel 1:106b, eerste lid, onderdeel b, betreft, zendt de Nederlandsche Bank in afwijking van de eerste zin binnen tien werkdagen een ontvangstbevestiging. einde 3. Indien de aanvraag van een goedkeuring als bedoeld in artikel 3:280b toegevoegd: of van een ontheffing als bedoeld in 3:280c eindetegelijkertijd verwijderd: plaatsvindt eindetoegevoegd: wordt ingediend eindemet een aanvraag van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, onderdeel b, verwijderd: kan de Nederlandsche Bank de beslistermijn bedoeld in artikel 1:106b, tweede en derde lid, opschorten eindetoegevoegd: of 3:96c, eerste lid, onderdeel a, houdt de Nederlandsche Bank de beslissing aan eindetotdat een besluit op de aanvraag omtrent goedkeuring verwijderd: als bedoeld in artikel 3:280b eindetoegevoegd: of ontheffing eindeis genomen. 4. Indien de Nederlandsche Bank heeft verzocht om aanvullende informatie als bedoeld in het eerste lid kan zij de beslistermijn, bedoeld in artikel 1:106b, tweede en derde lid, eenmalig met ten hoogste twintig werkdagen opschorten. 5. In afwijking van het verwijderd: derde eindetoegevoegd: vierde einde lid kan de Nederlandsche Bank de beslistermijn met ten hoogste dertig werkdagen opschorten indien: - a. de aanvragertoegevoegd: , de onderneming waarin een deelneming als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel a, of 3:96c, eerste lid, onderdeel a, verworven wordt, of een van de betrokken ondernemingen bij een fusie of splitsing als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdelen b of c, of artikel 3:96c, eerste lid, onderdelen b of c, eindezijn zetel heeft of onder toezicht staat in een staat die geen lidstaat is;verwijderd: of einde - b. de aanvrager geen beleggingsonderneming, herverzekeraar, beheerder van een icbe, bank, levensverzekeraar, premiepensioeninstelling, schadeverzekeraar of entiteit voor risico-acceptatie met zetel in Nederland of een andere lidstaat istoegevoegd: ; of - c einde.toegevoegd: een uitwisseling van informatie met de toezichthoudende autoriteiten, bedoeld in artikel 1d, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme, noodzakelijk is. einde 6. Indien de Nederlandsche Bank heeft verzocht om aanvullende informatie als bedoeld in het eerste lid, informeert zij de aanvrager over de datum waarop zij of de Europese Centrale Bank uiterlijk beslist.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
toegevoegd: 1. eindeIndien de Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank de aanvraag niet binnen de beslistermijn, bedoeld in artikel 1:106b of 1:106c, heeft afgewezen, wordt de verklaring van geen bezwaar geacht te zijn verleend. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing op aanvragen die door de Nederlandsche Bank niet binnen de beslistermijn zijn afgewezen.toegevoegd: 2. Het eerste lid is niet van toepassing op een aanvraag voor een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdelen b of c, of 3:96c, eerste lid, onderdelen b of c, tenzij de handeling uitsluitend plaatsvindt tussen ondernemingen als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, aanhef, onderscheidenlijk, 3:96c, eerste lid, aanhef, uit dezelfde groep. 3. De betrokken onderneming die een mededeling als bedoeld in het derde lid ontvangt, deelt het besluit mede aan de instanties die belast zijn met het toezicht op de fusie of splitsing als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdelen b of c, of 3:96c, eerste lid, onderdelen b of c, uit hoofde van het vennootschapsrecht. einde

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
De Nederlandsche Bank kan een termijn stellen waarbinnen de verwerving of vergroting van de gekwalificeerde deelneming, bedoeld in artikel 3:95, of de handeling, bedoeld in verwijderd: artikel eindetoegevoegd: de artikelen einde3:verwijderd: 96 eindetoegevoegd: 96a en 3:96c einde, dient te zijn voltooid. Deze termijn kan door de Nederlandsche Bank worden verlengd.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
- b. marktexploitanten waaraan een vergunning of een ontheffing ingevolge deze wet is verleend en welke activiteiten de ingeschreven marktexploitanten mogen verrichten;verwijderd: en einde - c. aanbieders van diensten die krachtens artikel 1:5a, derde lid, verplicht zijn tot het doen van een kennisgeving aan de Nederlandsche Banktoegevoegd: ; - d einde.toegevoegd: financiële holdings en gemengde financiële holdings met een goedkeuring als bedoeld in artikel 3:280a of een vrijstelling als bedoeld in artikel 3:280c; en einde toegevoegd: - e. de classificering van klasse 1-bijkantoren en klasse 2-bijkantoren, en de classificering van die klasse 2-bijkantoren als een in aanmerking komend bijkantoor. einde 3. Onverminderd het eerste lid draagt de toezichthouder onverwijld zorg voor de inschrijving van:

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Indien een bank als bedoeld in de definitie van kredietinstelling in artikel 4, eerste lid, onderdeel 1, onder b, van de verordening kapitaalvereisten met zetel in Nederland reeds beschikt over een vergunning als bedoeld in artikel 2:96, is artikel 2:11, eerste lid, niet van toepassing, indien: - a. de bank uiterlijk op de dag, bedoeld in artikel 8 bis, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, een aanvraag verwijderd: voor eindetoegevoegd: van einde een vergunning als bedoeld in artikel 2:12, eerste lid, heeft ingediendtoegevoegd: , al dan niet gelijktijdig met een verzoek tot ontheffing als bedoeld in artikel 8 bis, derde lid bis, van de richtlijn kapitaalvereisten einde; en - b. de Europese Centrale Bank nog geen besluit op de aanvraag, bedoeld in onderdeel a, heeft genomen. 2. toegevoegd: De Nederlandsche Bank kan, na een gelijktijdig bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, ingediend verzoek, een ontwerpbesluit voor ontheffing opstellen van het beschikken over een vergunning als bedoeld in artikel 2:12, eerste lid, indien de bank voldoet aan de criteria van artikel 8 bis, derde lid bis, van de richtlijn kapitaalvereisten. 3. eindeBij het opstellen van een ontwerpbesluit als bedoeld in artikel 14 van de verordening bankentoezicht ten aanzien van een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, houdt de Nederlandsche Bank rekening met de informatie, bedoeld in artikel 1:48a, eerste lid. verwijderd: 3 eindetoegevoegd: 4 einde. Indien de Autoriteit Financiële Markten van oordeel is dat de aanvrager van een vergunning als bedoeld in artikel 2:96 voldoet aan het bepaalde in artikel 4, eerste lid, onderdeel 1, onder b, van de verordening kapitaalvereisten, informeert zij de Nederlandsche Bank en de aanvrager van de vergunning. verwijderd: 4 eindetoegevoegd: 5 einde. Indien de Nederlandsche Bank naar aanleiding van een kennisgeving als bedoeld in het derde lid van oordeel is dat een aanvraag verwijderd: voor eindetoegevoegd: van einde een vergunning als bedoeld in artikel 2:12 van de Wet op het financieel toezicht noodzakelijk is, informeert zij de Autoriteit Financiële Markten en de aanvrager van de vergunning, bedoeld in het derde lid.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Een financiële instelling met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende verklaring heeft voor het uitoefenen van haar bedrijf die overeenkomt met de verklaring van ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 3:110 en die voornemens is haar bedrijf uit te oefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor, kan daartoe overgaan twee maanden na de datum waarop de Nederlandsche Bank de mededeling, bedoeld in artikel 2:24, eerste lid, heeft ontvangen of onmiddellijk na ontvangst van de mededeling, bedoeld in artikel 2:24, tweede lid. 2. Het is de financiële instelling toegestaan de werkzaamheden, bedoeld onder 2 tot en met 12 en 15 toegevoegd: tot en met 17 eindein bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten, te verrichten, tenzij in de aan haar verleende verklaring, bedoeld in het eerste lid, uitdrukkelijk anders is bepaald of de mededeling, bedoeld in artikel 2:24, eerste lid, het verrichten van die werkzaamheden niet vermeldt.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
Het is een financiële instelling met zetel in een andere lidstaat die een door de toezichthoudende instantie van die lidstaat verleende verklaring heeft voor het uitoefenen van haar bedrijf die overeenkomt met de verklaring van ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 3:110, en die haar bedrijf uitoefent door middel van het verrichten van diensten naar Nederland, toegestaan de werkzaamheden bedoeld onder 2 tot en met 12 en 15 toegevoegd: tot en met 17 eindein bijlage I bij de richtlijn kapitaalvereisten te verrichten, tenzij in de in die lidstaat verleende verklaring, die overeenkomt met de verklaring van ondertoezichtstelling, bedoeld in artikel 3:110, uitdrukkelijk anders is bepaald dan wel zij van de werkzaamheden die zij voornemens is door middel van het verrichten van diensten naar Nederland uit te oefenen geen kennis heeft gegeven aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar zij haar zetel heeft.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Het dagelijks beleid van een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling met zetel in Nederland wordt bepaald door personen die geschikt zijn in verband met de uitoefening van het bedrijf van de financiële onderneming. Indien binnen de financiële onderneming een orgaan is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, wordt dit toezicht gehouden door personen die geschikt zijn voor de uitoefening van dit toezicht. De in dit lid bedoelde geschiktheidseis is van overeenkomstige toepassing op personen werkzaam onder verantwoordelijkheid van een verwijderd: bank, eindekredietunie of verzekeraar met zetel in Nederland, die een leidinggevende functie vervullen direct onder het echelon van de beleidsbepalers en verantwoordelijk zijn voor natuurlijke personen wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk kunnen beïnvloeden. 2. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot een door personen als bedoeld in het eerste lid in het kader van de geschiktheid af te leggen eed of belofte . 3. De samenstelling en het functioneren van het bestuur en, voor zover aanwezig, van het orgaan dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van een bank, voldoet aan het bepaalde ingevolge artikel 91 van de richtlijn kapitaalvereisten, met dien verstande dat: - a. het bepaalde in het derde lid, tweede volzin, en het vierde tot en met zesde lid van dat artikel toepassing vindt indien een bank significant is; - b. de artikelen 132a, 142a, 242a en 252a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing zijn op significante banken als bedoeld in onderdeel a;verwijderd: en einde - c. voor de toepassing van het bepaalde in het derde lid van artikel 91 van de richtlijn als uitvoerende bestuursfunctie worden aangemerkt de functies van bestuurder en van uitvoerende bestuurder, indien de bestuurstaken bij een rechtspersoon zijn verdeeld over uitvoerende bestuurders en niet uitvoerende bestuurders, en als niet-uitvoerende bestuursfunctie worden aangemerkt de functies van commissaris en van niet uitvoerende bestuurder, indien de bestuurstaken bij een rechtspersoon zijn verdeeld over uitvoerende bestuurders en niet uitvoerende bestuurderstoegevoegd: ; en - d einde.toegevoegd: de in het eerste lid genoemde geschiktheidseis niet van toepassing is op tijdelijk bewindvoerders aangesteld op grond van artikel 1:76a, en bijzondere bestuurders aangesteld op grond van artikel 3A:49. einde 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wanneer een bank, gezien haar omvang, interne organisatie en aard, schaal en complexiteit van werkzaamheden, significant is en kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de geschiktheid van de personen, bedoeld in het eerste lid, alsmede de samenstelling en het functioneren van het bestuur en van het orgaan belast met toezicht, bedoeld in het derde lid, aanhef.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Het beleid van een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar of wisselinstelling met zetel in Nederland wordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen de financiële onderneming een orgaan is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming, wordt dit toezicht gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. De in dit lid bedoelde betrouwbaarheidseis is van overeenkomstige toepassing op personen werkzaam onder verantwoordelijkheid van een verwijderd: bank, eindekredietunie of verzekeraar met zetel in Nederland, die een leidinggevende functie vervullen direct onder het echelon van de beleidsbepalers en verantwoordelijk zijn voor natuurlijke personen wier werkzaamheden het risicoprofiel van de onderneming wezenlijk kunnen beïnvloeden. 2. De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van deze wet is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid buiten twijfel staat en welke feiten en omstandigheden daarbij in aanmerking worden genomen alsmede met betrekking tot de misdrijven die, indien begaan door die persoon, met het oog op de belangen die de wet beoogt te beschermen, tot de vaststelling leiden dat de betrouwbaarheid van die persoon niet buiten twijfel staat.toegevoegd: Bij het vaststellen of de betrouwbaarheid van een persoon, die het beleid van een bank bepaalt of mede bepaalt, buiten twijfel staat, wordt voldaan aan de eisen bedoeld in artikel 91 van de richtlijn kapitaalvereisten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op tijdelijk bewindvoerders aangesteld op grond van artikel 1:76a, en bijzondere bestuurders aangesteld op grond van artikel 3A:49. einde

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Een afwikkelonderneming, betaalinstelling, clearinginstelling, elektronischgeldinstelling, entiteit voor risico-acceptatie, financiële instelling, bank, kredietunie, premiepensioeninstelling, verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, of wisselinstelling met zetel in Nederland geeft kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:3.0d, eerste lid, 2:3b, 2:5, tweede lid, artikel 2:10b, derde lid, 2:12, vierde lid, 2:13, tweede lid, 2:26b, derde lid, 2:31, derde lid, 2:32, tweede lid, 2:33, tweede lid, 2:49, tweede lid, 2:54b, derde lid, 2:54h, eerste en tweede lid, 2:54j, tweede lid, 2:54p, tweede lid, 2:toegevoegd: 106.0a, tweede lid, 2: einde107, tweede lid, 2:108, derde lid, 2:111, tweede lid, 2:112, tweede lid, 2:115, tweede lid, 2:117, derde lid, 2:118, tweede lid, 2:120, tweede lid, 2:121, tweede lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank. 2. Een afwikkelonderneming, clearinginstelling, entiteit voor risico-acceptatie, financiële instelling, bank of verzekeraar, niet zijnde een verzekeraar met beperkte risico-omvang, met zetel in Nederland geeft, onverminderd het eerste lid, kennis van wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 2:106.0a, tweede lid, 2:108, verwijderd: tweede eindetoegevoegd: derde einde lid, 2:112, tweede lid, of 2:115, tweede lid, verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de toezichthoudende instantie van de lidstaat waar de financiële onderneming haar bedrijf uitoefent vanuit een bijkantoor. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt, onder vermelding van de te volgen procedures, bepaald van welke wijzigingen kennis wordt gegeven, welke gegevens daarbij worden verstrekt en, indien van toepassing, onder welke voorwaarden de wijzigingen ten uitvoer mogen worden gelegd. 4. De uiteindelijk belanghebbende van een wisselinstelling met zetel in Nederland verschaft die wisselinstelling alle informatie die noodzakelijk is om te voldoende aan dit artikel.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
3. toegevoegd: Het tweede lid is niet van toepassing indien toepassing van het verbod uit het tweede lid leidt tot wanbetaling of een aanleiding vormt om een faillissementsprocedure te starten. 4. eindeOnder het doen van uitkeringen als bedoeld in het eerste en tweede lid worden mede verstaan de gevallen, bedoeld in artikel 141, tiende lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
3. toegevoegd: Het tweede lid is niet van toepassing indien toepassing van het verbod uit het tweede lid leidt tot wanbetaling of een aanleiding vormt om een faillissementsprocedure te starten. 4. eindeEen bank of beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid beschikt over voldoende kapitaal als bedoeld in artikel 25 van de verordening kapitaalvereisten, dat naar aard, omvang en samenstelling noodzakelijk is om zowel te voldoen aan de hefboomratiobuffer als aan de hefboomratio, bedoeld in artikel 92, eerste lid, onderdeel d, van de verordening kapitaalvereisten, en aan een hogere solvabiliteit of liquiditeit opgelegd op grond van artikel 3:111a, tweede lid, onderdeel a, om het risico van buitensporige hefboomwerking te ondervangen als dat niet voldoende gedekt wordt door de hefboomratio. verwijderd: 4 eindetoegevoegd: 5 einde. Indien een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid niet voldoet dan wel voorziet of redelijkerwijs kan voorzien dat zij niet zal voldoen aan de hefboomratiobuffer, geeft zij hiervan onverwijld kennis aan de Nederlandsche Bank. verwijderd: 5 eindetoegevoegd: 6 einde. Indien een bank of beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid niet voldoet aan de hefboomratiobuffer, dient zij binnen vijf werkdagen na de kennisgeving een kapitaalconserveringsplan in bij de Nederlandsche Bank waarin zij aangeeft welke maatregelen zij voornemens is te treffen om aan het derde lid te voldoen, met dien verstande dat de Nederlandsche Bank de termijn kan verlengen tot tien dagen, indien zij dit met het oog op de schaal en de complexiteit van de werkzaamheden van de onderneming passend acht. verwijderd: 6 eindetoegevoegd: 7 einde. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de kennisgeving en het kapitaalconserveringsplan, bedoeld in het verwijderd: vierde eindetoegevoegd: vijfde einde, onderscheidenlijk verwijderd: vijfde eindetoegevoegd: zesde einde lid. verwijderd: 7 eindetoegevoegd: 8 einde. Indien het naar het oordeel van de Nederlandsche Bank aannemelijk is dat de maatregelen in het kapitaalconserveringsplan de betrokken onderneming tijdig in staat stellen te voldoen aan het derde lid, keurt zij het plan goed. Indien de Nederlandsche Bank haar goedkeuring aan het plan onthoudt, legt zij de onderneming een verplichting op, inhoudende: - a. dat de onderneming uiterlijk op een voorgeschreven datum beschikt over een toetsingsvermogen van een voorgeschreven omvang; of - b. dat de onderneming een door de Nederlandsche Bank te bepalen gedragslijn volgt ten aanzien van het doen van uitkeringen voor zover die zouden leiden tot een aantasting van het kapitaal, bedoeld in artikel 25 van de verordening kapitaalvereisten, het toekennen of uitkeren van variabele beloningen of aanspraken daarop dan wel het doen van betalingen op kapitaalinstrumenten als bedoeld in artikel 52 van de verordening kapitaalvereisten. verwijderd: 8 eindetoegevoegd: 9 einde. Onder uitkeringen als bedoeld in het eerste, tweede, of zevende lid, onderdeel b, worden mede begrepen de gevallen, bedoeld in artikel 141, tiende lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. De Nederlandsche Bank kan verwijderd: de volgende financiële ondernemingen met een eindetoegevoegd: een bank of beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten met eindezetel in Nederlandtoegevoegd: : - a. eindeopdragen toegevoegd: frequenter dan is voorgeschreven in eindede verwijderd: volgende informatie met een hogere frequentie dan eens per jaar te publiceren en voorschrijven op welke wijze deze publicatie plaatsvindt: eindetoegevoegd: artikelen 433 tot en met 433 van de verordening kapitaalvereisten de in deel 8 van die verordening bedoelde informatie te publiceren; einde - verwijderd: a eindetoegevoegd: b einde. toegevoegd: termijnen stellen waarbinnen eindeeen bank of beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereistenverwijderd: , met betrekking tot eindetoegevoegd: openbaarmakingsinformatie bij eindede verwijderd: informatie eindetoegevoegd: Europese Bankautoriteit einde, toegevoegd: als eindebedoeld in verwijderd: deel 8 eindetoegevoegd: artikel 1 einde van toegevoegd: verordening (EU) nr. 1093/2010, moet indienen met het oog op publicatie ervan op eindede verwijderd: verordening kapitaalvereisten eindetoegevoegd: EBA-website voor gecentraliseerde openbaarmakingen einde; - verwijderd: b eindetoegevoegd: c einde. toegevoegd: opdragen gebruik te maken van andere specifieke media en locaties dan de EBA-website voor gecentraliseerde openbaarmakingen voor publicaties of de financiële overzichten. 2. De Nederlandsche Bank kan de volgende beleggingsondernemingen met zetel in Nederland opdragen de volgende informatie met eindeeen toegevoegd: hogere frequentie dan eens per jaar te publiceren en voorschrijven op welke wijze deze publicatie plaatsvindt: - a. een eindebeleggingsonderneming in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, niet zijnde een kleine en niet-verweven beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, met betrekking tot de informatie, bedoeld in artikel 46, eerste lid, van die verordening; of - verwijderd: c eindetoegevoegd: b einde. een beleggingsonderneming als bedoeld in artikel 46, tweede lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, met betrekking tot de informatie, bedoeld in artikel 46, tweede lid, van die verordening. verwijderd: 2 eindetoegevoegd: 3 einde. De Nederlandsche Bank kan een moederonderneming met zetel in Nederland, die aan het hoofd staat van een groep waartoe een bank of een beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid behoort, opdragen om, overeenkomstig het bepaalde in artikel 106, tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, of, in het geval van een moederonderneming van een beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, overeenkomstig het bepaalde in artikel 26, eerste lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen en artikel 10 van de richtlijn markten financiële instrumenten 2014, een beschrijving te publiceren van de juridische structuur en de governance- en organisatiestructuur van de groep. verwijderd: 3 eindetoegevoegd: 4 einde. toegevoegd: Het eerste lid, onderdeel b, is niet van toepassing op kleine en niet-complexe banken, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 145, van de verordening kapitaalvereisten. 5. eindeBij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen ter uitvoering van de richtlijn kapitaalvereisten en de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen nadere regels worden gesteld betreffende verplichtingen voor banken of voor beleggingsondernemingen als bedoeld in het eerste lid tot het publiceren van informatie, alsmede met betrekking tot het eerste en tweede lid.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
verwijderd: 1. Het is een bank met zetel in Nederland verboden, anders dan na verkregen verklaring van geen bezwaar van de Nederlandsche Bank: - a. een gekwalificeerde deelneming te verwerven of te vergroten in een bank, beleggingsonderneming of verzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is of in een financiële instelling waaraan geen verklaring van ondertoezichtstelling is verleend als bedoeld in artikel 3:110, indien het balanstotaal van die bank, beleggingsonderneming, verzekeraar of financiële instelling ten tijde van de verwerving onderscheidenlijk de vergroting, meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde balanstotaal van de bank, bedoeld in de aanhef; - b. een gekwalificeerde deelneming in een onderneming, niet zijnde een bank, beleggingsonderneming, financiële instelling of verzekeraar met zetel in Nederland of in een andere lidstaat of in een staat die geen lidstaat is, te verwerven of te vergroten, indien het bedrag dat wordt betaald voor die verwerving, onderscheidenlijk die vergroting, tezamen met de bedragen die voor eerdere verwerving en vergroting van een deelneming in die onderneming zijn betaald, meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde aanwezige eigen vermogen van de bank, bedoeld in de aanhef; - c. de activa en passiva van een andere onderneming of instelling geheel of voor een belangrijk deel al dan niet middellijk over te nemen indien het totaalbedrag van de over te nemen activa of van de over te nemen passiva meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde balanstotaal van de bank, bedoeld in de aanhef; - d. een fusie aan te gaan met een andere onderneming of instelling indien het balanstotaal van de onderneming of instelling waarmee de fusie wordt aangegaan meer bedraagt dan een procent van het geconsolideerde balanstotaal van de bank, bedoeld in de aanhef; - e. over te gaan tot financiële of vennootschappelijke reorganisatie; - f. een beherend vennoot tot de bank te doen toetreden. 2. De aanvrager van een verklaring van geen bezwaar dient de aanvraag in bij de Nederlandsche Bank onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op gekwalificeerde deelnemingen in vennootschappen wier activa op het moment van verwerving van de gekwalificeerde deelneming door de bank voor meer dan negentig procent uit liquide middelen bestaan. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke middelen tot de liquide middelen mogen worden gerekend. 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste lid, onderdeel b. 5. Onder gekwalificeerde deelneming als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, worden niet begrepen de stemrechten op aandelen die een bank kan uitoefenen op grond van een verkregen pandrecht op de aandelen en de stemrechten op aandelen die bewaarnemers van aandelen niet naar eigen goeddunken kunnen uitbrengen. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
verwijderd: 1. eindeArtikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, is niet van toepassing verwijderd: op handelingen waarvoor ingevolge artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel b, of 3:96, eerste lid, een verklaring van geen bezwaar is verleend. 2. Tevens is artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, niet van toepassing op handelingen waarvoor ingevolge artikel 3:96, eerste lid, onderdeel a of b, geen verklaring van geen bezwaar is vereist. 3. Artikel 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel d, is niet van toepassing eindeindien ingevolge artikel 5:32d, tweede lid, een verklaring van geen bezwaar is verleend voor een gekwalificeerde deelneming in een marktexploitant die tevens een multilaterale handelsfaciliteit exploiteert.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
- e. er goede redenen zijn om te vermoeden dat in verband met de voorgenomen verwerving of vergroting geld wordt of werd witgewassen of terrorisme wordt of werd gefinancierd of dat gepoogd wordt of werd geld wit te wassen of terrorisme te financieren in de zin van de Wet voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme of dat de voorgenomen verwerving of vergroting het risico daarop zou kunnen vergroten;toegevoegd: - f. de aanvrager van een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, onderdeel b, gezeteld is in een staat die geen lidstaat en die is aangemerkt als staat met een hoog risico dat strategische tekortkomingen vertoont in zijn regelgeving met betrekking tot witwassen eindeoftoegevoegd: terrorismefinanciering, of in een land dat onderworpen is aan beperkende maatregelen van de Europese Unie, en dit afbreuk doet aan de capaciteit van de kandidaat-verwerver om de vereiste praktijken en processen toe te passen om te voldoen aan de voorschriften van de Wet voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; of einde - verwijderd: f eindetoegevoegd: g einde. onvolledige of onjuiste informatie is verstrekt door de aanvrager. 2. De Nederlandsche Bank stelt een ontwerpbesluit op als bedoeld in artikel 3:95, derde lid, dat in ieder geval strekt tot afwijzing van de aanvraag indien zich een geval voordoet als bedoeld in het eerste lid. 3. Met betrekking tot de betrouwbaarheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, zijn het tweede en derde lid van artikel 3:99 van overeenkomstige toepassing. 4. Indien op grond van artikel 3:102, tweede lid, een verklaring van geen bezwaar wordt aangevraagd voor alle groepsmaatschappijen, gelden de vereisten van het eerste lid, onderdelen b en c, behalve voor de aanvrager tevens voor alle groepsmaatschappijen die een gekwalificeerde deelneming in de financiële onderneming houden, verwerven of zodanig vergroten dat een bovengrens als bedoeld in artikel 3:102, eerste lid, wordt bereikt of overschreden, dan wel enige zeggenschap verbonden aan de gekwalificeerde deelneming uitoefenen in de financiële onderneming.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
De Nederlandsche Bank verleent een verklaring van geen bezwaar voor een handeling als bedoeld in verwijderd: artikel einde3:verwijderd: 96, eerste lid, of 3: einde97, tenzij: - a. de handeling in strijd zou kunnen komen of zou zijn met hetgeen voor de betrokken verwijderd: bank eindeof verzekeraar ingevolge artikel 3:57, eerste en tweede lid, is bepaald met betrekking tot de solvabiliteit; - b. de handeling anderszins in strijd zou kunnen komen of zou zijn met een gezonde en prudente bedrijfsuitoefening; of - c. de handeling zou kunnen leiden of zou leiden tot een ongewenste ontwikkeling van de financiële sector.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend kan op aanvraag de aanvrager tevens toestemming worden verleend tot het vergroten van zijn gekwalificeerde deelneming, waarbij als bovengrens 20, 33, 50 of 100 procent kan gelden. Voor de vergroting van een gekwalificeerde deelneming in een entiteit voor risico-acceptatie is geen toestemming vereist. Voor een betaalinstelling kan een bovengrens gelden van 20, 30, 50 of 100 procent. 2. Indien een verklaring van geen bezwaar wordt verleend voor een gekwalificeerde deelneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, kan, op aanvraag, worden bepaald dat die verklaring van geen bezwaar geldt voor alle groepsmaatschappijen gezamenlijk.verwijderd: 3. Indien een verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:96, eerste lid, wordt verleend, kan deze betrekking hebben op door de aanvrager: - a. via een dochtermaatschappij verworven en nog te verwerven middellijke deelnemingen; of - b. verworven dan wel nog te verwerven middellijke deelnemingen, niet zijnde deelnemingen als bedoeld in onderdeel a, voorzover deze deelnemingen buiten de invloedssfeer van de aanvrager zijn verworven dan wel worden verworven. einde

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
5. De artikelen 1:62toegevoegd: , eerste lid eindeen artikel 1:106 tot en met 1:106e zijn van overeenkomstige toepassing op een besluit als bedoeld in het derde lid, waarbij:

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Onverminderd de artikelen 1:102, tweede lid, en 1:106a, kan de Nederlandsche Bank aan een door haar verleende verklaring van geen bezwaar als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, 3:verwijderd: 96 eindetoegevoegd: 96a einde, eerste lid, toegevoegd: 3:96c, eerste lid, eindeof 3:97, dan wel een besluit tot instemming als bedoeld in artikel 3:103a, derde lid, beperkingen stellen dan wel voorschriften verbinden met het oog op de belangen die artikel 3:100, onderscheidenlijktoegevoegd: , einde 3:101toegevoegd: , onderscheidenlijk, 3:101a eindebeoogt te beschermen. De eerste volzin is van overeenkomstige toepassing op een ontwerpbesluit als bedoeld in artikel 3:95, derde lid. 2. Indien enige zeggenschap, verbonden aan een gekwalificeerde deelneming in een financiële onderneming als bedoeld in artikel 3:95, eerste lid, toegevoegd: of verbonden aan een deelneming als bedoeld in artikel 3:96a, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk, artikel 3:96c, eerste lid, onderdeel a, eindeis uitgeoefend zonder dat een verklaring van geen bezwaar is verkregen of dat de bij de verklaring van geen bezwaar gestelde beperkingen in acht zijn genomen, dan wel indien zonder de in artikel 3:103a, derde lid, bedoelde instemming is verkregen of de daaraan gestelde beperkingen in acht zijn genomen, is een mede door de uitgeoefende zeggenschap tot stand gekomen besluit vernietigbaar. Het besluit kan worden vernietigd op vordering van de Nederlandsche Bank. Het besluit wordt in dat geval door de rechtbank binnen wier rechtsgebied de financiële onderneming haar zetel heeft, vernietigd indien het besluit zonder dat de desbetreffende zeggenschap zou zijn uitgeoefend anders zou hebben geluid of niet zou zijn genomen, tenzij voor het tijdstip van de uitspraak alsnog een verklaring van geen bezwaar wordt verleend of de niet in acht genomen beperkingen worden ingetrokken. De rechtbank regelt voorzover nodig de gevolgen van de vernietiging. 3. De Nederlandsche Bank kan degene die niet voldoet aan artikel 3:95, eerste lid, toegevoegd: 3:96, eerste lid, 3:96a, eerste lid, eindeof toegevoegd: 3:96c, eerste lid of eindeartikel 3:103a, derde lid, door middel van het geven van een aanwijzing verplichten om binnen een door de Nederlandsche Bank te stellen termijn ten aanzien van in de aanwijzingsbeschikking aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
verwijderd: De artikelen 3:96, 3:99, 3:101, 3:102, eerste en derde lid, 3:104, eerste lid, 3:105, tweede, derde, vierde lid en zesde lid zijn van overeenkomstige toepassing op in Nederland gelegen bijkantoren van banken met zetel in een staat die geen lidstaat is die een vergunning als bedoeld in artikel 2:20 hebben. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
6. De artikelen 3:8, 3:9, 3:10, 3:15, 3:16, 3:17, 3:18, 3:33, 3:53, 3:57, 3:95, eerste lid, aanhef en onderdeel verwijderd: a eindetoegevoegd: b einde, tweede lid, eerste volzin, 3:99, 3:100, 3:102, eerste en tweede lid, 3:103, 3:105 en 3:108a, zijn van overeenkomstige toepassing op financiële instellingen die een verklaring van ondertoezichtstelling hebben. 7. Artikel 1:48 is van overeenkomstige toepassing. 8. De Nederlandsche Bank kan op aanvraag geheel of gedeeltelijk ontheffing verlenen van het derde lid, aanhef en onderdeel d, of van het vierde lid, aanhef en onderdelen c, f, of h, indien de aanvrager aantoont dat daaraan redelijkerwijs niet kan worden voldaan en dat de doeleinden die die onderdelen beogen te bereiken anderszins worden bereikt. Artikel 2:2 is van overeenkomstige toepassing. 9. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op dochterondernemingen van financiële instellingen als bedoeld in het eerste lid.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
- f. beperkingen opleggen verwijderd: aan eindetoegevoegd: ten aanzien van de eindebedrijfsactiviteitenverwijderd: en transacties van of netwerkrelaties tussen banken eindetoegevoegd: , onder meer met betrekking tot het aantrekken, ter beschikking verkrijgen eindeof verwijderd: beleggingsondernemingen; - g. voorschrijven dat activiteiten eindetoegevoegd: ter beschikking hebben van opvorderbare gelden einde, verwijderd: waaronder eindede verwijderd: uitbestede activiteiten, die een buitensporig risico met zich meebrengen voor eindetoegevoegd: transacties of het netwerk van banken of beleggingsondernemingen dan wel einde de verwijderd: soliditeit eindetoegevoegd: afstoting te verlangen eindevan verwijderd: de bank of beleggingsonderneming worden beperkt of beëindigd eindetoegevoegd: activiteiten die buitensporige risico's voor de soliditeit opleveren einde; - verwijderd: h eindetoegevoegd: g einde. voorschrijven dat verwijderd: de door eindetoegevoegd: het risico dat verbonden is aan eindede verwijderd: bank of beleggingsonderneming gelopen risico’s worden eindetoegevoegd: activiteiten, producten en systemen, inclusief de uitbestede activiteiten, wordt eindebeperkt; - verwijderd: i eindetoegevoegd: h einde. voorschrijven dat de bank of beleggingsonderneming het variabele deel van de beloning tot een bepaald percentage van de totale netto-inkomsten beperkt, indien deze beloning niet met het in stand houden van de soliditeit van de bank of beleggingsonderneming te verenigen is; - verwijderd: j eindetoegevoegd: i einde. voorschrijven dat de bank of beleggingsonderneming haar nettowinsten gebruikt om de solvabiliteit te versterken; - verwijderd: k eindetoegevoegd: j einde. beperkingen of een verbod opleggen ten aanzien van het doen van uitkeringen aan aandeelhouders of vennoten dan wel het doen van betalingen op aanvullende kapitaalinstrumenten als bedoeld in artikel 52 van de verordening kapitaalvereisten, voor zover dat niet leidt tot een tekortkoming in de nakoming van een betalingsverplichting; - verwijderd: l eindetoegevoegd: k einde. met inachtneming van artikel 104, tweede lid, van de richtlijn kapitaalvereisten voorschrijven dat de staten, bedoeld in artikel 3:72, en de rapportages ingevolge de verordening kapitaalvereisten frequenter worden verstrekt of dat daarin aanvullende informatie wordt opgenomen, onder meer met betrekking tot de solvabiliteit, liquiditeitspositie en de hefboomwerking; - verwijderd: m eindetoegevoegd: l einde. bepaalde liquiditeitsvereisten opleggen, waaronder beperkingen met betrekking tot verschillen in looptijd tussen bepaalde activa en passiva; - verwijderd: n eindetoegevoegd: m einde. voorschrijven dat de bank of beleggingsonderneming bij de toepassing van deel 8 van de verordening kapitaalvereisten aanvullende informatie openbaar maakt;toegevoegd: - n. voorschrijven dat de risico’s worden verminderd die op korte, middellange en lange termijn uit ESG-factoren als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel 52 quinquies, van de verordening kapitaalvereisten voortvloeien, waaronder de risico’s die voortvloeien uit het aanpassingsproces en uit transitietrends in samenhang met de desbetreffende wettelijke en regelgevingsdoelstellingen van de Europese Unie, een lidstaat eindeoftoegevoegd: een staat die geen lidstaat is, door aanpassingen aan de bedrijfsstrategie, governance en risicobeheer waarvoor een aanscherping van de streefdoelen, maatregelen en acties ingevolge artikel 3:17, tweede lid, aanhef en onderdeel c, op te stellen plannen kan worden gevraagd; einde - o. toegevoegd: voorschrijven dat de bank of beleggingsonderneming stresstests of scenarioanalyses uitvoert om de risico’s te beoordelen die voortvloeien uit blootstellingen aan cryptoactiva en uit het verlenen van cryptoactivadiensten als bedoeld in de verordening cryptoactiva; - p. voorschrijven dat de bank of beleggingsonderneming blootstellingen aan een centrale tegenpartij vermindert of blootstellingen op hun clearingrekeningen aanpast overeenkomstig artikel 7 bis van de EMIR-verordening, indien de Nederlandsche Bank van oordeel is dat er sprake is van een buitensporig concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan die centrale tegenpartij; of - q. eindehaar voortdurende aanwezigheid instellen bij de bank of beleggingsonderneming.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
- f. beperkingen opleggen verwijderd: aan eindetoegevoegd: ten aanzien van de eindebedrijfsactiviteiten, toegevoegd: de eindetransactiesverwijderd: , einde of verwijderd: netwerkrelaties eindetoegevoegd: het netwerk eindevan verwijderd: de beleggingsonderneming; - g. voorschrijven dat activiteiten, waaronder de uitbestede eindetoegevoegd: beleggingsondernemingen, dan wel de afstoting te verlangen van eindeactiviteitenverwijderd: , einde die verwijderd: een buitensporig eindetoegevoegd: buitensporige einderisicoverwijderd: met zich meebrengen eindetoegevoegd: 's eindevoor de soliditeit verwijderd: van de beleggingsonderneming worden beperkt of beëindigd eindetoegevoegd: opleveren einde; - verwijderd: h eindetoegevoegd: g einde. voorschrijven dat verwijderd: de door eindetoegevoegd: het risico dat verbonden is aan eindede verwijderd: beleggingsonderneming gelopen risico’s worden eindetoegevoegd: activiteiten, producten en systemen, inclusief de uitbestede activiteiten, wordt eindebeperkt; - verwijderd: i eindetoegevoegd: h einde. voorschrijven dat de beleggingsonderneming het variabele deel van de beloning tot een bepaald percentage van de totale netto-inkomsten beperkt, indien deze beloning niet met het in stand houden van de soliditeit van de beleggingsonderneming te verenigen is; - verwijderd: j eindetoegevoegd: i einde. voorschrijven dat de beleggingsonderneming haar nettowinsten gebruikt om de solvabiliteit te versterken; - verwijderd: k eindetoegevoegd: j einde. beperkingen of een verbod opleggen ten aanzien van het doen van uitkeringen aan aandeelhouders of leden dan wel het doen van betalingen op aanvullende kapitaalinstrumenten als bedoeld in artikel 52 van de verordening kapitaalvereisten, voor zover dat niet leidt tot een tekortkoming in de nakoming van een betalingsverplichting; - verwijderd: l eindetoegevoegd: k einde. met inachtneming van artikel 39, derde lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen voorschrijven dat de staten, bedoeld in artikel 3:72, en de rapportages ingevolge de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, frequenter worden verstrekt of dat daarin aanvullende informatie wordt opgenomen, onder meer met betrekking tot de solvabiliteit en de liquiditeitspositie; - verwijderd: m eindetoegevoegd: l einde. met inachtneming van artikel 42 van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen bepaalde liquiditeitsvereisten opleggen; - verwijderd: n eindetoegevoegd: m einde. voorschrijven dat de beleggingsonderneming bij de toepassing van deel 6 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen aanvullende informatie openbaar maakt; of - verwijderd: o eindetoegevoegd: n einde. voorschrijven dat de beleggingsonderneming risico’s beperkt die verband houden met de beveiliging van de netwerk- en informatiesystemen die de beleggingsonderneming gebruikt teneinde de vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van haar processen, gegevens en activa te waarborgentoegevoegd: ; - o einde.toegevoegd: voorschrijven dat de beleggingsonderneming blootstellingen aan een centrale tegenpartij vermindert of blootstellingen op hun clearingrekeningen aanpast overeenkomstig artikel 7 bis van de EMIR-verordening, indien de Nederlandsche Bank van oordeel is dat er sprake is van een buitensporig concentratierisico dat voortvloeit uit blootstellingen aan die centrale tegenpartij. einde 3. De Nederlandsche Bank treft de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde maatregel indien:

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Op grond van de evaluatie, bedoeld in artikel 3:18a, bepaalt de Nederlandsche Bank voor een bank of beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten de hoogte, samenstelling en verdeling van het toetsingsvermogen dat zij passend vindt, en stelt zij, voor zover nodig, met het oog daarop een richtsnoer op en deelt die mede aan de bank of beleggingsonderneming. Ze neemt daarbij artikel 104 ter, derde toegevoegd: tot eindeen toegevoegd: met eindevierde lidtoegevoegd: bis einde, van de richtlijn kapitaalvereisten in acht. 2. Indien aan een bank of beleggingsonderneming een richtsnoer is medegedeeld op grond van het eerste lid en zij hieraan navolging geeft, neemt zij daarbij de voorwaarden in artikel 104 ter, vijfde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten in acht.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
Indien een toezichthoudende instantie van een andere lidstaat de consoliderende toezichthouder is van een holding als bedoeld in de aanhef van artikel 3:111ab, kan de Nederlandsche Bank de maatregelen bedoeld in dat atikel en de artikelen 1:75, 1:79, 1:80 en 3:111a, tweede lid, onderdeel c en onderdeel verwijderd: k eindetoegevoegd: j einde, met betrekking tot uitkeringen aan aandeelhouders, vanwege een overtreding door die holding van artikel 3:280a of van de vereisten bedoeld in artikel 3:280b, eerste lid, uitsluitend nemen in overeenstemming met de consoliderende toezichthouder van de holding en met inachtneming van artikel 21 bis, achtste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Indien de Nederlandsche Bank de consoliderende toezichthouder is van een holding als bedoeld in artikel 21 bis, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, met zetel in een andere lidstaat, kan zij in overeenstemming met de toezichthoudende instantie van die lidstaat, een maatregel als bedoeld in de artikelen 1:75, 1:79, 1:80, 3:111a, tweede lid, onderdeel c en onderdeel verwijderd: k eindetoegevoegd: j einde, met betrekking tot uitkeringen aan aandeelhouders en 3:111ab, nemen vanwege een overtreding van de holding van artikel 3:280a of de vereisten bedoeld in artikel 3:280b, eerste lid, of vanwege een overtreding van de holding van bepalingen van die lidstaat die naar strekking daarmee overeenkomen. De Nederlandsche Bank neemt daarbij artikel 21 bis, achtste lid, van die richtlijn in acht. 2. Indien de Europese Centrale Bank de consoliderende toezichthouder is van een holding als bedoeld in het eerste lid omdat zij in de plaats is getreden van de Nederlandsche Bank op grond van de artikelen 4, 5 en 6 van de verordening bankentoezicht, kan zij, de maatregelen bedoeld in het eerste lid, vanwege een overtreding als bedoeld in dat lid, nemen. De Europese Centrale Bank neemt daarbij artikel 21 bis, achtste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten in acht. Indien de holding zijn zetel heeft in een niet-deelnemende lidstaat kan de Europese Centrale Bank de maatregelen uitsluitend nemen in overeenstemming met de toezichthoudende instantie van die lidstaat.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
De Nederlandsche Bank of de Europese Centrale Bank neemt een maatregel met betrekking tot een gemengde financiële holding als bedoeld in de artikelen 1:75, 1:79, 1:80 en 3:111a, tweede lid, onderdeel c en onderdeel verwijderd: k eindetoegevoegd: j einde, met betrekking tot uitkeringen aan aandeelhouders, vanwege een overtreding door die gemengde financiële holding van artikel 3:280a of van de vereisten bedoeld in artikel 3:280b, eerste lid, of een maatregel als bedoeld in artikel 3:111ab met inachtneming van artikel 21 bis, negende lid, van de richtlijn kapitaalvereisten en houdt daarbij rekening met de effecten op het financieel conglomeraat.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
toegevoegd: 1. eindeArtikel 3:8 is van overeenkomstige toepassing op een beleggingsholdingverwijderd: , financiële holding, gemengde financiële holding einde of verzekeringsholding met zetel in Nederland, met dien verstande dat voor de toepassing van het eerste lid voor «geschikt in verband met de uitoefening van het bedrijf van de financiële onderneming» wordt gelezen «geschikt in verband met de uitoefening van het bedrijf van de beleggingsholdingverwijderd: , financiële holding, gemengde financiële holding einde of verzekeringsholding, en van de tot de desbetreffende richtlijngroep behorende gereglementeerde entiteiten».toegevoegd: 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een financiële holding of gemengde financiële holding als bedoeld in artikel 3:280a. einde

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
toegevoegd: 1. eindeArtikel 3:9 is van overeenkomstige toepassing op een beleggingsholdingverwijderd: , financiële holding, gemengde eindetoegevoegd: of verzekeringsholding met zetel in Nederland. 2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een eindefinanciële holding of verwijderd: verzekeringsholding met zetel eindetoegevoegd: gemengde financiële holding als bedoeld eindein verwijderd: Nederland eindetoegevoegd: artikel 3:280a einde.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Een verwijderd: gemengde eindefinanciële holdingverwijderd: , eindetoegevoegd: of gemengde eindefinanciële holding toegevoegd: als bedoeld in artikel 3:280a eindeof toegevoegd: een eindeverzekeringsholding met zetel in Nederland meldt wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 3:271 of 3:272 verstrekking van gegevens is voorgeschreven, aan de Nederlandsche Bank.toegevoegd: Een financiële holding of financiële gemengde holding als bedoeld in artikel 3:280a meldt tevens wijzigingen met betrekking tot onderwerpen waarover ingevolge artikel 3:272a verstrekking van gegevens is voorgeschreven aan de Nederlandsche Bank. einde 2. Het ingevolge artikel 3:29, derde lid, bepaalde is van overeenkomstige toepassing op verwijderd: gemengde eindefinanciële holdingsverwijderd: , eindetoegevoegd: en gemengde eindefinanciële holdings toegevoegd: als bedoeld in 3:280a eindeen toegevoegd: op eindeverzekeringsholdings met zetel in Nederland voorzover het betrekking heeft op het melden van de wijzigingen, bedoeld in het eerste lid.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Tenzij die bevoegdheid op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht aan de Europese Centrale Bank toekomt, houdt de Nederlandsche Bank op banken en beleggingsondernemingen onder de verordening kapitaalvereisten toezicht op geconsolideerde basis, indien dat voortvloeit uit de toepassing van toegevoegd: de artikelen 110 bis en eindeartikel 111, eerste tot en met vijfde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, dan wel indien zij als consoliderende toezichthouder is aangewezen overeenkomstig artikel 111, zesde lid, van die richtlijn. 2. De Nederlandsche Bank houdt op beleggingsondernemingen in de zin van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen toezicht op geconsolideerde basis, of oefent het toezicht op het groepskapitaalcriterium als bedoeld in artikel 8 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen uit, indien dat voortvloeit uit de toepassing van artikel 46, eerste tot en met vijfde lid, van de richtlijn prudentieel toezicht op beleggingsondernemingen, dan wel indien zij als consoliderende toezichthouder of toezichthouder op het groepskapitaalcriterium is aangewezen overeenkomstig artikel 46, zesde lid, van die richtlijn. 3. Alvorens de Nederlandsche Bank en de andere betrokken toezichthoudende instanties met betrekking tot het toezicht op geconsolideerde basis op een Nederlandse bank of op een beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid toepassing geven aan artikel 111, zesde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, stelt de Nederlandsche Bank de in de tweede volzin van dat artikellid bedoelde ondernemingen in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen. 4. Alvorens de Nederlandsche Bank en de andere toezichthoudende instanties met betrekking tot een beleggingsonderneming als bedoeld in het tweede lid, voor de uitoefening van het toezicht op geconsolideerde basis, dan wel voor de uitoefening van het toezicht op het groepskapitaalcriterium als bedoeld in artikel 8 van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen, toepassing geven aan artikel 46, zesde lid, van de richtlijn prudentieel toezicht beleggingsondernemingen, stelt de Nederlandsche Bank de in de tweede volzin van laatstgenoemd artikellid bedoelde ondernemingen in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. De Nederlandsche Bank houdt, tenzij die bevoegdheid op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht aan de Europese Centrale Bank toekomt, toezicht op Nederlandse moederbeleggingsondernemingen en Nederlandse moederbanken, in de mate en op de wijze als bepaald in deze afdeling, op basis van de geconsolideerde financiële positie. Dit toezicht omvat het toezicht op de naleving van het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, 3:57, 3:62a en 3:verwijderd: 96 eindetoegevoegd: 96a einde, eerste lid, onderdeel verwijderd: b eindetoegevoegd: a einde. 2. De Nederlandsche Bank houdt, tenzij die bevoegdheid op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht aan de Europese Centrale Bank toekomt, toezicht op beleggingsondernemingen onder de verordening kapitaalvereisten en Nederlandse banken die dochteronderneming zijn van een Nederlandse financiële moederholding of Nederlandse gemengde financiële moederholding, in de mate en op de wijze als bepaald in deze afdeling, op basis van de geconsolideerde financiële positie van de Nederlandse financiële moederholding of Nederlandse gemengde financiële moederholding. Dit toezicht omvat het toezicht op de naleving van het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, 3:57, 3:62a en 3:verwijderd: 96 eindetoegevoegd: 96a einde, eerste lid, onderdeel verwijderd: b eindetoegevoegd: a einde. 3. De Nederlandsche Bank houdt toezicht op beleggingsondernemingen onder de verordening kapitaalvereisten en Nederlandse banken die dochteronderneming zijn van een financiële moederholding of gemengde financiële moederholding indien de Nederlandsche Bank toezicht houdt op deze beleggingsondernemingen of banken op geconsolideerde basis op grond van artikel 3:275. Het tweede lid, tweede volzin, is van overeenkomstige toepassing. 4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de berekening van de solvabiliteit op geconsolideerde basis van de beleggingsondernemingen of banken, bedoeld in het eerste en tweede lid.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Een Nederlandse bank of een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten, die een dochteronderneming is van een beleggingsonderneming of bank of als moederonderneming een financiële holding of gemengde financiële holding heeft, voldoet op gesubconsolideerde basis aan het bepaalde ingevolge de artikelen 3:17, eerste en tweede lid, onderdeel c, 3:57, 3:62a en 3:verwijderd: 96 eindetoegevoegd: 96a einde, eerste lid, onderdeel verwijderd: b, eindetoegevoegd: a einde indien de beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten, Nederlandse bank, de financiële holding of gemengde financiële holding: - a. als dochteronderneming een beheerder heeft van een beleggingsinstelling of icbe, beleggingsonderneming, financiële instelling of bank met zetel in een staat die geen lidstaat is; of - b. een deelneming houdt in een beheerder van een beleggingsinstelling of icbe, beleggingsonderneming, financiële instelling of bank met zetel in een staat die geen lidstaat is. 2. Indien de financiële holding of gemengde financiële holding als dochteronderneming zowel een beleggingsonderneming als een bank heeft, is het eerste lid slechts van toepassing op de bank.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
Een Nederlandse financiële moederholding, Nederlandse gemengde financiële moederholding, Nederlandse financiële EU-moederholding, Nederlandse gemengde financiële EU-moederholding of een andere financiële holding of gemengde financiële holding met zetel in Nederland voor zover deze op gesubconsolideerde basis moet voldoen aan de prudentiële regels die ingevolge deze wet en de verordening kapitaalvereisten zijn gesteldtoegevoegd: of indien zij is aangewezen als bedoeld in artikel 3:280c einde, beschikt over een goedkeuring van de Europese Centrale Bank indien deze bevoegd is toezicht uit te oefenen op de holding op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht, van de Nederlandsche Bank indien deze de in artikel 4, eerste lid, onderdeel 41, van de verordening kapitaalvereisten bedoelde consoliderende toezichthouder van de holding is, of van de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat en de Nederlandsche Bank gezamenlijk indien de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat de consoliderende toezichthouder van de holding is.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
- d. de artikelen 3:271toegevoegd: , 3:272 eindeen 3:verwijderd: 272 eindetoegevoegd: 272a einde met betrekking tot de geschiktheid en betrouwbaarheid van de in dat artikel bedoelde personen; en

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. De Nederlandsche Bank verleent, onder gelijktijdige aanwijzing van een banktoegevoegd: , of een financiële holding of gemengde financiële holding eindedie toegevoegd: een goedkeuring heeft als bedoeld in artikel 3:280b, eerste lid, die eindedeel uitmaakt van dezelfde groep als de holding als verantwoordelijk voor de naleving van de vereisten die gelden op geconsolideerde basis, op aanvraag ontheffing van verwijderd: artikel eindetoegevoegd: de artikelen einde3:toegevoegd: 271, 3:272, 3:272a en 3: einde280a indien er naar haar oordeel geen belemmering is voor doeltreffend toezicht op geconsolideerde basis op de groep waarvan de holding deel uitmaakt en de aanvrager aantoont dat wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: - a. de hoofdactiviteit van de financiële holding of de hoofdactiviteit van de gemengde financiële holding met betrekking tot banken of financiële instellingen is het verwerven van deelnemingen in dochterondernemingen; - b. de financiële holding of gemengde financiële holding is niet aangewezen als een af te wikkelen entiteit in een van de af te wikkelen groepen van de groep in overeenstemming met de afwikkelingsstrategie bepaald door de bevoegde afwikkelingsautoriteit bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel 18, van de richtlijn herstel en afwikkeling van banken en beleggingsondernemingen van de holding;verwijderd: en einde - c. de financiële holding of gemengde financiële holding neemt geen bestuurs-, operationele of financiële beslissingen die invloed hebben op de groep of op de dochterondernemingen van de groep indien dat banken of financiële instellingen zijntoegevoegd: ; en - d einde.toegevoegd: de financiële holding of gemengde financiële holding zorg draagt dat het bestuur van die holding voldoende geschikt respectievelijk betrouwbaar is als bedoeld in artikel 3:8, eerste lid, respectievelijk, artikel 3:9, eerste lid. einde 2. De aanvraag wordt ingediend bij de Europese Centrale Bank, de Nederlandsche Bank, of bij de Nederlandsche Bank en de toezichthoudende instantie van een andere lidstaat al naar gelang de bevoegdheidsverdeling in artikel 3:280a, onder opgave van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te bepalen gegevens. 3. Indien niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden bedoeld in het eerste lid trekt de Nederlandsche Bank de ontheffing in. 4. De Nederlandsche Bank maakt een besluit als bedoeld in het eerste of derde lid bekend aan de holding indien dat volgt uit artikel 21 bis, achtste of tiende lid, van de richtlijn.toegevoegd: 5. De Nederlandsche Bank, al naar gelang de bevoegdheidsverdeling in artikel 3:280a, kan op individuele basis besluiten een financiële holding of gemengde financiële holding die een ontheffing als bedoeld in 3:280c, eerste lid, heeft buiten de reikwijdte van consolidatie van een groep te houden indien voldaan wordt aan de voorwaarden in artikel 21 bis, vierde lid bis, van de richtlijn kapitaalvereisten. einde

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Indien de Nederlandsche Bank de consoliderende toezichthouder is van een holding als bedoeld in artikel 21 bis, eerste lid, van de richtlijn kapitaalvereisten, met zetel in een andere lidstaat, kan zij, op aanvraag en in overeenstemming met de toezichthouder in de lidstaat waar de holding zijn zetel heeft, een besluit nemen als bedoeld in de artikelen 3:280b en 3:280c. Zij neemt daarbij artikel 21 bis, achtste lid, van die richtlijn in acht. 2. Indien de Europese Centrale Bank de consoliderende toezichthouder is van een holding als bedoeld in het eerste lid, omdat zij in de plaats is getreden van de Nederlandsche Bank op grond van de artikelen 4, 5 en 6 van de verordening, kan zij, op aanvraag en indien de holding zijn zetel heeft in een niet-deelnemende lidstaat uitsluitend in overeenstemming met de toezichthouder in die lidstaat, een besluit nemen als bedoeld in de artikelen 3:280b en 3:280c. Zij neemt daarbij artikel 21 bis, achtste lid, van verwijderd: die eindetoegevoegd: de einde richtlijn toegevoegd: kapitaalvereisten eindein acht.

Via Stb. 2026, 219

Artikel 3a:26Gekwalificeerde deelneming
Gewijzigd
- b. de aanvrager vrijgesteld van het bepaalde in de artikelen 3:95, 3:verwijderd: 96 eindetoegevoegd: 96a einde, 3:toegevoegd: 96c, 3: einde99, 3:103 en 3:104. 3. Bij de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 1:106b tot en met 1:106e niet van toepassing. 4. Indien de Nederlandsche Bank besluit een verklaring van geen bezwaar te verlenen, wordt de houder van de eigendomsinstrumenten geacht het volledige stemrecht met betrekking tot die eigendomsinstrumenten te hebben onmiddellijk nadat het besluit is bekendgemaakt tenzij anders bepaald. 5. Indien de Nederlandsche Bank de aanvraag afwijst, doet de aanvrager afstand van die eigendomsinstrumenten binnen een door de Nederlandsche Bank bepaalde termijn. Het tweede lid, onderdelen a en b, is van overeenkomstige toepassing.

Via Stb. 2026, 219

Artikel 3a:103Gekwalificeerde deelneming
Gewijzigd
- b. de aanvrager vrijgesteld van het bepaalde in de artikelen 3:95, 3:verwijderd: 96 eindetoegevoegd: 96a einde, 3:toegevoegd: 96c, 3: einde99, 3:103 en 3:104. 4. Indien de Nederlandsche Bank besluit een verklaring van geen bezwaar te verlenen, wordt de houder van de eigendomsinstrumenten geacht het volledige stemrecht met betrekking tot die eigendomsinstrumenten te hebben onmiddellijk nadat het besluit is bekendgemaakt. 5. Indien de Nederlandsche Bank de aanvraag afwijst, doet de aanvrager afstand van die eigendomsinstrumenten binnen een door de Nederlandsche Bank bepaalde termijn. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. De samenstelling en het functioneren van het bestuur van een beleggingsonderneming en, voor zover aanwezig, van het orgaan dat is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken, voldoet aan het bepaalde ingevolge artikel 91 van de richtlijn kapitaalvereisten, met dien verstande dat: - a. het bepaalde in het derde lid, tweede volzin, en het vierde tot en met zesde lid van dat artikel toepassing vindt indien een beleggingsonderneming significant is; - b. de artikelen 132a, 142a, 242a en 252a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing zijn op significante beleggingsondernemingen als bedoeld in onderdeel a; en - c. voor de toepassing van het bepaalde in het derde lid van dat artikel als uitvoerende bestuursfunctie worden aangemerkt de functies van bestuurder en van uitvoerende bestuurder, indien de bestuurstaken bij een rechtspersoon zijn verdeeld over uitvoerende bestuurders en niet uitvoerende bestuurders, en als niet-uitvoerende bestuursfunctie worden aangemerkt de functies van commissaris en van niet uitvoerende bestuurder, indien de bestuurstaken bij een rechtspersoon zijn verdeeld over uitvoerende bestuurders en niet uitvoerende bestuurderstoegevoegd: ; - d einde.toegevoegd: het bepaalde ingevolge dat artikel niet van toepassing is op tijdelijke bewindvoerders aangesteld op grond van artikel 1:76a, en bijzondere bestuurders aangesteld op grond van artikel 3A:49. einde 2. De Autoriteit Financiële Markten kan leden van het bestuur van een beleggingsonderneming die significant is toestemming verlenen om een extra niet-uitvoerende bestuursfunctie te vervullen dan op grond van artikel 91, derde tot en met vijfde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten is toegestaan. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wanneer een beleggingsonderneming als bedoeld in het eerste lid, gezien haar omvang, interne organisatie en aard, schaal en complexiteit van werkzaamheden, significant is en kunnen nadere regels worden gesteld betreffende de geschiktheid van de personen, bedoeld in artikel 4:9, eerste lid, alsmede betreffende de samenstelling en het functioneren van het bestuur en van het orgaan belast met toezicht.

Via Stb. 2026, 219

Gewijzigd
1. Het beleid van een beheerder van een beleggingsinstelling, beleggingsmaatschappij, beheerder van een icbe, maatschappij voor collectieve belegging in effecten, beleggingsonderneming, bewaarder, financiëledienstverlener, kredietservicer of pensioenbewaarder wordt bepaald of mede bepaald door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. Indien binnen de financiële onderneming een orgaan is belast met toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de financiële onderneming wordt dit toezicht gehouden door personen wier betrouwbaarheid buiten twijfel staat. 2. De betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid staat buiten twijfel wanneer dat eenmaal door een toezichthouder voor de toepassing van deze wet is vastgesteld, zolang niet een wijziging in de relevante feiten of omstandigheden een redelijke aanleiding geeft tot een nieuwe beoordeling. 3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld met betrekking tot de wijze waarop wordt vastgesteld dat de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in het eerste lid buiten twijfel staat en welke feiten en omstandigheden daarbij in aanmerking worden genomen alsmede met betrekking tot de misdrijven die, indien begaan door die persoon, met het oog op de belangen die de wet beoogt te beschermen, tot de vaststelling leiden dat de betrouwbaarheid van die persoon niet buiten twijfel staat.toegevoegd: Bij het vaststellen of de betrouwbaarheid van een persoon die het beleid van een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten bepaalt of mede bepaalt buiten twijfel staat, wordt voldaan aan de eisen bedoeld in artikel 91 van de richtlijn kapitaalvereisten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op tijdelijk bewindvoerders aangesteld op grond van artikel 1:76a, en bijzondere bestuurders aangesteld op grond van artikel 3A:49. einde

Via Stb. 2026, 219

Bijlage 2bij artikel 1:79 Wet op het financieel toezicht
Gewijzigd
2:toegevoegd: 13a, eerste lid 2: einde14, tweede lid 2:15, eerste en tweede lid 2:16, eerste en derde lid 2:18, eerste en tweede lid 2:20toegevoegd: , eerste lid einde 2:24, tweede lid3:toegevoegd: 18a.1 3: einde18b, eerste lid3:toegevoegd: 43a 3: einde44, eerste lid3:74a, eerste tot en met derde toegevoegd: en vijfde eindelid3:verwijderd: 96 eindetoegevoegd: 96a einde, eerste verwijderd: en vierde eindetoegevoegd: lid 3:96b, eerste einde lid 3:toegevoegd: 96c, eerste lid 3:96d, eerste lid 3: einde973:toegevoegd: 111a.1, eerste en tweede lid 3:111ba, tweede lid 3: einde111c4:10, eerste toegevoegd: en vierde eindelid

Via Stb. 2026, 219

Bijlage 3bij artikel 1:80 Wet op het financieel toezicht
Gewijzigd
2:toegevoegd: 13a, eerste lid 2: einde14, tweede lid 2:15, eerste en tweede lid 2:16, eerste en derde lid 2:18, eerste en tweede lid 2:20toegevoegd: , eerste lid einde 2:24, tweede lid3:toegevoegd: 18a.1 3: einde18b, eerste lid3:toegevoegd: 43a 3: einde44, eerste lid3:74a, eerste tot en met derde toegevoegd: en vijfde eindelid3:verwijderd: 96 eindetoegevoegd: 96a einde, eerste verwijderd: en vierde eindetoegevoegd: lid 3:96b, eerste einde lid 3:toegevoegd: 96c, eerste lid 3:96d, eerste lid 3: einde973:toegevoegd: 111a.1, eerste en tweede lid 3:111ba, tweede lid 3: einde111c4:10, eerste toegevoegd: en vierde eindelid

Via Stb. 2026, 219