De vaardigheden worden niet in het centrale examen getoetst.
De kandidaat is in staat zijn eigen loopbaanontwikkeling vorm te geven. Hij doet dat met een oriëntatie op een toekomstige opleiding en (loop)baan door middel van reflectie op het eigen handelen en reflectie op ervaringen.
- - **1.** De kandidaat heeft de vaardigheid de eigen loopbaan vorm te geven door op
systematische wijze om te gaan met ‘loopbaancompetenties’:
- - **1.** Wat kan ik het best en hoe weet ik dat? [Kwaliteitenreflectie]
- - **2.** Waar ga en sta ik voor en waarom dan? [Motievenreflectie]
- - **3.** Waar ben ik het meest op mijn plek en waarom daar? [Werkexploratie]
- - **4.** Hoe bereik ik mijn doel en waarom zo? [Loopbaansturing]
- - **5.** Wie kan mij helpen mijn doel te bereiken en waarom die mensen?
[Netwerken]
- - **2.** De kandidaat maakt zijn eigen loopbaanontwikkeling inzichtelijk voor zichzelf en voor anderen door middel van een ‘loopbaandossier’.
In een loopbaandossier is opgenomen welke activiteiten zijn uitgevoerd die hebben bijgedragen tot het ontwikkelen van de ‘loopbaancompetenties’. In het loopbaandossier wordt beschreven bij een aantal uitgevoerde activiteiten:
- - **I.** de beoogde doelen
- - **II.** de resultaten
- - **III.** de evaluatie en een conclusie
- - **IV.** welke vervolgactiviteiten gepland zijn op basis van de opgedane ervaringen en de daarbij horende conclusies