Naar hoofdinhoud

Artikel 78

Internationale invordering

Onderdeel van Leidraad Invordering 2008· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 21 december 2021

De internationale invordering betreft alle maatregelen die in het buitenland kunnen worden getroffen om belasting en overige schuldvorderingen in te vorderen en op alle maatregelen die op verzoek van een andere staat in Nederland genomen kunnen worden om een buitenlandse schuld in te vorderen. Waar in dit hoofdstuk wordt gesproken over belastingschuld of belastingaanslag worden daaronder mede begrepen andere vorderingen die onder de werkingssfeer van een internationale regeling betreffende wederzijdse bijstand bij invordering vallen. Het volgende beleid is in dit artikel opgenomen: doen van een verzoek in situaties die buiten de werking van de EU-Richtlijn 2010/24 vallen; overleg met het ministerie; geen verdere invorderingsmaatregelen treffen; overige internationale invordering. Een verzoek om bijstand bij de invordering in een andere staat wordt in beginsel pas gedaan wanneer de ontvanger mag aannemen dat het treffen van invorderingsmaatregelen in Nederland niet of niet geheel tot betaling van de schuld zal leiden. Er hoeft niet te worden gewacht tot een daadwerkelijke invorderingsprocedure is gestart of is afgerond. De ontvanger verzoekt om bijstand bij de invordering van belastingaanslagen die onherroepelijk vaststaan, geheel invorderbaar zijn en waarvoor een dwangbevel voor de gehele schuld is uitgevaardigd en betekend. Het mag ook gaan om het niet-bestreden gedeelte van een betwiste belastingaanslag of een ambtshalve opgelegde belastingaanslag waarvan het vermoeden gerechtvaardigd is dat deze (gedeeltelijk) materieel verschuldigd is. De ontvanger kan daarnaast altijd een verzoek om conservatoire maatregelen doen als hij zekerheidsmaatregelen noodzakelijk acht. Als door Nederland met een staat een minimumbedrag is overeengekomen voor het verlenen van bijstand bij de invordering, gaat de ontvanger niet over tot het verzoeken van bijstand aan die staat als het verschuldigde bedrag minder bedraagt dan het afgesproken bedrag. Dit geldt ook voor het doen van een verzoek tot het nemen van conservatoire maatregelen in het buitenland. Het komt voor dat bijstand kan worden gevraagd aan een bepaalde staat op grond van verschillende internationale regelingen. Het is dan mogelijk dat de ene regeling een ruimere wederzijdse bijstand toestaat dan de andere. In dat geval kan het verzoek worden gebaseerd op de regeling die de ruimste mogelijkheden biedt. Verzoeken waarvan de voldoening kan leiden tot aantasting van de openbare orde of andere wezenlijke belangen van de staat dan wel invloed kunnen hebben op het gevoerde beleid worden voorgelegd aan het ministerie. Als een belanghebbende zich wendt tot de burgerlijke rechter om te voorkomen dat Nederland aan een andere staat inlichtingen verstrekt, neemt de ontvanger ook contact op met het ministerie. Als een verzoek om wederzijdse bijstand niet mogelijk is, kan de ontvanger door middel van een civiele procedure een Nederlandse belastingschuld in het buitenland trachten in te vorderen. Hiervoor is toestemming van het ministerie vereist. De ontvanger gaat bij de invordering van een bedrag, dat op verzoek van een bevoegde autoriteit van een staat met een andere valuta dan die van Nederland, uit van de wisselkoers die gold op de datum waarop het oorspronkelijke verzoek door de verzoekende autoriteit is verzonden. Dit geldt eveneens voor een bevoegde autoriteit als de ontvanger een verzoek om bijstand bij de invordering bij hem indient met een andere valuta dan die van Nederland.1Zie artikel 18, tweede lid, Verordening 1189/2011/EU en artikel 24, paragraaf 1, sub paragraaf 250 van de Commentary on the provisions of the convention (Wabb-verdrag) en paragraaf 2.3, sub paragraaf 104 van de OECD Manual on the Implementation of Assistance Collection. Eventuele verschillen tussen het bedrag waarvoor om bijstand in de invordering is verzocht en het uiteindelijk ingevorderde bedrag, als gevolg van wisselkoersschommelingen tussen de wisselkoers die gold op het tijdstip van verzending van het verzoek en het tijdstip van ontvangst van de gelden, worden door de ontvanger niet in aanmerking genomen. Dit betekent voor de uitvoering het volgende. Als het ingevorderde bedrag gelijk is aan het bedrag van bovengenoemde wisselkoers, dan wordt het totale bedrag van de schuldvordering geacht te zijn ingevorderd. Dit geldt zowel in de situatie dat de ontvanger zelf een verzoek om bijstand in de invordering heeft gedaan, als in de situatie dat de ontvanger op verzoek van een andere staat een bedrag invordert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel