Verstrekking van politiegegevens en bijgevolg toepasselijkheid van artikel 5:1 e.v. van het Besluit politiegegevens brengt met zich dat de verstrekking door tussenkomst van de dienst IPOL van het KLPD gebeurt (zie artikel 5:1 lid 3). De dienst IPOL27Zie ook voetnoot 6. De dienst IPOL vormt met het LP: het LIRC. is ook aangewezen als centrale autoriteit als bedoeld in artikel 39, derde lid, SUO.
De verstrekking kan tevens rechtstreeks plaatsvinden, op voorwaarde dat daarover afspraken zijn gemaakt met politieautoriteiten in het buitenland en deze afspraken zijn goedgekeurd door de minister van Justitie, respectievelijk de minister van Binnenlandse Zaken. Daarnaast kan de verstrekking in de grensgebieden op grond van artikel 5:1 lid 4 van het Besluit Politiegegevens rechtstreeks plaatsvinden voor zover dit voortvloeit uit onder meer de recente verdragen van Enschede, Senningen28Zie ook voetnoot 12. en Prüm.
Het Verdrag van Prüm verleent het nationale contactpunt van een staat (in Nederland: NFI) ter opsporing van strafbare feiten in individuele gevallen rechtstreeks on-line toegang tot de DNA-profielen in de DNA-databank van de andere Verdragsluitende partij en de daarbij behorende kenmerken (artikel 3 Verdrag van Prüm). Daarnaast biedt het Verdrag het nationale contactpunt de mogelijkheid ten behoeve van de opsporing van strafbare feiten tot het uitvoeren van zogenaamde geautomatiseerde bulkvergelijkingen van DNA-profielen van openstaande strafzaken met de DNA-profielen uit de databank van een andere verdragssluitende staat. Met uitzondering van de mogelijkheid tot bulkvergelijking, geldt dit evenzeer voor dactyloscopische gegevens (zie artikel 8 Verdrag van Prüm en artikel 5:3 Besluit Politiegegevens). Voor Nederland is het KLPD als nationaal contactpunt voor de dactyloscopische gegevens aangewezen. Als een hit volgt, zal alsnog op de ‘klassieke wijze’ door de bevoegde autoriteiten een rechtshulpverzoek moeten worden verzonden (zie artikel 552h Sv). Voor wat betreft de DNA-profielen moet dit een verzoek zijn van de justitiële autoriteiten, voor wat betreft de dactyloscopische gegevens kan dit een politieel verzoek zijn (behalve in geval van bewijs of als een ander geval zoals hierboven onder paragraaf 4.2 aangegeven van toepassing is).
Parallel aan (artikel 15) van het Verdrag van Senningen, kunnen de bevoegde autoriteiten voor de raadpleging van het kentekenregister rechtstreeks het gecentraliseerde en geautomatiseerde kentekenregister raadplegen (zie artikel 12 Verdrag van Prüm). Vanuit één punt in het land waar een voertuig wordt aangetroffen waarover informatie gewenst is in het kader van handhaving van de openbare orde en veiligheid en ter voorkoming en opsporing van strafbare feiten, wordt contact gelegd met het kentekenregister van de staat waar het voertuig staat geregistreerd. In Nederland loopt de bevraging naar het buitenland via het RDW. De politie kan dit zelfstandig doen.
Verder is de verplichting opgenomen bij grootschalige evenementen met een grensoverschrijdende dimensie bepaalde gegevens te verstrekken door tussenkomst van een nationaal contactpunt (zie artikel 15 Verdrag van Prüm). In Nederland fungeert de Dienst Nationale Recherche Informatie van het KLPD (lees: de dienst IPOL) als nationaal contactpunt.29Zie de MvT bij Goedkeuringswet van Verdrag van Prüm (Kamerstukken II 2006/2007, 30881, nr. 3, pagina 9). Bepalend voor de bevoegdheden van het contactpunt is het nationale recht. Gelet op het hierboven genoemde artikel 5:1 lid 4 Besluit Politiegegevens, kan daarom in de grensregio’s rechtstreeks informatie bedoeld in de artikelen 13 (verstrekking van niet-persoonsgebonden gegegevens) en 14 (verstrekking van persoonsgegevens) van het Verdrag van Prüm in het kader van grootschalige evenementen met een grensoverschrijdende dimensie worden uitgewisseld.
Artikel 5
Centrale autoriteit bij uitgaande/inkomende verzoeken
Onderdeel van Aanwijzing inzake de informatie-uitwisseling in het kader van de wederzijdse rechtshulp in strafzaken (552i Sv.)· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2009