Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Besluit onderzoek in strafzaken naar een ernstige besmettelijke ziekte· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2010

1. Bij het afnemen van bloed als bedoeld in artikel 3 of 4 is een opsporingsambtenaar aanwezig die: daarvan proces-verbaal opmaakt dat of een verklaring die hij voorziet van een identiteitszegel en de naam, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland van degene van wie het bloed is afgenomen, alsmede het parketnummer van de strafzaak waarin het bloed is afgenomen, of, indien de identificerende persoonsgegevens van betrokkene onbekend zijn, het parketnummer van de strafzaak. de buisjes met bloed van een identiteitszegel voorziet dat gelijk is aan het identiteitszegel, bedoeld onder a, ervoor zorgt dat de buisjes met bloed zo spoedig mogelijk in een verpakking die hij heeft voorzien van een of meer sluitzegels, worden bezorgd bij een gemeentelijke gezondheidsdienst. 2. Het identiteitszegel, bedoeld in het eerste lid, is een zelfklevend zegel dat bedrukt is met een eenmalig te gebruiken combinatie van letters en cijfers. Deze combinatie is aangebracht in schrift en barcode. 3. Het sluitzegel, bedoeld in het eerste lid, is een zelfklevend, elastisch en fraudebestendig zegel met de opdruk «bloedtest justitie». Door Stb. 2020/125 vernummerd tot art. 6. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering (verplichte medewerking aan bloedtest in strafzaken) (Stb. 2009/475) in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel