Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Besluit onderzoek in strafzaken naar een ernstige besmettelijke ziekte· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2010

1. In geval van een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, vijfde lid, van de wet voorziet de opsporingsambtenaar de verpakking van een in beslag genomen voorwerp waarop mogelijkerwijs bloed van de verdachte aanwezig is, dan wel van bloed dat niet is afgenomen op de wijze als voorzien in artikel 3 of artikel 4, van een identiteitszegel zo spoedig mogelijk nadat het voorwerp of bloed in beslag is genomen. 2. De opsporingsambtenaar voorziet het proces-verbaal van de inbeslagneming van het voorwerp of het bloed, bedoeld in het eerste lid, van een identiteitszegel dat gelijk is aan het identiteitszegel, bedoeld in het eerste lid. Hij vermeldt in het proces-verbaal de naam, de geboortedatum en -plaats en het geboorteland van de verdachte alsmede het parketnummer van de strafzaak waarin het voorwerp of bloed in beslag is genomen, of, indien de identificerende persoonsgegevens van betrokkene onbekend zijn, het parketnummer van de strafzaak. 3. De opsporingsambtenaar zorgt ervoor dat het voorwerp of het bloed, bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk nadat de officier van justitie of de rechter-commissaris opdracht heeft gegeven tot het het verrichten van een onderzoek als bedoeld in artikel 151e, vijfde lid, van de wet, in een verpakking die hij heeft voorzien van een of meer sluitzegels als bedoeld in artikel 5, derde lid, wordt bezorgd bij een gemeentelijke gezondheidsdienst. Door Stb. 2020/125 vernummerd tot art. 7. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering (verplichte medewerking aan bloedtest in strafzaken) (Stb. 2009/475) in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel