Het bevel van de burgemeester op grond van artikel 172b Gemeentewet kan ‘ten hoogste drie maanden’ duren. Verlenging van de maatregel is niet mogelijk. Bij de toepassing in de praktijk zal, ook vanwege de genoemde vereisten van proportionaliteit, telkens van geval tot geval bezien moeten worden voor welke termijn het bevel dient te gelden. Mocht er na het bereiken van de leeftijd van twaalf jaar nog steeds aanleiding toe zijn, dan kan de burgemeester kiezen om aanvullend andere bestuurechtelijke maatregelen te nemen, zoals die op basis van artikel 172a Gemeentewet.
De burgemeester moet het bevel intrekken als de omstandigheden zo zijn gewijzigd dat er niet langer een gevaar is voor de openbare orde (artikel 172b, vierde lid juncto artikel 172a, zevende lid, Gemeentewet). Kern van deze bepaling is dat de maatregel bedoeld is omdat er ernstige vrees is voor verdere verstoringen van de openbare orde. Enkele mogelijkheden waarbij aan te denken valt zijn:
Het ordeverstorende gedrag van het kind hing samen met deelname aan een overlastgevende jeugdgroep, maar deze groep bestaat niet langer;
Het ordeverstorend gedrag kwam mede voort uit een verstoorde thuis- of opvoedsituatie, waarbij door hulpverlening deze situatie zodanig verbeterd is dat ouders ook zonder burgemeestersbevel hun kind voldoende richting en sturing geven hetgeen het ordeverstorende gedrag kan doen stoppen;
Het kind is in een (ander) pleeggezin geplaatst of in een jeugdinstelling opgenomen waardoor de ernstige vrees voor verdere verstoring van de openbare orde is komen te vervallen.
Artikel 6
Duur en intrekking van de maatregel
Onderdeel van Circulaire Burgemeestersbevel twaalfminners, artikel 172b Gemeentewet· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2010