Een bevel op grond van art 172b Gemeentewet is een beschikking in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De totstandkoming van artikel 172b-bevelen dient derhalve aan de vereisten van de Awb te voldoen.
De Algemene wet bestuursrecht vereist onder meer dat de belanghebbenden in de gelegenheid moeten worden gesteld hun zienswijze te geven over het voornemen om het bevel op te leggen (artikel 4:8 Awb). Onder belanghebbenden vallen in dit geval in elk geval de ouder(s) van het desbetreffende kind (de adressanten van de beschikking). Indien de burgemeester overeenkomstig artikel 172b, derde lid, van de Gemeentewet andere meerderjarigen ter begeleiding wil aanwijzen naast de ouders, is het raadzaam om ook deze te horen. De ouders kunnen zich in het zienswijzengesprek door hun kind laten vergezellen.
Van het horen vooraf kan worden afgezien als de vereiste spoed zich daartegen verzet (artikel 4:11 Awb). Het geven van een zienswijze kan mondeling en dus telefonisch worden uitgevoerd (artikel 4:9 Awb), doch slechts op verzoek van de burger zelf.5Indien het bestuursorgaan de gelegenheid wil bieden tot telefonisch contact, zal dat veelal voor een belanghebbende aantrekkelijk zijn (MvT, Parl. Gesch. Awb I, p. 256). De keuze is echter, zo volgt uit het artikel, aan de belanghebbende. Uit: Borman, T.C., Buuren, P.J.J. van, Tekst & commentaar algemene wet bestuursrecht, Kluwer, Deventer, 2009.Het is niet wenselijk om op initiatief van de gemeente de burger telefonisch te horen, bijvoorbeeld uit efficiëntieoverwegingen.
Op grond van artikel 7:1 van de Awb moet een belanghebbende, alvorens beroep in te stellen bij de bestuursrechter, eerst bij de burgemeester die het artikel 172b-bevel heeft opgelegd een bezwaarschrift indienen. Artikel 7:10 van de Awb bepaalt dat het bestuursorgaan beslist binnen zes weken – en indien een bezwaarschriftencommissie is ingesteld binnen twaalf weken – na ontvangst van het bezwaarschrift. Deze termijn kan door het bestuursorgaan voor ten hoogste zes weken worden verdaagd. De genoemde termijnen zijn maximumtermijnen. Het bestuursorgaan moet tijdig op bezwaarschriften beslissen. Gezien de impact dit een bevel op grond van 172b Gemeentewet kan hebben, is het passend als de beslissing op bezwaar zo snel mogelijk wordt genomen.
Belanghebbenden kunnen tegelijkertijd met het indienen van een bezwaarschrift, aan de president van de rechtbank verzoeken een voorlopige voorziening te treffen indien, gelet op de betrokken belangen, onverwijlde spoed dat vereist (artikel 8:81 Awb). De voorlopige voorziening die de president kan opleggen kan bijvoorbeeld inhouden dat het betreffende besluit wordt geschorst. Een persoon aan wie een artikel 172b-bevel is opgelegd, kan dus, naast het bezwaarschrift, tegelijkertijd bij de president een voorlopige voorziening aanvragen.
Elke beschikking bevat aan het slot een vermelding van de bezwaarmogelijkheid.
In aanvulling daarop kan de burgemeester de mogelijkheid tot het indienen van een voorlopige voorziening vermelden. Hoewel dit in de Algemene wet bestuursrecht niet is voorgeschreven, vraagt de ingrijpendheid van de maatregel om extra zorgvuldig handelen van het bestuur. In het kader van goed bestuur is het derhalve zeer raadzaam om de mogelijkheid van het aanvragen van een voorlopige voorziening naast de mogelijkheid van bezwaar te vermelden.
Artikel 5
Vereisten en rechtsbescherming volgens de Algemene wet bestuursrecht
Onderdeel van Circulaire Burgemeestersbevel twaalfminners, artikel 172b Gemeentewet· Openbare orde en veiligheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2010