1. 1. Ter zake van binnen het openbaar lichaam gelegen onroerende zaken kunnen worden geheven:
    • - a. onder de naam grondbelasting, een eilandbelasting van degenen die bij het begin van het kalenderjaar het genot hebben krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van:
    • - b. opcenten op de hoofdsom van de vastgoedbelasting, bedoeld in artikel 4.1 van de Belastingwet BES.
  2. 2. Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder a, wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat op dat tijdstip een ander genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.