1. 1. De grondbelasting wordt geheven bij wege van aanslag.
  2. 2. Een aanslag bevat in ieder geval:
    • - a. de naam, het adres en de woon- of vestigingsplaats van degene aan wie de aanslag wordt opgelegd;
    • - b. een aanduiding van de onroerende zaak;
    • - c. de heffingsmaatstaf;
    • - d. de waardepeildatum;
    • - e. het kalenderjaar waarvoor de aanslag geldt, en
    • - f. het te betalen belastingbedrag.
  3. 3. Het niet naleven van de voorschriften van het tweede lid brengt geen nietigheid van de aanslag mee.