Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II › § 18

Artikel 19

Artikel 19

Onderdeel van Uitvoeringsregeling fiscaliteit in overgangsperiode BES· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 10 oktober 2010

1. Voor de toepassing van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel r, van de wet bedoelde verordening die in de overgangsperiode als wet van toepassing is, wordt gedurende die overgangsperiode in de tekst van de verordening onder het genoemde in kolom II het genoemde in kolom III verstaan: II III a. ‘Onder “bedrijf” wordt voor de toepassing van deze landsverordening verstaan’ Onder ‘Gouverneur’ wordt voor de toepassing van deze wet verstaan de inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES. Voorts wordt voor de toepassing van deze wet onder ‘bedrijf’ verstaan: b. ‘Bij landsbesluit kunnen op verzoek van belanghebbende en na overleg met het bestuurscollege van het eilandgebied waar de percelen grond’ Bij beschikking van de inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES, kunnen op verzoek van belanghebbende en na overleg met het bestuurscollege van het openbaar lichaam waar de percelen grond c. ‘indien de ontwikkeling buiten de waarde van de grond een investering vergt van tenminste f. 2.000.000,– in de eilandgebieden Curaçao en Sint Maarten en van tenminste f. 1.000.000,– voor wat de overige eilandgebieden betreft’ indien de ontwikkeling buiten de waarde van de grond een investering vergt van ten minste f. 1.000.000,– in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba d. ‘ten hoogste 5 jaren na dagtekening van het landsbesluit’ ten hoogste 5 jaren na dagtekening van de beschikking e. 4. De verklaring kan, na overleg met het bestuurscollege van het betrokken eilandgebied, bij landsbesluit worden ingetrokken, indien blijkt dat: a. door of namens het bedrijf onjuiste gegevens zijn verstrekt, welke van invloed zijn geweest op de totstandkoming van het landsbesluit; b. door of namens het bedrijf is gehandeld in strijd met de bepalingen van deze landsverordening of van het in het eerste lid bedoelde landsbesluit. 5. Het landsbesluit wijst de percelen grond aan, die tot ontwikkeling zullen worden gebracht; het bepaalt binnen welk tijdvak de in de voorgaande leden bedoelde investering moet hebben plaats gehad en voor welk tijdvak de verklaring zal gelden. Het landsbesluit kan voorts nadere voorwaarden stellen. 6. De intrekking geschiedt niet dan nadat het bedrijf in de gelegenheid is gesteld zich daarover te verklaren. Zij kan met terugwerkende kracht geschieden tot een bij het landsbesluit te bepalen datum’ 4. De beschikking kan, na overleg met het bestuurscollege van het betrokken openbaar lichaam, bij beschikking worden ingetrokken, indien blijkt dat: a. door of namens het bedrijf onjuiste gegevens zijn verstrekt, welke van invloed zijn geweest op de totstandkoming van de eerstgenoemde beschikking; b. door of namens het bedrijf is gehandeld in strijd met de bepalingen van deze wet of van de in het eerste lid bedoelde beschikking. 5. De in het eerste lid bedoelde beschikking wijst de percelen grond aan die tot ontwikkeling zullen worden gebracht; het bepaalt binnen welk tijdvak de in de voorgaande leden bedoelde investering moet hebben plaats gehad en voor welk tijdvak de verklaring zal gelden. In de beschikking kunnen voorts nadere voorwaarden worden gesteld. 6. De intrekking geschiedt niet dan nadat het bedrijf in de gelegenheid is gesteld zich daarover te verklaren. Zij kan met terugwerkende kracht geschieden tot een bij beschikking te bepalen datum f. ‘a. de invoerrechten op de materialen en goederen bestemd voor de aanleg van wegen, de bouw van onroerende zaken en de aanleg of de bouw van gelegenheden tot vermaak en ontspanning op de in het landsbesluit aangewezen percelen grond;’ a. de invoerrechten op de materialen en goederen bestemd voor de aanleg van wegen, de bouw van onroerende zaken en de aanleg of de bouw van gelegenheden tot vermaak en ontspanning op de in de in artikel 2, eerste lid, bedoelde beschikking aangewezen percelen grond; g. ‘waarvan in het eilandgebied Bonaire ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Bonaire, in het eilandgebied Curaçao ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Curaçao en in de overige eilandgebieden ten genoegen van de Inspecteur der Belastingen op Sint Maarten’ waarvan ten genoegen van de inspecteur, bedoeld in artikel 13c van de Wet geldstelsel BES h. ‘van datum en nummer van het landsbesluit bedoeld in artikel 2’ van datum en nummer van de beschikking, bedoeld in artikel 2 i. ‘Wanneer een bedrijf wordt overgenomen en voortgezet door een ander, wordt het landsbesluit op verzoek van de meest gerede partij dienovereenkomstig gewijzigd’ Wanneer een bedrijf wordt overgenomen en voortgezet door een ander, wordt de in artikel 2 bedoelde beschikking op verzoek van de meest gerede partij dienovereenkomstig gewijzigd j. ‘2. De Gouverneur beslist op het bezwaarschrift, de Raad van Advies gehoord, binnen drie maanden na de datum van indiening. De beslissing is met redenen omkleed. 3. Bij een beslissing die afwijkt van het advies van de Raad van Advies, zullen de redenen voor de afwijking vermeld worden.’ 2. De Gouverneur beslist op het bezwaarschrift binnen drie maanden na de datum van indiening. De beslissing is met redenen omkleed. k. ‘Deze landsverordening kan worden aangehaald als “Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling”. Zij treedt in werking met ingang van de dag na die van haar afkondiging.’ Deze wet kan worden aangehaald als ‘in de overgangsperiode als wet van toepassing zijnde Landsverordening ter bevordering van grondontwikkeling’. 2. In de overgangsperiode vinden in artikel 3, eerste lid, van de in artikel 13b, eerste lid, onderdeel r, van de wet genoemde verordening de onderdelen b en c geen toepassing. Treedt volgens artikel 13a, onderdeel a, van de Wet geldstelsel BES (Stb. 2010/363) in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel