De WarBES bepaalt welke rechtsmiddelen mogelijk zijn tegen beschikkingen die op de openbare lichamen zijn gegeven. In de WTU-BES zijn enkele uitzonderingen op enkele bepalingen over rechtsmiddelen in de WarBES opgenomen. Dit geldt bijvoorbeeld ten aanzien van de termijnen voor het indienen van rechtsmiddelen.
De Awb is niet van toepassing op beschikkingen die op de openbare lichamen zijn gegeven. Ten aanzien van een klachtbehandeling is de Awb wel van toepassing (hoofdstuk 9 Awb).
Het indienen van bezwaar is niet verplicht (zie artikel 54 WarBES). Dit betekent dat een vreemdeling rechtstreeks bij het Gerecht in Eerste Aanleg in beroep kan gaan tegen een beschikking van de IND-unit Caribisch Nederland.
De IND-unit Caribisch Nederland kan besluiten een dergelijk beroepschrift als een bezwaarschrift te behandelen. Dit gebeurt in de volgende gevallen:
als in de beschikking is aangegeven dat tegen de beschikking bezwaar kan worden ingediend;
als er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden;
als er aanleiding is de vreemdeling omtrent het bezwaarschrift te horen.
Daarnaast kan het Gerecht in eerste aanleg de IND-unit Caribisch Nederland voorafgaande aan de openbare behandeling van het beroepschrift verzoeken om binnen een bepaalde termijn te verklaren of de IND-unit Caribisch Nederland bereid is de beschikking in heroverweging te nemen.
Wanneer de IND-unit Caribisch Nederland van plan is om voorafgaand aan een beroepschrift een bezwaarschrift te behandelen, dan wordt de mogelijkheid om bezwaar in te dienen in de beschikking opgenomen (zie artikel 56, vierde lid, WarBES).
Een bezwaarschrift in mvv-zaken moet worden toegezonden aan de IND-unit Caribisch Nederland.
Tegen de afwijzing van een verzoek verband houdende met bescherming als bedoeld in artikel 12a WTU-BES moet rechtstreeks beroep worden ingesteld.
In een bezwaarschrift moet de volgende informatie staan (artikel 57, vierde lid, WarBES):
de naam, voornaam en de woonplaats van de indiener en, indien het door een gemachtigde wordt ingediend, tevens de naam, voornamen en woonplaats van de gemachtigde;
een duidelijke omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaarschrift zich richt;
de gronden waarop het bezwaar berust, waaronder het belang dat de bezwaarde bij de beschikking heeft;
een duidelijke omschrijving wat de indiener met dit bezwaarschrift wil bereiken;
de ondertekening door de indiener of zijn gemachtigde;
de keuze van een woonplaats in de openbare lichamen, indien de indiener geen woonplaats heeft in de openbare lichamen.
Bij het bezwaarschrift worden zo mogelijk een kopie van de beschikking en de overige op de beschikking betrekking hebbende stukken overgelegd.
De bezwaartermijn bedraagt, in afwijking van de WarBES, vier weken.
Een bezwaarschrift mag worden ingediend door de volgende personen (zie artikel 7, WarBES):
Natuurlijke personen of rechtspersonen, die door een beschikking rechtstreeks in hun belang zijn getroffen. Natuurlijke personen zijn levende personen, rechtspersonen zijn instanties die volgens het Burgerlijk Wetboek BES in bepaalde gevallen als personen mogen handelen, zoals een vennootschap of een pensioenfonds.
Wanneer een bezwaarschrift niet voldoet aan (één van) de hierboven genoemde vereisten, dan stelt de IND-unit Caribisch Nederland de indiener van het bezwaarschrift in de gelegenheid om binnen een termijn van twee weken alsnog het verzuim te herstellen.
De IND-unit Caribisch Nederland verleent voor het indienen van de nadere gronden, als bedoeld in artikel 57, vierde lid, onder c, WarBES, bij het bezwaarschrift uitstel:
Bij het niet tijdig beschikbaar zijn van een tolk: tot vijf werkdagen na de eerstvolgende datum waarop een tolk in de gewenste taal wel beschikbaar is, als de indiener van het verzoek om uitstel schriftelijk kan aantonen dat tijdig een tolk is aangevraagd, maar deze niet tijdig beschikbaar is.
Bij plotselinge ziekte van de advocaat: tot vijf werkdagen (vanaf datum ziekte) voor zaken waarin de termijn gedurende de eerstvolgende vijf werkdagen verloopt.
Bij plotselinge ziekte van de vreemdeling: tot vijf werkdagen na zijn herstel als de ziekte door het overleggen van een medische verklaring is aangetoond.
Bij vakantie van rechtshulpverleners: vijf werkdagen na de vakantie van de rechtshulpverlener als de vakantie ten minste één maand van tevoren schriftelijk is gemeld aan de IND-unit Caribisch Nederland.
Als de besproken tolk een al gemaakte afspraak afzegt, komt dit voor rekening van de vreemdeling, tenzij sprake is van overmacht van de zijde van de tolk.
Als door het uitstel de benodigde tolk niet tijdig beschikbaar is, geldt het gestelde onder a. Na afloop van de uitsteltermijn van vijf werkdagen gaat de IND-unit Caribisch Nederland ervan uit dat de zaken van de betreffende advocaat door de kantoorgenoten of collega’s zijn overgenomen.
Voor eenmanskantoren wordt op uitdrukkelijk verzoek een ruimere termijn bepaald. Als uit het dossier blijkt dat de betrokken rechtshulpverlener al in eerdere fase van de procedure als rechtshulpverlener/gemachtigde is opgetreden, dan willigt de IND-unit Caribisch Nederland het verzoek om uitstel in.
De IND-unit Caribisch Nederland wijst een verzoek om uitstel af bij wijziging van de rechtshulpverlener.
Bij niet of niet tijdige indiening van de gronden het bezwaar verklaart de IND-unit Caribisch Nederland het bezwaarschrift niet-ontvankelijk.
De IND-unit Caribisch Nederland streeft er naar om binnen uiterlijk vier maanden na de datum van indiening op het bezwaarschrift te beslissen (zie artikel 69, eerste lid, WarBES).
Als de IND-unit Caribisch Nederland de streeftermijn niet haalt, verlengt de IND-unit Caribisch Nederland deze termijn eenmaal met ten hoogste dertig dagen. De IND-unit Caribisch Nederland zendt hiervan tijdig bericht aan de bezwaarde en eventuele andere partijen.
Beschikkingen genomen op grond van de WTU-BES hebben onmiddellijke werking. Het instellen van een rechtsmiddel schorst de werking ervan in beginsel niet. In individuele gevallen kan dit anders worden bepaald. In de volgende situaties zal de IND-unit Caribisch Nederland hiertoe in ieder geval niet overgaan), indien:
de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde is afgewezen wegens het ontbreken van een geldige mvv (zie artikel 9, eerste lid, onder a, WTU-BES of wegens gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES);
de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is afgewezen of de aanvraag tot het wijzigen van de verblijfsvergunning of de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is ingetrokken wegens een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES);
de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is afgewezen of de verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd is ingetrokken wegens een gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid (zie artikel 9, eerste lid, onder b, WTU-BES).
De vreemdeling kan het Gerecht in Eerste Aanleg verzoeken om de werking van een beschikking waartegen beroep bij het Gerecht in Eerste Aanleg of bezwaar bij de IND-unit Caribisch Nederland is ingediend geheel of gedeeltelijk te schorsen (zie artikel 85, eerste lid, WarBES). Ook kan de vreemdeling een verzoek om een voorlopige voorziening indienen (zie paragraaf 9.1.3) ter voorkoming van onevenredig nadeel. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als de vreemdeling meent dat er redenen zijn om niet uitgezet te worden zolang zijn aanwezigheid nog nodig is voor de behandeling van het bezwaar- of beroepschrift of indien de uitzetting een schending meebrengt van de non-refoulement verplichtingen (zie voor non-refoulement hoofdstuk 16 CTU-BES).
Wanneer het Gerecht in Eerste Aanleg een verzoek om schorsing toewijst, wordt de werking van de beschikking onmiddellijk gestuit totdat over het beroep uitspraak is gedaan (zie artikel 88 WarBES).
De vreemdeling kan ook een verzoek om schorsing indienen hangende het hoger beroep (zie artikel 94 WarBES).
In het geval de vreemdeling een rechtsmiddel aanwendt maakt de IND-unit Caribisch Nederland een aantekening wat dit voor de opschorting van het aangezegde vertrek van de vreemdeling betekent. De IND-unit Caribisch Nederland stelt of plaatst in het identiteitspapier/document voor grensoverschrijding van een vreemdeling een aantekening waaruit blijkt dat op welke datum bezwaar of beroep en/of een voorlopige voorziening is ingediend. In het geval van een lopende procedure over bescherming maakt de IND-unit Caribisch Nederland de aantekening op een los inlegblad.
Ook tekent de IND-unit Caribisch Nederland aan of de vreemdeling dit rechtsmiddel mag afwachten en of de vreemdeling gedurende deze periode mag werken. Tenslotte geeft de IND-unit Caribisch Nederland aan tot wanneer de aantekening geldig blijft. Indien niet bekend is op welke datum de uitspraak bekend, vermeldt de IND-unit Caribisch Nederland een datum waarbinnen redelijkerwijs de beslissing of uitspraak te verwachten is.
In het geval de vreemdeling bezwaar of beroep instelt tegen een beschikking waarbij hem verder verblijf wordt ontzegd, neemt de IND-unit Caribisch Nederland het verblijfsdocument niet in als de uitzetting hangende het bezwaar of beroep mag worden afgewacht.
De IND-unit Caribisch Nederland haalt de genoemde aantekening door als het bezwaarschrift ongegrond is verklaard. Deze doorhaling wordt door de ambtenaar die de doorhaling verricht gedateerd en van zijn paraaf voorzien.
Een vreemdeling mag een verzoek om een voorlopige voorziening, gericht tegen de uitzetting afwachten, tenzij:
het een tweede verzoek om een voorlopige voorziening betreft zonder nieuw gebleken feiten of gewijzigde omstandigheden die, als deze bij de behandeling van het eerdere verzoek bekend waren geweest, mogelijk tot een ander oordeel zouden hebben geleid;
redenen van openbare orde (waaronder begrepen de openbare rust) of nationale veiligheid zich daartegen verzetten; of
de uitzetting daardoor wordt belemmerd.
De IND-unit Caribisch Nederland is verplicht om bij de beschikking mededeling te doen van de mogelijkheid van het indienen van beroep en de termijn waarbinnen het beroepschrift moet zijn ingediend bij het Gerecht in Eerste Aanleg (artikel 16, lid 4, WarBES). De beroepstermijn bedraagt, in afwijking van de WarBES, vier weken.
Wanneer een vreemdeling beroep indient, moet hij een kopie van het beroepschrift aan de IND-unit Caribisch Nederland verzenden.
Als betrokkene verblijft op Bonaire, dan moet het beroepschrift worden gestuurd naar de Griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg te Bonaire.
Als betrokkene verblijft op Saba of Sint Eustatius, dan moet het beroepschrift worden gestuurd naar de Griffie van het Gerecht in Eerste Aanleg te Sint Maarten.
De IND-unit Caribisch Nederland kan, in het geval gewichtige redenen daartoe aanleiding geven, het verstrekken van inlichtingen of stukken weigeren dan wel meedelen dat uitsluitend het Gerecht in Eerste Aanleg kennis mag nemen van de verstrekte inlichtingen of stukken. Hiervan is sprake als de beslissing berust op vertrouwelijke informatie.
Het Gerecht in Eerste Aanleg kan aanvullende informatie inwinnen bij de IND-unit Caribisch Nederland, maar ook bij andere overheidsinstanties.
Een vreemdeling kan in hoger beroep gaan bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Wanneer een vreemdeling in hoger beroep gaat, moet hij een kopie van het hoger beroepschrift aan de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel (dus de IND-unit Caribisch Nederland) verzenden.
In de situatie van vrijheidsontneming gelden bijzondere rechtsmiddelen. Deze zijn uitgewerkt in de artikelen 22j – 22x, WTU-BES.
De Awb is niet van toepassing op de openbare lichamen, met uitzondering van hoofdstuk 9 (klachtbehandeling). Dit betekent dat vreemdelingen volgens hoofdstuk 9 van de Awb klachten kunnen indienen tegen de gedragingen van de IND unit Caribisch Nederland tot een jaar nadat de gedraging plaats heeft gevonden. Ongeacht de geldende wettelijke termijn ontvangt de IND unit Caribisch Nederland de klachten bij voorkeur zo snel mogelijk nadat de gedraging zich heeft voorgedaan.
De IND-BES unit doet de ingekomen klacht zoveel mogelijk informeel af, waarbij de IND unit Caribisch Nederland in samenspraak met de klager een oplossing zoekt. Van de informeel gemaakte afspraken wordt een telefoonnotitie gemaakt. Hierin wordt vastgelegd of de klager akkoord gaat dat de IND unit Caribisch Nederland de klacht als afgehandeld mag beschouwen. De klager wordt de telefoonnotitie toegezonden. Indien de klager niet akkoord gaat met een informele afdoening, wordt schriftelijk aangegeven of de klacht als gegrond of ongegrond wordt beschouwd. Als de klager niet tevreden is over de klachtafhandeling of indien de klachtafhandeling niet tijdig heeft plaatsgevonden, kan de klager zich wenden tot de Nationale ombudsman.
Artikel 19
Rechtsmiddelen
Onderdeel van Circulaire toelating en uitzetting Bonaire, Sint Eustatius en Saba· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 8 oktober 2010