Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Achtergrond

Onderdeel van Aanwijzing opsporing en behandeling militaire zaken· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2013

Artikel 2 Wetboek van Militair Strafrecht (MSr) bepaalt dat het gemene strafrecht toepasselijk is op de niet in dat wetboek omschreven strafbare feiten, behoudens de afwijkingen bij de wet vastgesteld, begaan door Nederlandse militairen of daarmee gelijkgestelde personen. Voor de leesbaarheid van deze Aanwijzing zal verder over militairen worden gesproken. Met artikel 2 MSr heeft de wetgever geenszins beoogd het militaire strafrecht als lex specialis te zien ten opzichte van het commune strafrecht.1HR 23 december 1980, MRT 1981, p. 300. Militairen kunnen van feiten verdacht worden waar hun militaire status vanuit strafvorderlijk oogpunt van geen of geringe betekenis is. Dat zal in beginsel het geval zijn als strafbare feiten buiten diensttijd worden gepleegd. Als strafbare feiten tijdens diensttijd worden gepleegd, dan kunnen de militaire status van de verdachte en de ‘militaire omstandigheden’ vanuit strafvorderlijk oogpunt wel degelijk relevant zijn en zowel strafverzwarend als strafverminderend werken. Hoewel de opsporing en behandeling van militaire zaken in het merendeel van de gevallen door zorg van het arrondissementsparket Oost-Nederland en het Ressortsparket, vestiging Arnhem – Leeuwarden zal plaatsvinden, wordt deze aanwijzing uitdrukkelijk tot alle parketten gericht. Met name wordt aandacht gevraagd voor hoofdstuk 1 (m.u.v. § 1.5) en hoofdstuk 4.

Rechtspraak bij dit artikel