Doorgaans is het disciplinair recht ten aanzien van ambtenaren onderdeel van het ambtenarenrecht en dus het bestuursrecht. Voor het militair tuchtrecht is dat niet het geval. Dit kent een apart wettelijk regime dat niet valt onder het bestuursrecht. Ook vanuit de historie bezien heeft het in ieder geval twee onmiskenbare raakvlakken met het strafrecht.
De commandant die kennisneemt van een gedraging die naar zijn oordeel een strafbaar feit betreft is verplicht daarvan aangifte te doen bij een opsporingsambtenaar.
De wetgever heeft een duidelijke scheiding willen maken tussen het (militair) straf- en het militair tuchtrecht. In de praktijk is die scheiding niet altijd zo scherp te maken. Bij sommige gedragingen die een strafbaar feit betreffen kan de commandant om tuchtrechtelijke terugverwijzing vragen. Indien het een in artikel 79, eerste lid, Wmt genoemd strafbaar feit betreft, kan de commandant aan de KMar advies vragen over de mogelijkheid het strafbare feit tuchtrechtelijk af te doen. De KMar wijst de commandant op de procedure zoals omschreven in de ‘Richtlijn tuchtsepot (code 20) voor gevallen als bedoeld in art. 79 Wet militair tuchtrecht’.5Opgenomen in de (Defensie) Ministeriële Publicatie 11/55, regelingnummer 870 (Richtlijn en aanwijzingen commandanten ex artikel 79 WMT), Richtlijn tuchtsepot voor gevallen als bedoeld in art. 79 Wet militair tuchtrecht, onder 3.1. Daarbij wijst de KMar de commandant op de verplichtingen om zelf contact op te nemen met het arrondissementsparket Oost-Nederland c.q. het bevoegde parket in het Caribisch gebied en dat hij het ‘Standaard proces-verbaal ex artikel 79 Wmt-afdoening’6Opgenomen in de (Defensie) Ministeriële Publicatie 11/55, regelingnummer 870, als bijlage 4 bij de ‘Aanwijzingen, behorende bij de Richtlijn tuchtsepot voor gevallen als bedoeld in art. 79 Wet militair tuchtrecht’. moet invullen en faxen naar het bevoegde parket.7De relevante telefoon-, gsm- en faxnummers worden separaat bekendgemaakt, aangezien die frequent (kunnen) wijzigen.
De officier van Justitie belast met militaire zaken beoordeelt vervolgens of het strafbare feit tuchtrechtelijk kan worden afgedaan. Het arrondissements parket Oost-Nederland verstrekt bij de toestemming tot tuchtrechtelijke afdoening aan de commandant een parketnummer dat moet worden ingevuld in rubriek 38 van het straffenformulier en draagt hem op een exemplaar van de uitspraak van het tuchtproces in eerste aanleg aan het arrondissementsparket toe te sturen.
Artikel 3
Verhouding (militair) strafrecht – militair tuchtrecht
Onderdeel van Aanwijzing opsporing en behandeling militaire zaken· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 april 2013