Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Verwerking van Bijzondere Persoonsgegevens

Onderdeel van Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen· Privacy

Deze tekst geldt sinds 26 april 2010

Het is een Financiële instelling toegestaan Persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid te verwerken voor zover dat noodzakelijk is voor: de beoordeling van een Cliënt, de acceptatie van een Cliënt, het uitvoeren van een overeenkomst met een Cliënt en het afwikkelen van het betalingsverkeer. Onverminderd het bepaalde in artikel 6.1.1 Gedragscode is het een Financiële instelling toegestaan Persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid te verwerken indien: (i) hiertoe de uitdrukkelijke toestemming van de Cliënt is verkregen; (ii) de gegevens door de Betrokkene duidelijk openbaar zijn gemaakt; (iii) dit noodzakelijk is voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte; (iv) dit noodzakelijk is ter voldoening aan een volkenrechtelijke verplichting; (v) dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, passende waarborgen worden geboden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en dit bij wet wordt bepaald dan wel het CBP ontheffing heeft verleend. Persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid die zijn verwerkt met het oog op de beoordeling van een Cliënt, de acceptatie van een Cliënt, het uitvoeren van een overeenkomst met een Cliënt gericht op een specifiek product of de afhandeling van een schadeclaim van een Cliënt zullen zonder uitdrukkelijke toestemming van de Cliënt niet worden gebruikt in het kader van de beoordeling van een Cliënt, de acceptatie van een Cliënt, het uitvoeren van een overeenkomst met een Cliënt ten behoeve van een ander product of de afhandeling van een andere schadeclaim. Het verwerken van Persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid door een Financiële instelling om een advies te kunnen uitbrengen over de medische beoordeling van een Cliënt alsmede van het medisch handelen van een Verzekerde is voorbehouden aan een Medisch adviseur en de personen die onder zijn verantwoordelijkheid betrokken zijn bij dat advies. Het opvragen van aanvullende gegevens omtrent de gezondheid van en bij een Cliënt gebeurt uitsluitend door een Medisch adviseur of mensen uit zijn medische dienst of staf. Het verzamelen van Persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid door een Medisch adviseur van een Financiële instelling bij anderen dan de Cliënt zal alleen plaatsvinden nadat de Cliënt daarvoor toestemming heeft verleend en daartoe een machtiging heeft verstrekt. Deze machtiging dient niet algemeen van aard te zijn, maar dient zich te richten op de Verwerking ten behoeve van een concrete aangelegenheid. De Cliënt dient te worden geïnformeerd over de aard van de op te vragen gegevens, alsmede over het doel daarvan. Dit dient uit de machtiging te blijken. Rapporten van een geneeskundige, de Arbodienst, alsmede informatie van de behandelend sector dienen te worden opgenomen in een medisch dossier dat onder de verantwoordelijkheid van de Medisch adviseur wordt bewaard. De Cliënt heeft het recht – bij voorkeur via een door hem of haar benoemde vertrouwensarts – een op de Cliënt betrekking hebbend medisch dossier volledig, met uitzondering van werkaantekeningen van de Medisch adviseur, in te zien en daarvan kopieën te ontvangen, tenzij de privacy van de in het rapport besproken Derden zich daartegen verzet. Indien in het kader van acceptatie en/of schadebehandeling medewerking van een Cliënt aan een medische keuring of aan een aanvullend onderzoek wordt gevraagd, zal de Financiële instelling in de keuringsstukken en formulieren wijzen op het belang van legitimatie teneinde verwisseling van personen te voorkomen. De Cliënt zal daarbij worden geïnformeerd dat hij het recht heeft om schriftelijk te kennen te geven dat hij de uitslag en gevolgtrekking van het onderzoek wenst vernemen. Tenzij het betreft een tot stand gekomen burgerrechtelijke verzekering heeft de Cliënt het recht mede te delen om als eerste kennis te nemen van deze gegevens teneinde te kunnen beslissen dat geen mededeling van die uitslag en gevolgtrekking aan anderen wordt gedaan Niet onder de verantwoordelijkheid van de Medisch adviseur vallen Verwerkingen van Persoonsgegevens omtrent iemands gezondheid voor zover dat noodzakelijk is voor: het nemen van een beslissing inzake het door de verzekeraar te verzekeren risico; de schadeafhandeling om de omvang van de gemelde claim of de schade te kunnen vaststellen, teneinde te kunnen beslissen of aanvullende informatie nodig is of dat direct tot uitkering kan worden overgegaan. Dit alles onverminderd het bepaalde in artikel 6.1.4 dat de aanvullende informatie wordt opgevraagd en beoordeeld door de Medisch adviseur en dat bij de directe schadeafhandeling alleen daartoe noodzakelijke persoonsgegevens omtrent gezondheid worden verwerkt; de uitvoering van de verzekerings- of financieringsovereenkomst, waaronder mede begrepen de Verwerking van Persoonsgegevens in het kader van het ontvangen en verwerken van declaraties en financieringsovereenkomsten dan wel indien daarom door of namens de Cliënt is verzocht in verband met diens gezondheidstoestand. De gegevens omtrent iemands gezondheid worden slechts verwerkt door personen die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel krachtens een overeenkomst tot geheimhouding zijn verplicht, behoudens voor zover de wet hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak voortvloeit dat de gegevens worden medegedeeld aan anderen die krachtens artikel 6.1 Gedragscode bevoegd zijn tot Verwerking daarvan. Op de Verwerking van Persoonsgegevens betreffende erfelijke eigenschappen is het moratorium erfelijkheidsonderzoek van toepassing. (Bijlage I: Document D). Op de Verwerking van Persoonsgegevens betreffende iemands gezondheid die ontleend kunnen worden aan bloedonderzoek is de 'HIV-gedragscode' van toepassing. (Bijlage I: Document E). Het is Financiële instellingen toegestaan strafrechtelijke Persoonsgegevens te verwerken voor zover dat noodzakelijk is voor: (i) de beoordeling van een Cliënt, de acceptatie van een Cliënt, het uitvoeren van een overeenkomst met een Cliënt en het afwikkelen van het betalingsverkeer; (ii) het waarborgen van de veiligheid en integriteit van de financiële sector, daaronder mede begrepen onderkennen, voorkomen, onderzoeken en bestrijden van (pogingen tot) (strafbare of laakbare) gedragingen gericht tegen de branche waar een Financiële instelling deel van uitmaakt, de Groep waartoe een Financiële instelling behoort, de Financiële instelling zelf, haar Cliënten en medewerkers, alsmede het gebruik van en de deelname aan waarschuwings-systemen; of (iii) het voldoen aan wettelijke verplichtingen. Onverminderd het bepaalde in artikel 6.2.1 is het Financiële instellingen toegestaan Persoonsgegevens van strafrechtelijke aard te verwerken indien: (i) hiertoe de uitdrukkelijke toestemming van de Cliënt is verkregen; (ii) de gegevens door de Betrokkene duidelijk openbaar zijn gemaakt; (iii) dit noodzakelijk is voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte; (iv) dit noodzakelijk is ter voldoening aan een volkenrechtelijke verplichting; (v) dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, passende waarborgen worden geboden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en dit bij wet wordt bepaald dan wel het CBP ontheffing heeft verleend; (v) indien passende en specifieke waarborgen zijn getroffen en de procedure is gevolgd ingevolge artikel 31 WBP. Financiële instellingen kunnen met het oog op een verantwoord acceptatiebeleid vragen naar feiten omtrent een eventueel strafrechtelijk verleden van te verzekeren personen en anderen wiens belangen op de aangevraagde verzekering worden (mee)verzekerd (bestuurders en aandeelhouders van rechtspersonen daaronder begrepen), voor zover die feiten betrekking hebben op een periode van 8 jaar voorafgaand aan de aanvraag tot verzekering. Daarbij geldt dat het opgegeven strafrechtelijk verleden slechts gebruikt zal worden voor de beoordeling van de verzekeringsaanvraag en dat langs rechtmatige weg verkregen gegevens omtrent een strafrechtelijk verleden kunnen worden gebruikt in het kader van een beroep op niet nakomen van de mededelingsplicht. Het verbod om andere Bijzondere gegevens te verwerken is niet van toepassing voor zover dit noodzakelijk is in aanvulling op de verwerking van strafrechtelijke gegevens voor de doeleinden waarvoor deze gegevens worden verwerkt. Persoonsgegevens die:(i) betrekking hebben op strafbare feiten die zijn, of op grond van feiten en omstandigheden naar verwachting zullen worden, begaan jegens één van de in een Groep verbonden Financiële instellingen; of (ii) dienen ter vaststelling van mogelijk strafbaar gedrag jegens één van de in een Groep verbonden Financiële instellingen, kunnen door de Financiële instelling worden verstrekt binnen de Groep, mits de gegevens uitsluitend worden verstrekt aan functionarissen die de gegevens voor de uitoefening van hun functie nodig hebben alsmede aan politie en Justitie. Het mededelingenveld van een betalingsopdracht kan Bijzondere Persoonsgegevens bevatten. De uitvoering van de betalingsopdrachten brengt met zich mee dat Verwerking van dergelijke Persoonsgegevens plaatsvindt. De Verwerking van Persoonsgegevens vindt onder meer plaats door het archiveren van de originele bescheiden of van de al dan niet elektronische afschriften daarvan. Het is een Financiële instelling toegestaan (andere) Bijzondere Persoonsgegevens te verwerken indien: (i) hiertoe de uitdrukkelijke toestemming van de Cliënt is verkregen; (ii) de gegevens door de Betrokkene duidelijk openbaar zijn gemaakt; (iii) dit noodzakelijk is voor de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte; (iv) dit noodzakelijk is ter voldoening aan een volkenrechtelijke verplichting; (v) dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang, passende waarborgen worden geboden ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer en dit bij wet wordt bepaald dan wel het CBP ontheffing heeft verleend.

Rechtspraak bij dit artikel