Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Rechten van Betrokkene

Onderdeel van Gedragscode Verwerking Persoonsgegevens Financiële Instellingen· Privacy

Deze tekst geldt sinds 26 april 2010

Een Betrokkene is gerechtigd – met redelijke tussenpozen – een Financiële instelling schriftelijk een overzicht te vragen van de Persoonsgegevens van de Betrokkene die door die Financiële instelling worden verwerkt. De Financiële instelling zal, behoudens de in artikel 9 Gedragscode genoemde uitzonderingsgevallen, de Betrokkene binnen vier weken na ontvangst van het verzoek een volledig overzicht van de Persoonsgegevens doen toekomen. Indien door de Financiële instelling geen Persoonsgegevens van de Betrokkene worden verwerkt, zal de Financiële instelling dit tevens binnen vier weken na ontvangst van het verzoek aan de Betrokkene laten weten. Het overzicht als genoemd in artikel 7.1.1 Gedragscode omvat in begrijpelijke vorm: (i) een omschrijving van het doel of de doeleinden van de Verwerking; (ii) de categorieën van Persoonsgegevens waarop de Verwerking betrekking heeft; (iii) de ontvangers of categorieën van ontvangers, alsmede; (iv) de beschikbare informatie over de herkomst van de Persoonsgegevens. Indien uit het verstrekte overzicht blijkt dat Persoonsgegevens feitelijk onjuist zijn, voor het doel van de Verwerking onvolledig of niet ter zake dienend dan wel anderszins in strijd met deze Gedragscode of wettelijk voorschrift worden verwerkt, kan de Betrokkene schriftelijk om verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming van de betreffende Persoonsgegevens verzoeken. Een Financiële instelling zal de Betrokkene binnen vier weken na ontvangst van genoemd verzoek, schriftelijk laten weten of dan wel in hoeverre aan het verzoek wordt voldaan. Indien niet of niet volledig aan het verzoek van de Betrokkene wordt voldaan wordt dit met redenen omkleed. Het in artikel 7.1.1 Gedragscode genoemde verzoek dient te worden gedaan bij de Financiële instelling die verantwoordelijk is voor de betreffende Verwerking van Persoonsgegevens. Het verzoek om correctie dient een specificatie te bevatten van de Persoonsgegevens die gecorrigeerd dienen te worden. De Financiële instelling draagt zorg voor een deugdelijke vaststelling van de identiteit van de verzoeker. Indien het voor de Betrokkene onduidelijk is wie als Verantwoordelijke voor de Verwerking van de betreffende Persoonsgegevens dient te worden aangemerkt, bijvoorbeeld omdat de Financiële instelling deel uitmaakt van een Groep, kan de Betrokkene zijn verzoek richten tot de directie van de Financiële instelling waarvan hij vermoedt dat deze zijn Persoonsgegevens verwerkt. De directie van de betreffende Financiële instelling dient er voor zorg te dragen dat het verzoek op de juiste wijze wordt afgehandeld. Indien de grondslag van de Verwerking van Persoonsgegevens is gelegen in het gerechtvaardigde belang van de Verantwoordelijke of van een Derde aan wie de Persoonsgegevens worden verstrekt heeft de Betrokkene het recht verzet aan te tekenen tegen de Verwerking van Persoonsgegevens in verband met zijn bijzondere persoonlijke omstandigheden. Binnen vier weken na ontvangst van het verzet beoordeelt de Verantwoordelijke of het verzet gerechtvaardigd is. Is dat het geval dan wordt de Verwerking van Persoonsgegevens van die Betrokkene onmiddellijk beëindigd. Indien een Financiële instelling Persoonsgegevens verwerkt met het oog op werving voor commerciële of charitatieve doelen kan de Betrokkene daartegen altijd kosteloos verzet aantekenen. In geval van verzet treft de Financiële instelling maatregelen om deze vorm van Verwerking van Persoonsgegevens onmiddellijk te beëindigen. De Verantwoordelijke zal zorg dragen dat, indien voor de hiervoor genoemde doelen rechtstreeks een boodschap aan Betrokkene wordt gezonden, deze daarbij telkens wordt gewezen op de mogelijkheid tot het doen van verzet. Het gebruik van automatische oproepsystemen zonder menselijke tussenkomst, faxen of elektronische berichten voor Direct Marketing is uitsluitend toegestaan indien de verzender kan aantonen dat de Betrokkene daarvoor voorafgaand toestemming heeft verleend (‘opt-in’). Er zijn voor de Betrokkene geen kosten verbonden aan het verlenen van deze toestemming. Het gebruik van andere dan de in artikel 7.2.3 Gedragscode genoemde technieken waaronder telefoon en ‘gewone’ post voor Direct Marketing is toegestaan, tenzij de betreffende Betrokkene te kennen heeft gegeven informatie of mededelingen waarbij van deze technieken gebruik wordt gemaakt, niet te willen ontvangen (‘opt-out’). Er zijn voor de Betrokkene geen kosten verbonden aan voorzieningen waarmee wordt voorkomen dat aan een Betrokkene ongevraagde informatie wordt overgebracht. Een Financiële instelling die elektronische contactgegevens voor elektronische berichten (zoals e-mail, sms-berichten, mms-berichten) heeft verkregen in het kader van de verkoop van een financieel product of het verlenen van een financiële dienst mag deze gegevens gebruiken voor Direct Marketing ten behoeve van eigen gelijksoortige financiële producten of financiële diensten (‘soft opt-in’). Dit op voorwaarde dat: (i) bij de verkrijging van de contactgegevens aan de Betrokkene uitdrukkelijk de gelegenheid is geboden om kosteloos verzet aan te tekenen tegen het gebruik van die elektronische contactgegevens; en, (ii) indien de Betrokkene hiervan geen gebruik heeft gemaakt, hem bij elke tot stand gebrachte communicatie nadrukkelijk de mogelijkheid wordt geboden om kosteloos verzet aan te tekenen tegen het verdere gebruik van zijn elektronische contactgegevens. Artikel 41 lid 2 WBP is van overeenkomstige toepassing. Bij het gebruik van elektronische berichten voor Direct Marketing dient de Financiële instelling te voldoen aan de informatieplicht ingevolge artikel 3:15 e Burgerlijk Wetboek. Een Financiële instelling zal zich slechts door middel van een elektronisch communicatiemiddel toegang verschaffen tot Persoonsgegevens die zijn opgeslagen in apparatuur van een gebruiker van een openbaar communicatienetwerk indien dat noodzakelijk is om de verzending van communicatie over een openbaar netwerk uit te voeren of te vergemakkelijken dan wel om de door de gebruiker gevraagde dienst te leveren en de opslag of toegang tot gegevens daarvoor strikt noodzakelijk is. In alle andere gevallen zal een Financiële instelling zich een dergelijke toegang slechts verschaffen indien de gebruiker op een duidelijke en nauwkeurige wijze is geïnformeerd over de doeleinden waarvoor toegang tot apparatuur of Persoonsgegevens gewenst is en op voldoende kenbare wijze de gelegenheid is geboden om deze handeling te weigeren. Een Financiële instelling kan voor een verzoek van een Betrokkene als bedoeld in de artikelen 7.1.1 en 7.2.1 Gedragscode een vergoeding van kosten verlangen die niet hoger is dan het bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde bedrag. Indien tot aanpassing, wijziging of verwijdering van de Persoonsgegevens wordt overgegaan als bedoeld in artikel 7.1.3 Gedragscode of indien het verzet als bedoeld in artikel 7.2.1 Gedragscode gegrond wordt bevonden wordt de vergoeding als bedoeld in artikel 7.3.1 Gedragscode gerestitueerd. Het nemen van een besluit door een Financiële instelling uitsluitend op grond van geautomatiseerde Verwerking van Persoonsgegevens bestemd om een beeld van bepaalde aspecten van iemands persoonlijkheid te krijgen is slechts toegestaan indien: (i) dit wordt genomen in het kader van het sluiten of uitvoeren van een overeenkomst, of (ii) dit besluit zijn grondslag vindt in een wet waarin maatregelen zijn vastgelegd die strekken tot bescherming van het gerechtvaardigde belang van de Betrokkene. Indien bij het besluit niet is voldaan aan het verzoek van de Betrokkene zal deze in de gelegenheid worden gesteld zijn zienswijze naar voren te brengen. De Financiële instelling deelt in dat geval de logica mede die aan de geautomatiseerde Verwerking van Persoonsgegevens ten grondslag heeft gelegen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel