Het beoogde resultaat van de vergelijking is dat er een signaal afgaat op het moment dat een kenteken uit het vergelijkingsbestand overeenkomt met een passerend kenteken. Het signaal geeft de zogenoemde hit aan. In geval van een hit wordt kenbaar gemaakt dat een kenteken overeenkomt met een kenteken uit het vergelijkingsbestand en wordt kenbaar gemaakt waarvoor het gesignaleerd stond. Hierop kan een gerichte actie volgen. De hit verrijkt op die manier als nieuw politiegegeven het kenteken dat voorkomt in het vergelijkingsbestand: dat kenteken is op tijd x gezien op locatie y.
Alvorens het voertuig stil te houden zal ten behoeve van de zorgvuldige verwerking van de politie-gegevens gecontroleerd moeten worden of het passerende kenteken daadwerkelijk overeenkomt met het kenteken uit het vergelijkingsbestand.
Het resultaat, de hit, verrijkt het kenteken dat in het vergelijkingsbestand voorkomt. Deze gegevens kunnen samen verder worden verwerkt zolang dit noodzakelijk is voor het doel van de verwerking, bijvoorbeeld de afhandeling van de betreffende signalering. Als de gegevens niet meer noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de dagelijkse politietaak, moeten ze worden vernietigd. Blijft het verwerken ervan wel noodzakelijk voor dat doel, dan zullen de gegevens na uiterlijk vijf jaar uit het bestand moeten worden verwijderd.
Voor de bewaartermijn van de gegevens is dus sprake van een binnengrens en een buitengrens.
De binnengrens wordt bepaald door de noodzaak de gegevens te bewaren voor het doel van de verwerking waarbij de gegevens ter zake dienend, toereikend en niet bovenmatig mogen zijn.
De buitengrens wordt gevormd door de uiterste wettelijke bewaartermijn.
Politiegegevens die met het oog op de uitvoering van de dagelijkse politietaak worden verwerkt, kunnen ter beschikking worden gesteld voor verdere verwerking in verband met een gericht onderzoek of ten behoeve van het beheer van informantgegevens. Dat betekent dat ze binnen de politie verstrekt kunnen worden met het oog op een ander doel dan waarvoor de gegevens werden verwerkt. Hierbij kan men denken aan de vraag, ten behoeve van een specifiek (opsporings)onderzoek, of een bepaald kenteken al dan niet gesignaleerd is tijdens de ANPR-actie.
Voornoemde vraag kan betrekking hebben op het vergelijkingsbestand, meer specifiek op de kentekens die daarin opgenomen zijn ter vergelijking en op het resultaat van de vergelijking. Het gaat hier enerzijds om de hits en anderzijds om de kentekens die wel gesignaleerd staan maar niet zijn gepasseerd. De vraag kan alleen worden gesteld als deze dient ter verificatie van gegevens die al bekend zijn in het kader van een onderzoek en de vraag moet noodzakelijk zijn ten behoeve van dat onderzoek.44Artikel 11 Wpg, Kamerstukken II 2005–2006, 30 327, nr. 3, p. 11 ev.. Andere vereisten zijn dat de betreffende ambtenaar geautoriseerd is en dat de verdere verwerking van overeenkomende gegevens afhankelijk is van de bevoegd functionaris.
Dat betekent ook dat niet iedere ANPR-toepassing zich leent voor dergelijke zoekacties.
In de situatie dat de aard van een politiegegeven zich niet leent voor kenbare opname in het vergelijkingsbestand, maar dat informatie over de signalering ten behoeve van opheldering in een onderzoek of ten behoeve van een onderzoek naar de betrouwbaarheid van een informant noodzakelijk is, zijn er twee mogelijkheden om informatie te verkrijgen.
In de eerste plaats zoals hiervoor al is aangegeven: op basis van gegevens uit een lopend onderzoek wordt een zoekvraag geplaatst in het bestand dat de gezochte kentekens en de resultaten van de vergelijking bevat, waarbij voldaan moet worden aan de daarvoor gestelde voorwaarden. Mocht dit een resultaat opleveren, dan kan het gegeven verder worden verwerkt ten behoeve van het gerichte onderzoek of ten behoeve van de over de informant beschikbare informatie, mits daarvoor toestemming is gegeven door de bevoegd functionaris.
De tweede mogelijkheid bestaat er uit dat een politiegegeven ‘blind’ wordt meegenomen in het vergelijkingsbestand. Meer specifiek betekent dat het volgende. Ten behoeve van gerichte onderzoeken waartoe een beperkte groep is geautoriseerd, kan gekozen worden voor het plaatsen van een gezocht kenteken zonder dat dit kenbaar is voor uitvoerders van de ANPR-actie. Opname in het vergelijkingsbestand zal dan niet kunnen leiden tot een directe actie met het oog op de uitvoering van de politietaak. Wel is dan van belang, juist gelet op het niveau van autorisatie, dat een mogelijke hit niet zichtbaar zal zijn. De beveiliging is hierbij eveneens een cruciaal punt.
Alle passerende kentekens worden gescand. De gescande kentekens worden verwerkt, namelijk vergeleken, in het kader van de uitvoering van de dagelijkse politietaak. Een groot aantal vergelijkingen zal niet leiden tot een positief resultaat. Het signaal blijft uit, de vergelijking heeft geen hit tot gevolg omdat het gescande kenteken niet gezocht wordt in deze ANPR-actie en het daarom niet voorkomt in het vergelijkingsbestand. Dat betekent dat deze kentekens niet zorgen voor een verrijking van de reeds bestaande politiegegevens die opgenomen waren in het vergelijkingsbestand. Het betekent ook dat de gescande kentekens voor de uitvoering van de dagelijkse politietaak niet noodzakelijk zijn, uitgaande van de selectie van de politiegegevens in het vergelijkingsbestand. De selectie komt immers voort uit de invulling van de politietaak voor de betreffende ANPR-actie. Hieruit volgt dat de gescande kentekens die geen hit opleveren met het vergelijkingsbestand direct vernietigd dienen te worden. Het langer bewaren van de gescande kentekens zou betekenen dat sprake is van een bovenmatige verwerking die bovendien, gelet op het doel van de verwerking, niet ter zake dienend is.
Mogen de resultaten van een ANPR-actie worden gebruikt voor de opsporing van mogelijk in de toekomst plaatsvindende strafbare feiten?
Vooropgesteld moet worden dat de verwerking van gegevens noodzakelijk dient te zijn voor het doel van de verwerking, dat de gegevens rechtmatig dienen te zijn verkregen, en dat deze bovendien toe-reikend, ter zake dienend en niet bovenmatig moeten zijn gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt. Daaruit volgt dat de wens om alle gescande kentekens, dus zowel de hits als de no-hits, te bewaren teneinde deze op een later moment in het kader van een toekomstig onderzoek te kunnen gebruiken, geen steun vindt in de wet. Zoals in het voorgaande is uiteengezet, is het immers zo dat de no-hits direct vernietigd moeten worden.
De gegevens die na de kentekenvergelijking tot verrijking van informatie hebben geleid, zowel de omstandigheid dat een hit heeft plaatsgevonden als de omstandigheid dat het gezochte kenteken niet is gepasseerd, kunnen worden aangewend voor verdere verwerking mits voldaan is aan de daarvoor geldende voorwaarden. Dit geldt zolang de verwerking van deze gegevens noodzakelijk is voor het doel waarvoor ze werden verwerkt. In die periode kunnen deze gegevens ook beschikbaar worden gesteld ten behoeve van onderzoeken die op het moment van de ANPR-actie nog niet in gang waren gezet. Het bewaren van de gegevens die na kentekenvergelijking tot verrijking van informatie hebben geleid, is echter onrechtmatig als dit alleen ten behoeve van nog niet bestaande onderzoeken plaatsvindt.
De drie kerntaken die voortvloeien uit artikel 2 Polw. ‘93 zijn de handhaving van de openbare orde, de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die dat behoeven. Hieruit wordt door de Raad van Hoofdcommissarissen een vierde taak afgeleid: signalering en advi-sering. Deze is onlosmakelijk met de drie genoemde kerntaken verbonden, aldus de Projectgroep Opsporing van de Raad van Hoofdcommissarissen in Tegenhouden troef. 45Tegenhouden troef. Een nadere verkenning van Tegenhouden als alternatieve strategie van misdaadbestrijding, Projectgroep Opsporing-2, Raad van Hoofdcommissarissen, november 2003, p. 23, http://www.politie.nl/ImagesLandelijk/tegenhoudentroef_tcm31-66185.pdf .
Hoewel deze twee taken niet direct zijn terug te leiden tot artikel 2 Polw. ‘93, is preventie in de zin van het voorkomen van schendingen van de rechtsorde, dat wel.46Zie ook de conclusie van A-G Vellinga voorafgaand aan HR 23 januari 2007, LJN: AZ3880. Dit zou kunnen plaatsvinden door het uitvoeren van strategische analyses. Uit deze analyses kunnen patronen afgeleid worden, die weer kunnen leiden tot gerichte acties door de politie. Als bijvoorbeeld uit een analyse naar voren komt dat op een bepaald tijdstip in de week veel dezelfde soort niet-Nederlandse auto’s de grens passeert, zou dit aanleiding kunnen zijn om op dat tijdstip gericht te controleren op een delict dat in verband kan worden gebracht met de betreffende nationaliteit.47Voorbeeld: Kmar − @migo: ANPR bij de grensovergang bij Hazeldonk. Het verwerken van ongelimiteerd binnengehaalde gegevens ten behoeve van de uitvoering van de dagelijkse politietaak is in strijd met de wet.48 Zie ook hoofdstuk III − 2. Het gebruik van gescande kentekens is echter voor het genereren van strategische analyses niet noodzakelijk. Ook zonder dat de gegevens herleidbaar zijn tot personen is een risicoanalyse uit te voeren door middel van een technische toepassing die de gegevens aggregeert. Hieruit kan worden afgeleid op welk moment een bepaald soort kenteken passeert. Vervolgens kan door middel van een gerichte actie naar tijd en plaats selectiever worden gecontroleerd. Dit betekent dat voor een rechtmatige toepassing van ANPR ten behoeve van signalering en advisering met het oog op de uitvoering van de dagelijkse politietaak een technische mogelijkheid moet worden gezocht om deze analyses uit te voeren op geaggregeerd niveau.
Op het moment dat een kenteken uit het vergelijkingsbestand overeenkomt met een passerend kenteken is sprake van een hit. In geval van een hit wordt kenbaar gemaakt dat een gescand kenteken voorkomt in het vergelijkingsbestand en wordt kenbaar gemaakt waarvoor het gesignaleerd stond. Hierop kan een gerichte actie volgen. De hit verrijkt op die manier als nieuw politiegegeven het kenteken uit het vergelijkingsbestand. Deze gegevens kunnen verder worden verwerkt zolang dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de dagelijkse politietaak. Als de noodzaak komt te vervallen voor de verwerking van deze gegevens, moeten ze worden vernietigd. Voor de gescande kentekens die niet voorkomen in het vergelijkingsbestand, de zogenoemde no-hits, geldt dat deze direct vernietigd moeten worden.
Verdere verwerking van de gescande kentekens is alleen mogelijk als het gaat om kentekens die een hit hebben opgeleverd. Daarnaast is verdere verwerking mogelijk voor de gesignaleerde kentekens die zich in het vergelijkingsbestand bevinden maar niet gepasseerd zijn. Voor eventuele verdere verwerking kan vanuit een gericht onderzoek een zoekvraag worden gesteld. Dit moet met de daarvoor aangewezen waarborgen omkleed zijn: het antwoord op de vraag moet ter verificatie dienen van gegevens die al bekend zijn in het kader van een onderzoek en moet noodzakelijk zijn ten behoeve van dat onderzoek.
Gegevens die zich vanwege hun aard niet lenen voor opname in het vergelijkingsbestand zouden bij de vergelijking ‘blind’ mee kunnen draaien, zodat de dienstdoende politieambtenaar, met het oog op het autorisatieniveau, daarvan geen kennis neemt.
Het bewaren van alle gescande kentekens ten behoeve van een nog niet bestaand onderzoek is in strijd met de wet. Dit betreft in ieder geval de gescande kentekens die na vergelijking met het vergelijkingsbestand niet hebben geleid tot een hit: de kentekens zijn voor het doel waarvoor ze verwerkt worden niet langer noodzakelijk. Het bewaren van de gegevens die na kentekenvergelijking tot verrijking van informatie hebben geleid, is onrechtmatig als dit alleen ten behoeve van nog niet bestaande onderzoeken plaatsvindt.
Nadat kentekens gescand zijn kunnen zij alleen in geaggregeerde vorm ten behoeve van patroonherkenning worden geanalyseerd. Een risicoanalyse kan vervolgens aanleiding zijn om een gerichte actie op te zetten.
Artikel IV
Resultaten van de vergelijking
Onderdeel van Beleidsregel CBP richtsnoeren ANPR· Privacy
Deze tekst geldt sinds 14 juli 2009