Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Achtergrond

Onderdeel van Aanwijzing technisch opsporingsonderzoek/deskundigenonderzoek· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2013

De Wet deskundige in strafzaken en het Besluit register deskundige in strafzaken zijn op 1 januari 2010 in werking getreden. Met de wet en het besluit wordt beoogd de positie van de deskundige in strafzaken te versterken en meer waarborgen te bieden voor de kwaliteit van de rapportages van (forensisch) deskundigen. Bij het opstellen van de regeling is onderkend dat de positie van het OM bij het verlenen van de opdracht tot deskundigenonderzoek ten opzichte van de politie versterking behoeft. Vooral in grote onderzoeken is het van belang dat het OM zich in de vroege fase van het opsporingsonderzoek rekenschap geeft van de vraag welke onderzoeken met welke opdracht in gang moeten worden gezet. De wet dwingt nu meer dan in het verleden tot het formuleren van precieze, concrete vraagstellingen. De wet bevordert voorts een betere communicatie tussen de opdrachtgever en de rapporterende deskundige. Specificatie van de vraagstelling kan plaatsvinden in onderling overleg en kan worden toegesneden op de concrete casus. Waar nodig wordt afstand genomen van gestandaardiseerde vraagstellingen die niet aan een concrete casus zijn gebonden. De wet beoogt daarnaast een versterking van de positie van de verdediging: aan de (raadsman van de) verdachte wordt een uitdrukkelijk recht toegekend om te verzoeken om een tegenonderzoek. De wetgever beoogt de (raadsman van de) verdachte zo vroeg mogelijk bij een opdracht tot deskundigenonderzoek te betrekken. Daarom wordt hij – tenzij het belang van het onderzoek zich daartegen verzet – geïnformeerd over de opdracht aan de deskundige teneinde hem in staat te stellen om aanvullend onderzoek te vragen of invloed uit te oefenen op de formulering van de onderzoeksopdracht. Op die manier is op de terechtzitting direct een rapportage aanwezig die antwoord geeft op de voor het OM en de (raadsman van de) verdachte relevante onderzoeksvragen en zal er minder discussie ontstaan over (de uitkomsten van) het onderzoek. Het deskundigenonderzoek is vatbaar voor tegenonderzoek. Het is goed denkbaar dat de verdediging er veel belang bij kan hebben de uitkomst van zo’n onderzoek te betwisten. Een dergelijk tegenonderzoek is een deskundigenonderzoek dat door de regels uit de Wet deskundige in strafzaken wordt geregeerd. Een opdracht tot tegenonderzoek moet evenals het eerste deskundigenonderzoek in het belang van het onderzoek zijn. Dit belang wordt getoetst door de officier van justitie of de rechter-commissaris.

Rechtspraak bij dit artikel