Gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur kunnen een vergunning als bedoeld in artikel 9 schorsen of intrekken indien:

  • - a. dat naar het oordeel van gedeputeerde staten onderscheidenlijk het dagelijks bestuur noodzakelijk is in verband met de veiligheid op en in de directe nabijheid van de lokale spoorweg;
  • - b. de lokale spoorweginfrastructuur niet meer voldoet aan de artikelen 5 en 6.