Voor een beperkt aantal processtukken is wettelijk voorgeschreven dat de relevante onderdelen daarvan steeds – ambtshalve – schriftelijk moeten worden vertaald indien de verdachte het Nederlands niet of onvoldoende beheerst.6Deze verplichting geldt, behalve voor de hierna in de hoofdtekst te noemen processtukken, ook voor (de relevante onderdelen van) het Europees Aanhoudingsbevel en het schriftelijk vonnis. Deze blijven hier buiten beschouwing. Overige processtukken worden alleen vertaald indien de verdediging hierom gemotiveerd heeft verzocht en dat verzoek door de officier van justitie of de rechter is toegewezen. Er bestaat geen verplichting tot vertaling van alle processtukken.
Op grond van art. 59, zevende lid, respectievelijk art. 78, zesde lid, Sv wordt aan de verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst en in verzekering wordt gesteld respectievelijk in voorlopige hechtenis wordt gesteld, een schriftelijke vertaling van de relevante onderdelen van het bevel tot inverzekeringstelling respectievelijk het bevel voorlopige hechtenis in een voor de verdachte begrijpelijke taal verstrekt. Onder de relevante onderdelen wordt verstaan:
het strafbare feit ter zake waarvan de verdenking is gerezen;
de grond voor uitvaardiging van het bevel; en
de duur van het bevel.
Op grond van art. 260, vijfde lid, Sv wordt aan de verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst een vertaling van de dagvaarding of van de relevante onderdelen daarvan in een voor de verdachte begrijpelijke taal verstrekt, zodat hij kan begrijpen waarvan hij wordt beschuldigd en zich daartegen kan verdedigen. Daartoe dient te worden vertaald:
plaats, datum en tijdstip waarop de verdachte ter terechtzitting moet verschijnen;
een korte omschrijving van het strafbare feit;
de mededelingen als bedoeld in art. 260, derde lid, tweede volzin, en vierde lid, Sv.
Vertaling van de hele tenlastelegging kan aangewezen zijn in bijzondere gevallen, bijvoorbeeld bij een complexe fraudezaak.
De verplichting bepaalde onderdelen van de dagvaarding te vertalen is in hoger beroep van overeenkomstige toepassing (art. 412, derde lid, Sv). Dat betekent dat die onderdelen ook moeten worden vertaald, voor zover deze in de dagvaarding in hoger beroep (moeten) zijn opgenomen. In een dagvaarding in hoger beroep is normaal gesproken geen (korte) omschrijving van het feit opgenomen, maar wordt volstaan met een verwijzing naar het parketnummer in eerste aanleg. Met deze verwijzing is de verdachte voldoende geïnformeerd over de vraag op welk(e) tenlastegelegde strafbare feit(en) de zitting in hoger beroep ziet. Daarom behoeft in een dergelijk geval in die de dagvaarding in hoger beroep ook geen vertaling van een korte omschrijving van het feit te worden opgenomen.
Indien tegen de verdachte verstek is verleend, bepaalt art. 314 Sv dat de gewijzigde tenlastelegging aan de verdachte moet worden betekend, tenzij hij door het achterwege laten van de kennisgeving redelijkerwijs niet in zijn verdediging wordt geschaad. Indien op grond van art. 314, eerste lid, Sv de gewijzigde tenlastelegging aan de verdachte moet worden betekend en hij de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, dan moet hem tegelijkertijd ook een schriftelijke vertaling van de gewijzigde tenlastelegging worden verstrekt.
Deze bepaling geldt op grond van art. 415, eerste lid, Sv ook voor de fase van het hoger beroep.
Art. 260, vijfde lid, Sv is van overeenkomstige toepassing in ontnemingsprocedures (art. 511b, vierde lid, Sv). Indien de verdachte/veroordeelde de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt een schriftelijke vertaling van de relevante onderdelen van de ontnemingsvordering verstrekt. Daartoe dienen te worden vertaald:
plaats, datum en tijdstip waarop de betrokkene ter terechtzitting moet verschijnen;
de aanduiding van het (straf)vonnis waarop de ontnemingsvordering is gebaseerd en de (voorgenomen) vordering tot ontneming zelf;
de mededelingen als bedoeld in art. 260, vierde lid, Sv;
de mededeling van het recht op kennisneming van de stukken (art. 511b, derde lid, Sv).
In art. 511g, tweede lid, Sv is titel II van Boek III Sv (de artt. 404-426 Sv) van overeenkomstige toepassing verklaard. Dit houdt in dat ook de relevante onderdelen van de oproeping in hoger beroep in een ontnemingszaak (als bedoeld in art. 511g, eerste lid, Sv) vertaald moeten worden. Dat zijn:
plaats, datum en tijdstip waarop de betrokkene ter terechtzitting moet verschijnen;
de mededelingen als bedoeld in art. 260, vierde lid, Sv;
een verwijzing naar het ontnemingsvonnis in eerste aanleg door middel van het parketnummer plus de datum van de uitspraak in eerste aanleg.
Op grond van art. 257a, zevende lid, Sv wordt aan de verdachte die de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst een vertaling van de strafbeschikking die is uitgevaardigd wegens een misdrijf, of van de relevante, in art. 257a, zesde lid, Sv bedoelde, onderdelen daarvan, in een voor de verdachte begrijpelijke taal verstrekt. Daartoe kan worden volstaan met vertaling van de in art. 257a, zesde lid, Sv bedoelde gegevens:
een korte omschrijving van het strafbare feit;
de opgelegde straffen, maatregelen en aanwijzingen;
de dag waarop de strafbeschikking is uitgevaardigd;
de wijze waarop verzet kan worden ingesteld;
de wijze van tenuitvoerlegging.
Een strafbeschikking die is uitgevaardigd voor een overtreding behoeft dus niet te worden vertaald.
Wanneer de verdachte verzet tegen de strafbeschikking aantekent, dan wordt hij, behoudens in het geval waarin de strafbeschikking wordt ingetrokken, voor de behandeling van het verzet op de terechtzitting opgeroepen. Wanneer de verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, dient de oproeping schriftelijk te worden vertaald (art. 257f, eerste lid, jo. art. 260, vijfde lid, Sv), dan wel kan volstaan worden met vertaling van:
de plaats, datum en tijdstip waarop de verdachte ter terechtzitting moet verschijnen;
een korte omschrijving van het feit;
de mededelingen, bedoeld in art. 260, derde lid, tweede volzin, en vierde lid, Sv.
De oproeping of de aangegeven onderdelen daarvan dient te worden vertaald ongeacht of de strafbeschikking voor een overtreding of een misdrijf was uitgevaardigd.
Indien het vonnis dat de beslissing van de rechtbank op grond van de artt. 349, 351 of 352 Sv bevat, is uitgesproken buiten de aanwezigheid van de verdachte, wordt bij de mededeling daarvan tevens een schriftelijke vertaling aan de verdachte verstrekt in een voor hem begrijpelijke taal (het nieuwe art. 366, vierde lid, Sv).
Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op de procedure in hoger beroep (art. 415, eerste lid, Sv) alsmede op de ontnemingsprocedure (art. 511e Sv). Voor zowel de procedure in hoger beroep als de ontnemingsprocedure geldt dat tevens wordt vertaald de aanduiding van het vonnis waartegen hoger beroep is ingesteld respectievelijk waarop de ontnemingsvordering is gebaseerd. In de ontnemingsprocedure dienen daarnaast te worden vertaald het door de rechter geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel, en de opgelegde betalingsverplichting alsmede de wettelijke voorschriften waarop deze is gebaseerd.
Op grond van art. 32a Sv kan de verdachte of diens raadsman (schriftelijk) verzoeken om schriftelijke vertaling van (delen van) processtukken waarvan de kennisneming is toegestaan en die door de verdachte voor zijn verdediging noodzakelijk worden geacht. Als het onderzoek ter terechtzitting nog niet is aangevangen, wordt dit verzoek gericht aan de officier van justitie of, in hoger beroep, de advocaat-generaal. Die beslist of, gelet op het waarborgen van het recht op een eerlijk proces, schriftelijke vertaling in het concrete geval noodzakelijk is.
In veel gevallen zal volstaan kunnen worden met vertolking (mondelinge vertaling) van (de essentie van) van processtukken. Als uitgangspunt geldt dat de verdachte in de gelegenheid wordt gesteld om met zijn raadsman in het bijzijn van een tolk de belangrijkste stukken uit het dossier door te nemen. Indien de verdachte daarna op grond van art. 32a Sv om een schriftelijke vertaling vraagt, dient hij te motiveren waarom hij in het gegeven geval een schriftelijke vertaling van betreffende stuk of de betreffende passage noodzakelijk vindt voor het voeren van zijn verdediging en waarom niet kan worden volstaan met de bijstand van een tolk om de stukken of delen daaruit mondeling te vertalen tijdens het overleg dat de verdachte met zijn raadsman voert ter voorbereiding van zijn verdediging.
De officier van justitie of de advocaat-generaal aan wie een verzoek tot schriftelijke vertaling van nader aangeduide processtukken is gericht, zal dat verzoek moeten toetsen aan de vraag of schriftelijke vertaling in het concrete geval nodig is om het recht op een eerlijk proces te waarborgen. Exacte criteria hiervoor kunnen niet worden gegeven. Dit zal steeds afhangen van de omstandigheden van het concrete geval. Uit de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens kan worden afgeleid dat de context waarbinnen dergelijke verzoeken moeten worden beoordeeld onder andere wordt bepaald door de ernst van het ten laste gelegde feit en de mate van ingrijpendheid van de uit de strafzaak voortvloeiende potentiële gevolgen voor de verdachte. Daarom kan de omvang van de schriftelijke vertaling naar de aard van de zaak verschillen.
Als een processtuk wordt verzonden naar een in het buitenland verblijvende verdachte en aannemelijk is dat deze verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende begrijpt, wordt de essentie van het processtuk vertaald in de taal van het land waarin de verdachte verblijft, tenzij de verdachte een verzoek indient om de essentie van het processtuk in een andere taal te vertalen. Als blijkt dat de verdachte de Nederlandse taal niet of onvoldoende beheerst, wordt hem medegedeeld dat hij kan verzoeken om vertaling van de essentie van het stuk in zijn moedertaal dan wel in een door hem gekozen taal. In beginsel wordt een dergelijk verzoek ingewilligd. De eigen verklaring van de verdachte wordt in beginsel geheel vertaald.
In beginsel wordt hierbij de bijstand van een beëdigde vertaler en derhalve van een in het register ingeschreven vertaler ingeroepen, tenzij een beëdigde vertaler niet (tijdig) beschikbaar is. In dat geval kan een vertaler worden ingezet die niet staat ingeschreven in het register. Als een vertaler wordt ingezet die niet staat ingeschreven in het register, wordt dit met redenen omkleed schriftelijk vastgelegd in een proces-verbaal.
De niet-ingeschreven vertaler dient dan zo mogelijk voorafgaand aan zijn inzet een recente verklaring omtrent het gedrag dan wel een integriteitsverklaring over te leggen. Indien het vanwege de spoedeisendheid niet mogelijk is voorafgaand aan de inzet een verklaring omtrent het gedrag over te leggen geschiedt dit na de inzet.
Artikel 4
Verdachte – vertolking/vertaling van stukken
Onderdeel van Aanwijzing bijstand van tolken en vertalers bij de opsporing en vervolging van strafbare feiten· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2014