Naar hoofdinhoud
1. De Minister van Justitie van het aangezochte land beslist na ontvangst van het advies van de Procureur-Generaal of de door de Minister van Justitie daartoe aangewezen dienst over de toewijsbaarheid van het verzoek op basis van de in artikel 3 genoemde gronden. Artikel 4, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Minister van Justitie van het verzoekende land in kennis wordt gesteld. 2. Toewijzing van het verzoek heeft tot gevolg dat het verzoekende land bevoegd is tot overdracht van de tenuitvoerlegging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel