Wederverkopers die de margeregeling toepassen, zijn belasting verschuldigd over het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs van een margegoed (zie hoofdstuk 3). Voor bepaalde bedrijfstakken is het echter administratief praktisch onmogelijk goederen individueel van inkoop tot verkoop te volgen. Wederverkopers in deze bedrijfstakken kunnen hierdoor de margeregeling zonder nadere voorziening niet toepassen. Daarom is voor deze wederverkopers de globalisatieregeling in het leven geroepen. Deze regeling maakt het mogelijk om de winstmarge per belastingtijdvak vast te stellen in plaats van per individuele transactie. De globalisatieregeling is een variant van de margeregeling die de wederverkoper alleen kan toepassen als hij ook voldoet aan de voorwaarden van de margeregeling (zie onderdeel 3.2). Als de wederverkoper aan deze voorwaarden voldoet, mag hij de globalisatieregeling toepassen op leveringen van margegoederen die in artikel 4c, eerste lid, onderdeel a, van de uitvoeringsbeschikking zijn genoemd. Voor andere goederen kan de inspecteur bij beschikking toestemming verlenen om de globalisatieregeling toe te passen. Een wederverkoper kan afzien van toepassing van de globalisatieregeling. De globalisatieregeling is in de wet opgenomen in artikel 28d. Deze bepaling is uitgewerkt in artikel 4c van de uitvoeringsbeschikking.
Bij toepassing van de globalisatieregeling berekent de wederverkoper de verschuldigde btw niet over de winstmarge per goed maar over de winstmarge per belastingtijdvak (tijdvakwinstmarge). Dat is het verschil tussen:
de som van de vergoedingen van de margeleveringen in het betreffende tijdvak (hierna: de margeverkopen), en
de som van de inkoopprijzen van margegoederen in dat tijdvak (hierna: de marge-inkopen).
De wederverkoper moet de tijdvakwinstmarge afzonderlijk vaststellen voor goederen waarop het algemene en goederen waarop het verlaagde tarief van toepassing is. Over een positief saldo draagt de wederverkoper btw af naar het betreffende tarief. Als sprake is van een negatief saldo voor een bepaalde tariefgroep (de marge-inkopen overtreffen de margeverkopen), kan de wederverkoper dat saldo verrekenen met een positief saldo voor dezelfde tariefgroep in latere tijdvakken. Verrekening van een negatief saldo van de ene tariefgroep met het positieve saldo van de andere tariefgroep is niet mogelijk. Na afloop van het jaar vindt een herrekening plaats op basis van de totale margeverkopen en de totale marge-inkopen in dat jaar (jaarglobalisatie, zie onderdeel 4.11). Is sprake van een negatief jaarsaldo, dan kan de wederverkoper dat saldo verrekenen met een positief jaarsaldo in volgende jaren (carry-forward, zie onderdeel 4.13). Ook de jaarglobalisatie en de carry-forward gelden voor iedere tariefgroep afzonderlijk. In de volgende onderdelen van dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op verschillende aspecten van de globalisatieregeling.
Wederverkopers moeten in beginsel de globalisatieregeling toepassen op de volgende leveringen:
vervoermiddelen, daaronder begrepen caravans, fietsen en bromfietsen;
kleding;
meubels;
boeken en tijdschriften;
foto-, film- en videoapparatuur alsmede beeld- en geluiddragers zoals grammofoonplaten, video- en muziekcassettes, dvd’s en compactdiscs;
muziekinstrumenten;
huishoudelijke, elektrische en elektronische apparaten7Daaronder zijn begrepen gazonmaaiers, hogedrukspuiten en dergelijke apparatuur.;
huisdieren;
kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten.
Hetzelfde geldt voor de gebruikte onderdelen, toebehoren en benodigdheden van de hiervoor opgesomde goederen (artikel 4c, eerste lid, onderdeel a, van de uitvoeringsbeschikking). De aanwijzing geldt voor alle wederverkopers, met uitzondering van veilinghouders.
Bij de levering van wettelijk aangewezen goederen kan de wederverkoper ervoor kiezen de globalisatieregeling buiten toepassing te laten. Hij moet de inspecteur daarvan vooraf schriftelijk in kennis stellen (artikel 4c, derde lid, van de uitvoeringsbeschikking). De kennisgeving ziet op alle wettelijk aangewezen goederen. Het is dus niet mogelijk voor sommige wettelijk aangewezen goederen de globalisatieregeling te blijven toepassen. De kennisgeving heeft tot gevolg dat de wederverkoper de globalisatieregeling met ingang van het eerstvolgende kalenderjaar niet meer mag toepassen. Als de wederverkoper voldoet aan de voorwaarden voor toepassing van de individuele regeling (zie hoofdstuk 3), kan hij uiteraard die regeling toepassen. De kennisgeving tot het afzien van toepassing van de globalisatieregeling geldt tot wederopzegging, maar voor ten minste vijf kalenderjaren. Ook al is dat wettelijk niet voorgeschreven, het verdient aanbeveling dat de wederverkoper ook de wederopzegging schriftelijk doet. Door de wederopzegging herleeft de globalisatieregeling bij de wederverkoper met ingang van de eerste dag van het kalenderjaar volgend op de wederopzegging. Na het ingaan van de wederopzegging moeten ook weer minimaal vijf kalenderjaren verstrijken voordat de wederverkoper de globalisatieregeling met schriftelijke kennisgeving opnieuw buiten toepassing kan laten.
Als een wederverkoper daarom verzoekt, kan de inspecteur hem individueel aanwijzen voor toepassing van de globalisatieregeling op de levering van andere dan de wettelijk aangewezen goederen (artikel 4c, eerste lid, onderdeel b, van de uitvoeringsbeschikking). Voor aanwijzing gelden de volgende voorwaarden:
het is voor de wederverkoper onmogelijk of ongebruikelijk om de goederen afzonderlijk administratief van inkoop tot verkoop te volgen of om de aankoopprijs van een partij goederen te splitsen in aankoopprijzen voor elk afzonderlijk goed; en
de wederverkoper is geen veilinghouder.
De wederverkoper moet het verzoek tot aanwijzing schriftelijk indienen bij de inspecteur. Het verzoek kan betrekking hebben op een deel van of op al zijn leveringen van margegoederen die niet wettelijk zijn aangewezen. Het verzoek moet wel betrekking hebben op alle leveringen van goederen van een bepaalde soort. Het is dus niet mogelijk om goederen van dezelfde soort nu eens met toepassing van de individuele regeling, dan weer met toepassing van de globalisatieregeling te verkopen. Het verzoek om een individuele aanwijzing heeft pas rechtsgevolg nadat de inspecteur het verzoek heeft ingewilligd. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking. Hij wijst het verzoek af als de wederverkoper niet voldoet aan de voorwaarden voor individuele aanwijzing. Inwilliging van het verzoek heeft tot gevolg dat de wederverkoper de globalisatieregeling met ingang van het kalenderjaar volgend op dat van het verzoek moet toepassen. Zo nodig verleent de inspecteur terugwerkende kracht aan de beschikking.
Een individuele aanwijzing voor toepassing van de globalisatieregeling geldt tot wederopzegging, maar voor ten minste vijf kalenderjaren. Ook al is dat wettelijk niet voorgeschreven, het verdient ook hier aanbeveling dat de wederverkoper de wederopzegging schriftelijk doet. Een wederopzegging kan betrekking hebben op alle leveringen waarvoor een individuele aanwijzing verkregen is maar ook op de leveringen van een bepaalde soort goederen. Door de wederopzegging kan de wederverkoper de globalisatieregeling niet meer toepassen met ingang van het kalenderjaar volgend op de wederopzegging. Na het ingaan van een wederopzegging moeten eveneens ten minste vijf kalenderjaren verstrijken voordat de inspecteur de wederverkoper opnieuw voor toepassing van de globalisatieregeling kan aanwijzen.
Kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten vallen onder de wettelijke aanwijzing, terwijl dit voor curiosa niet geldt. Wederverkopers die handelen in beide soorten margegoederen en daarop de globalisatieregeling willen toepassen, moeten voor de handel in curiosa vragen om een individuele aanwijzing. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
Ik keur goed dat wederverkopers van kav-goederen de globalisatieregeling ook toepassen op hun handel in curiosa. Zij hoeven niet te verzoeken om een individuele aanwijzing.
Bij toepassing van de globalisatieregeling berekent de wederverkoper de maatstaf van heffing door de margeverkopen van dat tijdvak te verminderen met de marge-inkopen van datzelfde tijdvak. Het bedrag van de marge-inkopen is gelijk aan de som van de bedragen die de wederverkoper in het tijdvak heeft voldaan of moet voldoen voor de levering of invoer van (bepaalde) margegoederen. De margeverkopen per tijdvak bestaan uit de som van de vergoedingen in dat tijdvak van alle leveringen van margegoederen die onder de globalisatieregeling vallen.
Bij de bepaling van de marge-inkopen en margeverkopen moet de wederverkoper de leveringen in aanmerking nemen van:
gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten die hij op één van de in artikel 28b, tweede lid, van de wet bedoelde manieren heeft verkregen; en
kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten waarop hij krachtens vergunning de margeregeling kan toepassen (zie artikel 28c van de wet);
voor zover op deze leveringen de globalisatieregeling van toepassing is.
Gebruikte goederen zijn alle roerende lichamelijke zaken die, in de staat waarin zij verkeren of na herstel ervan, opnieuw kunnen worden gebruikt. Onderdelen van gebruikte goederen voldoen niet aan deze definitie. Onder voorwaarden is echter goedgekeurd dat de wederverkoper op gedemonteerde goederen de margeregeling toepast. Bij toepassing van de globalisatieregeling geldt een aanvullende voorwaarde (zie onderdeel 3.14).
Een wederverkoper die een voor wederverkoop bestemd gebruikt goed aan zijn bedrijfsvermogen onttrekt voor privédoeleinden of voor privédoeleinden van zijn personeel, verricht geen levering onder bezwarende titel. Er is voor het margegoed immers geen recht op aftrek ontstaan8Artikel 3, derde lid, onderdeel a, van de wet. De wederverkoper is voor de onttrekking dus geen btw verschuldigd. Door de onttrekking voor privédoeleinden vervalt de bestemming van margeverkoop. Het voor deze doeleinden onttrokken goed is echter bij toepassing van de globalisatieregeling in het tijdvak van inkoop wel in aanmerking genomen voor het bepalen van de winstmarge over dat tijdvak. Dat heeft tot gevolg dat de wederverkoper in beginsel de marge-inkopen van dat tijdvak moet corrigeren. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
Ik keur goed dat de wederverkoper die goederen onttrekt voor eigen privédoeleinden of voor privédoeleinden van zijn personeel, de inkoop in mindering brengt op de marge-inkopen van het tijdvak waarin de wederverkoper het goed onttrekt voor privédoeleinden (vergelijk artikel 4c, vijfde lid, van de uitvoeringsbeschikking).
Bij toepassing van de globalisatieregeling is de wederverkoper belasting verschuldigd over de bruto winstmarge per tijdvak. Dat is het verschil per tijdvak tussen de margeverkopen inclusief btw en de marge-inkopen, vermenigvuldigd met 21/121 of 9/109. Bij een negatieve tijdvakwinstmarge is de wederverkoper geen belasting verschuldigd. Een negatieve tijdvakwinstmarge leidt niet tot een recht op teruggaaf van btw. Ook kan de wederverkoper de negatieve tijdvakwinstmarge niet verrekenen met de belasting die hij voor leveringen onder het andere tarief of uit andere hoofde verschuldigd is. Wel bestaat de mogelijkheid om een negatieve tijdvakwinstmarge te verrekenen met de winstmarge over het volgende tijdvak (zie onderdeel 4.13).
Na afloop van een kalenderjaar maakt de wederverkoper per tariefgroep een berekening van het jaarsaldo over dat kalenderjaar. Dat doet hij door het verschil te nemen tussen de totale margeverkopen en de totale marge-inkopen in dat jaar (artikel 4c, zevende lid, van de uitvoeringsbeschikking). Over positieve jaarsaldi berekent hij de belasting die hij verschuldigd is. Negatieve jaarsaldi leiden niet tot een teruggaaf van btw. Een negatief jaarsaldo voor de ene tariefgroep kan de wederverkoper ook niet verrekenen met een positief jaarsaldo van de andere tariefgroep. Bij een negatief jaarsaldo bestaat wel de mogelijkheid van verrekenen met een positief jaarsaldo over het volgende jaar (zie onderdeel 4.13). Als de verschuldigde belasting over de jaarsaldi minder bedraagt dan het bedrag dat de wederverkoper heeft voldaan in het afgelopen jaar over de tijdvakwinstmarges, kan hij verzoeken om teruggaaf van het verschil.
Winstmarge 21% (inclusief btw)
Winstmarge 9% (inclusief btw)
btw
Kwartaal 1
14.520
2.120
2.695
Kwartaal 2
12.100
2.650
2.319
Kwartaal 3
7.260
– 3.710
1.260
Kwartaal 4
– 18.150
– 1.590
0
Jaarsaldi
15.730
– 530
6.274
Verschuldigde btw
2.730
0
2.730
Teruggaaf
3.544
Geen verrekening van het negatieve jaarsaldo verlaagd btw-tarief met het positieve jaarsaldo algemeen btw-tarief. Het negatieve jaarsaldo van 530 kan de wederverkoper verrekenen met het jaarsaldo verlaagd btw-tarief in het volgende jaar (zie onderdeel 4.13).
Winstmarge 21% (inclusief btw)
Winstmarge 9% (inclusief btw)
btw
Kwartaal 1
12.100
2.650
2.319
Kwartaal 2
9.680
1.590
1.811
Kwartaal 3
– 16.940
– 2.120
0
Kwartaal 4
– 6.050
– 3.180
0
Jaarsaldi
– 1.210
– 1.060
4.130
Verschuldigde btw
0
0
0
Teruggaaf
4.130
De negatieve jaarsaldi kan de wederverkoper verrekenen met de positieve jaarsaldi van het volgende kalenderjaar (zie onderdeel 4.13).
Bij de vaststelling van de winstmarge komen alleen de daadwerkelijk in dat tijdvak gedane inkopen voor aftrek in aanmerking. Met inkopen die vóór dat tijdvak hebben plaatsgevonden, mag de wederverkoper geen rekening houden. Anderzijds brengt de wederverkoper inkopen die betrekking hebben op goederen die pas ná het tijdvak worden verkocht, niet in mindering op de in het tijdvak gedane marge-verkopen. Dit betekent dat de marge-inkopen per tijdvak bepaald worden zonder rekening te houden met (mutaties in) begin- en eindvoorraden. Hetzelfde geldt voor de jaarglobalisatie.
De wederverkoper kan negatieve winstmarges per belastingtijdvak verrekenen met positieve winstmarges over volgende tijdvakken binnen hetzelfde kalenderjaar (verrekening per tijdvak). Verder kan hij negatieve jaarsaldi verrekenen met positieve jaarsaldi over latere jaren (verrekening per jaar).
Binnen hetzelfde kalenderjaar kan de wederverkoper de negatieve winstmarge over een belastingtijdvak verrekenen met de winstmarge over het volgende tijdvak (artikel 4c, zesde lid, van de uitvoeringsbeschikking). Deze verrekening vindt per tariefgroep plaats.
Een wederverkoper verricht in het derde tijdvak margeverkopen onder het algemene tarief tot een bedrag van 2.500. De marge-inkopen in dat tijdvak bedragen 1.660. De bruto winstmarge over het vorige tijdvak was 235 negatief.
Margeverkopen
2.500
Marge-inkopen
1.660
840
Af: negatieve marge vorig tijdvak
235
Brutowinstmarge
605
Verschuldigde btw 21/121 x 605
105
Als voorbeeld 1, maar nu bedragen de marge-inkopen 3.000.
Margeverkopen
2.500
Marge-inkopen
3.000
– 500
Af: negatieve marge vorig tijdvak
235
Brutowinstmarge
– 735
Verschuldigde btw
0
Aangezien het tijdvak niet het laatste tijdvak van het kalenderjaar is, kan de wederverkoper de negatieve bruto winstmarge van 735 verrekenen met de bruto winstmarge over het volgende tijdvak. Voor de verrekening per tijdvak is geen beschikking vereist.
Een negatief jaarsaldo van jaar 1 kan de wederverkoper verrekenen met het jaarsaldo over jaar 2 (artikel 4c, zevende en achtste lid, van de uitvoeringsbeschikking). Deze verrekening vindt per tariefgroep plaats. De verrekening gebeurt door het totaal van de marge-inkopen van jaar 2 te verhogen met het bedrag van het negatieve jaarsaldo over jaar 1. Ontstaat na verrekening van het negatieve jaarsaldo van jaar 1 met jaar 2 een (groter) negatief jaarsaldo voor jaar 2, dan kan de wederverkoper dit verrekenen met het jaarsaldo van jaar 3 enzovoort. Negatieve jaarsaldi kan hij dus in beginsel onbeperkt verrekenen (zie ook laatste alinea).
Margeverkopen
(inclusief btw)
Marge-inkopen
(inclusief btw)
Winstmarge
(inclusief btw)
btw
Jaar 1
9.680
14.520
– 4.840
0
Jaar 2
16.940
13.310
Negatief saldo jaar 1
4.840
16.940
18.150
– 1.210
0
Jaar 3
15.125
13.310
Negatief saldo jaar 2
1.210
15.125
14.520
605
105
Op verzoek stelt de inspecteur het negatieve jaarsaldo bij beschikking vast. Het verzoek om vaststelling van een negatief jaarsaldo moet de wederverkoper doen bij de eerste aangifte over het volgende kalenderjaar. Als de wederverkoper bij een negatief jaarsaldo ook aanspraak maakt op teruggaaf op grond van de jaarglobalisatie, merkt de inspecteur dit verzoek tevens aan als een verzoek om vaststelling van een negatief jaarsaldo (zie onderdeel 4.11). Als de wederverkoper geen aanspraak maakt op teruggaaf op grond van de jaarglobalisatie, stelt de inspecteur een negatief jaarsaldo alleen vast als de wederverkoper daar uitdrukkelijk om verzoekt. De wederverkoper moet het verzoek voorzien van een gespecificeerde berekening van het desbetreffende jaarsaldo.
Alleen negatieve jaarsaldi over het voorafgaande kalenderjaar komen voor verrekening in aanmerking. Dit houdt in dat geen verrekening plaatsvindt als over het voorafgaande kalenderjaar geen negatief jaarsaldo bij beschikking is vastgesteld. In die situatie vindt ook geen verrekening plaats van negatieve jaarsaldi over eerdere jaren, ongeacht of die jaarsaldi bij beschikking zijn vastgesteld. Het ontmoet overigens geen bezwaar dat de inspecteur een te laat ingediend verzoek om vaststelling van een negatief jaarsaldo ambtshalve beoordeelt. Het verzoek moet dan worden ingediend binnen vijf jaren na afloop van het kalenderjaar waarop het betrekking heeft.
Wederverkopers hebben het recht bij verkoop van margegoederen de margeregeling buiten toepassing te laten en de normale btw-regels toe te passen (artikel 28f van de wet). Het kiezen voor toepassing van de normale btw-regels blijkt uit de factuur die de wederverkoper moet uitreiken aan ondernemers of rechtspersonen. In andere situaties blijkt zijn keuze uit de wijze waarop hij de levering in de administratie verwerkt (zie onderdeel 3.8). Als de wederverkoper de normale btw-regels toepast, moet hij de marge-inkopen verminderen (artikel 4c, vijfde lid, van de uitvoeringsbeschikking). De vermindering moet plaatsvinden in het belastingtijdvak waarin de wederverkoper het goed levert. De wederverkoper vermindert de marge-inkopen:
met het bedrag dat hij eerder bij de berekening van de winstmarge per tijdvak van aangifte voor dat goed in aanmerking heeft genomen; of
als het in onderdeel a bedoelde bedrag niet bekend is, met het bedrag van de vergoeding voor het goed, verminderd met een forfaitair vast te stellen brutowinst.
Ad a
Voor de correctie op de marge-inkopen moet de wederverkoper uitgaan van het inkoopbedrag van dat goed. Daarbij is niet van belang, of het goed in het tijdvak van wederverkoop of in een eerder tijdvak is ingekocht.
Ad b
Als de wederverkoper het inkoopbedrag van het margegoed niet kan vaststellen, berekent hij de inkoopprijs door de vergoeding bij wederverkoop te verminderen met het gemiddelde brutowinstpercentage van goederen met hetzelfde tarief. De brutowinst stelt hij forfaitair vast door de vergoeding bij wederverkoop te vermenigvuldigen met het jaarsaldo over het voorafgaande kalenderjaar. Dit bedrag deelt hij door de som van de margeverkopen over dat jaar. De wederverkoper mag bij het jaarsaldo over het voorafgaande kalenderjaar geen rekening houden met een eventueel negatief jaarsaldo over het jaar daarvoor.
In het voorafgaande jaar bedroegen de margeverkopen in totaal 4.000 en de marge-inkopen 3.000. Het jaarsaldo over het voorafgaande jaar bedroeg derhalve vóór eventuele toepassing van de carry-forward-regeling 1.000. De wederverkoper verkoopt een margegoed onder de normale btw-regels voor 200 exclusief btw. De inkoopprijs is niet bekend.
De brutowinst op dat goed is dan: (200 x 1.000) : 4.000 = 50. De inkoopprijs van dit goed stelt hij vast op het verschil tussen de verkoopprijs van 200 en de forfaitair bepaalde brutowinst van 50. Hij corrigeert de marge-inkopen van het tijdvak van verkoop dus met 150.
Bij toepassing van de globalisatieregeling in het eerste jaar stelt de wederverkoper de forfaitair te bepalen brutowinst vast door de vergoeding bij wederverkoop te vermenigvuldigen met de winstmarge over het voorafgaande belastingtijdvak. Deze som deelt hij vervolgens door de margeverkopen in dat tijdvak. De wederverkoper moet de winstmarge over het voorafgaande belastingtijdvak bepalen zonder rekening te houden met een eventuele negatieve winstmarge over het tijdvak daarvoor.
Bij de berekening van de forfaitaire brutowinst moet hij uitgaan van de gegevens die betrekking hebben op de tariefgroep waartoe dat goed behoort. Deze gegevens kan de wederverkoper ontlenen aan de berekening die ten grondslag ligt aan de jaarglobalisatie over het voorafgaande kalenderjaar, respectievelijk de aangifte over het voorafgaande belastingtijdvak.
De wederverkoper kan ook margegoederen leveren aan kopers in andere lidstaten. De wederverkoper betrekt deze leveringen op dezelfde manier in de belastingheffing als de binnenlandse leveringen waarop hij de margeregeling toepast. In de andere lidstaat vindt geen intracommunautaire verwerving plaats. Dat is ook het geval als de koper ondernemer is. De wederverkoper die de globalisatieregeling toepast, moet de vergoedingen voor de intracommunautaire leveringen dan ook op dezelfde manier tot de margeverkopen rekenen als de vergoedingen voor de binnenlandse leveringen van margegoederen.
Als een Nederlandse wederverkoper margegoederen aankoopt in een andere lidstaat, vindt in Nederland geen intracommunautaire verwerving plaats (artikel 1a, eerste lid, onderdeel d, van de wet). Op de doorlevering van deze margegoederen kan de wederverkoper de margeregeling toepassen. De wederverkoper die de globalisatieregeling toepast, rekent ook deze inkopen tot de marge-inkopen in het tijdvak van inkoop.
Als een wederverkoper een margegoed overbrengt van Nederland naar een andere lidstaat, is voor de btw sprake van een fictieve levering (artikel 3a van de wet). Op deze levering is de margeregeling van toepassing. Dat is ook zo bij een fictieve intracommunautaire verkrijging (de wederverkoper brengt margegoederen over van een andere lidstaat naar Nederland). Bij toepassing van de globalisatieregeling moet de wederverkoper de aankoopprijs of kostprijs op het tijdstip van de fictieve levering rekenen tot de margeverkopen van dat tijdvak. De aanschafprijs of kostprijs op het tijdstip van de fictieve verkrijging moet hij rekenen tot de marge-inkopen van dat tijdvak. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
Ik keur onder voorwaarde goed dat de wederverkoper als vergoeding voor de fictieve levering en de fictieve verkrijging het bedrag hanteert dat hij voor het margegoed moet of heeft moeten voldoen (de historische inkoopprijs).
Voor deze goedkeuring geldt de volgende voorwaarde:
de wederverkoper maakt de historische inkoopprijs aan de hand van zijn administratie aannemelijk.
De margeregeling is in beginsel niet van toepassing op ingevoerde margegoederen. De wederverkoper kan op deze goederen dus ook de globalisatieregeling niet toepassen. De wederverkoper mag de margeregeling wel toepassen op de verkoop van margegoederen die hij uitvoert uit de EU of die hij onder het stelsel van douane-entrepots brengt (artikel 98, eerste lid, onderdeel b, van het Communautair douanewetboek). De uitvoer is echter onderworpen aan het nultarief. Bij toepassing van de globalisatieregeling moet de wederverkoper daarom de marge-inkopen van het tijdvak van uitvoer verminderen met de inkoopprijs van het uitgevoerde goed (artikel 4c, vijfde lid, van de uitvoeringsbeschikking).
Een ondernemer die het factuurstelsel toepast, kan verzoeken om teruggaaf van btw als hij (een deel van) de vergoeding voor de door hem verrichte leveringen van goederen niet ontvangt. Hetzelfde geldt als hij een vermindering van de vergoeding verleent of als hij de goederen in ongebruikte staat terugneemt (artikel 29 van de wet). Bij toepassing van de globalisatieregeling houdt dit voor de wederverkoper in dat hij slechts aanspraak kan maken op teruggaaf als er belasting is begrepen in de niet ontvangen of terugbetaalde vergoeding. Dit is afhankelijk van de omvang van de winstmarge over het tijdvak waarin de vergoeding in aanmerking is genomen. Voor de teruggaaf moet de wederverkoper de winstmarge over het tijdvak van levering van het goed herrekenen. Als hij het goed in een vorig kalenderjaar heeft geleverd, zal hij voor een verzoek om teruggaaf de jaarglobalisatie van dat jaar moeten herrekenen. Ik keur het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
In de situatie waarin de wederverkoper het factuurstelsel hanteert, keur ik goed dat als volgt wordt gehandeld:
De wederverkoper geeft de winstmarge per tijdvak aan op basis van het totaal aan vergoedingen voor de in dat tijdvak verrichte margeverkopen, ongeacht of hij de vergoeding geheel of gedeeltelijk ontvangt;
Als in een tijdvak komt vast te staan dat de wederverkoper (een gedeelte van) de vergoeding niet ontvangt of terugbetaalt, vermindert de inspecteur op verzoek van de wederverkoper de winstmarge over dat tijdvak met de niet ontvangen of terugbetaalde bedragen;
Bedraagt de belasting over de verminderde winstmarge minder dan de aangegeven belasting over de (onverminderde) winstmarge, dan verleent de inspecteur over het verschil teruggaaf aan de wederverkoper;
Bij de jaarglobalisatie gaat de wederverkoper uit van de overeenkomstig punt 2 verminderde winstmarges.
Winstmarge vóór vermindering (inclusief btw)
Niet ontvangen/ terugbetaalde bedragen
Kwartaal 1
12.100
1.815
Kwartaal 2
2.420
3.025
Kwartaal 3
16.940
2.420
Kwartaal 4
– 6.050
1.210
Per kwartaal geeft de wederverkoper de winstmarge aan zonder rekening te houden met de niet ontvangen/terugbetaalde bedragen. Hij voldoet de daarover verschuldigde btw op aangifte. Vervolgens doet hij een verzoek om teruggaaf voor de verminderde winstmarge door de niet ontvangen/terugbetaalde bedragen af te trekken van de winstmarge inclusief btw vóór vermindering. Het bedrag van de teruggaaf is telkens het verschil tussen de aangegeven btw en de btw over de verminderde winstmarge.
Winstmarge
(inclusief btw)
btw op aangifte
Verminderde winstmarge
(inclusief btw)
teruggaaf
Kwartaal 1
12.100
2.100
10.285
315
Kwartaal 2
2.420
420
– 605
420
Kwartaal 3
16.940
2.940
14.520
420
Kwartaal 4
– 6.050
0
– 7.260
0
Jaarsaldo
25.410
5.460
16.940
1.155
Bij de jaarglobalisatie berekent de wederverkoper vervolgens de over het gehele jaar verschuldigde btw op basis van het totaal van de verminderde winstmarges. Voor het verschil tussen dat belastingbedrag en het bedrag dat hij op aangifte heeft voldaan, verleent de inspecteur op verzoek aan de wederverkoper teruggaaf. De inspecteur houdt bij het verlenen van teruggaaf rekening met de bedragen die al op basis van artikel 29 van de wet zijn teruggegeven.
Totaal btw op aangifte
5.460
Verschuldigde btw: 21/121 x 16.940 =
2.940
2.520
Al verleende teruggaven artikel 29
1.155
Teruggaaf jaarglobalisatie
1.365
De wederverkoper heeft in beginsel de keuze om over te gaan van de individuele regeling op de globalisatieregeling en omgekeerd (zie onderdelen 4.4 en 4.5). Deze stelselwijzigingen hebben geen gevolgen voor de toepassing van de globalisatieregeling in de periode waarin deze van toepassing is. Dit betekent dat de wederverkoper in beide gevallen bij de bepaling van de marge-inkopen over de tijdvakken waarin hij de globalisatieregeling toepast, geen rekening houdt met de voorraad op het tijdstip van de stelselwijziging.
Bij de overdracht van een onderneming treedt de overnemer (hierna: de koper) voor de heffing van btw in de plaats van de overdrager (hierna: de verkoper). In de situatie dat koper en verkoper beiden de globalisatieregeling toepassen, moeten zij als volgt handelen:
De verkoper voldoet btw over het verschil tussen de margeverkopen en de marge-inkopen over de periode die voorafgaat aan de overdracht. Hetzelfde geldt voor de koper voor de periode vanaf de overdracht.
De goederen die de verkoper aan de koper overdraagt in het kader van de overdracht van de onderneming, rekent hij niet tot de margeverkopen. De koper rekent de overgenomen goederen niet tot zijn marge-inkopen.
Na afloop van het kalenderjaar waarin de overdracht van de onderneming heeft plaatsgevonden, passen verkoper en koper elk de jaarglobalisatie toe op de periode dat zij de onderneming hebben uitgeoefend.
Als op het moment van de overdracht bij de verkoper sprake is van een negatieve tijdvakmarge of een negatieve jaarmarge, kan alleen de koper deze negatieve marge in aanmerking nemen met toepassing van artikel 4c, zesde, zevende en achtste lid, van de uitvoeringsbeschikking.
Voor het recht om af te zien van globalisatie en de mogelijkheid om voor globalisatie te worden aangewezen, treedt de koper niet in de plaats van de verkoper (artikel 8, tweede lid, van de uitvoeringsbeschikking). De koper is voor het toe te passen stelsel – individuele regeling of globalisatie – dan ook niet gebonden aan de keuze van de verkoper. Dit is in het bijzonder van belang als voor de verkoper de termijn, bedoeld in het derde en vierde lid van artikel 4c van de uitvoeringsbeschikking, nog niet is verstreken. De koper hoeft daarmee geen rekening te houden. Hij kan het stelsel van zijn voorkeur toepassen met ingang van de datum waarop hij de onderneming overneemt. Hij moet dan de kennisgeving tot het afzien van de globalisatieregeling bij de inspecteur indienen vóór of binnen een redelijke termijn na de overname van de onderneming. Hetzelfde geldt voor het indienen van het verzoek om de globalisatieregeling toe te passen op niet-wettelijk aangewezen margegoederen. Drijft de koper al een onderneming waarin hij de globalisatiemethode toepast of heeft hij afgezien van die methode, dan is hij verplicht hetzelfde stelsel op de overgenomen onderneming toe te passen. Hetzelfde geldt ook voor de wederverkoper die zijn onderneming of een deel daarvan inbrengt in een vennootschap.
Bij vorming van en toetreding tot een fiscale eenheid treedt de fiscale eenheid voor de heffing van btw in de plaats van de deelnemers. Een fiscale eenheid die de globalisatieregeling toepast in het jaar van vorming of toetreding moet daarbij als volgt handelen:
De fiscale eenheid moet tot de marge-inkopen en margeverkopen van dat jaar ook rekenen de vóór het tijdstip van vorming of toetreding verrichte marge-inkopen en margeverkopen van de deelnemers in dat jaar.
Alleen de fiscale eenheid mag de jaarglobalisatie over het jaar van de vorming of toetreding toepassen.
De fiscale eenheid kan de verrekening per tijdvak ook toepassen op de negatieve winstmarges die op het moment van de vorming of toetreding nog verrekenbaar zijn bij de deelnemers.
De fiscale eenheid kan de verrekening per jaar ook toepassen op de negatieve jaarsaldi van de deelnemers die op het moment van vorming of toetreding nog verrekenbaar zijn.
Bij uittreding uit of bij beëindiging van een fiscale eenheid kunnen alleen de uitgetreden deelnemers het aan hen toe te rekenen deel van een negatieve tijdvakmarge of van een negatieve jaarmarge in aanmerking nemen met toepassing van artikel 4c, zesde, zevende en achtste lid, van de uitvoeringsbeschikking.
Bij de levering van wettelijk aangewezen goederen kan de wederverkoper kiezen de globalisatieregeling buiten toepassing te laten. Ook kan de wederverkoper een verzoek doen om toepassing van de globalisatieregeling voor de levering van andere dan de wettelijk aangewezen goederen. Dit geldt ook voor de fiscale eenheid. Als de fiscale eenheid afziet van toepassing van de globalisatieregeling of verzoekt om toepassing van de globalisatieregeling geldt die keuze voor alle goederen van dezelfde soort binnen de fiscale eenheid. Het is dus niet mogelijk dezelfde soort goederen in één onderdeel van een fiscale eenheid onder de individuele regeling en in een ander onderdeel van de fiscale eenheid onder de globalisatieregeling te verkopen.
Bij vorming van of toetreding tot een fiscale eenheid heeft de fiscale eenheid een eigen keuzerecht. Zij is niet gebonden aan de termijnen voor het herzien van de keuze van de deelnemers (artikel 3a, derde en vierde lid, van de uitvoeringsbeschikking). De fiscale eenheid kan dit keuzerecht uitoefenen met ingang van de datum waarop zij tot stand komt. Ook hier geldt de voorwaarde dat de fiscale eenheid de kennisgeving of het verzoek aan de inspecteur indient binnen een redelijke termijn na de totstandkoming. Zolang de fiscale eenheid van dat recht geen gebruik maakt, moet zij in al haar onderdelen het wettelijk aangewezen stelsel toepassen. Na het gebruik maken van het keuzerecht is de fiscale eenheid vijf jaar aan de keuze gebonden. De termijn begint te lopen op het tijdstip waarop de keuze voor de fiscale eenheid van kracht wordt.
Bij toetreding tot een fiscale eenheid geldt het door de fiscale eenheid toegepaste stelsel met ingang van het tijdstip van toetreding ook voor het toetredende onderdeel. Bij uittreding uit een fiscale eenheid zijn de ex-deelnemers niet gebonden aan de keuze van de fiscale eenheid. Hetzelfde geldt bij beëindiging van de fiscale eenheid. De ex-deelnemers hebben een nieuw keuzerecht. Ze kunnen dit keuzerecht uitoefenen met ingang van de datum van uittreding of beëindiging. Ook hier geldt de voorwaarde dat de ex-deelnemers de kennisgeving of het verzoek aan de inspecteur indienen vóór of binnen een redelijke termijn na de uittreding of beëindiging. Zolang de ex-deelnemers van dat recht geen gebruik maken, moeten zij het wettelijk aangewezen stelsel toepassen. Ex-deelnemers die gebruik maken van het keuzerecht, zijn daar gedurende vijf jaar aan gebonden. Deze termijn begint te lopen op het tijdstip waarop de keuze voor de ex-deelnemer van kracht wordt.
De wederverkoper kan de margeregeling ook toepassen op de levering van onderdelen die afkomstig zijn van gedemonteerde auto's. Daarbij geldt de voorwaarde dat de levering van die auto's zelf ook onder de margeregeling zou kunnen vallen. Bij toepassing van de globalisatieregeling geldt een aanvullende voorwaarde (zie onderdeel 3.14).
De wederverkoper kan de te demonteren auto’s kopen van zowel particulieren en andere niet-ondernemers als van ondernemers die op de levering de normale btw-regels toepassen. Dit houdt in dat de wederverkoper op een gedeelte van zijn omzet de margeregeling (globalisatieregeling) kan toepassen. Uit overleg met vertegenwoordigers van de autodemontagebranche is gebleken dat de goederenstromen in deze bedrijfstak in de praktijk vrijwel niet zijn te volgen. Dat geldt ook voor de in- en verkoop van gebruikte auto-onderdelen die het autodemontagebedrijf niet zelf gedemonteerd heeft. Daarom keur ik het volgende goed met toepassing van artikel 63 van de AWR (hardheidsclausule).
Ik keur goed dat autodemontagebedrijven op zowel zelf gedemonteerde als op ingekochte gebruikte auto-onderdelen de globalisatieregeling toepassen, waarbij zij gebruik maken van een forfaitaire berekeningsmethode. Deze methode houdt in dat de wederverkoper de omzet op forfaitaire wijze splitst in een gedeelte dat onder de normale btw-regels valt en een gedeelte waarop de margeregeling van toepassing is (zie onderdeel 4.22.1). De winstmarge op de marge-omzet berekent hij eveneens op forfaitaire wijze (zie onderdeel 4.22.2).
De wederverkoper splitst de omzet (inclusief btw) over een bepaalde periode in een gedeelte waarop de margeregeling van toepassing is en een gedeelte waarop de normale btw-regels van toepassing zijn. De btw-omzet berekent hij op forfaitaire wijze door de totale omzet te vermenigvuldigen met de breuk ‘voor verkoop bestemde btw-inkopen’ : ‘totale voor verkoop bestemde inkopen’. Wat overblijft is de marge-omzet. Deze forfaitaire verdeling blijft echter niet in stand als de forfaitair bepaalde btw-omzet kleiner is dan de omzet waarvoor de wederverkoper afzonderlijk btw heeft gefactureerd en waarvoor de belastingheffing naar de afnemer is verlegd (artikel 24bb van het uitvoeringsbesluit). In die situatie bepaalt de wederverkoper de btw-omzet op de werkelijk met btw gefactureerde en de werkelijk met toepassing van de verleggingsregeling gerealiseerde omzet. Op het resterende gedeelte van de omzet past hij dan de margeregeling toe.
In een bepaalde periode wordt voor 500 ingekocht, waarvan 300 (= 60%) betrekking heeft op goederen die niet in aanmerking komen voor toepassing van de margeregeling. De omzet over deze periode is 1.000. Hiervan heeft de wederverkoper voor een bedrag van 550 geleverd met toepassing van de normale btw-regels, met inbegrip van 100, waarop hij de verleggingsregeling heeft toegepast. Alle bedragen worden geacht inclusief btw te zijn.
Van de inkopen heeft 60% betrekking op goederen die onder de normale btw-regels worden doorverkocht. Op basis van de forfaitaire berekening past de wederverkoper op 60% van de omzet (= 600) de normale btw-regels toe. Omdat de werkelijke omzet met toepassing van de normale btw-regels minder dan 600 bedraagt, blijft de forfaitaire verdeling van de omzet in stand. De omzet wordt voor 600 op de normale wijze in de belastingheffing betrokken; het restant (400) valt onder de margeregeling.
Als voorbeeld 1, maar nu heeft de wederverkoper voor een bedrag van 650 (inclusief btw) geleverd met toepassing van de normale btw-regels. Ook nu met inbegrip van 100, waarop hij de verleggingsregeling heeft toegepast.
Van de inkopen heeft 60% betrekking op goederen die onder de normale btw-regels worden doorverkocht. Op basis van het forfait past de wederverkoper dus op 60% van de omzet (= 600) de normale btw-regels toe. Hij heeft echter voor 650 geleverd met toepassing van de normale btw-regels. Dat is meer dan de forfaitair bepaalde omzet van 600. De forfaitaire verdeling van de omzet blijft dus niet in stand. De omzet wordt voor 650 op de normale wijze in de belastingheffing betrokken; het restant (350) valt onder de margeregeling.
Voor de toepassing van deze forfaitaire berekening stelt de wederverkoper de te belasten winstmarge (inclusief btw) vast op een percentage van de berekende marge-omzet. Dit percentage bepaalt hij op forfaitaire wijze door de totale omzet (inclusief btw) te verminderen met de totale inkopen (inclusief btw) en de uitkomst daarvan te delen door de totale omzet. Het percentage kan niet negatief zijn. In de bovenstaande voorbeelden is de winstmarge:
1.000 – 500
1.000
x 100% = 50% van de marge-omzet
Alle leveringen zijn onderworpen aan het algemene btw-tarief. De in een aangiftetijdvak verschuldigde belasting berekent de wederverkoper door de btw-omzet te splitsen in belaste en verlegde omzet. Over het gedeelte van de belaste omzet is hij 21/121 aan btw verschuldigd. Over het gedeelte van de verlegde omzet is hij geen btw verschuldigd. De marge-omzet belast hij door de daaraan toe te rekenen winstmarge te vermenigvuldigen met 21/121 aan btw.
Belaste omzet
500
x 21/121
=
86
Verlegde omzet
100
buiten heffing
=
0
Marge-omzet
400
x 21/121 x 50%
=
34
Totaal
1.000
=
120
Belaste omzet
550
x 21/121
=
95
Verlegde omzet
100
buiten heffing
=
0
Marge-omzet
350
x 21/121 x 50%
=
30
Totaal
1.000
=
125
De wederverkoper past de forfaitaire berekening toe bij elk aangiftetijdvak. Bij de aangifte over het eerste tijdvak van een kalenderjaar herrekent hij de over het voorafgaande kalenderjaar verschuldigde belasting op basis van de jaarcijfers. De hieruit voortvloeiende verschillen, die zowel positief als negatief kunnen zijn, verwerkt hij in rubriek 1a van de aangifte (leveringen/diensten belast met hoog tarief). Het bedrag van de herrekening moet blijken uit de administratie van de wederverkoper.
Een autodemontagebedrijf kan onderdelen die geboekt zijn als inkoop onder de autodemontageregeling gebruiken bij het opknappen van een te verkopen margeauto. Bij de autodemontageregeling heeft de inkoop van de betreffende onderdelen geleid tot een vermindering van de maatstaf van heffing (zie onderdeel 4.22). Bij verkoop van de margeauto blijft de inkoop van die onderdelen dan ook buiten beschouwing. De inkoop mag slechts éénmaal tot vermindering leiden van de maatstaf van heffing. Wanneer het autodemontagebedrijf margeonderdelen heeft ingekocht speciaal voor reparatie van de margeauto, kan de inkoopprijs van deze onderdelen wel worden meegenomen als marge-inkoop. Deze onderdelen hebben immers niet geleid tot een vermindering van de maatstaf van heffing bij de autodemontageregeling.
Verkoop margeauto voor 20.000. Inkoop van de auto 15.000. De reparatie is gesplitst in 1.000 aan onderdelen waarvan de inkoop is geboekt onder de autodemontageregeling, 1.000 aan speciaal ingekochte margeonderdelen en 2.000 aan btw-onderdelen (inclusief btw). De resterende 1.000 is arbeidsloon.
Verkoopprijs
20.000
Inkoopprijs
15.000
Inkoop margeonderdelen
1.000
Margeomzet
4.000
x 21/121 = 694
De margeomzet wordt niet beïnvloed door het arbeidsloon, de nieuwe onderdelen (inclusief btw) en de onderdelen die geboekt zijn onder de autodemontageregeling.
Artikel 4
Globalisatieregeling
Onderdeel van Omzetbelasting, margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 26 juli 2014