Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Regeling voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten

Onderdeel van Omzetbelasting, margeregeling; regeling voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 26 juli 2014

De wederverkoper kan de margeregeling toepassen op kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten voor zover deze goederen vallen onder de definitie van gebruikt goed (artikel 2a, eerste lid, onderdeel l, van de wet). Daarnaast biedt de wet de mogelijkheid om de margeregeling uit te breiden voor bepaalde kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten (artikel 28c van de wet). De wederverkoper kan op verzoek de margeregeling ook toepassen op kunstvoorwerpen die aan hem zijn geleverd en waarbij niet het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I van toepassing was. Hetzelfde geldt voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die hij zelf heeft ingevoerd of in opdracht heeft laten invoeren. Bij de wederverkoop voldoet hij dan btw naar het algemene tarief over de winstmarge van die goederen. De btw op de inkoop of invoer kan hij echter niet aftrekken. Voor uitbreiding van de margeregeling moet de wederverkoper beschikken over een vergunning van de inspecteur, de zogenoemde kav-vergunning. De regeling voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten is in de wet opgenomen in artikel 28c. Deze bepaling is nader uitgewerkt in artikel 4b van de uitvoeringsbeschikking. Onder kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten verstaat de wetgever de bij ministeriële regeling aan te wijzen goederen (artikel 2a, eerste lid, onderdeel m, van de wet). De aangewezen goederen zijn opgesomd in bijlage J van de uitvoeringsbeschikking (artikel 4, tweede lid, van de uitvoeringsbeschikking). Een wederverkoper kan de margeregeling ingevolge artikel 28c van de wet toepassen op de wederverkoop van: kunstvoorwerpen die hem zijn geleverd door de maker of diens rechtverkrijgende onder algemene titel dan wel door een ondernemer, andere dan een wederverkoper; kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die door hem zelf of in zijn opdracht zijn ingevoerd; als op de levering aan, invoer door of intracommunautaire verwerving door de wederverkoper niet het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I van toepassing is. De margeregeling is bijvoorbeeld wel van toepassing als weliswaar wordt voldaan aan de voorwaarden voor toepassing van de tabelpost, maar vanwege de kleineondernemersregeling geen btw tegen het verlaagde tarief in rekening wordt gebracht3Kamerstukken II, 2022/23, 36362, nr. 3.. Vanwege de wettelijke wijziging van de regeling voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten per 1 januari 2025, kan de wederverkoper de belasting die hij ingevolge artikel 28e, onderdeel b, van de wet niet in aftrek heeft gebracht alsnog in aftrek brengen in het eerste belastingtijdvak van het kalenderjaar 2025 als hij:4Zie de overgangsregeling in artikel II van de Wet van 16 oktober 2023 tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Stb. 2023, 441). beschikt over een door de inspecteur ingewilligd verzoek, bedoeld in artikel 28c, tweede lid, van de wet; tot en met 31 december 2024 ter zake van een levering in aanmerking zou komen voor de regeling voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten van artikel 28c, eerste lid, van de wet zoals deze gold op 31 december 2024; en ter zake van die levering vanaf 1 januari 2025 niet meer in aanmerking komt voor de regeling voor kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten van artikel 28c, eerste lid, van de wet. De wederverkoper moet het verzoek voor de kav-vergunning schriftelijk bij de inspecteur indienen. Het verzoek moet alle in artikel 28c, eerste lid, van de wet bedoelde leveringen omvatten. De vergunning gaat in op de datum van dagtekening van de beschikking van de inspecteur of een andere, in de beschikking opgenomen datum. Aan de vergunning kan de inspecteur terugwerkende kracht verlenen. De vergunning kan echter niet ingaan vóór de dag waarop het verzoek is ingediend. De vergunning geldt tot opzegging door de wederverkoper maar voor ten minste twee kalenderjaren. Ook al is dat wettelijk niet voorgeschreven, het verdient aanbeveling dat de wederverkoper de kav-vergunning schriftelijk opzegt. De opzegging gaat in op de bij de opzegging aangegeven datum. Als de wederverkoper geen datum heeft vermeld, geldt de opzegging met ingang van het kalenderjaar volgend op dat van de opzegging. In beide gevallen geldt de voorwaarde dat na de ingangsdatum van de kav-vergunning twee kalenderjaren verstreken moeten zijn. Zo kan de wederverkoper een vergunning die is ingegaan op 1 april 2011 niet eerder opzeggen dan met ingang van 1 januari 2014. Na het ingaan van de opzegging moeten ook ten minste twee kalenderjaren verstrijken voordat de wederverkoper opnieuw om een kav-vergunning kan verzoeken. Een wederverkoper met een kav-vergunning heeft het recht bij de verkoop van de desbetreffende goederen af te zien van de margeregeling en de normale btw-regels toe te passen. Hij is dan btw verschuldigd over de gehele vergoeding. Op het tijdstip waarop hij de btw over de levering verschuldigd wordt, kan hij de voorbelasting op dat goed/die goederen alsnog in aftrek brengen (zie onderdeel 5.6.1). Intracommunautaire transacties met kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten worden in beginsel op dezelfde wijze in de heffing van btw betrokken als binnenlandse transacties. De levering door een wederverkoper van gebruikte goederen vanuit Nederland naar een ander EU-land (of van een EU-land naar Nederland) valt onder de margeregeling. De wederverkoper is over zijn marge btw verschuldigd. In het andere EU-land vindt geen intracommunautaire verwerving plaats. Door de uitbreiding van de margeregeling met artikel 28c van de wet zijn de mogelijkheden uitgebreid waaronder een goed onder de margeregeling kan worden doorverkocht. De wederverkoper kan op verzoek de margeregeling ook toepassen op kunstvoorwerpen die aan hem zijn geleverd, door hem zelf of in zijn opdracht zijn ingevoerd of door hem zijn verworven en waarop het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I niet van toepassing was. Hetzelfde geldt voor voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die hij zelf heeft ingevoerd of in opdracht heeft laten invoeren en waarop het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I niet van toepassing was (zie onderdeel 5.3). Wanneer de wederverkoper in deze gevallen kiest voor toepassing van de margeregeling op de intracommunautaire levering, mag hij de btw die aan hem in rekening is gebracht of bij de invoer of intracommunautaire verwerving verschuldigd is geworden, niet in aftrek brengen. Als een (buitenlandse) kunstenaar een kunstvoorwerp levert aan een wederverkoper in Nederland, is op die levering het nultarief van toepassing. De wederverkoper is in Nederland over de intracommunautaire verwerving btw verschuldigd naar het verlaagde tarief (zie artikel 17d en artikel 9, tweede lid, onderdeel a, van de wet en post a-29 van Tabel I). Vanaf 1 januari 2025 kan op de wederverkoop van dat kunstvoorwerp de margeregeling niet langer worden toegepast. Vanaf 1 januari 2026 vervalt het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I. Vanaf 1 januari 2025 is overgangsrecht van toepassing vanwege het vervallen van dit verlaagde tarief5Artikel LXII van het Belastingplan 2025.. Op basis van dit overgangsrecht is in 2025 al btw verschuldigd tegen het algemene tarief als een factuur voor een betaling in 2025 wordt uitgereikt die ziet op een intracommunautaire verwerving die in 2026 plaatsvindt.6Goedgekeurd is dat het overgangsrecht buiten toepassing blijft tot 1 juli 2025 (zie Beleidsbesluit gedeeltelijk uitstel overgangsregeling in verband met de afschaffing bepaalde tabelposten verlaagd tarief omzetbelasting, besluit van 13 december 2024, nr. 2024-33245 (Stcrt. 2024, 40471)). In dat geval kan de margeregeling wel worden toegepast op de wederverkoop van het kunstvoorwerp. Als de wederverkoper met kav-vergunning het kunstvoorwerp in een andere lidstaat aankoopt van een kunstenaar of een kunstvoorwerp, voorwerp voor verzameling of antiquiteit zelf invoert in de andere lidstaat waarbij aan hem btw in rekening is gebracht (tegen het in de andere lidstaat geldende tarief) en daarna vanuit die lidstaat overbrengt naar Nederland, verricht hij een fictieve intracommunautaire levering die onder de margeregeling kan vallen. Op de doorlevering kan de wederverkoper de margeregeling toepassen. Dit geldt ook in de situatie waarin de wederverkoper het goed anders dan tegen het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I in Nederland aankoopt van een kunstenaar of een kunstvoorwerp zelf invoert in Nederland en vervolgens naar de andere lidstaat overbrengt. Op deze fictieve levering kan de goedkeuring van onderdeel 3.10 worden toegepast. Wanneer in het hiervoor beschreven geval de wederverkoper op de fictieve intracommunautaire levering vanuit de andere lidstaat de margeregeling niet toepast, geldt het volgende. De (fictieve) intracommunautaire levering vanuit de andere lidstaat is belast naar het nultarief. De wederverkoper is over de (fictieve) intracommunautaire verwerving btw verschuldigd naar het algemene tarief. Btw die is verschuldigd over de intracommunautaire verwerving van een kunstvoorwerp, maakt onderdeel uit van de maatstaf van heffing voor de margeregeling bij de wederverkoop.7Hof van Justitie, 13 juli 2023, C-180/22 (Mensing II), ECLI:EU:C:2023:565. Deze btw behoort derhalve niet tot de inkoopprijs van dat kunstvoorwerp. De wederverkoper die gebruik maakt van een kav-vergunning mag de btw op de (binnenlandse) aankoop en invoer van kav-goederen niet aftrekken (artikel 28e, onderdeel b, van de wet). De belasting die de wederverkoper voor de ingangsdatum van de vergunning in aftrek heeft gebracht terzake van de aankoop of invoer van de kav-goederen, is de wederverkoper alsnog verschuldigd in het eerste belastingtijdvak waarin de vergunning van toepassing is (artikel 4b, eerste lid, van de uitvoeringsbeschikking). Wanneer de wederverkoper de verschuldigde belasting niet aangeeft kan de inspecteur de belasting die de wederverkoper in aftrek heeft gebracht naheffen. Dit laat onverlet dat de wederverkoper bij de levering van de betreffende goederen toch de kav-vergunning kan toepassen (Hof ’s-Hertogenbosch, 10 juli 2009, nr. 08/00140, ECLI:NL:GHSHE:2009:BJ5833). Een wederverkoper heeft het recht bij de verkoop van margegoederen af te zien van de margeregeling en de normale btw-regels toe te passen. Dat recht heeft ook de wederverkoper van kunst- en verzamelvoorwerpen en antiquiteiten die beschikt over de kav-vergunning. Toepassing van de normale btw-regels heeft tot gevolg dat hij de btw op de (binnenlandse) aankoop, invoer en intracommunautaire verwerving van deze goederen alsnog kan aftrekken (artikel 28f, tweede lid, van de wet). Het aftrekrecht ontstaat op het tijdstip waarop de wederverkoper de belasting over zijn levering wordt verschuldigd. De wederverkoper moet de aftrek van de voorbelasting herzien op het tijdstip van het verlenen of opzeggen van de kav-vergunning (artikel 4b van de uitvoeringsbeschikking). In het tijdvak waarin de vergunning ingaat, is de wederverkoper de eerder in aftrek gebrachte btw alsnog verschuldigd. Dat is de btw die hij in aftrek heeft gebracht bij: kunstvoorwerpen die aan hem zijn geleverd anders dan tegen het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I; kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten die hij heeft ingevoerd anders dan tegen het verlaagde tarief van post a-29 van Tabel I; de opzegging van de vergunning (artikel 4b, tweede lid, van de uitvoeringsbeschikking); voor zover hij die goederen op de ingangsdatum van de vergunning nog niet heeft geleverd. Bij de opzegging van de kav-vergunning geldt het omgekeerde. De wederverkoper kan de onder a t/m c bedoelde btw alsnog aftrekken (bij letter c moet dan in plaats van ‘de opzegging’ worden gelezen ‘het ingaan’) Kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten zijn goederen waarop de globalisatieregeling van toepassing is (artikel 4c, eerste lid, onderdeel a, onder 9, van de uitvoeringsbeschikking). Een wederverkoper met een kav-vergunning moet dus in beginsel de globalisatieregeling toepassen. Hij kan de inspecteur echter melden dat hij gebruik wil maken van de individuele regeling (artikel 4c, derde lid, van de uitvoeringsbeschikking). Bij toepassing van de globalisatieregeling bestaat de winstmarge per tijdvak uit het verschil tussen de som van de vergoedingen en het totale bedrag dat de wederverkoper in dat tijdvak heeft voldaan of moet voldoen bij inkoop en invoer, inclusief de bij inkoop in rekening gebrachte en de bij invoer verschuldigde btw. Bij de invoer van kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen en antiquiteiten stelt de wederverkoper de marge-inkoop van dat tijdvak vast op de douanewaarde van die goederen op het tijdstip van invoer (artikel 19, tweede lid, van de wet).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel