Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 17

Bepaling van de verzekerdenaantallen 2015 voor de normatieve eigen risico opbrengst

Onderdeel van Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2015· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 6 mei 2015

1. Het Zorginstituut bepaalt de verzekerdenaantallen 2015 voor de normatieve eigen risico opbrengst per criterium met inachtneming van het bepaalde in dit artikel. 2. Het Zorginstituut baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2016 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. 3. Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2015 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het Zorginstituut de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest. 4. Het Zorginstituut bepaalt het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat niet zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ valt, per zorgverzekeraar met inachtneming van artikel 15, veertiende, respectievelijk zeventiende en vijfentwintigste lid. 5. Het Zorginstituut bepaalt het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ valt per zorgverzekeraar met inachtneming van artikel 15, veertiende respectievelijk zeventiende en vijfentwintigste lid. 6. Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ is ingedeeld voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op: het PKB 2015, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juni 2015 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd. De peildatum van de opgave is 1 mei 2015; het VPPKB 2015, indien een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015. 7. Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ is ingedeeld voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot: de leeftijd, op het PKB 2015; de leeftijd in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015, op het VPPKB 2015; de zelfstandigen, op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van de Belastingdienst naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015; de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep op de opgave per gepseudonimiseerd burgerservicenummer van het UWV naar inkomensbron over 2015, met peildatum 30 juni 2015; de arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden en de referentiegroep indien de opgave van het UWV betreffende een gemeente onvoldoende gegevens bevat, op gegevens over 2014, met peildatum 30 juni 2014, voor verzekerden uit die gemeente. Het Zorginstituut hanteert per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor de opgave van de Belastingdienst dezelfde peildatum als het gebruikt voor de opgave van het UWV; de studenten, op de opgave van DUO per gepseudonimiseerd burgerservicenummer met peildatum 1 juni 2015. 8. Het Zorginstituut deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid van deze beleidsregels. 9. Het Zorginstituut baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse ‘Geen FKG’, als in de DKG klasse ‘0’ en in de MHK klasse ‘Geen MHK’ valt voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot: de indeling, op de regioclusters somatisch naar viercijferige postcode voor 2015 uit bijlage 10 bij de brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 oktober 2014 met kenmerk 671602-126798-Z; de viercijferige postcode, op het PKB 2015; de viercijferige postcode in het geval een verzekerde niet is opgenomen in het PKB 2015, op het VPPKB 2015. 10. Het Zorginstituut deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en regio. 11. Het Zorginstituut deelt verzekerden woonachtig in het buitenland van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en aard van het inkomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel