Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Verantwoordingsstructuur

Onderdeel van Model Jaarverslaggeving 2016 CAK· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 18 november 2016

Dit hoofdstuk beschrijft de jaarlijkse verantwoordingsplicht van het CAK over de uitvoering van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg)1Afgeschaft per 1 januari 2014., de Ouderbijdrage Jeugdwet (ObJw)2Afgeschaft per 1 januari 2016., de afgifte van Schengen- en Engelstalige verklaringen, de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ)3Afgeschaft per 1 januari 2015., de Wet langdurige zorg (Wlz), de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de Compensatieregeling eigen risico (CER)4Afgeschaft per 1 januari 2014. als onderdeel van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Het CAK is belast met het uitvoeren van publiekrechtelijke werkzaamheden. Ook beschrijft dit hoofdstuk welke verantwoordingsdocumenten het CAK jaarlijks moet aanleveren bij het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De NZa en VWS hebben een samenwerkingsprotocol5Zie hiervoor www.nza.nl. opgesteld over het toezicht op het CAK. Onderdeel van dit samenwerkingsprotocol zijn de afspraken tussen beide partijen over samenwerking, coördinatie en informatie-uitwisseling. Het CAK is een publiekrechtelijk zelfstandig bestuursorgaan met een maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het CAK heeft in dit kader te maken met wet- en regelgeving en volgt zover van toepassing de Code Goed Bestuur Publieke Dienstverleners van de Handvestgroep Publiek Verantwoorden van november 20156Zie hiervoor www.publiekverantwoorden.nl.. De Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid 2011 en de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen maken hier onderdeel van uit en zijn van toepassing op het CAK. Nadere afspraken tussen het CAK en VWS over de samenwerking en afstemming op het gebied van sturing, verantwoording en toezicht liggen vast in het ‘Governance arrangement tussen het CAK en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport’ van 13 oktober 2015. Op basis van artikel 31 van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) kan de NZa regels stellen voor de wijze waarop het CAK zijn verantwoordingsdocumenten inricht. Door middel van dit model wordt hier invulling aan gegeven. De raad van bestuur van de NZa heeft op 20 september 2016 dit ‘Model Jaarverslaggeving 2016 CAK’ vastgesteld. Dit model treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze mededeling is geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2016. U kunt dit model raadplegen op www.nza.nl De beheerskosten betreffen de kosten die het CAK maakt voor de uitvoering van de publiekrechtelijke taken. De beheerskosten worden door de minister van VWS toegekend en vastgesteld. Binnen de publiekrechtelijke taken maakt het CAK onderscheid tussen taken in het kader van de Wtcg, de Jeugdwet, de afgifte van Schengen- en Engelstalige verklaringen, de AWBZ, de Wlz, de Wmo en de CER. De minister van VWS houdt op grond van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de beheerskosten. De methodiek voor de toerekening van de beheerskosten aan de publiekrechtelijke taken moet plaatsvinden volgens bedrijfseconomische grondslagen, een bestendige gedragslijn en op basis van consistente verdeelsleutels. Het verschil tussen de gerealiseerde baten en lasten van de activiteiten komt ten gunste dan wel ten laste van een specifiek benoemde egalisatiereserve. De egalisatiereserve (zie artikel 33 Kaderwet zelfstandige bestuursorganen) bedraagt ten hoogste vijf procent van het budget, zoals bedoeld in artikel 12 van de Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid 2011. Het meerdere wordt teruggevorderd door VWS. Het CAK verantwoordt zich in zijn jaarrekening over de beheerskosten. De werkzaamheden van het CAK voor wat betreft de Wtcg zijn vastgelegd in hoofdstuk 2, paragraaf 2.1, artikel 3 van de Wtcg. Dit betreft het verrichten van de in het eerste en tweede lid van artikel 3 genoemde taken met betrekking tot de tegemoetkomingsregeling Wtcg. Met ingang van 2014 is de tegemoetkoming op basis van de Wtcg afgeschaft. Gedurende het kalenderjaar 2015 is het CAK nog wettelijk bevoegd geweest om beschikkingen af te geven over 2013. Met ingang van 1 januari 2016 mag het CAK geen nieuwe beschikkingen meer afgeven. Het CAK moet nog wel betalingen op al geslagen beschikkingen uitvoeren. Ook kunnen met ingang van 2016 geen nieuwe aanvragen meer worden ingediend. De secundaire processen en bezwaar en beroep komen voort uit het algemeen bestuursrecht en lopen nog wel door in 2016 en verder. De minister van VWS houdt op grond van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de tegemoetkomingsregeling Wtcg door het CAK, en de beheerskosten. Ten aanzien van de rechtmatigheid van de Wtcg-uitgaven wordt in opdracht van VWS door een externe accountant een steekproefonderzoek uitgevoerd. Dit steekproefonderzoek is sinds medio 2012 verankerd in wet- en regelgeving7Regeling bezoldiging en beheerskosten bestuursorganen volksgezondheid 2011, artikel 17a.. De externe accountant rapporteert hierover door middel van een rapport van feitelijke bevindingen aan VWS. Op basis van dit rapport vormt VWS zich een oordeel over de rechtmatigheid van de Wtcg-uitgaven. Dit oordeel wordt door de Audit Dienst Rijk (ADR) beoordeeld in het kader van de wettelijke taak betreffende de jaarrekening van VWS. Hiertoe wordt door de ADR een review uitgevoerd op de werkzaamheden van de externe accountant die het steekproefonderzoek heeft uitgevoerd. De bevindingen uit de review worden door de ADR gerapporteerd aan VWS en de externe accountant. Indien de ADR het niet eens is met het oordeel van VWS over de rechtmatigheid van de Wtcg-uitgaven, komt dit tot uitdrukking in de verantwoording van VWS, vooral in de bedrijfsvoeringsparagraaf. Indien de ADR het eens is met het oordeel, wordt er niets opgenomen in de bedrijfsvoeringsparagraaf. Dit is een impliciete akkoordbevinding. VWS deelt het oordeel betreffende de rechtmatigheid van de Wtcg-uitgaven mee aan het CAK door middel van een brief, waarin ook de bevindingen van de review van de ADR tot uitdrukking komen. Het CAK neemt dit oordeel onverkort over. Indien dit oordeel voor 28 februari van een kalenderjaar wordt ontvangen, wordt dit opgenomen in de bestuurlijke verantwoording van het voorgaande kalenderjaar. Indien het oordeel na 28 februari wordt ontvangen, wordt dit opgenomen in de bestuurlijke verantwoording van het huidige kalenderjaar. Het CAK verantwoordt zich in zijn bestuurlijke verantwoording door aan te geven welke maatregelen zij heeft getroffen en wat de uitkomsten zijn uit de processen, zoals vastgelegd in het Model Jaarverslaggeving 2016 CAK. Hierin beschrijft het CAK enkel wat binnen zijn verantwoordelijkheidsgebied ligt, zoals uiteengezet in dit Model Jaarverslaggeving 2016 CAK. Daarnaast schrijft het CAK onverkort het oordeel van de minister van VWS uit in de bestuurlijke verantwoording, inclusief alle bevindingen, zoals opgenomen in de brief van VWS. De directie van het CAK draagt behoudens voornoemde overname van gegevens geen inhoudelijke verantwoordelijkheid voor dit gedeelte van de verantwoording. De externe accountant van het CAK voert zijn controle uit ten aanzien van de bestuurlijke verantwoording en voorziet deze van een controleverklaring, zoals vastgelegd in het Model Jaarverslaggeving 2016 CAK en het Protocol Accountantsonderzoek 2016 CAK. Dit protocol beschrijft de werkzaamheden die een externe accountant moet uitvoeren. Een accountant stelt enkel vast dat het CAK zich over het totaaloordeel van de Wtcg heeft verantwoord volgens bovenstaande werkwijze. De inhoudelijke toets wordt hiervan, voor zover het gaat over de steekproefresultaten, uitgesloten. Sinds 1 januari 2015 voert het CAK de ObJw uit op grond van artikel 8.2.3, eerste lid, van de Jeugdwet en het Besluit aanwijzing CAK als bestuursorgaan (vaststelling en inning ouderbijdrage in het kader van de Jeugdwet). De ouderbijdrageregeling die is opgenomen in de nieuwe Jeugdwet is ter vervanging van de ouderbijdrageregeling op grond van de voormalige Wet op de jeugdzorg. De inning van de ouderbijdrage vond tot en met 2014 plaats door het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO). De overheid heeft de jeugdhulp met ingang van 1 januari 2015 bij gemeenten ondergebracht. Om dit mogelijk te maken is de nieuwe Jeugdwet opgesteld. De wet regelt een nieuw jeugdstelsel waarin gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk zijn voor alle jeugdhulp, de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. In deze wet wordt het wettelijk recht op zorg vervangen door een jeugdhulpplicht voor gemeenten, vergelijkbaar met de huidige compensatieplicht in de Wmo. In de Jeugdwet wordt bepaald dat voor jeugdhulp een ouderbijdrage is verschuldigd voor kinderen die buiten het gezin hulp ontvangen. De gemeenten leggen de ouderbijdrage op. Het vaststellen en innen van de ouderbijdrage is bij het CAK belegd. Het toezicht hierop is overeenkomstig artikel 9.2 Jeugdwet belegd bij de door VWS en Veiligheid en Justitie aangewezen ambtenaren. Via het Aanwijzingsbesluit toezichthoudende ambtenaren Jeugdwet en Wmo 2015 is dit nader geconcretiseerd. De minister van VWS houdt op grond van de Jeugdwet toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de ObJw. De ouderbijdrage op basis van de Jeugdwet is gedurende 2015 onderwerp van een politiek-maatschappelijke discussie geweest. In opdracht van het ministerie van VWS is onderzoek gedaan naar de uitvoeringspraktijk van de ouderbijdrage. Het onderzoeksrapport is voor de staatssecretaris aanleiding geweest om medio november 2015 aan de Tweede Kamer voor te stellen de ouderbijdrage per 2016 te schrappen (Kamerstuk 31 839 nummer 495). Middels een publicatie in het Staatsblad (2016 191) zijn de parameters voor de ouderbijdrage met ingang van 2016 op nihil gesteld. De afschaffingswet is ten tijde van het opstellen van dit model nog niet door beide Kamers behandeld. Gemeenten hebben over 2015 niet in alle gevallen de ouderbijdragen opgelegd. Ook zijn er gemeenten die de eerder opgelegde ouderbijdrage alsnog hebben ingetrokken. Als gevolg van de discussie tussen gemeenten en het Rijk heeft het ministerie van VWS afspraken gemaakt met het CAK over de invulling van hun taak om de ouderbijdragen over 2015 rechtmatig vast te stellen en te innen. Deze afspraken worden momenteel vastgelegd in een brief van het ministerie van VWS aan het CAK. Op basis van deze brief zal het CAK deze wettelijke taak in 2016 uitvoeren. De ouderbijdrage is met ingang van 1 januari 2016 afgeschaft. Het CAK zal zich in 2016 bezighouden met de afwikkeling van de taak met betrekking tot de vaststelling en inning van de ouderbijdrage 2015. Hierbij zal het CAK op verzoek van VWS: De werkwijze van gemeenten om geen gegevens aan te leveren dan wel in te trekken ongemoeid laten. De gerechtelijke invordering over 2015 achterwege laten. Afspraken maken met VWS over de afhandeling van openstaande vorderingen. Als gevolg van deze afspraken heeft het CAK gehoor gegeven aan de wensen van gemeenten. Voor wat betreft de incasso van openstaande vorderingen over 2015 is het minnelijke traject (herinnering en aanmaning) doorlopen. Het CAK verantwoordt zich over de geldstroom en de uitvoering van de ouderbijdrage Jeugdwet in de bestuurlijke verantwoording. Door de bijzondere context waarbinnen het CAK zijn taak rond de vaststelling en inning van de ouderbijdragen Jeugdwet heeft moeten invullen heeft het ministerie van VWS ermee ingestemd dat het CAK zich niet via een Third Party Mededeling (TPM) aan de gemeenten over deze taak hoeft te verantwoorden. Dit maakt onderdeel uit van de tussen het ministerie van VWS en het CAK gemaakte afspraken zoals vastgelegd in de hierboven genoemde brief. Per 1 januari 2015 geeft het CAK de Schengenverklaringen af in opdracht van VWS. Op 14 maart 2014, heeft het CAK van het ministerie van VWS de opdracht gekregen om met ingang van 1 januari 2015 zelfstandig de Schengen- en, voor buiten het Schengengebied, Engelstalige medische verklaringen af te geven. Indien een burger reist binnen het Schengengebied en medicijnen bij zich heeft die onder de Opiumwet vallen, is de burger verplicht een zogenaamde Schengenverklaring bij zich te dragen. Op de publieke geldmiddelen beheerskosten wordt door het CAK interest ontvangen. Deze interest wordt door het CAK verrekend in het kader van de afrekening van de beheerskosten met VWS. Het CAK verantwoordt zich in zijn jaarrekening over de interest van de geldmiddelen beheerskosten. De minister van VWS houdt op basis van de Kaderwet Zelfstandige Bestuursorganen toezicht op deze geldstroom. Met ingang van 1 januari 2015 is de Wlz van kracht geworden. De taken van het CAK zijn geregeld in artikel 6.1.2 van de Wlz. Het CAK is in het kader van de Wlz belast met het uitvoeren van publiekrechtelijke werkzaamheden: De vaststelling en de inning van de eigen bijdragen, bedoeld in artikel 3.2.5 van de Wlz. De vaststelling en de inning van de eigen bijdragen, bedoeld in artikel 2.1.4 van de Wmo8De vaststelling en de inning van de eigen bijdragen Wmo is nader beschreven in paragraaf 1.3.3 Eigen bijdragen Wmo.. Het namens een Wlz-uitvoerder of Zorginstituut Nederland (Zorginstituut) verrichten van betalingen aan zorgaanbieders, welke de Wlz-uitvoerders, of het Zorginstituut, uit hoofde van de uitvoering van de Wlz verschuldigd zijn. Het Besluit langdurige zorg (Blz) en de Regeling langdurige zorg (Rlz) geven een omschrijving en opsomming van alle zorg die onder de Wlz valt. Het verrichten van het hiervoor genoemd deel van de administratie door het CAK worden in het Blz en Rlz uitgewerkt voor de volgende taken: De administratieve taak van landelijk kantoor voor de betaling van bedragen die uit hoofde van de uitvoering van de Wlz verschuldigd zijn aan zorgaanbieders voor het verlenen van zorg als bedoeld in artikel 3.1.1 van de Wlz. Deze betalingen geschieden namens de Wlz-uitvoerders aan de hand van gegevens die afkomstig zijn van de zorgkantoren. Het verrichten van de betalingen is een bancaire taak. De administratieve taak van landelijk kantoor voor de betaling van bedragen die dienen tot vergoeding van bedragen die de Wlz-uitvoerders uit hoofde van de uitvoering van de wet verschuldigd zijn aan zorgaanbieders betreffende het verlenen van zorg, voor zover die niet is begrepen onder de zorg die in 3.1.1 van de Wlz is genoemd. Deze betalingen geschieden namens het Zorginstituut en vormen eveneens een bancaire taak9Door de staatssecretaris zijn toezeggingen gedaan over het toekennen van subsidies aan zorgaanbieders over eerstelijnsverblijf en extramurale behandeling. Het Zorginstituut controleert de gegevens en voert het fondsbeheer. Het CAK heeft opdracht gekregen om de uitbetaling van deze subsidies in opdracht van de zorgkantoren te verzorgen en daarover separaat te rapporteren aan het Zorginstituut. De NZa houdt uitsluitend toezicht op de uitbetalingen van deze subsidiegelden in het kader van de taak betalingen van zorgaanspraken Wlz.. Het CAK verricht de vaststelling, de oplegging en de inning van de eigen bijdrage, bedoeld in de artikelen 3.3.2.1 en 3.3.2.2 van het Blz. Het CAK heeft een zelfstandige taak in dit proces, met gebruikmaking van gegevens van derden, zoals zorgkantoren, zorgaanbieders, de Belastingdienst, gemeenten en inhoudingsorganen. De zorgkantoren leveren de gegevens voor de vaststelling van de eigen bijdrage volgens de artikelen 3.3.2.1 en 3.3.2.2 van het Blz aan. Deze partijen zijn verantwoordelijk voor de juistheid, volledigheid en tijdigheid van de aanlevering van deze data. De grondslag voor de gegevensverstrekking is te vinden in artikel 9.1.2 van de Wlz. Het verstrekken van alle gegevens aan zorgkantoren, die zij voor de vervulling van hun taak bij de uitvoering van de wet nodig hebben. Dit is een intermediaire taak. De gegevensverstrekking is gebaseerd op artikel 9.1.2 van de Wlz. De taken kunnen tot twee deelgebieden betreffende de Wlz worden samengevoegd: Het zelfstandig vaststellen, opleggen en innen van de eigen bijdragen voor Zorg met Verblijf in een instelling, volledig pakket thuis (vpt), persoonsgebonden budget (pgb) en modulair pakket thuis (mpt) op basis van gegevens van de Belastingdienst, het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Sociale Verzekeringsbank (SVB), zorgkantoren en zorgaanbieders, waarbij de persoonsgegevens geverifieerd worden bij de Basisregistratie personen (BRP). Het verrichten van de betaling van zorgaanspraken Wlz in de hoedanigheid van landelijk betaalkantoor in opdracht van de Wlz-uitvoerders of het Zorginstituut op grond van artikel 6.1.2 onderdeel c van de Wlz. De NZa houdt op grond van artikel 16 sub d Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz door het CAK. Om toezicht te kunnen uitoefenen, moet de NZa over informatie beschikken. Artikel 6.2.6 van de Wlz wijst de verantwoordingsdocumenten en de accountantsproducten aan die jaarlijks door het CAK bij de NZa moeten worden ingediend. Op basis van artikel 6.2 van de Regeling langdurige zorg10Het artikel is, tijdens het opstellen van dit model, onderdeel van een nog door te voeren wijziging in de Regeling langdurige zorg. Deze wijziging is nog niet definitief. kan de NZa hiervoor regels stellen. Het Model Jaarverslaggeving 2016 CAK vormt een uitwerking van de hiervoor genoemde afspraken. De regels voor de accountantscontrole en de op te leveren accountantsproducten heeft de NZa vastgelegd, op basis van artikel 6.2 van de Regeling langdurige zorg11Het artikel is, tijdens het opstellen van dit model, onderdeel van een nog door te voeren wijziging in de Regeling langdurige zorg. Deze wijziging is nog niet definitief., in het Protocol Accountantsonderzoek 2016 CAK. Met ingang van 1 januari 2015 is de Wlz in werking getreden. Tot 1 januari 2015 was de AWBZ van toepassing op de langdurige zorg. In paragraaf 2 van hoofdstuk 11 van de Wlz is het overgangsrecht voor de uitvoerders en de afwikkeling van de AWBZ geregeld. In 2016 zal het CAK met VWS nadere afspraken maken betreffende het overgangsrecht en de afwikkeling van de AWBZ. De taken van het CAK waren geregeld in artikel 49 van de AWBZ. Het CAK was in het kader van de AWBZ belast met het uitvoeren van publiekrechtelijke werkzaamheden. Het Besluit zorgaanspraken AWBZ gaf een omschrijving en opsomming van alle zorg die onder de AWBZ viel. Met de komst van de Wlz zijn de AWBZ, het Besluit zorgaanspraken AWBZ en het Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering (ABZ) per 1 januari 2015 vervallen. Het CAK verricht de werkzaamheden voor de AWBZ tot en met in het kalenderjaar 2014 geleverde zorg. De NZa houdt op grond van artikel 16 sub d Wmg toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de Wlz door de Wlz-uitvoerders en het CAK. Om toezicht te kunnen uitoefenen, moet de NZa over informatie beschikken. Artikel 6.2.6 van de Wlz wijst de verantwoordingsdocumenten en de accountantsproducten aan die jaarlijks door het CAK bij de NZa moeten worden ingediend. Op basis van artikel 6.2 van de Regeling langdurige zorg12Het artikel is, tijdens het opstellen van dit model, onderdeel van een nog door te voeren wijziging in de Regeling langdurige zorg. Deze wijziging is nog niet definitief. kan de NZa hiervoor regels stellen. Het Model Jaarverslaggeving 2016 CAK vormt een uitwerking van de hiervoor genoemde afspraken. De regels voor de accountantscontrole en de op te leveren accountantsproducten heeft de NZa vastgelegd, op basis van artikel 6.2 van de Regeling langdurige zorg13Het artikel is, tijdens het opstellen van dit model, onderdeel van een nog door te voeren wijziging in de Regeling langdurige zorg. Deze wijziging is nog niet definitief., in het Protocol Accountantsonderzoek 2016 CAK. Het CAK is op grond van artikel 2.1.4, zesde lid, van de Wmo vanaf 1 januari 2015, belast met het vaststellen, opleggen en voor de gemeente innen van de eigen bijdrage Wmo. Een van de gevolgen van de wijziging in wet- en regelgeving per 1 januari 2015 is dat de producten ‘Beschermd Wonen en Kort Verblijf’ vanuit de AWBZ zijn overgeheveld naar de Wmo. Bij beschermd wonen is broninhouding door de SVB en het UWV mogelijk. Dit is het enige product in de Wmo waarvoor broninhouding kan plaatsvinden. Binnen een huishouden kan er sprake zijn van een samenloop van verschillende zorgproducten. Hierdoor kan een anti-cumulatiebeding14Wettelijk is besloten (zie artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015) om op de extramurale eigen bijdrage Wmo een anti-cumulatiebeding van toepassing te laten zijn. Binnen de Wmo gaat de intramurale bijdrage voor beschermd wonen voor op de extramurale bijdrage. De voorrang van de Wlz op de Wmo en het anti-cumulatiebeding betekent dat de eigen bijdrage Wlz voor gaat op de eigen bijdrage Wmo. Wanneer een persoon een intramurale eigen bijdrage voor de Wlz verschuldigd is, gaat deze voor op de bijdrage Wmo. En in het geval dat beide partners een intramurale bijdrage verschuldigd zijn (op grond van de Wlz dan wel voor beschermd wonen in de Wmo) wordt de gezamenlijke bijdrage naar rato over de beide partners verdeeld. van toepassing zijn. Op basis van artikel 16 sub f Wmg houdt de NZa toezicht op de vaststelling en inning van de eigen bijdragen zoals bedoeld in artikel 2.1.4 van de Wmo door het CAK. Een goed toezicht op de uitvoering door het CAK van de eigen bijdragen in het kader van de Wmo is van direct belang vanuit het perspectief van de Wlz en omgekeerd. Deze taak sluit aan op de eigen bijdragen Zorg zonder Verblijf en Wmo op basis van artikel 15 van de Wmo die per 1 januari 2015 is opgeheven. De verantwoording over de eigen bijdragen Wmo en de eigen bijdragen Zorg zonder Verblijf AWBZ wordt door het CAK zoveel mogelijk gecombineerd aangezien er geen overgangsregeling van toepassing is en de taken zoals voorheen doorlopen. Het CAK is in het kader van de Wmo belast met het uitvoeren van publiekrechtelijke werkzaamheden. Dit is gebaseerd op artikel 16 van de Wmo. Dit houdt in dat het CAK de eigen bijdragen in het kader van de Wmo vaststelt, oplegt en int. De NZa hield op grond van artikel 16 sub f Wmg vanaf 1 januari 2009 toezicht op de vaststelling en inning van de eigen bijdragen op grond van artikel 15 van de per 1 januari 2015 vervallen Wmo. Bij de keuze om het toezicht aan de NZa op te dragen, speelde de overweging dat door de mogelijke samenloop van de eigen bijdragen op grond van de AWBZ en de Wmo het van belang is dat beide regelingen goed op elkaar zijn afgestemd. Een goed toezicht op de uitvoering door het CAK van de eigen bijdragen in het kader van de Wmo was van direct belang vanuit het perspectief van de AWBZ en omgekeerd. Om toezicht te kunnen uitoefenen, moet de NZa over informatie beschikken. Artikel 6.2.6 van de Wlz wijst de verantwoordingsdocumenten en de accountantsproducten aan die jaarlijks door het CAK bij de NZa moeten worden ingediend. Op basis van artikel 6.2 van de Regeling langdurige zorg15Het artikel is, tijdens het opstellen van dit model, onderdeel van een nog door te voeren wijziging in de Regeling langdurige zorg. Deze wijziging is nog niet definitief. kan de NZa hiervoor regels stellen. Het Model Jaarverslaggeving 2016 CAK vormt een uitwerking van de hiervoor genoemde afspraken. De regels voor de accountantscontrole en de op te leveren accountantsproducten heeft de NZa vastgelegd, op basis van artikel 6.2 van de Regeling langdurige zorg16Het artikel is, tijdens het opstellen van dit model, onderdeel van een nog door te voeren wijziging in de Regeling langdurige zorg. Deze wijziging is nog niet definitief., in het Protocol Accountantsonderzoek 2016 CAK. In het kader van de Wmo is er geen overgangsregeling van toepassing hetgeen ertoe heeft geleid dat met VWS is afgesproken dat de verantwoording niet gesplitst hoeft te worden naar Wmo voor 1 januari 2015 en na 1 januari 2015. Van 1 januari 2008 tot en met 31 december 2013 konden verzekerden onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor een compensatie van het eigen risico (CER). Het CAK voerde deze regeling uit. Dit was geregeld in artikel 1 sub w jo. 118a Zvw. Met ingang van 1 januari 2014 is de CER afgeschaft en per 1 januari 2015 zijn genoemde wetsartikelen vervallen. Met ingang van 2015 is het CAK niet meer bevoegd om nieuwe beschikkingen af te geven. Nieuwe aanvragen zullen worden afgewezen. Wel dienen betalingen op al verstrekte beschikkingen plaats te vinden. Ook worden de bezwaren en beroepen krachtens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) afgehandeld door het CAK. De NZa houdt op grond van artikel 16 sub f Wmg toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de CER door het CAK. Dit Model Jaarverslaggeving 2016 CAK vormt een uitwerking van de hiervoor genoemde afspraken. De regels voor de accountantscontrole en de op te leveren accountantsproducten heeft de NZa vastgelegd in het Protocol Accountantsonderzoek 2016 CAK. Het CAK moet vóór 15 maart17De aanleverdatum van het afgesloten ‘Governance arrangement tussen het CAK en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport’, en de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen is gevolgd voor het verantwoordingsjaar 2016. Deze datum wijkt af van de aanleverdatum zoals genoemd in de Wlz. van het jaar volgend op het verantwoordingsjaar bij VWS en de NZa de volgende producten aanleveren: een financieel verslag; een uitvoeringsverslag. In de hierna opgenomen paragrafen zijn deze onderdelen nader uitgewerkt. Het normenkader voor deze verantwoordingen wordt gevormd door artikel 6.1 van de Regeling langdurige zorg. Het financieel verslag van het CAK bevat een financiële verantwoording over de uitvoering van de wet volgens dit model. Het CAK verantwoord zich over de uitvoering van de wet volgens dit model middels: Een financiële verantwoording (hierna aangeduid als: jaarrekening). Een bestuurlijke verantwoording. In deze bestuurlijke verantwoording wordt verantwoording afgelegd over het financieel beheer en de rechtmatigheid van de geldstromen van de door het CAK uitgevoerde wettelijke taken. Bij deze verantwoordingen worden de volgende controleverklaringen verstrekt door een externe accountant: De jaarrekening wordt vergezeld van een controleverklaring over de getrouwheid van de jaarrekening en de rechtmatigheidsverantwoording over de beheerskosten. De bestuurlijke verantwoording wordt vergezeld van een controleverklaring over de rechtmatigheid van de in de bestuurlijke verantwoording opgenomen geldstromen in de matrices en de juistheid en volledigheid van het overzicht van de activa en passiva van de wettelijke taken van het CAK en de hierbij horende verloopoverzichten en toelichtingen. De jaarrekening wordt ingericht conform Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. In de jaarrekening is minimaal opgenomen: Een algemene toelichting op de balans en staat van baten en lasten. Een balans, voorzien van een toelichting. Een staat van baten en lasten, voorzien van een toelichting. Aan de jaarrekening wordt een directieverslag (zie paragraaf 1.4.2) inclusief een rechtmatigheidsverantwoording over de beheerskosten toegevoegd. Ook wordt aan de jaarrekening een bestuursverklaring toegevoegd waarin het bestuur aangeeft dat de gevraagde en aangeleverde gegevens in de jaarrekening betrouwbaar zijn. Onderdeel van het directieverslag is de rechtmatigheidsverantwoording over de beheerskosten. Hierin legt het bestuur van het CAK verantwoording af over de rechtmatigheid van de verantwoorde beheerskosten in het verslagjaar. In de bestuurlijke verantwoording legt het CAK volgens dit Model Jaarverslaggeving 2016 CAK verantwoording af over: de ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde financiële beheer van de wettelijke taken; de borging van de rechtmatigheid van de geldstromen die in de bestuurlijke verantwoording zijn opgenomen. hoeveel Schengen- en Engelstalige verklaringen zijn afgegeven in het verantwoordingsjaar inclusief een prognose van het verwachte aantal aanvragen voor het volgende jaar. In de bestuurlijke verantwoording wordt ook een overzicht opgenomen van de activa en passiva van de geldstromen van de door het CAK uitgevoerde wettelijke taken in het verantwoordingsjaar (inclusief vergelijkende cijfers). Van deze activa en passiva worden ook verloopoverzichten en toelichtingen opgenomen van vorderingen en schulden (minimaal verloopoverzichten van de rekening-courantposities en de openstaande vorderingen inclusief een uitsplitsing van deze openstaande vorderingen naar ouderdom voor de posten die betrekking hebben op de Wlz, AWBZ en Wmo). In de bestuurlijke verantwoording wordt gebruik gemaakt van de matrix bestuurlijke verantwoording VWS en NZa (zie paragraaf 4.2.3). In deze matrix legt het CAK verantwoording af over de geldstromen: uitbetaalde tegemoetkomingen Wtcg; afdracht ouderbijdragen op basis van de Jeugdwet; betalingen van zorgaanspraken AWBZ; betalingen van zorgaanspraken Wlz; betalingen subsidieregeling extramurale behandeling; betalingen subsidieregeling eerstelijns verblijf; afdracht eigen bijdragen Zorg zonder Verblijf AWBZ; afdracht eigen bijdragen Zorg met Verblijf AWBZ; afdracht eigen bijdragen Wlz; afdracht eigen bijdragen Wmo; ontvangen broninhouding Wmo (beschermd wonen) via Zorginstituut Nederland; interest geldmiddelen AFBZ, Flz en Wmo; uitbetaalde uitkeringen CER; interest geldmiddelen Zvf. Aan de bestuurlijke verantwoording wordt een bestuursverklaring toegevoegd waarin het bestuur aangeeft dat de gevraagde en aangeleverde gegevens in de bestuurlijke verantwoording betrouwbaar zijn. Het uitvoeringsverslag (hierna aangeduid als: directieverslag) wordt toegevoegd aan de jaarrekening en word ingericht conform Titel 9 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. In dit directieverslag legt het CAK verantwoording af volgens dit Model Jaarverslaggeving 2016 CAK. Deze bevat minimaal: Het profiel, de organisatiestructuur en het gevoerde en voorgenomen beleid bij de uitvoering van de wettelijke taken. De ordelijkheid en controleerbaarheid van het gevoerde financiële beheer. Of het beheer en de organisatie van het CAK voldoen aan de eisen van doelmatigheid. De resultaten van het door het CAK gevoerde beleid ter uitvoering van zijn wettelijke taken. De rechtmatigheidsverantwoording over de beheerskosten. Een overzicht met de kwantificering van het totaal van de aangegane inkoopcontracten in het verslagjaar. Aan het directieverslag wordt een bestuursverklaring toegevoegd waarin het bestuur aangeeft dat de gevraagde en aangeleverde gegevens in het directieverslag betrouwbaar zijn. De accountantsrapportage bevat de uitkomsten van het onderzoek van een accountant naar: De getrouwheid van de jaarrekening en de rechtmatigheidsverantwoording van de beheerskosten van het CAK. Dit is inclusief een onderzoek naar de naleving van de voorschriften van de jaarrekening en het directieverslag. De rechtmatigheid van de in de in de bestuurlijke verantwoording opgenomen geldstromen in de matrices en de juistheid en volledigheid van het overzicht van de activa en passiva van de wettelijke taken van het CAK en de hierbij horende verloopoverzichten en toelichtingen. Dit is inclusief een onderzoek naar de naleving van de voorschriften van de bestuurlijke verantwoording. Of het beheer en de organisatie van het CAK voldoen aan de eisen van doelmatigheid. De eerste twee onderdelen maken deel uit van een ‘assurance-opdracht’. Het overige onderdeel maakt deel uit van een ‘non-assurance-opdracht’. De regels voor de accountantscontrole en de op te leveren accountantsproducten heeft de NZa vastgelegd in het Protocol Accountantsonderzoek 2016 CAK. Het ministerie van VWS en de NZa maken bij het toezicht op de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de geldstromen zoveel mogelijk gebruik van de verantwoordingsdocumenten van het CAK en van de verklaringen en rapportage van een externe accountant. Daarbij beoordelen het ministerie van VWS en de NZa de toereikendheid van de door een externe accountant uitgevoerde werkzaamheden en stellen zij op basis van hun bevindingen hun eigen onderzoekswerkzaamheden vast. Indien in dit kader een review van de werkzaamheden van de externe accountant van het CAK plaatsvindt door het ministerie van VWS en de NZa, geschiedt de review om praktische redenen – zo mogelijk – gelijktijdig. Op grond van de op deze wijze verzamelde informatie vormt het ministerie van VWS zich een oordeel over de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de tegemoetkomingsregeling Wtcg, de ouderbijdragen Jeugdwet, de beheerskosten van het CAK en over de rechtmatigheid van de daarmee samenhangende ontvangsten en uitgaven. Daarnaast vormt de NZa zich op grond van de op deze wijze verzamelde informatie een oordeel over de rechtmatige en doelmatige uitvoering van de AWBZ, de Wlz, de Wmo en de CER door het CAK en over de rechtmatigheid van de daarmee samenhangende ontvangsten en uitgaven. Het Protocol Accountantsonderzoek 2016 CAK bevordert een doelmatige controle- en toezichtstructuur. Het ministerie van VWS brengt verslag uit van haar bevindingen aan het CAK door middel van een brief. De NZa brengt verslag uit van haar bevindingen aan het CAK via een rapport. Jaarlijks brengt de NZa ook samenvattende rapporten uit over: De rechtmatige uitvoering van de Zvw. In dit rapport neemt de NZa haar bevindingen op met betrekking tot de uitvoering van de CER door het CAK. De rechtmatige en doelmatige uitvoering van de AWBZ, de Wlz en de Wmo door het CAK en de Wlz-uitvoerders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel