Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Domein II Milieu, welzijn en infrastructuur

Onderdeel van Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 5 maart 2021

Het domein voor de boa's die zich bezighouden met natuur en milieu, arbeidsinspectie, voedsel & waren controles, dierenwelzijn, openbare gezondheid en fysieke leefomgeving en infrastructuur (waaronder deelaspecten bouwen, wonen, monumenten, ruimte). Milieuboa's in de zin van deze beleidsregels zijn: alle krachtens een categoriale aanwijzing functionerende boa's van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (met uitzondering van de bijzondere opsporingsdienst NVWA Inlichtingen- en Opsporingsdienst NVWA-IOD), Inspectie SZW/directie Major Hazard Control, Rijkswaterstaat, Staatstoezicht op de Mijnen, Inspectie Leefomgeving en Transport (met uitzondering van de boa’s die zich uitsluitend richten op transport en de bijzondere opsporingsdienst ILT-IOD), provincies, waterschappen, gemeenten en omgevingsdiensten/regionale uitvoeringsdiensten, met opsporingsbevoegdheden voor in elk geval de wetten genoemd in artikel 1a en ten dele ook artikel 1 van de Wet op de economische delicten; alle boa's die zijn aangesteld in de functiegroep 'milieuopsporingsambtenaar' dan wel een andere functiegroep, maar met een vergelijkbare taak; alle boa's die zijn aangesteld in de functiegroep 'flora- en faunabeheerder'; alle boa's die zijn aangesteld in de functiegroep 'controleur openbare ruimte', 'gemeentelijk opsporingsambtenaar' of 'controleur vaarwegen', waarvan de werkgever het wenselijk acht dat zij mede milieudelicten opsporen, niet zijnde delicten in de sfeer van leefbaarheid. Buiten de hierboven gespecificeerde groep boa's kunnen ook andere boa's en hun werkgevers in het domein Milieu, welzijn en infrastructuur worden opgenomen. Een milieuboa is in hoofdzaak belast met de opsporing van (economische) milieudelicten. De milieuboa is doorgaans primair toezichthouder op grond van één of meer milieuwetten en treedt in voorkomende gevallen op als boa. Hierdoor vervullen de meeste milieuboa's een schakelfunctie tussen het bestuur, particuliere organisaties, het OM (i.c. het Functioneel Parket) en de politie. De boa Milieu, welzijn en infrastructuur is de boa die de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor een belangrijk deel moet handhaven. Voor een deel zijn boa’s van onder andere gemeenten en provincies nu aangesteld bij regionale uitvoeringsdiensten (ook wel omgevingsdiensten) ten behoeve van de handhaving van onder meer milieuregelgeving. Om deze reden is de boa milieu, welzijn en infrastructuur niet alleen bevoegd om te handhaven op artikel 1 en 1a van de Wet op de economische delicten (WED), maar tevens op de complete wetten die in artikel 1 en 1a van de WED worden genoemd en krachtens deze wetten geldende regelgeving voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de taak. Een overheidsorgaan of particuliere werkgever kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten voor de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden. Alvorens kan worden overgegaan tot inhuur moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden. Instemming van de meest aangewezen direct toezichthouder. Hierbij is van belang dat het toezicht op de ingehuurde boa geborgd kan worden (net als bij de ‘reguliere’ boa). Melding aan de direct toezichthouder en toezichthouder. Herkenbaarheid van de ingehuurde boa als ambtenaar van het overheidsorgaan respectievelijk herkenbaarheid van de ingehuurde boa als medewerker van een particuliere werkgever. Hierbij mogen geen tot de particuliere instantie waarvan de functionaris wordt ingehuurd herleidbare kenmerken zichtbaar gedragen worden. De ingehuurde boa heeft maximaal de beschikking over de politiebevoegdheden als bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en over handboeien. De ingehuurde boa met opsporingsbevoegdheid heeft geen toegang tot politie- en/of opsporingssystemen. De ingehuurde boa mag geen werkzaamheden verrichten voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau of een beveiligingsorganisatie of recherchebureau in stand houden. De reden hiervoor is dat enige (schijn van) belangenverstrengeling zich kan voordoen tussen de functie van de ingehuurde particuliere functionaris met opsporingsbevoegdheid enerzijds en de functie van particulier beveiliger als bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) anderzijds. Wel kan aan een ingehuurde boa ontheffing worden verleend als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wpbr. In geval van inhuur door een overheidsorgaan: de ingehuurde boa moet door het overheidsorgaan op naam worden aangewezen als onbezoldigd ambtenaar van deze rechtspersoon. Van de aanwijzing op naam moet bij de aanvraag van de opsporingsbevoegdheid schriftelijk bewijs worden overgelegd. In geval van inhuur door een particuliere werkgever: bij de aanvraag dient een (inhuur)overeenkomst te worden overlegd waaruit de arbeidsrelatie en dus de gezagsverhouding ten behoeve van de inhuur tussen de persoon en de ‘werkgever’ (de partij waarvoor de werkzaamheden worden verricht) blijkt. Het toezicht op de boa's die zich bezig houden met de milieuhandhaving is belegd bij het Functioneel Parket in plaats van een hoofdofficier van Justitie van een arrondissementsparket. Het Functioneel parket is belast met de bestrijding van milieucriminaliteit. Het is dan ook voor de hand liggend om het toezicht op de boa's die zich bezig houden met milieuhandhaving, neer te leggen bij het Functioneel Parket. Het toezicht op de overige boa's in dit domein kan bij uitzondering bij andere toezichthouders worden belegd. Het direct toezicht op de milieuboa's in dienst van of werkzaam voor een landelijke werkgever kan worden belegd bij het hoofd van een landelijke dienst.17 Zoals bij de volgende diensten: NVWA, Rijkswaterstaat, Inspectie SZW, Inspectie Leefomgeving en Transport, Staatstoezicht op de Mijnen. Bij een lokale, regionale boa-werkgever (geen landelijk werkterrein) blijft de Korpschef van de nationale politie de direct toezichthouder. Voorheen paragraaf 7.2. Een nieuwe boa behaalt eerst het boa basisexamen (het boa-getuigschrift), en doorloopt vervolgens de permanente her- en bijscholing. De basisbekwaamheid en de permanente her- en bijscholing worden geëxamineerd onder de auspiciën van de Stichting ExTH. Indien de boa Milieu, welzijn en infrastructuur beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing. De boa’s Milieu, welzijn en infrastructuur dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben afgerond om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen.18 Voor personen aan wie een ontheffing is verleend van de bekwaamheidseis op grond van het zogenaamde seniorenbeleid (deze ontheffingsgrond is per 1 januari 2016 afgeschaft) geldt dat zij wel de modules volledig moeten volgen inclusief afronding van de modules met een bewijs van getoonde inzet, maar dat de modules niet met een examen afgerond hoeven te worden. Hierbij wordt geadviseerd dat in de eerste vier jaren ieder jaar een module wordt behaald. Het vijfde jaar kan dan indien nodig worden benut als herkansingsjaar. In sommige gevallen zal het nodig zijn het traject van permanente her- en bijscholing versneld af te leggen. Bijvoorbeeld als een boa is overgestapt naar een domein waarin hij voor het eerst wordt geconfronteerd met de permanente her- en bijscholing. Gedurende de resterende geldigheidsduur van de akte dient de boa in beginsel versneld het phb-traject te volgen om bij de verlengingsaanvraag certificaten van de 4 modules over te kunnen leggen. Bij de aanvraag om verlenging van de akte of de aanvraag van een nieuwe akte moeten de certificaten van de 4 modules nog geldig zijn. Een certificaat van een module van het traject van permanente her- en bijscholing is vijf jaar geldig. De akte van opsporingsbevoegdheid wordt voor de duur van vijf jaar afgegeven. Indien een boa gedurende de looptijd van zijn akte wil overstappen naar een andere werkgever of een nieuw domein en hij nog niet 4 modules heeft behaald, wordt de nieuwe akte verleend voor de resterende geldigheidsduur van de akte die eerder op basis van 4 modules (of het getuigschrift boa) is afgegeven. De volgorde van de modules van een traject van permanente her- en bijscholing is niet bepalend bij de aanvraag om verlenging van de akte danwel bij de aanvraag om een nieuwe akte. Zo kunnen modules die zijn behaald in een ander domein (ook al zijn deze domeinspecifiek), meetellen bij de aanvraag om verlenging van de akte dan wel een nieuwe akte. Voorwaarde is dat bij de aanvraag 4 verschillende modules – waarvan niet meer dan twee theorie – kunnen worden overgelegd die niet ouder zijn dan vijf jaar. De door de Minister van Justitie en Veiligheid ingestelde examencommissie bewaakt de kwaliteit van de examens (zie examenplan). In Bijlage E is een overzicht opgenomen van de examenonderdelen en bijbehorende onderwerpen. In de laatste kolom is aangeven of het betreffende examenonderdeel met een theorietoets (T) of een praktijktoets (P) geëxamineerd wordt. Voor verdere uitwerking van de examenonderdelen: zie http://www.exth.nl/examens/phb-domein-ii-milieu/. Voorheen paragraaf 7.3. Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. De landelijke bevoegdheid voor de boa Milieu, welzijn en infrastructuur kan eveneens de 12 mile zone, het continental plat en de Exclusieve Economische Zone omvatten. Gelet op de specifieke taak van inspectiediensten in de milieuhandhaving kunnen boa’s Milieu, welzijn en infrastructuur van een landelijke inspectiedienst voor zover noodzakelijk voor een goede uitoefening van de taak bij samenwerking met partners in de strafrechtelijke handhaving, beschikken over domeinoverschrijdende opsporingsbevoegdheden, tenzij de wet zich daartegen verzet. De boa Milieu, welzijn en infrastructuur kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en optioneel beschikken over handboeien, wapenstok, pepperspray, surveillancehond en/of vuurwapen. Voorheen paragraaf 7.4.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel