Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Domein IV Openbaar Vervoer

Onderdeel van Beleidsregels Buitengewoon Opsporingsambtenaar· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 11 juli 2017

De boa Openbaar Vervoer is in bezoldigde dienst van een openbaar vervoersbedrijf, dan wel een (ander) publiekrechtelijk rechtspersoon en is belast met de opsporing van strafbare feiten binnen het domein openbaar vervoer. Een gemeente kan onder voorwaarden een particuliere functionaris inzetten ten behoeve van de uitoefening van de opsporingsbevoegdheden. Alvorens gemeenten kunnen overgaan tot inhuur moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden. Instemming van de lokale driehoek. Hierbij is van belang dat het toezicht op de ingehuurde boa geborgd kan worden (net als bij de ‘reguliere’ boa). Inbedding in het lokale veiligheidsbeleid. Herkenbaarheid van de ingehuurde boa als ambtenaar van de gemeente. Hierbij mogen geen tot de particuliere instantie waarvan de gemeente de functionaris inhuurt herleidbare kenmerken zichtbaar gedragen worden. De ingehuurde boa heeft maximaal de beschikking over de politiebevoegdheden als bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en over handboeien. De ingehuurde boa met opsporingsbevoegdheid heeft geen toegang tot politie- en/of opsporingssystemen. Een ingehuurde boa mag geen werkzaamheden verrichten voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau of een beveiligingsorganisatie of recherchebureau in stand houden. Reden hiervoor is dat enige (schijn van) belangenverstrengeling zich kan voordoen tussen de functie van de ingehuurde particuliere functionaris met opsporingsbevoegdheid enerzijds en de functie van particulier beveiliger als bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) anderzijds. Wel kan aan een ingehuurde boa ontheffing worden verleend als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wpbr. Een ingehuurde boa moet door de gemeente op naam worden aangewezen als onbezoldigd ambtenaar van deze gemeente. Van de aanwijzing op naam moet bij de aanvraag van de opsporingsbevoegdheid schriftelijk bewijs worden overgelegd. Inhuur is in dit domein ook mogelijk voor de in paragraaf 3.1 bij de uitzonderingen onder 1. genoemde particuliere werkgevers. Omdat deze vervoerders vaak over de gemeentegrenzen opereren, gelden voor hen niet de voorwaarden die betrekking hebben op de lokale context. Omdat het voor hen tevens niet mogelijk is om boa’s als onbezoldigd ambtenaar aan te wijzen geldt ook deze voorwaarde niet. De voorwaarden waaraan voor inhuur dient te worden voldaan zijn voor vervoerders: Instemming van de concessieverlener.19Aan de instemming kunnen door de concessieverlener voorwaarden worden verbonden. Melding aan de direct toezichthouder en toezichthouder. Herkenbaarheid van de ingehuurde boa als medewerker van de vervoerder. Hierbij mogen geen tot de particuliere instantie waarvan de vervoerder de functionaris inhuurt herleidbare kenmerken zichtbaar gedragen worden. De ingehuurde boa heeft maximaal de beschikking over de politiebevoegdheden als bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en over handboeien. De ingehuurde boa met opsporingsbevoegdheid heeft geen toegang tot politie- en/of opsporingssystemen. Een ingehuurde boa mag geen werkzaamheden verrichten voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau of een beveiligingsorganisatie of recherchebureau in stand houden. Reden hiervoor is dat enige (schijn van) belangenverstrengeling zich kan voordoen tussen de functie van de ingehuurde particuliere functionaris met opsporingsbevoegdheid enerzijds en de functie van particulier beveiliger als bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr) anderzijds. Wel kan aan een ingehuurde boa ontheffing worden verleend als bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wpbr. Bij de aanvraag dient een (inhuur) overeenkomst te worden overlegd waaruit de arbeidsrelatie ten behoeve van de inhuur tussen de persoon en de ‘werkgever’ (de partij waarvoor de werkzaamheden worden verricht) blijkt. Een nieuwe boa behaalt eerst de boa basisbekwaamheid OV (het boa OV-getuigschrift). Dit is een verzwaard examen. De eindtermen van het algemene boa basis examen maken onverkort deel uit van het examen boa basisbekwaamheid OV en is aangevuld met OV-eindtermen. Daarna doorloopt de boa Openbaar Vervoer de permanente her- en bijscholing. Indien de boa Openbaar Vervoer beschikt over politiebevoegdheden, vrijheidsbeperkende middelen en geweldmiddelen zijn tevens de bekwaamheidseisen uit de RTGB van toepassing. De boa’s Openbaar Vervoer dienen vier modules in de looptijd van hun akte met een voldoende resultaat te hebben afgerond om na vijf jaar hun titel van opsporingsbevoegdheid te mogen verlengen. Hierbij wordt geadviseerd dat in de eerste vier jaren ieder jaar een module wordt behaald. Het vijfde jaar kan dan indien nodig worden benut als herkansingsjaar. Bij het overstappen vanuit een ander domein kan de boa in aanvulling op de boa algemene basisbekwaamheid, de module Wet- en regelgeving (module 1 uit de PHB) volgen waarmee ook wordt voldaan aan de bekwaamheidseisen voor domein IV Openbaar Vervoer (het behalen van een boa OV-getuigschrift). De door de Stichting ExTH ingestelde examencommissie Openbaar Vervoer bewaakt de kwaliteit van de examens (zie examenplan). In bijlage G is een examenplan van het boa OV basisexamen opgenomen en daarna de PHB voor domein IV. Hierin staan de examenonderdelen en bijbehorende onderwerpen. In de laatste kolom is aangeven of het betreffende examenonderdeel met een theorietoets (T) of een praktijktoets (P) geëxamineerd wordt. Verder staat in deze bijlage ook een verwijzing naar het kwalificatiedossier Publieke veiligheid waar de gedragsspecifieke leerdoelen van de boa Openbaar Vervoer aan moeten voldoen. Zie de bijlage bij de Regeling domeinlijsten buitengewoon opsporingsambtenaar. De boa Openbaar Vervoer kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en kan optioneel beschikken over handboeien en/of wapenstok. De ingehuurde boa Openbaar Vervoer kan optioneel beschikken over de politiebevoegdheden bedoeld in artikel 7, eerste, derde en vierde lid, van de Politiewet 2012 en optioneel over handboeien.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel