Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › § 2 › § 2.1

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Besluit energie vervoer· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 20 juni 2026

1. Bij de afschrijving, bedoeld in artikel 9.7.2.5, eerste lid, onderdeel b, van de wet, wordt de volgende volgorde gehanteerd: het aantal emissiereductie-eenheden geavanceerd wordt afgeschreven dat overeenkomt met het in artikel 3, vierde lid, genoemde percentage; het aantal raffinagereductie-eenheden en vervolgens het aantal emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong wordt afgeschreven dat overeenkomt met het in artikel 3, zesde en zevende lid, genoemde percentage; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden conventioneel wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in artikel 3, derde lid, genoemde percentage; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden bijlage IX-B wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in artikel 3, vijfde lid, genoemde percentage; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden elektriciteit wordt afgeschreven; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden overig wordt afgeschreven; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden geavanceerd wordt afgeschreven; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstoffen van niet biologische oorsprong wordt afgeschreven. 2. Indien na toepassing van de afschrijving, bedoeld in het eerste lid, niet is voldaan aan de jaarverplichting, wordt het aantal per soort verschuldigde emissiereductie-eenheden als volgt vastgesteld: het aantal emissiereductie-eenheden conventioneel is even groot als het percentage, bedoeld in artikel 3, derde lid, dat de leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel c, niet gebruikt heeft; het aantal emissiereductie-eenheden bijlage IX-B is even groot als het percentage, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, dat de leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel d, niet gebruikt heeft; het aantal emissiereductie-eenheden overig is even groot als de resterende jaarverplichting na toepassing van onderdelen a en b. 1. Bij de afschrijving, bedoeld in artikel 9.7.2.5, eerste lid, onderdeel b, van de wet, wordt de volgende volgorde gehanteerd: het aantal emissiereductie-eenheden geavanceerd wordt afgeschreven dat overeenkomt met het in artikel 3, vierde lid, genoemde percentage; het aantal raffinagereductie-eenheden en vervolgens het aantal emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong wordt afgeschreven dat overeenkomt met het in artikel 3, zesde en zevende lid, genoemde percentage; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden conventioneel wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in artikel 3, derde lid, genoemde percentage; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden bijlage IX-B wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in artikel 3, vijfde lid, genoemde percentage; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden elektriciteit wordt afgeschreven; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden overig wordt afgeschreven; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden geavanceerd wordt afgeschreven; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstoffen van niet biologische oorsprong wordt afgeschreven. 2. Indien na toepassing van de afschrijving, bedoeld in het eerste lid, niet is voldaan aan de jaarverplichting, wordt het aantal per soort verschuldigde emissiereductie-eenheden als volgt vastgesteld: het aantal emissiereductie-eenheden conventioneel is even groot als het percentage, bedoeld in artikel 3, derde lid, dat de leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel c, niet gebruikt heeft; het aantal emissiereductie-eenheden bijlage IX-B is even groot als het percentage, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, dat de leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel d, niet gebruikt heeft; het aantal emissiereductie-eenheden overig is even groot als de resterende jaarverplichting na toepassing van onderdelen a en b. 1. Bij de afschrijving, bedoeld in artikel 9.7.2.5, eerste lid, onderdeel b, van de wet, wordt de volgende volgorde gehanteerd: het aantal emissiereductie-eenheden geavanceerd wordt afgeschreven dat overeenkomt met het in artikel 3, vierde lid, genoemde percentage; het aantal raffinagereductie-eenheden en vervolgens het aantal emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong wordt afgeschreven dat overeenkomt met het in artikel 3, zesde en zevende lid, genoemde percentage; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden conventioneel wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in artikel 3, derde lid, genoemde percentage; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden bijlage IX-B wordt afgeschreven, tot ten hoogste het in artikel 3, vijfde lid, genoemde percentage; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden elektriciteit wordt afgeschreven; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden overig wordt afgeschreven; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden geavanceerd wordt afgeschreven; het aantal op de rekening beschikbare emissiereductie-eenheden hernieuwbare brandstoffen van niet biologische oorsprong wordt afgeschreven. 2. Indien na toepassing van de afschrijving, bedoeld in het eerste lid, niet is voldaan aan de jaarverplichting, wordt het aantal per soort verschuldigde emissiereductie-eenheden als volgt vastgesteld: het aantal emissiereductie-eenheden conventioneel is even groot als het percentage, bedoeld in artikel 3, derde lid, dat de leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel c, niet gebruikt heeft; het aantal emissiereductie-eenheden bijlage IX-B is even groot als het percentage, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, dat de leverancier tot eindverbruik bij de afschrijving van de jaarverplichting ingevolge het eerste lid, onderdeel d, niet gebruikt heeft; het aantal emissiereductie-eenheden overig is even groot als de resterende jaarverplichting na toepassing van onderdelen a en b.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel