Art. 29, eerste lid, SVW geeft de mogelijkheid aan de opsporingsambtenaar bedoeld in art. 141 Sv om, bij ernstige verdenking van handelen in strijd met art. 27 SVW c.q. art. 1.02, zevende lid, of art. 1.03, vierde lid, RPR (‘varen onder invloed’), een vaarverbod op te leggen aan degene die op een scheepvaartweg een varend schip voert of stuurt, dan wel als loods aan boord van een zodanig schip adviseert over de te voeren navigatie (schipper, kapitein, loods, roerganger etc.). Een zelfde mogelijkheid bestaat ten aanzien van degene die aanstalten maakt om dit te gaan doen (vgl. art. 29, tweede lid, SVW).
De verdachte met een ademuitslag die duidt op alcoholgebruik boven de wettelijke grenswaarde, krijgt van de opsporingsambtenaar op grond van art. 28a, eerste lid, SVW het bevel om medewerking te verlenen aan een ademonderzoek, zoals bedoeld in art. 27, tweede lid, onderdeel a, SVW. Ingevolge het tweede lid van art. 28a SVW is de verdachte verplicht alle door de opsporingsambtenaar ten dienste van het onderzoek gegeven aanwijzingen op te volgen. Voldoet hij hier niet aan dan is sprake van overtreding van art. 28a, tweede lid, SVW, strafbaar gesteld als misdrijf in art. 31, tweede lid, SVW. Dit artikel kan als een lex specialis worden gezien ten opzichte van art. 184 Sr.
Art. 10 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer regelt hoe dit ademonderzoek moet plaatsvinden (Besluit).
Het aanhouden van de verdachte is volgens de tekst van art. 28a, eerste en tweede lid, SVW geen noodzakelijke voorwaarde voor het verrichten van het ademonderzoek en de overbrenging van de verdachte naar een daartoe bestemde plaats. De verdachte is op grond van art. 31, tweede lid, SVW zonder meer strafbaar als hij – bijvoorbeeld door weg te lopen – weigert medewerking te verlenen aan de uitvoering van een bevel ex art. 28, tweede lid, SVW.7Aanhouding van de verdachte verdient wel de voorkeur in die gevallen waarin de verdachte van overtreding van art. 27 SVW niet is gebaseerd op de uitslag van de ademtest, maar op basis van de interpretatie van het gedrag van de verdachte door de opsporingsambtenaar. De betrokkenheid van de hulpofficier van justitie is in deze gevallen van belang ter toetsing van de verdenking.
Het verdient aanbeveling dat het verhoor wordt afgenomen na voltooiing van het ademonderzoek en niet eerder (zoals tijdens de verplichte wachttijd van twintig minuten zoals genoemd in art. 10, tweede lid, van het Besluit). Het bevel medewerking strekt zich namelijk niet uit tot het verhoor van de verdachte. Het bevel eindigt op het moment van voltooiing van het ademonderzoek en de mededeling van de uitslag aan de verdachte. Deze is daarna vrij om te gaan; de medewerking aan het verhoor geschiedt op vrijwillige basis.
Indien de opsporingsambtenaar een bevel tot medewerking geeft waaraan de verdachte geen gevolg geeft, kan aanhouding ter voorgeleiding volgen en wordt proces-verbaal voor weigering adem/bloedonderzoek opgemaakt, alsmede een inhoudelijk verhoor, dat wordt voorafgegaan door een mededeling door de opsporingsambtenaar omtrent het consultatierecht, afgenomen.
Art. 11, tweede lid, van het Besluit regelt dat onmiddellijk na het vernemen van het resultaat van het ademonderzoek, de verdachte recht heeft op een tegenonderzoek. Dit onderzoek wordt voor rekening van de verdachte verricht in de vorm van een bloedonderzoek.8Bij het uitvoeren van het onderzoek dient verder op dezelfde wijze te worden gehandeld als wanneer op initiatief van de politie tot het afnemen van een bloedmonster zou zijn overgegaan. De artikelen 12 t/m 21 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing.
Wanneer met inachtneming van de wettelijke voorschriften een ademmonster/bloedproef is genomen, zodat het resultaat van dat onderzoek voor het bewijs kan worden gebruikt, zal een vervolging op basis van art. 27, tweede lid, SVW dienen te worden ingesteld.
Een vervolging op basis van art. 27, eerste lid, SVW komt onder meer in aanmerking in de volgende gevallen:
wanneer er andere stoffen dan alcohol in het geding zijn, zoals medicijnen en/of drugs;
wanneer er sprake is van andere omstandigheden dan het weigeren van het ademonderzoek/bloedonderzoek waardoor het ademonderzoek/bloedonderzoek achterwege is gebleven;
wanneer er sprake is van vormfouten in de procedure betreffende het ademonderzoek of het bloedonderzoek, terwijl wel aan alle vereisten voor een vervolging ex art. 27, eerste lid, SVW is voldaan.
Indien het ademonderzoek/bloedonderzoek is geweigerd, wordt vervolgd voor overtreding van art. 28a, tweede en zevende lid, SVW. Dit uitgangspunt geldt ook wanneer de politie bijzonderheden heeft geconstateerd (bijv. met betrekking tot de wijze van varen door de verdachte of zijn verdere gedrag) en van oordeel is dat verdachte – samengevat – onder invloed van alcohol verkeerde. Indien er in een dergelijke situatie enige twijfel bestaat of veroordeling ter zake van art. 28a SVW zal volgen, verdient het aanbeveling art. 27, eerste lid, SVW subsidiair ten laste te leggen.
Ten aanzien van art. 28a, tiende lid, SVW valt met betrekking tot ‘de verdachte die niet in staat is zijn wil kenbaar te maken’ een drietal situaties te onderscheiden:
De verdachte die door zijn fysieke dan wel psychische hoedanigheid niet in staat is zijn wil kenbaar te maken (anders dan door overmatig drankgebruik; bijvoorbeeld na betrokkenheid bij een scheepvaartongeval en aansluitende ziekenhuisopname vanwege verwondingen).
Bestaat de verdenking dat hij onder invloed van alcohol gevaren heeft, dan kan het bloedmonster met toestemming van de officier van justitie, een hulpofficier van justitie of politieambtenaar, door een arts9Of verpleegkundige, zie artikel 12 Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer. worden afgenomen, tenzij aannemelijk is dat dit bij de verdachte om bijzondere geneeskundige redenen onwenselijk is. Een onderzoek van het bloed vindt niet plaats dan nadat de verdachte in de gelegenheid is gesteld zijn toestemming daartoe te geven. Weigert hij, dan kan hij vervolgd worden op basis van art. 28a, tiende lid, SVW, strafbaar gesteld in art. 31, tweede lid, SVW. Bij weigering wordt het bloedmonster vernietigd. Het oordeel van degene die het bloedmonster afneemt is bepalend voor de beoordeling of verdachte in staat moet worden geacht zijn wil te bepalen.
De verdachte die niet in staat moet worden geacht zijn wil kenbaar te maken ten gevolge van overmatig alcoholgebruik.
Volgens de jurisprudentie van de Hoge Raad over de vergelijkbare bepaling van de WVW1994 komt ook deze categorie in aanmerking voor vervolging op grond van art. 28a, tiende lid, SVW, strafbaar gesteld in art. 31, tweede lid, SVW. Het criterium om te bepalen of verdachte onder het tiende lid van art. 28a of onder de regeling van het tweede of het zevende lid valt, ligt met name in de aanspreekbaarheid van de verdachte. Reageert hij niet of geeft hij – al dan niet daarnaar gevraagd – aan dat hij niet begrijpt wat er gebeurt, dan moet worden overgegaan naar de regeling van art. 28a, tiende lid, SVW. Ook hier is het oordeel van degene die het bloedmonster moet afnemen een goede maatstaf bij de beantwoording van de vraag of verdachte simuleert. Een en ander moet dan ook in het proces-verbaal opgenomen worden.
Overleden verdachte
Indien verdachte is komen te overlijden bestaat er binnen SVW geen enkele basis om na het overlijden (bijvoorbeeld aan de gevolgen van een verkeersongeval) alsnog bloed af te nemen. Gelet op art. 69 Sr vervalt het recht tot strafvordering bij het overlijden van verdachte. Indien niet onmiddellijk duidelijkheid bestaat over de doodsoorzaak dan heeft het OM de mogelijkheid om een opdracht tot sectie te geven (art. 73, eerste lid, onder a, van de Wet op de Lijkbezorging). Vanzelfsprekend zal met die bevoegdheid uiterst terughoudend moeten worden omgegaan.10Let op bij het onderzoek naar ongevallen. In het convenant afspraken OM en de Onderzoeksraad voor veiligheid zijn over sectie en onderzoeken op basis van de Rijkswet Onderzoeksraad voor veiligheid specifieke afspraken opgenomen.
Artikel 3
Scheepvaartverkeerswet
Onderdeel van Aanwijzing binnenvaart· Vervoersrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2018