Naar hoofdinhoud

Artikel 12

Embargo-onderzoek: niet ter beschikking stellen van gegevens (art. 15 lid 2 Wpg)

Onderdeel van Aanwijzing Wet politiegegevens en de rol van de officier van justitie· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2018

De verantwoordelijke kan in bijzondere gevallen, indien dit noodzakelijk is voor een goede uitvoering van de politietaak, de terbeschikkingstelling van politiegegevens weigeren dan wel beperkende voorwaarden stellen aan de verdere verwerking (art. 15 lid 2 Wpg). Hierbij wordt gebruik gemaakt van codes36Uitgewerkt in de artt. 2:11 en 2:12 Bpg. Door de codering wordt bij zoeken langs geautomatiseerde weg totuitdrukking gebracht dat a) bij voorbaat wordt ingestemd met de verdere verwerking van de politie gegevens, b) de politiegegevens overeenkomen, maar dat voorafgaande instemming van de bevoegde functionaris vereist is voor de beschikbaarstelling van de gerelateerde gegevens, of c) er geen enkele terugkoppeling plaatsvindt, zodat degene die zoekt niet op de hoogte raakt van het overeenkomen van de gegevens.. Tot het weigeren van terbeschikkingstelling of stellen van beperkende voorwaarden aan de verdere verwerking van politiegegevens mag niet lichtvaardig worden overgegaan. Dat belemmert de gegevensuitwisseling met andere opsporingsonderzoeken en ondergraaft het uitgangspunt van de wet – verplichting terbeschikkingstelling van politiegegevens door de verantwoordelijke (art. 15 lid 1 Wpg). Art. 2:13 lid 1 Bpg geeft een limitatieve opsomming van de bijzondere gevallen waarin de terbeschikkingstelling van politiegegevens geweigerd kan worden of waarin beperkende voorwaarden gesteld kunnen worden aan de verdere verwerking37Art. 2:13 lid 1 Bpg: verwerkte gegevens over ‘informanten’ (art. 12 lid 5 Wpg), waardoor gevaar voor leven of gezondheid van betrokkene of derden is te duchten, interne integriteitonderzoeken, rijksrecherche onderzoeken of gegevens die worden verwerkt op basis van art. 10 lid 1, onder b Wpg (gegevensverwerking ernstige misdrijven) en embargo-onderzoeken.. Onder de in art. 2:13 Bpg limitatief opgesomde gevallen vallen ook de politiegegevens uit die onderzoeken die door het College van procureurs-generaal als embargo-onderzoek zijn aangemerkt. Dit betreft onderzoeken: met een zeer groot belang van afscherming vanwege afbreukrisico’s, zoals een onderzoek naar zware criminelen waarbij een groot afbreukrisico bestaat vanwege de mogelijke infiltratie van de criminelen binnen de kringen van politie, bestuur, en rechterlijke macht; met levensbedreigende risico’s, zoals een onderzoek waarin gesprekken met een kroongetuige zijn opgenomen; met politieke gevoeligheid, zoals een onderzoek waarbij politici of hoge ambtsdragers betrokken zijn; met (hoge) publiciteitsgevoeligheid van het onderzoek, zoals een onderzoek waarbij vroegtijdige publiciteit schadelijk kan zijn voor het onderzoek zelf of tot een grote schending van de privacy van betrokkenen kan leiden. De communicatie met het College van procureurs-generaal verloopt via de hoofdofficier van justitie. Aanmeldingen vinden mede vanwege de urgentie telefonisch en schriftelijk (met het daarvoor beschikbare meldingsformulier, zie ZoOM) plaats. De noodzaak voor afscherming kan gedurende het onderzoek wijzigen. De embargo-status heeft daarom een dynamisch karakter. De codering dient te worden aangepast op het moment dat de noodzaak tot afscherming ontstaat of verdwijnt, bijvoorbeeld door: het aanhouden van de verdachte(n); het voorgeleiden van de verdachte(n): het dagvaarden van de verdachte(n); de afsluiting van het onderzoek. Eventuele wijzingen met betrekking tot de embargo-status van het onderzoek dienen zo spoedig mogelijk bij het College gemeld te worden. Ook de codering dient zo spoedig mogelijk te worden aangepast.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel