Naar hoofdinhoud

Artikel 11

Hernieuwde verwerking (art. 14 lid 3 Wpg)

Onderdeel van Aanwijzing Wet politiegegevens en de rol van de officier van justitie· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2018

In bijzondere gevallen kan de officier van justitie opdracht geven om eerdere op grond van de art. 8, 9 of 10 Wpg verwerkte politiegegevens die verwijderd maar nog niet vernietigd zijn33Politiegegevens die verwerkt zijn met een art. 9 doel worden verwijderd een half jaar nadat hierop onherroepelijk is beslist (art. 9 lid 4 Wpg) en vervolgens na vijf jaar vernietigd (art. 14 lid 1 Wpg). Politiegegevens die verwerkt zijn met een art. 10 doel worden verwijderd uiterlijk vijf jaar na laatste relevante verwerking (art. 10 lid 6 Wpg) en vervolgens na vijf jaar vernietigd (art. 14 lid 1 Wpg)., ter beschikking te stellen voor hernieuwde verwerking voor zover dat noodzakelijk is voor een doel als genoemd in art. 9 of 10 (art. 14 lid 3 Wpg). ‘Bijzondere gevallen’ wordt op dezelfde manier uitgelegd als bij gecombineerde verwerking (zie paragraaf 9.2). Hieronder wordt aangegeven hoe het vereiste van proportionaliteit en subsidiariteit uit ‘bijzondere gevallen’ in de zin van art. 14 lid 3 Wpg wordt uitgelegd en welke toetsing de officier van justitie doet voorafgaand aan het geven van een opdracht tot hernieuwd verwerken. Het vereiste van proportionaliteit en subsidiariteit vergt een zorgvuldige afweging tussen het belang dat met de raadpleging van de verwijderde maar nog niet vernietigde gegevens is gediend en het belang van de personen van wie de gegevens kunnen worden betrokken in dit onderzoek. Er is onder andere voldaan aan dit vereiste als: De gegevens substantieel bijdragen tot het oplossen van de zaak; De gegevens niet langs andere, minder ingrijpende weg kunnen worden verkregen34Een verstrekking van gegevens uit het strafrechtelijk zaaksdossier overeenkomstig art. 39e Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens wordt bijvoorbeeld niet als een minder ingrijpend inbreuk op de privacy beschouwd.. Een aanvraag tot hernieuwde verwerking wordt schriftelijk gedaan en dient te zijn voorzien van een inhoudelijke motivering. Een aanvraag tot hernieuwde verwerking dient in ieder geval de volgende vragen te beantwoorden: Wat is het doel van het onderzoek waarin wordt gevraagd om een hernieuwde verwerking? Om welke dringende reden wordt om hernieuwde verwerking gevraagd? Hoe is bekend geworden dat er verwijderde, maar nog niet vernietigde, gegevens zijn die mogelijk relevant zijn? Welke verwijderde, maar nog niet vernietigde gegevens betreft het concreet? Het geven van een opdracht tot hernieuwde verwerking omvat tevens instemming tot de doelafwijkende verwerking daarvan (zie paragraaf 9). Daar het hier gaat om oudere, op grond van de artt. 9 of 10 Wpg verwerkte politiegegevens waarvan de noodzaak tot verwerking niet langer bestaat, ligt het niet voor de hand dat er belangen van opsporing en vervolging zijn die zich tegen een hernieuwde verwerking verzetten35Dit laat onverkort dat, met name bij politiegegevens die zijn verwerkt met een art. 10 Wpg doel, nog steeds de veiligheid van personen in het geding kan zijn (afschermingsbelangen).. Het is aan de zaaksofficier van justitie die de opdracht tot hernieuwde verwerking geeft om, eventueel naar aanleiding van de in de aanvraag verstrekte gegevens, bij de officier van justitie in de oude zaak of, als deze niet meer voor het betreffende OM-onderdeel werkzaam is, bij de rechercheofficier van justitie of bij de CI-officier van justitie, de officier van justitie belast met mensenhandel en -smokkel of de officier van justitie belast met terrorisme navraag te doen naar eventuele opsporings- en vervolgingsbelangen die zich tegen beschikbaarstelling verzetten. De officier van justitie legt zijn beslissing c.q. opdracht tot hernieuwde verwerking schriftelijk vast. De hernieuwde verwerking kan slechts door daartoe geautoriseerden, die zijn belast met taken op het gebied van de coördinatie van het informatieproces, worden gedaan. Derhalve is de informatieofficier van justitie bij concrete strafrechtelijke onderzoeken het aangewezen aanspreekpunt. De informatieofficier van justitie en de zaaksofficier van justitie overleggen over de noodzaak van de hernieuwde verwerking. Voor het zoeken naar verwijderde politiegegevens die met een art. 10 lid 1, onder a Wpg doel zijn verwerkt is de CI-officier van justitie aanspreekpunt, voor het zoeken naar verwijderde gegevens die met een art. 10 lid 1, onder b Wpg doel zijn verwerkt respectievelijk de officier van justitie belast met mensenhandel en -smokkel of officier van justitie belast met terrorisme. De opdracht tot hernieuwde verwerking maakt geen deel uit van een eventueel BOB-dossier. Het is ingevolge art. 32 lid 1 onder e Wpg en art. 6:4 lid 3 Bpg aan de verantwoordelijke om opdrachten tot gecombineerde verwerkingen schriftelijk vast te doen leggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel