Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Zoeken in politiegegevens door gecombineerd verwerken (art. 11 lid 4 Wpg)

Onderdeel van Aanwijzing Wet politiegegevens en de rol van de officier van justitie· Openbare orde en veiligheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2018

In bijzondere gevallen kan het bevoegde gezag27Het bevoegd gezag is voor onderzoeken gericht op de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde de officier van justitie, en voor onderzoeken gericht op de handhaving van de openbare orde de burgemeester. in de zin van de Politiewet 2012 opdracht geven om ten behoeve van een onderzoek als bedoeld in art. 9 lid 1 Wpg, of een verwerking als omschreven in art. 10 lid 1 Wpg, op grond van de artt. 8, 9 of 10 Wpg verwerkte politiegegevens in combinatie met elkaar te verwerken om vast te stellen of er verbanden bestaan tussen de gegevens (art. 11 lid 4 Wpg). Deze verwerkingsmogelijkheid is gebonden aan strikte criteria. Dit blijkt uit de vereisten ‘in bijzondere gevallen’ en ‘in opdracht van’. Hieronder wordt ingegaan op de zoekvormen geautomatiseerd vergelijken en incombinatie verwerken, en wordt aangegeven wat ‘bijzondere gevallen’ zijn en welke toetsing de officier van justitie doet voorafgaand aan het geven van een opdracht tot gecombineerd verwerken. De Wpg kent (limitatief) twee verschillende vormen van doorzoeken van politiegegevens: geautomatiseerd vergelijken (art. 8 lid 2, 11 lid 1, 11 lid 2 en 12 lid 4 Wpg) en in combinatie verwerken (art. 8 lid 3 en 11 lid 4)28In de artt. 2:1 en 2:2 Bpg zijn limitatief de categorieën van politieambtenaren aangewezen die bevoegd zijn tot geautomatiseerd vergelijken op grond van art. 11 lid 1 en 2 Wpg en gecombineerd verwerken op grond van art. 8 lid 3 een 11 lid 4 Wpg.. Alleen bij de gecombineerde verwerking in de zin van art. 11 lid 4 Wpg heeft de officier van justitie een rol. Noch in de Wpg, noch in de Kamerstukken is in een technische omschrijving het verschil tussen geautomatiseerd vergelijken en gecombineerd verwerken benoemd en is toegelicht wat het verschil betekent voor de politiepraktijk. Op basis van de abstractere omschrijvingen in de Kamerstukken29Zie Memorie van Toelichting, Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 327, nr. 3, pag. 14, 28, 40, 54 e.v. en Nota naar aanleiding van het verslag, Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 327, nr. 7, pag. 15 en 26. gaat deze aanwijzing uit van de volgende definities. Geautomatiseerd vergelijken: het met een binaire zoeksleutel van (een)trefwoord(en) zoeken van bepaalde politiegegevens. Het resultaat van deze gerichte zoekslag is een uitkomst van hit / no hit. Gecombineerd verwerken: zonder binaire zoeksleutel binnen (een selectie van) beschikbare politiegegevens zoeken naar verbanden. Het resultaat van deze vrije zoekslag is een verzameling van gegevens die voldoen aan bepaalde gemeenschappelijke kenmerken. Deze gemeenschappelijke kenmerken kunnen een profiel van indicatoren of bepaalde kenmerken (trefwoorden) inhouden. Het zoeken met een complex en/of uitgebreid profiel met indicatoren of kenmerken dat is verkregen met een gecombineerde verwerking dient weer gezien te worden als een geautomatiseerde vergelijking. Omdat het zoeken met gemeenschappelijke kenmerken een grote inbreuk op de privacy kan opleveren en deze verwerking daarmee snel valt onder de verwerkingsdoeleinden van art. 9 en 10 Wpg, daaruit veelal nog grotere inbreuken op de privacy voortvloeien en gelet op de mogelijke strafprocessuele consequenties die daar weer uit kunnen voortvloeien (begin van verdenking), ligt het mede gezien art. 148 lid 2 Sv in de rede dat een dergelijke geautomatiseerde vergelijking eveneens plaatsvindt in overleg met de officier van justitie. Van een bijzonder geval is sprake bij a) een ‘dringend maatschappelijk belang’ en indien tevens b) voldaan is aan het vereiste van proportionaliteit en subsidiariteit. De wetgever heeft de term ’dringend maatschappelijk belang’ gebruikt om aan te geven wanneer sprake is van een ‘bijzonder geval’, en hij heeft deze term niet nader ingekaderd om ruimte te laten voor de praktijk in de gevallen waarin de ernstige schending van de rechtsorde niet evident is.30Memorie van Toelichting, Tweede Kamer, vergaderjaar 2005–2006, 30 327, nr. 3, pag. 55. Bij een dringend maatschappelijk belang moet gedacht worden aan zeer zwaarwegende gevallen als de voorkoming en opsporing van een ernstig misdrijf dat direct kan leiden tot ontwrichting van de samenleving. Behalve in geval van een opzettelijke vrijheidsberoving, een terroristische actie of dreiging daarvan, relaties tussen overvallen die op verschillende plaatsen in het land hebben plaatsgevonden of normschendingen die gedurende een bepaalde periode in een bepaald geografisch gebied hebben plaatsgevonden, is daarvan ook sprake bij (niet limitatief): een diefstal met geweldpleging of afpersing; een serie ernstige misdrijven, zoals misdrijven die een grote impact hebben op het slachtoffer; ernstige geweldsdelicten; de daadwerkelijke tenuitvoerlegging31Voor zover de daadwerkelijke tenuitvoerlegging niet in het initiële doel van het onderzoek is opgenomen (zie paragraaf 6). van een door de rechter opgelegde straf en/of maatregel, waarbij: de straf een vrijheidsbenemende betreft van 90 dagen of meer; de maatregel een vrijheidsbenemende betreft; de in art. 36e Sr bedoelde maatregel € 50.000,– of meer betreft. Het vereiste van proportionaliteit en subsidiariteit vergt een zorgvuldige afweging tussen het belang dat met de raadpleging van andere onderzoeksgegevens is gediend en het belang van bescherming van de privacy van de personen van wie de gegevens kunnen worden betrokken in dit onderzoek. Aan dit vereiste zal eerder voldaan zijn naarmate het belang van raadpleging van andere onderzoeksgegevens groter is, bijvoorbeeld indien: niet langs andere weg een delict kan worden voorkomen of opgespoord; relaties moeten worden vastgesteld tussen ernstige delicten die op verschillende plaatsen zijn gepleegd; de behoefte aan (tactische) analyse groot is. Een aanvraag tot gecombineerd verwerken wordt schriftelijk gedaan en dient te zijn voorzien van een inhoudelijke motivering. Een aanvraag tot gecombineerd verwerken dient in ieder geval de volgende vragen te beantwoorden: Wat is het doel van het onderzoek ten behoeve waarvan wordt gevraagd om een gecombineerde verwerking? Welke selectie van politiegegevens wordt betrokken in de gecombineerde verwerking32De in art. 126cc lid 2 Sv en art. 125n lid 1 Sv genoemde politiegegevens vallen zonder toestemming als bedoeld in art. 126dd lid 1 Sv en art. 125n lid 3 Sv buiten de selectie.? Wat is de noodzaak om over te gaan tot zoeken door een gecombineerde verwerking? De officier van justitie legt zijn beslissing c.q. opdracht tot gecombineerde verwerking schriftelijk vast. Voor de politiegegevens die worden verwerkt met een art. 9 Wpg doel wordt in beginsel verwezen naar de betreffende officier van justitie die als aanspreekpunt is genoemd in paragraaf 7. Voor de onderzoeken met een art. 10 lid 1, onder a Wpg doel is dit de CI-officier van justitie, voor onderzoeken met een art. 10 lid 1, onder b Wpg doel de officier van justitie belast met mensenhandel en -smokkel of officier van justitie belast met terrorisme. De opdracht maakt geen deel uit van een eventueel BOB-dossier. Het is ingevolge art. 32 lid 1 onder d Wpg en art. 6:4 lid 2 Bpg aan de verantwoordelijke om opdrachten tot gecombineerde verwerkingen schriftelijk vast te doen leggen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel