**1.** Ieder lid maakt conform de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer zijn functies naast het lidmaatschap van de Kamer openbaar door terinzagelegging van een opgave van deze functies bij de griffie. Deze opgave bevat tevens een korte beschrijving van de werkzaamheden die het lid verricht en van de organisatie waarvoor het lid werkzaam is.
**2.** Is het lid werkzaam als adviseur, dan vermeldt het lid tevens de sector waarin hij adviseert.
**3.** Bij de opgave als bedoeld in het eerste lid geeft het lid aan of de functies bezoldigd of onbezoldigd zijn.
**4.** In aanvulling op het eerste lid doet ieder lid tevens opgave bij de griffie van belangen die redelijkerwijs als relevant kunnen worden beschouwd, maar niet als functie naast het lidmaatschap van de Kamer kunnen worden aangemerkt. Deze belangen worden op dezelfde wijze openbaar gemaakt, tenzij dit gelet op het belang van de veiligheid of persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen achterwege dient te blijven.
Artikel 3b van de Wet vergoedingen leden Eerste Kamer verplicht Kamerleden hun «nevenfuncties» – een betere term is «functies naast het lidmaatschap van de Kamer» – openbaar te maken door terinzagelegging van een opgave bij de griffie. De opgegeven functies worden op de website van de Eerste Kamer gepubliceerd. Het enkel noemen van de functie verschaft echter in veel gevallen nog maar weinig informatie over de inhoud van de functie. Daarom bepaalt dit artikel in het eerste lid dat leden na het noemen van de functie ook een korte omschrijving dienen te geven van de werkzaamheden die zij verrichten, alsmede een korte uitleg over de organisatie waarvoor zij werkzaam zijn. Specifiek in het geval van advieswerk dient een lid de sector te noemen waarin hij adviseert (artikel 6, tweede lid).
De korte beschrijving van de werkzaamheden en van de organisatie kan alleen dan achterwege blijven indien de inhoud van de functie na het noemen ervan direct duidelijk is. Deze uitzondering moet beperkt geïnterpreteerd worden: in beginsel kunnen leden niet volstaan met het enkel noemen van de functie.
Het derde lid verplicht leden aan te geven of hun functies naast het lidmaatschap van de Kamer bezoldigd of onbezoldigd zijn.
Het vierde lid is een restbepaling voor belangen die redelijkerwijs als relevant kunnen worden beschouwd, maar niet als functies naast het lidmaatschap van de Kamer kunnen worden aangemerkt. Het is wenselijk dat deze op dezelfde voet als dergelijke functies openbaar worden gemaakt, waarbij het aan de leden zelf is om te bepalen of een specifiek belang redelijkerwijs als relevant kan worden beschouwd. Er is geen uitputtende lijst van zulke belangen te geven. Onder bepaalde omstandigheden kunnen bijvoorbeeld eerdere functies, terugkeergaranties of substantiële belangen in een onderneming redelijkerwijs relevant zijn. In bepaalde situaties kunnen zulke belangen immers de schijn van belangenverstrengeling als bedoeld in artikel 2 wekken.
Redelijkerwijs relevante belangen worden in principe op dezelfde wijze als functies openbaar gemaakt. Ze worden dus op de website van de Eerste Kamer gepubliceerd. Een uitzondering wordt gemaakt als de veiligheid of persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen in het geding zijn. Vaak zal het dan gaan om de veiligheid of persoonlijke levenssfeer van ándere betrokkenen dan het lid zelf, bijvoorbeeld partners of familieleden. Net als bij artikel 5 zal wel sprake moeten zijn van objectieve omstandigheden. Is dat het geval, dan wordt het relevante belang wel gemeld bij de griffie, maar niet openbaar gemaakt. Het verdient aanbeveling over een dergelijke kwestie de vertrouwenspersoon als bedoeld in artikel 12 te raadplegen.
Artikel 6
Openbaarmaking functies naast het lidmaatschap van de Kamer en relevante belangen
Onderdeel van Gedragscode integriteit Eerste Kamer· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 11 juni 2019