Aan een kroongetuige die tevens verdachte is, kunnen op grond van artikel 226g, eerste lid, Sv jo. artikel 44a Sr toezeggingen worden gedaan met betrekking tot het vorderen van een hoofdstraf (gevangenisstraf, hechtenis, geldboete en taakstraf) die lager is dan op grond van de tenlastelegging gevorderd zou zijn in de eigen strafzaak van de getuige. De officier van justitie kan in dit verband alleen toezeggingen doen, strekkende tot:
de vermindering van de te vorderen straf met maximaal de helft bij een onvoorwaardelijke tijdelijke vrijheidsstraf, taakstraf of geldboete;
de omzetting van maximaal de helft van het onvoorwaardelijke gedeelte van de vrijheidsstraf, taakstraf of geldboete in een voorwaardelijk gedeelte;
de vervanging van maximaal een derde gedeelte van de vrijheidsstraf door een taakstraf of een onvoorwaardelijke geldboete.
Aan een kroongetuige die reeds onherroepelijk is veroordeeld, kan een toezegging worden gedaan met betrekking tot het uitbrengen van een positief advies tot vermindering van de opgelegde straf met maximaal de helft van die straf, indien de getuige een verzoekschrift tot gratie indient (artikel 226k Sv).
Andere toezeggingen vallen niet onder het bereik van de wettelijke regeling van artikel 44a Sr en artikel 226g, eerste lid, Sv.
Artikel 4
Toelaatbare toezeggingen
Onderdeel van Aanwijzing toezeggingen aan getuigen in strafzaken· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 1 juni 2020