Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Ingrijpen in individuele gevallen

Onderdeel van Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2021

In het nieuwe executiebestel is de minister primair verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging. In beginsel bepaalt hij het moment en de wijze waarop straffen en maatregelen ten uitvoer worden gelegd. Het is dan ook aan de minister om de uitvoering in individuele gevallen te herzien, indien hij daartoe signalen ontvangt (bijv. vanuit de strafrechtsketen). Het OM kan evenwel in een beperkt aantal gevallen de tenuitvoerlegging dwingend en direct beïnvloeden (‘ingrijpen in de executie’). Gelet op het uitgangspunt dat opgelegde straffen en maatregelen daadwerkelijk, voortvarend en eenduidig ten uitvoer worden gelegd, moet de executie zo min mogelijk in individuele gevallen worden doorkruist. Algemeen uitgangspunt is dat ‘ingrijpen’ beperkt blijft tot die gevallen waarin het OM vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (art. 124 Wet RO) een dringende noodzaak ziet voor afwijking van de voorziene wijze van tenuitvoerlegging. Bij ingrijpen wordt onderscheid gemaakt tussen inhoudelijk en procedureel ingrijpen. De officier van justitie heeft een eigenstandige bevoegdheid om de inhoud van beslissingen die door hem of onder het gezag en de verantwoordelijkheid van het openbaar ministerie zijn genomen te wijzigen. Het gaat dan vooral om zakenken die buitengerechtelijk zijn afgedaan met een strafbeschikking of een administratieve sanctie op grond van de Wet administratieve handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De wijziging of intrekking van een strafbeschikking (art. 257e, achtste lid, Sv) kan onder meer aan de orde zijn indien tijdens de tenuitvoerlegging een omstandigheid bekend wordt waarmee de officier ten tijde van de beslissing geen rekening heeft gehouden en die voor hem aanleiding zou zijn geweest geen of een andere straf op te leggen.9Met een dergelijke wijziging is geen vorm van herberechting of beroep beoogd. Wijziging van een strafbeschikking kan verder noodzakelijk worden geacht in het kader van een persoonsgerichte aanpak. De wijziging van een bij strafbeschikking opgelegde financiële sanctie in een taakstraf kan bijvoorbeeld aangewezen zijn, indien blijkt dat betrokkene onvermogend is en overigens wordt voldaan aan de vereisten voor een taakstraf. De officier van justitie kan ook besluiten de inning van een administratieve sanctie te beëindigen, indien hij van oordeel is dat met de voortzetting daarvan geen redelijk doel wordt gediend (art. 22, vierde lid, Wahv). Voor rechterlijke beslissingen geldt dat deze niet inhoudelijk door het OM kunnen worden gewijzigd.10Voor het kwijtschelden van (een deel van) de door de rechter opgelegde sanctie staat alleen de weg van gratie open. In gevallen waarin geen gratie mogelijk is, kan de minister de inning beëindigen op grond van art. 6:1:11 Sv (hardheidsclausule). Specifiek voor taakstraffen echter heeft het OM op grond van art. 6:3:2 Sv de bevoegdheid om de opgelegde straf te wijzigen voor wat betreft de aard van de te verrichten werkzaamheden indien de veroordeelde de taakstraf niet geheel overeenkomstig de opgelegde straf kan of heeft kunnen verrichten. Bij procedureel ingrijpen gaat het bijvoorbeeld om het vertragen of versnellen van (de start van) de tenuitvoerlegging. Voor ingrijpen in de executie is een zwaarwegende reden vereist. Die kan gelegen zijn in het belang van de opsporing, het belang van slachtoffers of nabestaanden, van veroordeelden of het algemeen belang. Opsporingsbelang. De ingreep dient dan bijvoorbeeld om te voorkomen dat een lopend strafrechtelijk (financieel) onderzoek wordt doorkruist, om te bewerkstelligen dat betrokkene mee kan werken aan een onderzoek of langer gevolgd kan worden (observatie, tap). Slachtoffer. Het belang van het slachtoffer of diens nabestaanden kan bijvoorbeeld meebrengen dat een veroordeelde direct na het onherroepelijk worden van het vonnis wordt aangehouden om zijn straf te ondergaan.11Bij procedurele ingrepen gaat het niet om beïnvloeding van de inning van schadevergoedingsmaatregelen. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt bij de minister (het CJIB). Veroordeelden.12Hiermee worden zowel natuurlijke als rechtspersonen bedoeld, aan wie een straf of maatregel is opgelegd, een strafbeschikking is uitgevaardigd (‘bestraften’) of een transactievoorstel is gedaan. In fase van voorlopige hechtenis verdachte. Veroordeelden dienen zich met concrete verzoeken over de tenuitvoerlegging van een straf of maatregel, bijvoorbeeld uitstel van de start van een vrijheidsstraf wegens medische problemen, te wenden tot de minister.13Denk aan verzoeken om uitstel van een vrijheidsstraf wegens persoonlijke omstandigheden of (tijdelijke) detentieongeschiktheid. Indien er tevens een maatschappelijk belang is, kan er voor het OM reden zijn om – in zo’n geval: mede in het belang van een veroordeelde – in te grijpen in de tenuitvoerlegging. Algemeen belang. In bepaalde situaties kan een procedurele ingreep overigens noodzakelijk worden geacht met het oog op de verantwoordelijkheid van het OM voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde en andere bij de wet vastgestelde taken. Indien de officier van justitie wenst in te grijpen, neemt hij contact op met senior OM-liaisons (de landelijke aanspreekpunten voor executie) die het verzoek overbrengen aan het CJIB. In het contact van de liaison met het CJIB wordt de noodzaak tot ingrijpen in de desbetreffende zaak bezien in samenhang met de informatie die bij het CJIB/AICE beschikbaar is over eerdere zaken en eventuele andere openstaande zaken van de betrokkene. De liaisonofficier beslist of wordt ingegrepen en brengt in relatie tot die beslissing een bindend advies uit aan het CJIB/AICE.14Het procedureel ingrijpen wordt gezien als een dwingend advies; beleidsmatig is bepaald dat het wordt opgevolgd. TK 2014–2015, 34 086, nr. 3, p. 29 en afspraken in de keten. Het CJIB/AICE draagt zorg voor de uitvoering van de ingreep en verstrekt daartoe een opdracht aan de instantie aan wie de feitelijke tenuitvoerlegging is opgedragen, of wacht daar juist mee.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel