Dit hoofdstuk bevat de eindtermen voor de accountantsopleiding, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar oriëntatie: ‘Assurance’ en ‘Accountancy-MKB’. De eindtermen voor beide oriëntaties en daarbinnen voor elk vakgebied worden ingeleid met een considerans waarin een toelichting wordt gegeven op de structuur van de eindtermen en de specifieke invulling van de oriëntaties respectievelijk vakgebieden. In §4.2 worden eerst de generieke eindtermen beschreven die van toepassing zijn op beide opleidingsoriëntaties. In §4.3 zijn de eindtermen beschreven voor de oriëntatie ‘Assurance’, inclusief de normering van de studiebelasting aangegeven in termen van ECTS voor de eindtermen van de theorieopleiding en aantal uren per type werkzaamheid voor de eindtermen van de praktijkopleiding. Datzelfde is gedaan in §4.4 voor de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’. Hoewel de eindtermen zijn beschreven per vakgebied en ingedeeld naar theorie en praktijk, moet worden gestreefd naar zoveel mogelijk integratie tussen enerzijds de verschillende vakken en anderzijds tussen de theorie- en praktijkopleiding.
De opleiding tot startbekwame accountant omvat ook het ontwikkelen en beheersen van meerdere zogenaamde generieke eindtermen. Deze eindtermen beschrijven een aantal algemene capaciteiten en vaardigheden die essentieel zijn voor de persoonlijkheidsvorming en het adequaat kunnen toepassen van de overige (vaktechnische) eindtermen, inclusief het professionele gedrag.
De gekozen generieke eindtermen zijn afgeleid van de kerncompetenties en mede gebaseerd op de door IFAC, Common Content, Tuning, respectievelijk voor CPA (Canada en USA) en CA (UK) gehanteerde generieke competenties. Voor de generieke eindtermen is aangegeven of deze met name van toepassing zijn voor het theoretische- en/of het praktijkgedeelte van de accountantsopleiding.
Voor de generieke eindtermen is geen beheersingsniveau aangegeven. Voor het vereiste niveau wordt aangesloten op de kwalificatieniveaus van de Dublin descriptoren voor het hoger onderwijs. Voor de generieke eindtermen van de praktijkopleiding moet expliciet worden aangetoond dat de trainee deze heeft behaald.
Hieronder zijn de generieke eindtermen opgenomen die gelden voor alle oriëntaties. Daarbij is aan- gegeven of de eindtermen van toepassing zijn voor de theorieopleiding (T), de praktijkopleiding (P) of beide (T+P).
De startbekwame accountant is in staat om bij het uitvoeren van een opdracht de eigen grenzen/beperkingen te signaleren, waar nodig deskundigen in te schakelen en daartoe een opdracht te formuleren (T+P).
De startbekwame accountant is in staat de bevindingen van de ingeschakelde deskundige te evalueren, kritisch te bespreken en bij zijn oordeelsvorming te betrekken (T+P).
De startbekwame accountant is in staat om relevante, actuele ontwikkelingen in het vakgebied en het beroep tijdig te signaleren, de gevolgen daarvan te onderkennen en in zijn beroeps- uitoefening te betrekken (T+P).
De startbekwame accountant is in staat om een vaktechnische discussie te voeren met vakgenoten (T+P).
De startbekwame accountant is in staat om een gedegen (praktijk)onderzoek te verrichten op een voor de accountant relevant vakgebied, uitmondend in een verslag of werkstuk op een zodanig niveau dat het, al dan niet in beknopte vorm, als artikel kan worden gepubliceerd in een professioneel of wetenschappelijk tijdschrift (T).
De startbekwame accountant is in staat om relevante onderzoeken te identificeren, de uitkomsten kritisch te evalueren en waar nuttig te betrekken bij de uitvoering van de opdracht (T+P).
De startbekwame accountant is in staat nieuwe informatie en ideeën te genereren, zich snel eigen te maken, te analyseren en te verwerken (T+P).
De startbekwame accountant is in staat informatie met betrekking tot complexe beroepssituaties te ontleden, fouten in argumentatie en tekorten in bewijsvoering te herkennen en op grond van logisch redeneren conclusies te trekken (T+P).
De startbekwame accountant is in staat problemen te signaleren en te analyseren (w.o. het onderkennen van causale en andere relaties) teneinde te komen tot effectieve oplossingen (T+P).
De startbekwame accountant is in staat om in geval van conflicten en onderhandelingen belangen en standpunten af te wegen om bij te dragen aan een voor betrokken partijen geaccepteerd resultaat (T+P).
De startbekwame accountant is in staat de invloed en de gevolgen van beslissingen en gedragingen van mensen in een organisatie te begrijpen en hiermee rekening te houden bij zijn handelen (P).
De startbekwame accountant is in staat actief en met empathie te luisteren en effectieve interviewtechnieken toe te passen (T+P).
De startbekwame accountant is in staat met beroepsgenoten en niet-deskundigen, zowel in woord als in geschrift, ideeën, meningen en standpunten op taalkundig juiste, bondige, begrijpelijke en overtuigende wijze te communiceren en te presenteren (T+P).
De startbekwame accountant is in staat opdrachten/projecten waarbij meerdere personen zijn betrokken te plannen, te sturen en te beheersen (P).
De startbekwame accountant is in staat op de juiste wijze in te spelen op de behoeften van zowel interne als externe cliënten teneinde een duurzame en betekenisvolle relatie te onderhouden (P).
De startbekwame accountant is in staat medewerkers te motiveren en stimuleren om professionele en persoonlijke doelen te bereiken door ontwikkeling van kennis, competenties, talenten en het tonen van voorbeeldgedrag (P).
De startbekwame accountant is in staat, rekening houdend met deadlines, prioriteiten te stellen en zijn werkzaamheden zorgvuldig te plannen (P).
De startbekwame accountant is in staat op collegiale wijze samen te werken teneinde een gemeenschappelijk doel te bereiken (T+P).
De startbekwame accountant is in staat op respectvolle wijze om te gaan met personen met verschillende capaciteiten en culturele achtergronden en gebruiken (P).
De startbekwame accountant is in staat te reflecteren op eigen ervaringen en ervaringen van collega’s, deze al dan niet in teamverband te bediscussiëren en hiervan te leren (T+P).
De startbekwame accountant wordt in staat geacht zich, in het kader van ‘een leven lang leren’, blijvend te ontwikkelen (P).
De accountantsopleiding gericht op de oriëntatie ‘Assurance’ leidt op voor de assurance functie in de ruimste zin van het woord, waaronder ook de wettelijke controle van jaarrekeningen (ex art. 2:393 BW) wordt begrepen. Dit betekent dat in de opleiding veel aandacht moet worden besteed aan verschillende soorten assurance werkzaamheden die accountants kunnen verrichten. Daarnaast is kennis en begrip van het verrichten van aan assurance verwante en overige opdrachten van belang. Het accent in het theoriedeel van de opleiding ligt echter op het kunnen uitvoeren van (wettelijke) controleopdrachten van financiële verantwoordingen. Kennis, begrip en toepassing van de controlestandaarden die zien op de jaarrekeningcontrole is eveneens van belang voor het uitvoeren van andere assurance-opdrachten en aan assurance verwante opdrachten. De eindtermen die zien op het praktijkdeel van de opleiding omvatten het brede terrein van assurance met een nadruk op de jaarrekeningcontrole. De opleiding met oriëntatie ‘Assurance’ richt zich op toekomstige openbaar accountants, intern accountants en overheidsaccountants die assurance in brede zin verschaffen. Vanzelfsprekend staat bij het uitvoeren van assurance-opdrachten het belang van het maatschappelijk verkeer (publiek belang) centraal. Onderwerpen waar het maatschappelijk verkeer bijzondere aandacht voor vraagt betreffen de betrokkenheid van de openbaar accountant bij de signalering van fraude en de beoordeling van de continuïteit van organisaties. Deze onderwerpen komen, expliciet of impliciet, bij de eindtermen in de diverse vakgebieden aan de orde.
De eindtermen voor dit vak, dat de gemeenschappelijke kern vormt van het accountantsberoep, betreffen zowel de grondslagen voor de beroepsuitoefening als de invulling van te verrichten werkzaamheden. De grondslagen zijn van belang voor beide oriëntaties terwijl de te verrichten werkzaamheden zijn verdeeld naar de controle van de jaarrekening, overige assurance-opdrachten, aan assurance verwante opdrachten en overige (incl. advies)opdrachten, die leiden tot concrete beroepsproducten. Deze verdeling naar soorten werkzaamheden sluit aan bij de structuur van de regelgeving voor de accountant, zoals opgenomen in de Handleiding Regelgeving Accountancy van de NBA.
Voor het kernvak Audit & Assurance geldt een ‘Common body of knowledge’ van 20 ECTS. Dit biedt voldoende theoretische basis om niet-complexe assurance-opdrachten uit te kunnen voeren. De oriëntatie ‘Assurance’ geeft nadere invulling aan de opleidingsvereisten voor de wettelijke jaarrekeningcontrole en overige assurance-opdrachten, wat tot uitdrukking komt in het relatief hoge aantal ECTS (10).
Nadrukkelijk wordt aandacht gevraagd voor het feit dat de startbekwame accountant in staat moet zijn om de verwachtingen van opdrachtgevers te onderkennen alsmede de spanningsvelden die kunnen ontstaan en het publiek belang bij de overwegingen en besluitvorming te betrekken. Zowel de noodzaak om ethische vraagstukken en dilemma’s gemotiveerd op te lossen, als de eis om professioneel kritisch op te treden zijn in de eindtermen verwoord. Daarbij spelen de toepassing ’morele oordeelsvorming’ en het betrekken van het publieke belang, de beroepswaarden en de relevante wet- en regelgeving een onmisbare rol. De eindtermen van het vakgebied Gedrag, Ethiek en Besluitvorming bieden hiervoor een goede basis. De eindtermen Audit & Assurance vragen expliciet aandacht voor de ontwikkelingen op het terrein van IT en de gevolgen daarvan voor de aard en omvang van te verrichten werkzaamheden. Voorbeelden van relevante ontwikkelingen zijn de enorme groei van social media en de hiermee samenhangende informatiestromen, de toegenomen risico’s van grootschalige cyber crime en de verbeterde mogelijkheden van statistische analyses als gevolg van big data (data analytics). De eindtermen voor de praktijk zijn toegesneden op de verschillende werkvelden. Dat verklaart ook het verschil in de urennorm voor de eindtermen van de praktijkopleiding die per oriëntatie geldt.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Assurance’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Assurance
CBoP
Oriëntatie
Assurance
A&A-1
de ontstaansgeschiedenis en de ontwikkeling van het beroep binnen de sociaaleconomische context te verwoorden alsook de vraag naar en aanbod van assurancediensten vanuit gangbare theorieën te beschrijven respectievelijk te verklaren.
B
C
A&A-2
de verwachtingen van de opdrachtgever en gebruikers van de opdracht te onderkennen, de spanningsvelden tussen de verschillende belanghebbenden te identificeren, de belangen van de opdrachtgevers en het publiek af te wegen, hierop te reflecteren en bij de besluitvorming te betrekken.
C
C
A&A-3
de rol van de accountant binnen het systeem van corporate governance samen te vatten respectievelijk te beoordelen, in het bijzonder de relatie met de organen belast met governance en relevante externe toezichthouders.
B
C
A&A-4
het (inter)nationale institutioneel kader voor de beroepsuitoefening, bestaande uit relevante wet- en regelgeving en de rol en verantwoordelijkheden van relevante actoren, te beschrijven respectievelijk kritisch te becommentariëren en de mogelijke civiel-, tucht-, bestuurs- en strafrechtelijke gevolgen van niet-naleving te onderkennen.
B
C
A&A-5a
de vigerende beroepsreglementering op het gebied van ethiek toe te passen en de gekozen zienswijze te verdedigen.
C
A&A-5b
bij de uitvoering van (beroeps)taken op ethische vraagstukken en dilemma’s te reflecteren en zelfstandig te komen tot een gemotiveerde besluitvorming met inachtneming van vigerende beroepsreglementering en een professioneel kritische instelling.
C
A&A-6
om bij het uitvoeren van (beroeps)taken een kritische houding aan te nemen, die onder meer wordt gekenmerkt door een onderzoekende instelling, het alert zijn op omstandigheden die kunnen duiden op fouten of fraude en een kritische evaluatie van ten behoeve van de opdracht verkregen informatie.
C
C
A&A-7.1
het systeem van toezicht en kwaliteitsbeheersing van de beroepsuitoefening op beroeps- en organisatieniveau te beschrijven respectievelijk te evalueren.
B
C
A&A-7.2
de kwaliteitsbeheersingsprocedures op opdrachtniveau te beschrijven en toe te passen, met inbegrip van de documentatieverplichtingen.
B
C
B
C
A&A-8
de eigenheid van de verschillende vormen van beroepsuitoefening (zoals internal en operational auditors, overheidsaccountants, forensisch accountants, IT-auditors, financieel professionals) te onderkennen en van elkaar te onderscheiden.
B
A&A-9
het stramien voor assurance-opdrachten uit te leggen, in een casuspositie toe te passen en kritisch te becommentariëren.
C
A&A-10
de beroepsreglementering ter zake van fraude, ongebruikelijke transacties en niet-naleving van wet- en regelgeving te verwoorden respectievelijk toe te passen.
A
C
A
C
A&A-11.1
voor een jaarrekeningcontrole de van toepassing zijnde beroepsreglementering met betrekking tot het proces van cliënt-/opdracht(her)acceptatie toe te passen.
B
C
C
A&A-11.2
voor een jaarrekeningcontrole, conform de van toepassing zijnde beroepsreglementering, de relevante kennis van de entiteit en zijn omgeving, met inbegrip van haar interne beheersing, te verzamelen om vervolgens de bedrijfs-, accountantscontrole-, inherente-, interne beheersings- en detectierisico's te beschrijven en in te schatten en de materialiteit te bepalen.
B
C
C
A&A-11.3
voor een jaarrekeningcontrole, conform de van toepassing zijnde beroepsreglementering, de invloed van de informatietechnologie op de entiteit incl. haar processen, systemen en governance (waaronder ERP, cloud computing, big data, networking, privacy, social media, reporting software) te beschrijven en te analyseren alsmede de gevolgen te bepalen voor de door de accountant uit te voeren werkzaamheden, waaronder de daarbij te hanteren methoden en technieken (zoals audit software).
B
C
C
A&A-11.4
op basis van de geïdentificeerde risico’s voor een jaarrekeningcontrole de werkzaamheden te bepalen, vast te leggen in een controleprogramma en uit te voeren teneinde voldoende en toereikende controle-informatie te verkrijgen.
B
C
C
A&A-11.5a
bij de uitvoering van een jaarrekeningcontrole een voorstel te formuleren voor de toepassing van data-analyse en/of procesmining technieken en statistischehypothesetoetsen en schattingsmethoden bij de uitvoering van de opdracht, alsmede het kunnen analyseren van de uitkomsten van genoemde technieken en toepassingen.
B
A&A-11.5b
bij de uitvoering van een jaarrekeningcontrole op effectieve wijze gebruik te maken van de beschikbare methoden en technieken, waaronder statistiek, data-analyse en/of procesmining.
A
A&A-11.6
voor een jaarrekeningcontrole, conform de van toepassing zijnde beroepsreglementering, de volgende specifieke activiteiten uit te voeren:
• evalueren van transacties met verbonden partijen;
• evalueren van gebeurtenissen na de einddatum van de verslagperiode;
• evalueren van de continuïteit van de entiteit;
• optreden als groepsaccountant respectievelijk als accountant van een groepsonderdeel;
• gebruikmaken van de werkzaamheden van interne auditors en deskundigen;
• evalueren van het bestuursverslag;
• evalueren in hoeverre de jaarrekening overeenkomstig de geldende verslaggevingsregels is opgemaakt en een getrouw beeld geeft.
B
C
C
A&A-11.7
voor een jaarrekeningcontrole, op basis van de uitgevoerde werkzaamheden, de bevindingen te evalueren om te komen tot een oordeel en hierover mondeling en schriftelijk te rapporteren aan opdrachtgever en stakeholders.
B
C
C
A&A-11.8
naar aanleiding van zijn controlewerkzaamheden relevante aandachtspunten te vertalen naar verbeterpunten voor de organisatie van de opdrachtgever en deze mondeling en schriftelijk te rapporteren aan de opdrachtgever (inclusief de organen belast met governance).
B
C
C
A&A-12.1
voor een assurance-opdracht, niet zijnde een jaarrekeningcontrole, de van toepassing zijnde beroepsreglementering m.b.t. het proces van cliënt-/opdracht(her)aanvaarding toe te passen.
B
C
C
A&A-12.2
voor een assurance-opdracht, niet zijnde een jaarrekeningcontrole, in overeenstemming met de van toepassing zijnde beroepsreglementering de relevante kennis van de huishouding en zijn omgeving respectievelijk de kenmerken van het object van onderzoek te verzamelen om vervolgens de relevante risico’s op afwijkingen van materieel belang te beschrijven en in te schatten.
B
C
C
A&A-12.3
voor een assurance-opdracht, niet zijnde een jaarrekeningcontrole, in overeenstemming met de van toepassing zijnde beroepsreglementering, met gebruikmaking van alle beschikbare methoden en technieken (incl. data-analyse, procesmining en/of statistische hypothesetoetsen en schattingsmethoden) de opdracht op effectieve en efficiënte wijze te plannen en uit te voeren.
B
C
C
A&A-12.4
voor een assurance-opdracht, niet zijnde een jaarrekeningcontrole, in overeenstemming met de van toepassing zijnde beroepsreglementering, de bevindingen te evalueren om te komen tot een oordeel of conclusie en deze te rapporteren aan de opdrachtgever.
B
C
C
A&A-12.5
naar aanleiding van zijn assurancewerkzaamheden relevante aandachtspunten te vertalen naar verbeterpunten voor de organisatie van de opdrachtgever en deze mondeling en schriftelijk te rapporteren aan de opdrachtgever (inclusief de organen belast met governance).
B
C
C
A&A-13
voor aan assurance verwante opdrachten (samenstelopdrachten en opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden met betrekking tot financiële informatie), in overeenstemming met de van toepassing zijnde beroepsreglementering:
• de opdracht te aanvaarden;
• de relevante kennis van de huishouding en zijn omgeving respectievelijk het object van onderzoek te verzamelen;
• relevante risico's voor de uitvoering van de opdracht te signaleren;
• met gebruikmaking van alle beschikbare methoden en technieken de opdracht op effectieve en efficiënte wijze te plannen en uit te voeren;
• de bevindingen te evalueren en hierover te rapporteren aan de opdrachtgever.
B
A&A-14
voor overige werkzaamheden, in het bijzonder adviesopdrachten, de relevante kennis en vaardigheden te hanteren om, in overeenstemming met de van toepassing zijnde beroepsreglementering:
• de opdracht te aanvaarden;
• de relevante risico's voor de uitvoering te signaleren;
• met gebruikmaking van alle beschikbare methoden en technieken de opdracht op effectieve en efficiënte wijze in te richten en uit te voeren;
• de bevindingen te evalueren en hierover te rapporteren aan de opdrachtgever.
A
Het kernvakgebied Financial Accounting of Externe Verslaggeving houdt zich primair bezig met de verschaffing van financiële informatie aan stakeholders. De accountant speelt een belangrijke rol bij de controle of het samenstellen van de jaarrekening dan wel bij de advisering daarover. De eindtermen zijn vooral gericht op de externe financiële informatieverschaffing en daarnaast op de informatieverschaffing in het bestuursverslag en/of het geïntegreerde verslag, onder andere door middel van niet-financiële prestatiemaatstaven.
Iedere startbekwame accountant dient kennis en inzicht te hebben in de functies van externe verslaggeving in het maatschappelijk verkeer, de oordeelsvorming van stakeholders, het institutionele kader, de uitgangspunten die aan de jaarrekening ten grondslag liggen, de relevante waardebegrippen en het jaarrekeningenbeleid en de jaarrekeninganalyse. De startbekwame accountant dient voorts in staat te zijn te evalueren in hoeverre jaarrekeningen zijn opgemaakt overeenkomstig de daarvoor geldende normen, met specifieke aandacht voor de meer complexe bijzondere situaties en de toelichting als onderdeel van de jaarrekening. De eindtermen gaan in de ‘Common body of knowledge’ ook in op de verantwoording van organisaties zonder winstoogmerk. Bij de toepassing van of toetsing aan normen refereren de eindtermen zowel aan de Nederlandse wetgeving en de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, als aan de International Financial Reporting Standards (IFRS).
In de oriëntatie ‘Assurance’ wordt ruime aandacht besteed aan IFRS, het jaarrekeningenbeleid, het bestuursverslag en geïntegreerde verslaggeving. Ook is in deze oriëntatie kennis van de hoofdlijnen van de financiële verantwoording van bijzondere bedrijfstakken noodzakelijk. In de oriëntatie ‘Assurance’ zal de nadruk liggen op de controle van de jaarrekening.
Enkele van de eindtermen passen ook bij andere vakgebieden en kunnen ook (al dan niet gedeeltelijk) aldaar een plaats krijgen. Dit geldt in het bijzonder voor waardebegrippen (vakgebied Financiering), toepassing van fiscale grondslagen (vakgebied Fiscaliteit) en regels van kapitaalbescherming, opmaken en openbaar maken (vakgebied Recht). Voorts is er een nauw verband met het vakgebied Boekhouden.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Assurance’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Assurance
CBoP
Oriëntatie
Assurance
FA-1
vanuit de theorie de functies te verklaren die de externe verslaggeving in het maatschappelijk verkeer vervult, waaronder het afleggen van verantwoording en het ondersteunen van beslissingen.
C
FA-2
uit te leggen op welke wijze aandeelhouders en kredietverschaffers hun oordeel vormen over de jaarrekening van een onderneming ten behoeve van het nemen van beslissingen van economische aard.
A
FA-3
te beschrijven welke rol het institutioneel kader, bestaande uit relevante wet- en regelgeving en de rol en verantwoordelijkheden van relevante actoren, heeft bij de totstandkoming en toepassing van de verslaggeving op basis van de Nederlandse verslaggevingsvoorschriften en IFRS.
B
FA-4
de uitgangspunten van de financiële verslaggeving toe te passen en te beoordelen, waaronder de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling voor de onderscheiden posten van de balans en winst- en verliesrekening, zoals neergelegd in de Nederlandse wetgeving en de conceptuele raamwerken van de RJ en IASB.
C
C
FA-5
de doelstelling en inhoud van de voor de financiële verslaggeving relevante waardebegrippen, waaronder begrippen die voortkomen uit de financieringstheorie, te doorgronden en toe te passen.
C
FA-6
de aanvaardbaarheid van de belangrijkste schattingselementen in de financiële verslaggeving te beoordelen.
C
C
FA-7
de toelichting als onderdeel van de jaarrekening te beoordelen op juistheid en toereikendheid met inachtneming van de wet- en regelgeving.
C
C
FA-8.1
te beoordelen in hoeverre een jaarrekening van een naamloze of besloten vennootschap is opgemaakt in overeenstemming met de normen zoals deze zijn begrepen in de Nederlandse wetgeving inzake de jaarrekening en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving van de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) voor grote en middelgrote rechtspersonen.
C
C
FA-8.2
te beoordelen in hoeverre een jaarrekening van een kleine vennootschap is opgemaakt in overeenstemming met de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor kleine rechtspersonen (RJk) dan wel in overeenstemming met fiscale grondslagen.
A
FA-8.3a
te beoordelen in hoeverre een jaarrekening van een (beursgenoteerde) vennootschap is opgemaakt in overeenstemming met de van toepassing zijnde International Financial Reporting Standards (IFRS) van de International Accounting Standards Board (IASB).
A
C
FA-8.3b
te beoordelen in hoeverre een jaarrekening van een (beursgenoteerde) vennootschap is opgemaakt in overeenstemming met de van toepassing zijnde International Financial Reporting Standards (IFRS) van de International Accounting Standards Board (IASB), voor zover een trainee in de praktijkopleiding is betrokken bij de controle van een financiële verantwoording op basis van IFRS.
(C)
FA-9
Vervallen.
FA-10
de regels van kapitaalbescherming uit te leggen en te beoordelen of deze regels op de juiste wijze zijn toegepast in een jaarrekening van een naamloze en besloten vennootschap.
C
FA-11
de eisen te beschrijven die voor een naamloze en besloten vennootschap van toepassing zijn bij het opmaken en openbaar maken van financiële informatie op basis van het Burgerlijk Wetboek.
B
FA-12
de onderlinge samenhang tussen de balans, de winst- en verliesrekening, het overzicht totaalresultaat en het kasstroomoverzicht te doorgronden.
C
FA-13
om in bijzondere situaties zoals onderhanden projecten, leasecontracten, pensioenen, optiebeloningen, financiële instrumenten, latente belastingen en overnames, verschillende alternatieven m.b.t. de verantwoording van transacties en gebeurtenissen af te wegen en hierover te adviseren.
C
C
FA-14
de doelstellingen en gevolgen van het jaarrekeningenbeleid van de ondernemingsleiding zoals earnings management en off balance financiering te benoemen en te betrekken in de oordeelsvorming over de jaarverslaggeving, waaronder het onderkennen van het risico van verslaggevingsfraude en boekhoudschandalen.
B
C
B
C
FA-15
met gebruikmaking van ratio-analyse een jaarrekening te analyseren om risico’s vanuit het gezichtspunt van een aandeelhouder of kredietverschaffer te benoemen en daarover te rapporteren aan de ondernemingsleiding.
B
FA-16
op hoofdlijnen uit te leggen wat de specifieke vraagstukken zijn inzake financiële verantwoording voor
organisaties zonder winstoogmerk (zoals stichtingen en verenigingen).
B
FA-17
te schetsen wat de financiële verantwoording van bijzondere bedrijfstakken, waaronder financiële instellingen, woningcorporaties en overheidsorganisaties, onderscheidt van die van andere ondernemingen.
A
FA-18
het bestuursverslag, waaronder niet-financiële informatie, te beoordelen op juistheid en toereikendheid met inachtneming van wet- en regelgeving en in het licht van de informatiebehoeften van stakeholders.
C
C
FA-19
een overzicht te geven van de relevante normen voor geïntegreerde verslaggeving van organisaties en het daarvoor geldende raamwerk.
A
B
De eindtermen van het kernvak Internal Control & Accounting Information Systems besteden veel aandacht aan de conceptuele vorming door het centraal stellen van kennis van – en inzicht in – theorieën en conceptuele modellen. De eindtermen hebben een duidelijke structuur en een verdergaande focus op de werkzaamheden van de accountant. De kern hierbij is dat, voortbouwend op een gedegen kennis van de grondslagen, theorieën en geëigende modellen binnen het vakgebied ICAIS, studenten in staat moeten zijn om op basis van een risico-georiënteerde aanpak een systeem van interne beheersing in te richten en te evalueren. De eindtermen voor het vakgebied ICAIS omvatten derhalve de volgende bouwstenen: risicoanalyse, informatiebehoefte en -analyse, inrichten processen, inrichten controls, inrichten systemen en IT.
Gegeven de snelle ontwikkelingen op het terrein van IT wordt voor beide oriëntaties nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de IT-verschijningsvormen van de infrastructuur, applicaties en controls en voor moderne data-analyse. Ook de gevolgen van veranderingen hierin voor de interne beheersing worden expliciet aan de orde gesteld. Daarnaast is een eindterm geformuleerd die van de startbekwame accountant verlangt om een sluitend geheel van IT-controls te ontwerpen om risico’s te mitigeren. Ook richten de eindtermen zich op informele beheersingsmechanismen (soft controls) waarbij rekening moet worden gehouden met kenmerken van de controle-omgeving zoals cultuur en ethiek. Ook de eindtermen ICAIS bevatten zodoende aandacht voor gedragsaspecten.
In de oriëntatie ‘Assurance’ ligt de nadruk op het gebied van risicomanagement en interne beheersing, met name van belang voor het bepalen van het interne beheersingsrisico in het kader van de jaarrekeningcontrole. Voor de oriëntatie ‘Assurance’ zijn voor de praktijkopleiding ICAIS eindtermen geformuleerd.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Assurance’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Assurance
CBoP
Oriëntatie
Assurance
ICAIS-1
de grondslagen, de theorieën en de modellen die nodig zijn voor het uitvoeren van de risicoanalyse (waaronder de analyse van frauderisico’s), het bepalen van de informatiebehoefte, het inrichten van de administratieve processen, het ontwerpen van de daarbij behorende interne beheersingsmaatregelen, het ontwerpen en beheren van de bestuurlijke informatieverzorging, alsmede de daarmee samenhangende IT, te beschrijven respectievelijk te beoordelen.
B
C
ICAIS-2a
een systeem van risicomanagement- en beheersing, gericht op de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering, de betrouwbaarheid van de verslaggeving en het voldoen aan wet- en regelgeving, in te richten en te evalueren alsmede vanuit deze doelstellingen voor de organisatie relevante interne beheersingsrisico’s te benoemen.
C
ICAIS-2b
een systeem van risicomanagement- en beheersing, gericht op de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering, de betrouwbaarheid van de verslaggeving en het voldoen aan wet- en regelgeving, in te richten dan wel te evalueren alsmede vanuit deze doelstellingen voor de organisatie relevante interne beheersingsrisico’s te benoemen.
C
ICAIS-3
een analyse van de informatiebehoeften van een organisatie uit te voeren, die noodzakelijk is voor het besturen en beheersen van de organisatie, het afleggen van verantwoording daarover en om vast te stellen dat is voldaan aan de voor de organisatie geldende wet- en regelgeving.
C
ICAIS-4
te beoordelen in welke mate de bestuurlijke informatieverzorging en de administratieve processen van een organisatie voorzien in betrouwbare en relevante informatie voor:
• het besturen en beheersen van de organisatie waaronder het uitoefenen van bewaringscontrole en identificeren van frauderisico’s;
• het afleggen van verantwoording;
• het vaststellen dat voldaan is aan de voor de organisatie geldende wet- en regelgeving (compliance).
C
C
ICAIS-5a
een systeem van preventieve en repressieve interne beheersingsmaatregelen te ontwerpen en te beoordelen voor verschillende processen en typen organisaties, rekening houdend met kenmerken van de controleomgeving zoals cultuur, ethiek, relevante wet- en regelgeving en governancestructuur.
C
ICAIS-5b
een systeem van preventieve en repressieve interne beheersingsmaatregelen te ontwerpen dan wel te beoordelen voor verschillende processen en typen organisaties, rekening houdend met kenmerken van de controleomgeving zoals cultuur, ethiek, relevante wet- en regelgeving en governancestructuur.
C
ICAIS-6
informele beheersingsmechanismen te identificeren en hun effectiviteit te beoordelen voor verschillende processen en typen organisaties, rekening houdend met kenmerken van de controleomgeving zoals cultuur, ethiek, relevante wet- en regelgeving en governancestructuur.
B
B
ICAIS-7
de verschijningsvormen binnen het IT-infrastructuur-, IT-applicatie-, IT-management- en het IT-strategiedomein te benoemen, te onderscheiden, respectievelijk te beoordelen.
B
ICAIS-8
de gevolgen van veranderingen in de IT-infrastructuur, de IT-applicaties, het IT-management en de IT-strategie, voor de betrouwbaarheid van de verslaggeving, voor de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering en voor de naleving van relevante wet- en regelgeving, te signaleren respectievelijk uit te leggen.
A
ICAIS-9a
een sluitend geheel van IT-controls te ontwerpen en te beschrijven om risico’s (waaronder het risico van cybercrime) op het terrein van de betrouwbaarheid van de verslaggeving, de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering en de naleving van relevante wet- en regelgeving te mitigeren.
B
ICAIS-9b
een sluitend geheel van IT-controls te ontwerpen dan wel te beschrijven om risico’s (waaronder het risico van cybercrime) op het terrein van de betrouwbaarheid van de verslaggeving, de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering en de naleving van relevante wet- en regelgeving te mitigeren.
B
ICAIS-10
de geschiktheid te bepalen van de voor de managementinformatie en externe verslaggeving gehanteerde analyse- en rapportagetools (zoals XBRL/SBR), alsmede de betrouwbaarheid van de opgeleverde gegevens te beoordelen en hierover te adviseren.
B
C
ICAIS-11
de mogelijkheden van moderne data-analysetechnieken bij het toepassen van de risicoanalyse, het beoordelen van bestuurlijke informatieverzorging, de administratieve processen en het systeem van interne beheersing te beschrijven en deze technieken effectief te hanteren.
B
B
ICAIS-12
door middel van business process management de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsprocessen van een organisatie te schetsen respectievelijk te bediscussiëren.
A
ICAIS-13
aan de hand van geëigende systeemontwikkelings- en analysetechnieken, rekening houdend met de eisen op het gebied van betrouwbaarheid, efficiency, compliance en governance, het ontwerp van een informatiesysteem van een organisatie te schetsen respectievelijk te ontwerpen.
A
ICAIS-14
helder en eenduidig de gevolgde gedachtegang en de verrichte werkzaamheden bij het beoordelen van opzet, bestaan en werking van het systeem van interne beheersing vast te leggen.
C
C
ICAIS-15
naar aanleiding van gesignaleerde onvolkomenheden in het systeem van interne beheersing te adviseren over mogelijke verbeteringen.
C
C
ICAIS-16
de uitkomsten van de evaluatie van het systeem van interne beheersing, intern en extern te kunnen rapporteren, al dan niet in de vorm van een ‘in control statement’.
B
C
ICAIS-17
vanuit het perspectief van corporate governance de werking van het systeem van interne controle met betrekking tot financiële informatie en de eventuele risico’s en gevolgen te beschrijven respectievelijk te evalueren.
B
C
B
C
ICAIS-18
in het kader van interne beheersing, en meer specifiek de interne controle m.b.t. financiële informatie, een ontwerp aangaande de toewijzing van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden te bediscussiëren respectievelijk hierover te adviseren aan bestuur en toezichthoudend orgaan.
B
C
ICAIS-19
de invloed van bedrijfsethiek, als element van de beheersingsomgeving, op de werking van het systeem van interne controle m.b.t. financiële informatie te kunnen benoemen respectievelijk kritisch te becommentariëren.
B
C
B
C
Financieringsvraagstukken spelen bij diverse soorten werkzaamheden van de accountant een belangrijke rol. De eindtermen voor het vakgebied Financiering zien met name op financiële rekenkunde, investeringsanalyse, waardebepaling van een bedrijf of bedrijfsonderdeel, financiële planning, werkkapitaalbeheer, beoordeling van financiële prestaties, beheersing van financiële risico’s en de werking van financiële markten. Daarnaast dient de startbekwame accountant de governance structuur vanuit financieringsperspectief te kunnen analyseren en kennis te hebben van het risico en rendement van beleggingsproducten. Ook dient de startbekwame accountant aan te kunnen geven hoe irrationeel gedrag van invloed kan zijn op prijzen en financiële beslissingen. Deze eindterm sluit aan op de kennis verkregen in het vakgebied Gedrag, Ethiek en Besluitvorming.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Assurance’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Assurance
CBoP
Oriëntatie
Assurance
FIN-1
de belangrijkste technieken op het terrein van financiële rekenkunde (rekening houdend met tijdvoorkeur, samengestelde interest, enkelvoudige interest en disconto) toe te passen op eenvoudige financiële spaar, leen- en beleggingsproducten (waaronder een spaarplan, een lening en een annuïtaire hypotheek).
B
FIN-2
ten behoeve van een investeringsanalyse relevante data te verzamelen, te beoordelen en vervolgens te modelleren gebruik makend van scenario-analyse en discontering.
B
FIN-3
de waarde van een organisatie dan wel een bedrijfsonderdeel te bepalen gebruikmakend van een gangbare op de situatie toegesneden waarderingsmethodiek.
B
FIN-4
ten behoeve van investeringsbeslissingen en waarderingsvraagstukken de toekomstige vrije kasstromen en de relevante vermogenskostenvoet op basis van wetenschappelijke modellen (CAPM) en/of algemeen geaccepteerde normen (zoals de Build-up methode) te bepalen alsook – onderbouwd – de juiste selectiemethode (minstens de terugverdienperiode en NCW (DCF)) en waarderingsmethodiek te kiezen.
B
FIN-5
ten behoeve van vermogensbeheer het risico en het rendement van beleggingsproducten te onderkennen respectievelijk te af te wegen.
A
FIN-6
op basis van voorspellingen over de exploitatie en kasstromen de financieringsbehoefte, de aflossingscapaciteit en het dividendbeleid in onderlinge samenhang te analyseren respectievelijk hierover te adviseren.
B
FIN-7
een financieringsvoorstel te doen respectievelijk te beoordelen na afweging van verschillende mogelijke (hybride) financieringsvormen (aandelen, obligaties, leningen, leasing en factoring), rekening houdend met de eisen van potentiële vermogensverschaffers.
B
FIN-8
het werkkapitaalbeheer, in de vorm van voorraad-, debiteuren- en crediteurenbeheer, te beschrijven respectievelijk te beoordelen en hierover te adviseren.
B
FIN-9
de financiële positie en strategie van een organisatie te schetsen respectievelijk te beoordelen door middel van bijvoorbeeld scenarioanalyse en gevoeligheidsanalyse.
A
FIN-10
de prijsvorming van financiële instrumenten die op financiële markten worden aangeboden te beschrijven respectievelijk te beoordelen.
B
FIN-11
de financiële risico’s (krediet-, rente- en valutarisico) te identificeren en het gebruik van geschikte financiële instrumenten in het kader van de beheersing van deze risico’s te beschrijven en te beoordelen.
B
FIN-13
vanuit financieringsperspectief op basis van de meest gangbare theorieën op het gebied van corporate governance de werking van de huidige corporate governance structuur van een onderneming te typeren respectievelijk hierover een oordeel te geven.
A
FIN-14
op hoofdlijnen aan te geven hoe irrationeel gedrag van invloed kan zijn op prijzen en financiële beslissingen (behavioural finance).
A
Dit vakgebied omvat de deelgebieden Management Accounting en Management Control. Management accounting beschrijft de patronen waarlangs beslissingscalculaties worden vormgegeven. Management control beschrijft de patronen op basis waarvan wordt toegezien op de uitvoering van managementbeslissingen. De startbekwame accountant dient in staat te zijn een systeem van Management Accounting & Control (hierna MAC) te kunnen beoordelen op het functioneren. De eindtermen gaan met name in op de relatie tussen MAC en strategie, financiële en niet-financiële accountingmaatstaven, identificatie van kostenobjecten en toepassing van kostenmodellen, prestatiemeting en budgettering.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Assurance’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Assurance
CBoP
Oriëntatie
Assurance
MAC-1
te beargumenteren respectievelijk te beoordelen of het Management Accounting & Control systeem de invoering en de realisatie van de strategie en het bedrijfsmodel ondersteunt.
B
MAC-2
financiële en niet-financiële accountingmaatstaven (waaronder kritieke succesfactoren en strategische variabelen) te ontwikkelen om besluitvorming te ondersteunen en het effect van beslissingen te meten.
B
MAC-3
kostenobjecten te identificeren, de daarbij behorende data te verzamelen, rangschikken en analyseren om deze te vertalen in een kostenmodel.
C
MAC-4
kostenmodellen toe te passen op huidige en toekomstige activiteiten ten einde beslissingen te nemen (kostprijs, kostentoerekening) en deze te evalueren in termen van de economische en management prestaties.
C
MAC-5
op basis van de bestaande of alternatieve prestatiemaatstaven mogelijke aanpassingen in de huidige strategie en het bedrijfsmodel van de onderneming te identificeren respectievelijk hiervoor voorstellen te formuleren.
A
MAC-6
een prestatiemeetsysteem van een organisatie te beschrijven gericht op het meten van de bijdrage van de medewerker in relatie tot de bedrijfsdoelen.
B
MAC-7
typen budgetten, budgetteringsprocessen, evaluatieprocessen en verantwoordelijkheidscentra in samenhang te ontwikkelen respectievelijk te beoordelen om besluitvorming te ondersteunen.
B
MAC-8
het verschil tussen budget en realisatie te meten, te analyseren en te verklaren.
C
De eindtermen voor het vakgebied Strategie, Leiderschap en Organisatie zijn er met name op gericht de startbekwame accountant in staat te stellen om situaties te onderkennen waarin strategie, leiderschap of de organisatie van een onderneming zodanige tekortkomingen bevat, dat het risico bestaat dat de ondernemingsdoelstellingen niet worden gerealiseerd. De accountant moet in staat zijn om dergelijke tekortkomingen te signaleren, te rapporteren aan bestuur en toezichthoudend orgaan en te adviseren over nodige aanpassingen in strategie, leiderschap of organisatie, inclusief de corporate governance. Ook moet de startbekwame accountant in staat zijn om zich op basis van kennis van de economische organisatietheorie, conventionele organisatievormen en nieuwe organisatievormen, een oordeel te vormen of het ontwerp en de uitvoering van de interne en externe organisatie van de onderneming effectief en efficiënt zijn en hierover aan bestuur en toezichthoudend orgaan te rapporteren.
Als het gaat om leiderschap wordt van de startbekwame accountant verwacht dat wordt onderkend of de condities in de organisatie bijdragen aan de motivatie en ontwikkeling van de medewerkers en of de persoonlijkheid van bestuurders, de stijl van leidinggeven en besluitvorming passen bij de aard en cultuur van de onderneming. Daar hoort in het voorkomende geval bij het onderkennen dat het bestuur het ondernemingsbelang niet dient.
In de oriëntatie ‘Assurance’ wordt nadrukkelijk ingegaan op het onderkennen van bedrijfsrisico’s.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Assurance’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Assurance
CBoP
Oriëntatie
Assurance
SLO-1a
op basis van relevante concepten, modellen en door de organisatie geformuleerde missie, visie en waarden de ondernemingsstrategie te becommentariëren respectievelijk te beoordelen op realiteitswaarde rekening houdend met zaken als marktomstandigheden, maatschappelijke verantwoordelijkheid, duurzaamheid, de potentie van de onderneming en de persoonlijkheidskenmerken van de bestuurder en hierover aan bestuur en toezichthoudend orgaan te rapporteren.
B
SLO-2
te beoordelen of een geformuleerde strategie strookt met het doel van de vennootschap, het vennootschappelijk belang en de financiële mogelijkheden en hierover aan bestuur en toezichthoudend orgaan te rapporteren.
B
SLO-3
uit de strategie voortvloeiende onzekerheden en bedrijfsrisico’s te identificeren, de gevolgen voor het behalen van de ondernemingsdoelstellingen te evalueren en hierover te rapporteren aan bestuur en toezichthoudend orgaan.
B
C
SLO-4
te onderkennen of het risico bestaat dat het bestuur zijn taken zodanig uitvoert dat het ondernemingsbelang niet wordt gediend en indien hier sprake van is hierover te rapporteren.
B
SLO-5
te onderkennen of het risico bestaat dat de persoonlijkheid van de bestuurder(s) en de stijl van leidinggeven en besluitvorming niet passen bij de aard, cultuur en fase van de onderneming, haar producten, markten e.d. en indien hier sprake van is hierover te rapporteren.
B
SLO-7
op basis van bedrijfswetenschappelijke theoretische inzichten een oordeel te vormen of het ontwerp en de uitvoering van de interne en externe organisatie van de onderneming effectief en efficiënt is en hierover aan bestuur en toezichthoudend orgaan te rapporteren.
B
SLO-9
te onderkennen, respectievelijk te beargumenteren of de condities (beleid, cultuur, instrumentarium e.d.) in de organisatie bijdragen aan de motivatie, ontwikkeling en binding van medewerkers.
A
SLO-10
te onderkennen, respectievelijk te beargumenteren of het proces van toewijzing van middelen leidt tot het op efficiënte wijze realiseren van de langere termijn doelstelling van de onderneming.
A
SLO-11
het governancesysteem van een onderneming te analyseren aan de hand van beleid, wet- en regelgeving en codes.
B
Iedere accountant dient een goede kennis van en vaardigheid in het boekhouden te hebben, in het bijzonder dient hij de comptabele aspecten van transacties en gebeurtenissen te kunnen begrijpen en vertalen in journaalposten. Voorts zien de eindtermen op de comptabele verwerking van begroting/budget, op geautomatiseerde comptabele verwerking met behulp van taxonomieën en op de inrichting en structuur van het comptabele systeem, waaronder die inzake consolidatie en verschillen tussen commerciële en fiscale jaarrekeningen. Het vakgebied Boekhouden staat in nauw verband met het vakgebied Financial Accounting en Internal Control & Accounting Information Systems.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Assurance’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Assurance
CBoP
Oriëntatie
Assurance
BKH-1
de comptabele aspecten van transacties en gebeurtenissen te doorgronden en te vertalen in journaalposten.
C
BKH-3
de comptabele verwerking van begroting/budget, realisatie en analyse van verschillen bij productie- en dienstverlenende bedrijven uit te leggen respectievelijk te beoordelen en correcties voor te stellen.
B
BKH-4
de inrichting en structuur van het (geautomatiseerde) comptabele systeem van handels-, productie- en dienstverlenende bedrijven te beschrijven respectievelijk te beoordelen en daarover te adviseren.
B
BKH-5a
de comptabele verwerking van routinematige en niet-routinematige transacties en gebeurtenissen van handels-, productie- en dienstverlenende bedrijven uit te voeren.
B
BKH-6
de inrichting en structuur van de (geautomatiseerde) comptabele verwerking van consolidaties van concerns en de comptabele verwerking van waarderingsmethoden van deelnemingen te beschrijven respectievelijk te beoordelen en daarover te adviseren.
B
BKH-7
de inrichting en structuur van de comptabele verwerking van de verschillen tussen commerciële en fiscale jaarrekeningen te beschrijven respectievelijk te beoordelen en daarover te adviseren.
B
Het is belangrijk dat een startbekwame accountant in staat is om de hoofdlijnen van de invloed van de economische groei en het conjunctuurbeleid van de overheid op de bedrijfsomgeving van een onderneming te beschrijven. Hierbij moet worden onderkend dat economische groei ook wordt bepaald door zaken als innovatie, onderwijs en ondernemerschap. Centraal in de eindtermen van Economie staat het identificeren van de invloed en gevolgen van macro-economische variabelen, landenrisico’s en risico’s die samenhangen met de marktvorm op de strategie en bedrijfsvoering van een onderneming. In een steeds verdergaande globalisering van de economie is het ook van belang de invloed van internationaal economische en politieke ontwikkelingen te kunnen duiden. Alle eindtermen Economie zijn op inleidend niveau en betreffen de ‘Common body of knowledge’ van het theoriedeel van de opleiding.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Assurance’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Assurance
CBoP
Oriëntatie
Assurance
EC-1
de invloed van het structuur- en conjunctuurbeleid op de economische ontwikkeling te beschrijven en de gevolgen hiervan op sectoren en ondernemingen te bediscussiëren.
B
EC-2
de invloed van (internationaal) monetair beleid op de economische ontwikkeling te beschrijven en de gevolgen hiervan op sectoren en ondernemingen te bediscussiëren.
B
EC-3
de invloed van macro-economische variabelen op de strategie en bedrijfsvoering, waaronder het import- en exportbeleid, van een onderneming te beschrijven.
B
EC-4
de invloed van internationaal economische en politieke ontwikkelingen en globalisering op de strategie en bedrijfsvoering van een onderneming te beschrijven.
B
EC-5
de gevolgen van de marktvorm op de strategie en de bedrijfsvoering van een onderneming te beschrijven.
B
EC-6
de belangrijkste principes van marktwerking en de daaruit resulterende prijsvorming op verschillende deelmarkten te schetsen.
A
EC-7
de rol van de financiële sector in het economisch bestel, inclusief de hoofdlijnen van regulering en toezicht, te verwoorden.
A
Fiscaliteit speelt een belangrijke rol bij veel werkzaamheden van de accountant. De startbekwame accountant dient kennis te hebben van de belangrijkste elementen van de vennootschapsbelasting, omzetbelasting, inkomstenbelasting, loonheffing en het formeel belastingrecht, gericht op de mogelijke fiscale gevolgen en risico’s. Hij dient fiscale berekeningen te kunnen maken en aangiften te kunnen opstellen respectievelijk analyseren. De eindtermen geven ook het belang van de fiscale strategie aan alsmede de rol van het toezicht. Daarbij dient de startbekwame accountant de functie van het Tax Control Framework te kunnen uitleggen. Naast nationaal belastingrecht is ook kennis op hoofdlijnen van het internationale en Europese belastingrecht nodig, waaronder het vraagstuk van transfer pricing. Een bijzondere eindterm ziet op de ethische en juridische kwesties van fiscaliteit.
Hoewel Fiscaliteit, of Belastingrecht, in de opleiding vaak als een afzonderlijk vak is ingericht, zijn er diverse dwarsverbanden met andere vakken. In het bijzonder noemen we tax assurance, tax audit, tax accounting, tax control en tax governance. Het is wenselijk dat waar mogelijk vraagstukken geïntegreerd worden behandeld.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Assurance’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Assurance
CBoP
Oriëntatie
Assurance
FISC-1
de belangrijkste elementen van de vennootschapsbelasting, omzetbelasting, inkomstenbelasting, loonheffingen en formeel belastingrecht te onderkennen teneinde de fiscale gevolgen en risico’s van feiten en gebeurtenissen te beschrijven respectievelijk te beoordelen.
B
FISC-2a
op basis van de wet- en regelgeving inzake winst uit onderneming (inkomstenbelasting), loonheffing, vennootschapsbelasting, omzetbelasting, fiscale berekeningen te maken en/of aangiften te analyseren respectievelijk kritisch te becommentariëren.
B
FISC-3a
op basis van de wet- en regelgeving inzake niet-winstaspecten van inkomstenbelasting, dividendbelasting, overdrachtsbelasting en erf- en schenkbelasting fiscale berekeningen te maken en/of aangiften te analyseren.
A
FISC-4
de fiscale strategie, waaronder belastingplanning, belastingontwijking en belastingontduiking, van de onderneming te identificeren respectievelijk te bediscussiëren.
A
FISC-5
de verschillende vormen van toezicht door de belastingdienst, de rol die de fiscaal dienstverlener speelt bij ‘cooperative compliance’ en de functie van een Tax Control Framework te beschrijven.
B
FISC-8
vraagstukken inzake internationaal en Europees belastingrecht, waaronder ook de transfer pricing-problematiek, te identificeren en te verwoorden.
A
FISC-9
bij fiscale vraagstukken ethische en juridische kwesties te signaleren, de belangen van de betrokken stakeholders daarbij af te wegen en op grond daarvan professioneel te handelen.
B
B
Naast systemen en processen wordt het belang van gedrag in het kader van de beroepsuitoefening steeds belangrijker. Zowel als het gaat om (professioneel) gedrag van de beroepsbeoefenaar als het verkrijgen van inzicht in het gedrag van de klant/opdrachtgever. Het doel van dit voor de accountantsopleiding relatief nieuwe vakgebied Gedrag, Ethiek en Besluitvorming is vooral inzicht te verschaffen in de beginselen en theorieën met betrekking tot (professioneel) gedrag.
De eindtermen GEB richten zich zodoende op relevante delen van de persoonlijkheidspsychologie en de invloed van de situatie en omgeving op zowel eigen gedrag als besluitvorming. Dat maakt dat de startbekwame accountant in staat is om te gaan met moeilijke situaties zoals voet bij stuk houden, stellen van grenzen en communiceren over moeilijke kwesties. Ook zijn eindtermen geformuleerd die samenhangen met het begrijpen van teamprocessen en leiderschap en heeft het voor accountants zo belangrijke proces van professionele oordeels- en besluitvorming (inclusief morele oordeelsvorming) een belangrijke plaats in de eindtermen.
De eindtermen GEB zijn niet gedifferentieerd naar oriëntaties en vinden hun praktische toepassing deels in andere vakgebieden. Opgemerkt wordt dat de eindtermen GEB desgewenst in andere vakgebieden aan de orde kunnen komen in plaats van in een afzonderlijk vak.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Assurance’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Assurance
CBoP
Oriëntatie
Assurance
GEB-1
de basisbeginselen en -theorieën van de persoonlijkheidspsychologie te verwoorden, waaronder (a) cognitieve (leer-), motivationele (wils-) en affectieve (gevoels-)processen, en (b) geautomatiseerd (onbewust) en gecontroleerd (bewust) gedrag.
A
GEB-2
de basisbeginselen en -theorieën van de situatie- en contextbepaaldheid van professioneel gedrag te verwoorden waaronder in ieder geval (a) behaviorisme (b) situationisme en (c) interactionisme (inclusief conformisme en socialisatie).
A
GEB-3
te reflecteren ten aanzien van persoons- en situatieoorzaken van het (eigen) professionele gedrag en daarbij te benoemen waar sterktes, valkuilen en ontwikkelpunten liggen.
B
B
GEB-4a
de basisbeginselen en theorieën van professionele team- en samenwerkingsprocessen te verwoorden.
A
GEB-4b
op basis van verworven vaardigheden en inzichten in een werksituatie (mede)verantwoordelijkheid te dragen voor het aansturen van professionele team- en samenwerkingsprocessen.
B
GEB-5
de basisbeginselen en -theorieën van de ethiek te verwoorden.
A
GEB-6a
de theoretische benaderingen van processen van professionele oordeels- en besluitvorming, waaronder de concepten van heuristieken en biases, te beschrijven en de beperkingen en risico’s hiervan in een complex besluitvormingsproces af te wegen.
B
GEB-6b
het eigen professionele oordeels- en besluitvormingsproces te analyseren met als doel om hiervan te leren.
B
In zijn beroepsuitoefening heeft de accountant te maken met juridische vraagstukken. Kennis en inzicht in de hoofdlijnen van het recht zijn daarom onontbeerlijk. De eindtermen hebben in algemene zin betrekking op de hoofdlijnen van het Nederlands rechtssysteem en het EU-recht en van de verschillen tussen de belangrijkste internationale juridische systemen. De onderdelen van het recht waarvan iedere startbekwame accountant specifieke kennis dient te hebben zijn vooral het vermogens-, goederen- en verbintenissenrecht en het ondernemingsrecht en daarnaast het faillissementsrecht en het arbeids- en sociaal zekerheidsrecht. Bij de beide eerstgenoemde rechtsgebieden is het vooral van belang de juridische gevolgen en risico’s van feiten en gebeurtenissen te kunnen interpreteren. De eindtermen voor ondernemingsrecht omvatten onder meer de juridische aspecten van corporate governance.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Assurance’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Assurance
CBoP
Oriëntatie
Assurance
RE-1
de hoofdlijnen weer te geven van het Nederlands rechtsysteem en het EU-recht en de wijze van totstandkoming van wet- en regelgeving en de handhaving van wet- en regelgeving door de overheid/EU in de vorm van rechtspraak en bestuurlijke handhaving.
A
RE-2
de verschillen tussen de belangrijkste internationale juridische systemen aan te geven.
A
RE-3
de belangrijkste elementen van het vermogens-, goederen- en verbintenissenrecht te onderkennen ten einde de juridische gevolgen en risico’s van feiten en gebeurtenissen te beschrijven en hierover te rapporteren.
B
RE-4
de belangrijkste elementen van het ondernemingsrecht te onderkennen waaronder:
• rechtsvormen waarin ondernemingen gedreven worden;
• de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en aansprakelijkheden van de organen van de entiteit;
• de (inter)nationale ontwikkelingen op het terrein van corporate governance;
• de juridische aspecten van IT;
teneinde de juridische gevolgen en risico’s van feiten en gebeurtenissen voor de onderneming te beschrijven en hierover te rapporteren.
B
RE-5
de belangrijkste elementen van het faillissementsrecht te onderkennen teneinde de juridische gevolgen van feiten en gebeurtenissen voor de onderneming te beschrijven respectievelijk hierover te rapporteren.
A
RE-6
de belangrijkste elementen van het arbeids- en sociaal zekerheidsrecht te onderkennen teneinde de juridische gevolgen van feiten en gebeurtenissen voor de onderneming te beschrijven respectievelijk hierover te rapporteren.
A
Van oudsher wordt statistiek toegepast bij de risicoanalyse, controls testing en detailcontroles. Het belang voor het accountantsberoep om meer gebruik te maken van statistiek neemt toe. De beroepspraktijk investeert fors om grote hoeveelheden data geavanceerder te kunnen analyseren ten behoeve van een efficiënte en effectieve accountantscontrole. Een geïntegreerde benadering van statistiek in de accountantscontrole is vereist. Daarom dient een startbekwame accountant in staat te zijn om statistische methodieken toe te passen en tot een oordeel te komen op basis van relevante statistische analyses. Alle eindtermen betreffen de ‘Common body of knowledge’ van het theoriedeel van de opleiding. De praktische toepassing heeft onder andere een plek gekregen in het vakgebied Audit & Assurance.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Assurance’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Assurance
CBoP
Oriëntatie
Assurance
STA-1
verschillende, zowel univariate (beschrijvende) als multivariate, vormen van toetsen van hypothesen en uitvoeren van schattingen te beschrijven en toe te passen.
B
STA-2
in concrete casussituaties op grond van de uitkomst van steekproeven zelfstandig te rapporteren over het percentage fouten in de populatie en te komen tot een weloverwogen oordeel over deze populatie.
B
STA-3
de risico's van onterecht goed- en afkeuren van een post van een (deel)verantwoording te onderkennen.
A
STA-4
een derde te instrueren en de uitkomsten van statistische analyses te interpreteren en bediscussiëren.
B
STA-5
de relevantie van big data te onderkennen en grote hoeveelheden data met behulp van software en statistische methodenen technieken te analyseren.
B
STA-6
mogelijkheden tot manipulatie met statistiek te onderkennen.
A
Legenda:
1. Het gebruik van de term ‘respectievelijk’ in de beschrijving van een eindterm duidt op het verschil in beheersingsniveau tussen CBoK en/of oriëntatie(s).
2. De nummering van de eindtermen per vakgebied is niet altijd opeenvolgend, omdat niet alle eindtermen voor beide oriëntaties relevant zijn.
3. Indien het beheersingsniveau van een eindterm tussen haakjes is geplaatst, bijvoorbeeld (C) dan is de toepassing van die eindterm facultatief.
Voor de theoretische eindtermen per vakgebied is een schatting gemaakt van het aantal studiebelastingsuren (volgens de ECTS-systematiek) dat tenminste nodig is om de betreffende eindtermen op het gewenste niveau te kunnen realiseren. Eindtermen en studiebelastingsuren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De studiebelastingsuren geven de omvang van de leeractiviteiten aan, terwijl de eindtermen de inhoud van die leeractiviteiten weergeven. De ECTS-credits geven richting aan opleiders en studenten van de noodzakelijke respectievelijk gewenste hoeveelheid leeractiviteiten die nodig is om de eindtermen te kunnen behalen. Daarmee vormt de ECTS-norm ook een begrenzing voor de te behalen leerdoelen. Met andere woorden: de eindtermen en studiebelastingsuren dienen met elkaar in balans te zijn.
De minimale studiebelasting voor de eindtermen van het theoriedeel van de opleiding met de oriëntatie ‘Assurance’, is als volgt.
Vakgebied
CBoK
Oriëntatie
Totaal
Audit & Assurance
20
10
30
Financial Accounting
20
10
30
Internal Control & Accounting Information Systems
20
10
30
Kernvakgebieden
60
30
90
Financiering
16
0
16
Management Accounting & Control
18
0
18
Strategie, Leiderschap en Organisatie
12
2
14
Bedrijfseconomische vakgebieden
46
2
48
Boekhouden
12
0
12
Economie
8
0
8
Fiscaliteit
14
0
14
Gedrag, Ethiek en Besluitvorming
8
0
8
Recht
12
0
12
Statistiek
8
0
8
Overige vakgebieden
62
0
62
Totaal
168
32
200
Het is van belang dat de curriculumontwikkelaars van de theoretische opleiding de gemiddelde studiebelasting per studie-eenheid (vak, module, leereenheid) per periode bepalen en vastleggen aan de hand van gebruikelijke normen per leeractiviteit en deze toetsen aan de hiervoor vermelde ECTS-norm. Mede vanwege de mogelijkheid kleuring in het onderwijsprogramma aan te brengen, kan de werkelijke studiebelasting bij sommige vakgebieden iets lager en bij andere vakgebieden iets hoger uitvallen dan de gepresenteerde norm. Het is uiteindelijk aan CEA, om te beoordelen of de curricula van de opleiders met bijbehorende ECTS-onderbouwing, borgen dat de eindtermen op het gewenste niveau worden gerealiseerd.
Ook voor de eindtermen van de praktijkopleiding is een norm geformuleerd waarmee richting wordt gegeven aan de invulling van de activiteiten door stagebureaus en trainees. Gegeven de aard van de praktijkopleiding, bevat deze norm, naast een aantal kwalitatieve eisen, een minimum aantal uren dat door trainees aan bepaalde eindtermen moet worden besteed om zich te ontwikkelen tot een startbekwame accountant.
De normering van de eindtermen van het praktijkdeel van de opleiding met de oriëntatie ‘Assurance’ is als volgt.
Soorten werkzaamheden
Minimum urennorm
Totaal aantal uren praktijkopleiding
3.000
Aantal uren voorgeschreven werkzaamheden
1.500
waarvan assurancewerkzaamheden
1.500
• jaarrekeningcontroles
Minimaal
75%
• overige assurance-opdrachten
Minimaal
10%
Het minimum aantal uren dat in de praktijkopleiding besteed moet worden aan de eindtermen van het vakgebied Audit & Assurance bedraagt voor deze oriëntatie 1.500 uren, waarbij de trainee tenminste 1.125 uren (75% van 1.500) moet besteden aan jaarrekeningcontroles en tenminste 150 uren (10% van 1.500) aan overige assurance-opdrachten, waarbij sprake is van variatie in typen opdrachten en complexiteit van de opdrachten.
Eindterm FA-8.3b, die ziet op het beoordelen in hoeverre een jaarrekening van een (beursgenoteerde) vennootschap is opgemaakt in overeenstemming met de van toepassing zijnde IFRS, is alleen van toepassing wanneer een trainee in de praktijk betrokken is bij de controle van een dergelijke jaarrekening. Voor trainees die in hun praktijk niet betrokken zijn bij de controle van een jaarrekening op basis van IFRS, geldt dat zij door te voldoen aan eindterm FA-8.1 ervaring opdoen met het beoordelen in hoeverre een jaarrekening van een N.V. of B.V. is opgemaakt in overeenstemming met de normen zoals deze zijn begrepen in Nederlandse wetgeving en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving voor grote en middelgrote rechtspersonen. Deze laatste eindterm is overigens ook verplicht voor trainees die in de praktijk ook betrokken zijn bij de controle van jaarrekeningen op basis van IFRS.
De bovenstaande urennorm is door de Raad voor de Praktijkopleidingen nader uitgewerkt. Deze heeft tevens kwalitatieve eisen geformuleerd waar de praktijkopleidingsplaats, de praktijkbegeleiders en de werkzaamheden aan moeten voldoen.
De accountantsopleiding met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ leidt op voor de in het MKB werkzame accountant die zowel bepaalde assurance werkzaamheden als andersoortige werkzaamheden op het gebied van accountancy verricht. Naast een aantal specifieke assurance werkzaamheden betreft dit in het bijzonder opdrachten tot het samenstellen van financiële verantwoordingen (inclusief fiscale aangiften) en advieswerkzaamheden op een breed terrein.
In dit segment is er behoefte aan specifieke assurance bij verantwoordingen die niet zijn afgeleid van een gecontroleerde jaarrekening of van een andere financiële verantwoording. Het moet voorts gaan om opdrachten ten behoeve van een beperkte kring van gebruikers (besloten verkeer) die niet complex zijn (zie bijlage 2 voor nadere toelichting en uitwerking). Voorbeelden van dergelijke assurance-opdrachten zijn: beoordelings-opdrachten van financiële (jaarrekeningen) en niet-financiële (Tax Control Framework) verantwoordingen en toekomstgerichte informatie (prognoses, prospectussen) en bijzondere controle-opdrachten, zoals subsidieverklaringen, oplageverklaringen en brand- en bedrijfsschade-onderzoeken. Het maatschappelijk verkeer verwacht dat de in het MKB werkzame accountant bij zijn assurance-opdrachten en zijn aan assurance verwante opdrachten aandacht heeft voor mogelijke fraude en voor de beoordeling van de continuïteit van organisaties. Deze onderwerpen komen, expliciet of impliciet, bij de eindtermen in diverse vakgebieden aan de orde.
Wat betreft de advieswerkzaamheden kan worden gedacht aan vraagstukken op het gebied van (zie eindterm A&A-14):
begeleiden en opstellen van een business plan;
opstellen en uitwerken van (maatschappelijke) business cases;
begeleiden van overnames en bedrijfsopvolging;
selecteren en begeleiden van implementatie van geautomatiseerde systemen;
opstellen financieringsvoorstel en begeleiden van de financieringsaanvraag;
adviseren over fiscale strategievraagstukken;
investeringsanalyse;
procesoptimalisatie;
ontwikkeling en implementatie van een management accounting & control systeem;
inrichten van administraties;
business recovery & restructuring;
het opstellen van begrotingen, budgetten en kostprijsberekeningen;
adviseren over vermogens- en estateplanning.
Met name dit type vraagstukken en de hiervoor vereiste (advies)vaardigheden staan in deze oriëntatie centraal. De eindtermen van zowel de ‘Common body’ als de oriëntatie zien op specifieke diensten van de MKB-accountant. In zijn adviesrol opereert de accountant als vertrouwensman van de MKB-ondernemer en dient daarbij altijd het belang van het maatschappelijk verkeer (publiek belang) in het oog te houden.
De eindtermen voor dit vak, dat de gemeenschappelijke kern vormt van het accountantsberoep, betreffen zowel de grondslagen voor de beroepsuitoefening als de invulling van te verrichten werkzaamheden. De grondslagen zijn van belang voor beide oriëntaties terwijl de te verrichten werkzaamheden zijn verdeeld naar de controle van de jaarrekening, overige assurance-opdrachten, aan assurance verwante opdrachten en overige (incl. advies)opdrachten, die leiden tot concrete beroepsproducten. Deze verdeling naar soorten werkzaamheden sluit aan bij de structuur van de regelgeving voor de accountant, zoals opgenomen in de Handleiding Regelgeving Accountancy van de NBA.
Voor het kernvak Audit & Assurance geldt een ‘Common body of knowledge’ van 20 ECTS. Dit biedt voldoende theoretische basis om niet-complexe assurance-opdrachten uit te kunnen voeren. De oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ richt zich met name op het verstrekken van assurance bij bepaalde financiële overzichten (zie bijlage 2), het uitvoeren van samenstelopdrachten en het verschaffen van (bedrijfseconomische en fiscale) adviezen (totaal 5 ECTS).
Nadrukkelijk wordt aandacht gevraagd voor het feit dat de startbekwame accountant in staat moet zijn om de verwachtingen van opdrachtgevers te onderkennen alsmede de spanningsvelden die kunnen ontstaan en het publiek belang bij de overwegingen en besluitvorming te betrekken. Zowel de noodzaak om ethische vraagstukken en dilemma’s gemotiveerd op te lossen, als de eis om professioneel kritisch op te treden zijn in de eindtermen verwoord. Daarbij spelen de toepassing ’morele oordeelsvorming’ en het betrekken van het publieke belang, de beroepswaarden en de relevante wet- en regelgeving een onmisbare rol. De eindtermen van het vakgebied Gedrag, Ethiek en Besluitvorming bieden hiervoor een goede basis. De eindtermen Audit & Assurance vragen expliciet aandacht voor de ontwikkelingen op het terrein van IT en de gevolgen daarvan voor de aard en omvang van te verrichten werkzaamheden. Voorbeelden van relevante ontwikkelingen zijn de enorme groei van social media en de hiermee samenhangende informatiestromen, de toegenomen risico’s van grootschalige cyber crime en de verbeterde mogelijkheden van statistische analyses als gevolg van big data (data analytics). De eindtermen voor de praktijk zijn toegesneden op de verschillende werkvelden. Dat verklaart ook het verschil in de urennorm voor de eindtermen van de praktijkopleiding die per oriëntatie geldt.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Accountancy
MKB
CBoP
Oriëntatie
Accountancy
MKB
A&A-1
de ontstaansgeschiedenis en de ontwikkeling van het beroep binnen de sociaaleconomische context te verwoorden alsook de vraag naar en aanbod van assurancediensten vanuit gangbare theorieën te beschrijven respectievelijk te verklaren.
B
A&A-2
de verwachtingen van de opdrachtgever en gebruikers van de opdracht te onderkennen, de spanningsvelden tussen de verschillende belanghebbenden te identificeren, de belangen van de opdrachtgevers en het publiek af te wegen, hierop te reflecteren en bij de besluitvorming te betrekken.
C
C
A&A-3
de rol van de accountant binnen het systeem van corporate governance samen te vatten respectievelijk te beoordelen, in het bijzonder de relatie met de organen belast met governance en relevante externe toezichthouders.
B
A&A-4
het (inter)nationale institutioneel kader voor de beroepsuitoefening, bestaande uit relevante wet- en regelgeving en de rol en verantwoordelijkheden van relevante actoren, te beschrijven respectievelijk kritisch te becommentariëren en de mogelijke civiel-, tucht-, bestuurs- en strafrechtelijke gevolgen van niet-naleving te onderkennen.
B
A&A-5a
de vigerende beroepsreglementering op het gebied van ethiek toe te passen en de gekozen zienswijze te verdedigen.
C
A&A-5b
bij de uitvoering van (beroeps)taken op ethische vraagstukken en dilemma’s te reflecteren en zelfstandig te komen tot een gemotiveerde besluitvorming met inachtneming van vigerende beroepsreglementering en een professioneel kritische instelling.
C
A&A-6
om bij het uitvoeren van (beroeps)taken een kritische houding aan te nemen, die onder meer wordt gekenmerkt door een onderzoekende instelling, het alert zijn op omstandigheden die kunnen duiden op fouten of fraude en een kritische evaluatie van ten behoeve van de opdracht verkregen informatie.
C
C
A&A-7.1
het systeem van toezicht en kwaliteitsbeheersing van de beroepsuitoefening op beroeps- en organisatieniveau te beschrijven respectievelijk te evalueren.
B
A&A-7.2
de kwaliteitsbeheersingsprocedures op opdrachtniveau te beschrijven en toe te passen, met inbegrip van de documentatieverplichtingen.
B
B
A&A-8
de eigenheid van de verschillende vormen van beroepsuitoefening (zoals internal en operational auditors, overheidsaccountants, forensisch accountants, IT-auditors, financieel professionals) te onderkennen en van elkaar te onderscheiden.
B
A&A-9
het Stramien voor assurance-opdrachten uit te leggen, in een casuspositie toe te passen en kritisch te becommentariëren.
C
A&A-10
de beroepsreglementering ter zake van fraude, ongebruikelijke transacties en niet-naleving van wet- en regelgeving te verwoorden respectievelijk toe te passen.
A
C
A
C
A&A-11.1
voor een jaarrekeningcontrole de van toepassing zijnde beroepsreglementering met betrekking tot het proces van cliënt-/opdracht(her)acceptatie toe te passen.
B
A&A-11.2
voor een jaarrekeningcontrole, conform de van toepassing zijnde beroepsreglementering, de relevante kennis van de entiteit en zijn omgeving, met inbegrip van haar interne beheersing, te verzamelen om vervolgens de bedrijfs-, accountantscontrole-, inherente-, interne beheersings- en detectierisico's te beschrijven en in te schatten en de materialiteit te bepalen.
B
A&A-11.3
voor een jaarrekeningcontrole, conform de van toepassing zijnde beroepsreglementering, de invloed van de informatietechnologie op de entiteit incl. haar processen, systemen en governance (waaronder ERP, cloud computing, big data, networking, privacy, social media, reporting software) te beschrijven en te analyseren alsmede de gevolgen te bepalen voor de door de accountant uit te voeren werkzaamheden, waaronder de daarbij te hanteren methoden en technieken (zoals audit software).
B
A&A-11.4
op basis van de geïdentificeerde risico’s voor een jaarrekeningcontrole de werkzaamheden te bepalen, vast te leggen in een controleprogramma en uit te voeren teneinde voldoende en toereikende controle-informatie te verkrijgen.
B
A&A-11.5a
bij de uitvoering van een jaarrekeningcontrole een voorstel te formuleren voor de toepassing van data-analyse en/of procesmining technieken en statistischehypothesetoetsen en schattingsmethoden bij de uitvoering van de opdracht, alsmede het kunnen analyseren van de uitkomsten van genoemde technieken en toepassingen.
B
A&A-11.6
voor een jaarrekeningcontrole, conform de van toepassing zijnde beroepsreglementering, de volgende specifieke activiteiten uit te voeren:
• evalueren van transacties met verbonden partijen;
• evalueren van gebeurtenissen na de einddatum van de verslagperiode;
• evalueren van de continuïteit van de entiteit;
• optreden als groepsaccountant respectievelijk als accountant van een groepsonderdeel;
• gebruikmaken van de werkzaamheden van interne auditors en deskundigen;
• evalueren van het bestuursverslag;
• evalueren in hoeverre de jaarrekening overeenkomstig de geldende verslaggevingsregels is opgemaakt en een getrouw beeld geeft.
B
A&A-11.7
voor een jaarrekeningcontrole, op basis van de uitgevoerde werkzaamheden, de bevindingen te evalueren om te komen tot een oordeel en hierover mondeling en schriftelijk te rapporteren aan opdrachtgever en stakeholders.
B
A&A-11.8
naar aanleiding van zijn controlewerkzaamheden relevante aandachtspunten te vertalen naar verbeterpunten voor de organisatie van de opdrachtgever en deze mondeling en schriftelijk te rapporteren aan de opdrachtgever (inclusief de organen belast met governance).
B
A&A-12.1
voor een assurance-opdracht, niet zijnde een jaarrekeningcontrole, de van toepassing zijnde beroepsreglementering m.b.t. het proces van cliënt-/opdracht(her)aanvaarding toe te passen.
B
C
C
A&A-12.2
voor een assurance-opdracht, niet zijnde een jaarrekeningcontrole, in overeenstemming met de van toepassing zijnde beroepsreglementering de relevante kennis van de huishouding en zijn omgeving respectievelijk de kenmerken van het object van onderzoek te verzamelen om vervolgens de relevante risico’s op afwijkingen van materieel belang te beschrijven en in te schatten.
B
C
C
A&A-12.3
voor een assurance-opdracht, niet zijnde een jaarrekeningcontrole, in overeenstemming met de van toepassing zijnde beroepsreglementering, met gebruikmaking van alle beschikbare methoden en technieken (incl. data-analyse, procesmining en/of statistische hypothesetoetsen en schattingsmethoden) de opdracht op effectieve en efficiënte wijze te plannen en uit te voeren.
B
C
C
A&A-12.4
voor een assurance-opdracht, niet zijnde een jaarrekeningcontrole, in overeenstemming met de van toepassing zijnde beroepsreglementering, de bevindingen te evalueren om te komen tot een oordeel of conclusie en deze te rapporteren aan de opdrachtgever.
B
C
C
A&A-12.5
naar aanleiding van zijn assurancewerkzaamheden relevante aandachtspunten te vertalen naar verbeterpunten voor de organisatie van de opdrachtgever en deze mondeling en schriftelijk te rapporteren aan de opdrachtgever (inclusief de organen belast met governance).
B
C
C
A&A-13
voor aan assurance verwante opdrachten (samenstelopdrachten en opdrachten tot het verrichten van overeengekomen specifieke werkzaamheden met betrekking tot financiële informatie), in overeenstemming met de van toepassing zijnde beroepsreglementering:
• de opdracht te aanvaarden;
• de relevante kennis van de huishouding en zijn omgeving respectievelijk het object van onderzoek te verzamelen;
• relevante risico's voor de uitvoering van de opdracht te signaleren;
• met gebruikmaking van alle beschikbare methoden en technieken de opdracht op effectieve en efficiënte wijze te plannen en uit te voeren;
• de bevindingen te evalueren en hierover te rapporteren aan de opdrachtgever.
B
C
C
A&A-14
voor overige werkzaamheden, in het bijzonder adviesopdrachten, de relevante kennis en vaardigheden te hanteren om, in overeenstemming met de van toepassing zijnde beroepsreglementering:
• de opdracht te aanvaarden;
• de relevante risico's voor de uitvoering te signaleren;
• met gebruikmaking van alle beschikbare methoden en technieken de opdracht op effectieve en efficiënte wijze in te richten en uit te voeren;
• de bevindingen te evalueren en hierover te rapporteren aan de opdrachtgever.
A
C
C
Het kernvakgebied Financial Accounting of Externe Verslaggeving houdt zich primair bezig met de verschaffing van financiële informatie aan stakeholders. De accountant speelt een belangrijke rol bij de controle of het samenstellen van de jaarrekening dan wel bij de advisering daarover. De eindtermen zijn vooral gericht op de externe financiële informatieverschaffing en daarnaast op de informatieverschaffing in het bestuursverslag en/of het geïntegreerde verslag, onder andere door middel van niet-financiële prestatiemaatstaven.
Iedere startbekwame accountant dient kennis en inzicht te hebben in de functies van externe verslaggeving in het maatschappelijk verkeer, de oordeelsvorming van stakeholders, het institutionele kader, de uitgangspunten die aan de jaarrekening ten grondslag liggen, de relevante waardebegrippen en het jaarrekeningenbeleid en de jaarrekeninganalyse. De startbekwame accountant dient voorts in staat te zijn te evalueren in hoeverre jaarrekeningen zijn opgemaakt overeenkomstig de daarvoor geldende normen, met specifieke aandacht voor de meer complexe bijzondere situaties en de toelichting als onderdeel van de jaarrekening. De eindtermen gaan in de ‘Common body of knowledge’ ook in op de verantwoording van organisaties zonder winstoogmerk. Bij de toepassing van of toetsing aan normen refereren de eindtermen zowel aan de Nederlandse wetgeving en de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, als aan de International Financial Reporting Standards (IFRS).
In de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ wordt meer aandacht besteed aan de Richtlijnen voor kleine rechtspersonen en de fiscale grondslagen voor de jaarrekening. In de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ zal de nadruk liggen op het samenstellen van de jaarrekening en het adviseren daarover.
Enkele van de eindtermen passen ook bij andere vakgebieden en kunnen ook (al dan niet gedeeltelijk) aldaar een plaats krijgen. Dit geldt in het bijzonder voor waarde begrippen (vakgebied Financiering), toepassing van fiscale grondslagen (vakgebied Fiscaliteit) en regels van kapitaalbescherming, opmaken en openbaar maken (vakgebied Recht). Voorts is er een nauw verband met het vakgebied Boekhouden.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Accountancy
MKB
CBoP
Oriëntatie
Accountancy
MKB
FA-1
vanuit de theorie de functies te verklaren die de externe verslaggeving in het maatschappelijk verkeer vervult, waaronder het afleggen van verantwoording en het ondersteunen van beslissingen.
C
FA-2
uit te leggen op welke wijze aandeelhouders en kredietverschaffers hun oordeel vormen over de jaarrekening van een onderneming ten behoeve van het nemen van beslissingen van economische aard.
A
FA-3
te beschrijven welke rol het institutioneel kader, bestaande uit relevante wet- en regelgeving en de rol en verantwoordelijkheden van relevante actoren, heeft bij de totstandkoming en toepassing van de verslaggeving op basis van de Nederlandse verslaggevingsvoorschriften en IFRS.
B
FA-4
de uitgangspunten van de financiële verslaggeving toe te passen en te beoordelen, waaronder de grondslagen voor waardering en resultaatbepaling voor de onderscheiden posten van de balans en winst- en verliesrekening, zoals neergelegd in de Nederlandse wetgeving en de conceptuele raamwerken van de RJ en IASB.
C
C
FA-5
de doelstelling en inhoud van de voor de financiële verslaggeving relevante waardebegrippen, waaronder begrippen die voortkomen uit de financieringstheorie, te doorgronden en toe te passen.
C
FA-6
de aanvaardbaarheid van de belangrijkste schattingselementen in de financiële verslaggeving te beoordelen.
C
C
FA-7
de toelichting als onderdeel van de jaarrekening te beoordelen op juistheid en toereikendheid met inachtneming van de wet- en regelgeving.
C
C
FA-8.1
te beoordelen in hoeverre een jaarrekening van een naamloze of besloten vennootschap is opgemaakt in overeenstemming met de normen zoals deze zijn begrepen in de Nederlandse wetgeving inzake de jaarrekening en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving van de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) voor grote en middelgrote rechtspersonen.
C
C
FA-8.2
te beoordelen in hoeverre een jaarrekening van een kleine vennootschap is opgemaakt in overeenstemming met de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor kleine rechtspersonen (RJk) dan wel in overeenstemming met fiscale grondslagen.
A
C
C
FA-8.3a
te beoordelen in hoeverre een jaarrekening van een (beursgenoteerde) vennootschap is opgemaakt in overeenstemming met de van toepassing zijnde International Financial Reporting Standards (IFRS) van de International Accounting Standards Board (IASB).
A
FA-9
Vervallen.
FA-10
de regels van kapitaalbescherming uit te leggen en te beoordelen of deze regels op de juiste wijze zijn toegepast in een jaarrekening van een naamloze en besloten vennootschap.
C
FA-11
de eisen te beschrijven die voor een naamloze en besloten vennootschap van toepassing zijn bij het opmaken en openbaar maken van financiële informatie op basis van het Burgerlijk Wetboek.
B
FA-12
de onderlinge samenhang tussen de balans, de winst- en verliesrekening, het overzicht totaalresultaat en het kasstroomoverzicht te doorgronden.
C
FA-13
om in bijzondere situaties zoals onderhanden projecten, leasecontracten, pensioenen, optiebeloningen, financiële instrumenten, latente belastingen en overnames, verschillende alternatieven m.b.t. de verantwoording van transacties en gebeurtenissen af te wegen en hierover te adviseren.
C
C
FA-14
de doelstellingen en gevolgen van het jaarrekeningenbeleid van de ondernemingsleiding zoals earnings management en off balance financiering te benoemen en te betrekken in de oordeelsvorming over de jaarverslaggeving, waaronder het onderkennen van het risico van verslaggevingsfraude en boekhoudschandalen.
B
B
FA-15
met gebruikmaking van ratio-analyse een jaarrekening te analyseren om risico’s vanuit het gezichtspunt van een aandeelhouder of kredietverschaffer te benoemen en daarover te rapporteren aan de ondernemingsleiding.
B
FA-16
op hoofdlijnen uit te leggen wat de specifieke vraagstukken zijn inzake financiële verantwoording voor organisaties zonder winstoogmerk (zoals stichtingen en verenigingen).
B
FA-17
te schetsen wat de financiële verantwoording van bijzondere bedrijfstakken, waaronder financiële instellingen, woningcorporaties en overheidsorganisaties, onderscheidt van die van andere ondernemingen.
A
FA-18
het bestuursverslag, waaronder niet-financiële informatie, te beoordelen op juistheid en toereikendheid met inachtneming van wet- en regelgeving en in het licht van de informatiebehoeften van stakeholders.
C
FA-19
een overzicht te geven van de relevante normen voor geïntegreerde verslaggeving van organisaties en het daarvoor geldende raamwerk.
A
De eindtermen van het kernvak Internal Control & Accounting Information Systems besteden veel aandacht aan de conceptuele vorming door het centraal stellen van kennis van – en inzicht in – theorieën en conceptuele modellen. De eindtermen hebben een duidelijke structuur en een verdergaande focus op de werkzaamheden van de accountant. De kern hierbij is dat, voortbouwend op een gedegen kennis van de grondslagen, theorieën en geëigende modellen binnen het vakgebied ICAIS, studenten in staat moeten zijn om op basis van een risico-georiënteerde aanpak een systeem van interne beheersing in te richten en te evalueren. De eindtermen voor het vakgebied ICAIS omvatten derhalve de volgende bouwstenen: risicoanalyse, informatiebehoefte en -analyse, inrichten processen, inrichten controls, inrichten systemen en IT.
Gegeven de snelle ontwikkelingen op het terrein van IT wordt voor beide oriëntaties nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de IT-verschijningsvormen van de infrastructuur, applicaties en controls en voor moderne data-analyse. Ook de gevolgen van veranderingen hierin voor de interne beheersing worden expliciet aan de orde gesteld. Daarnaast is een eindterm geformuleerd die van de startbekwame accountant verlangt om een sluitend geheel van IT-controls te ontwerpen om risico’s te mitigeren. Ook richten de eindtermen zich op informele beheersingsmechanismen (soft controls) waarbij rekening moet worden gehouden met kenmerken van de controle-omgeving zoals cultuur en ethiek. Ook de eindtermen ICAIS bevatten zodoende aandacht voor gedragsaspecten.
In de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ wordt – naast de ‘Common body of knowledge’ – verdergaande aandacht gevraagd voor het ontwerpen van een informatiesysteem, de toepassing van analyse- en rapportagetools en de advisering daarover. Voor ‘Accountancy-MKB’ zijn voor de praktijkopleiding ICAIS eindtermen geformuleerd.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Accountancy
MKB
CBoP
Oriëntatie
Accountancy
MKB
ICAIS-1
de grondslagen, de theorieën en de modellen die nodig zijn voor het uitvoeren van de risicoanalyse (waaronder de analyse van frauderisico’s), het bepalen van de informatiebehoefte, het inrichten van de administratieve processen, het ontwerpen van de daarbij behorende interne beheersingsmaatregelen, het ontwerpen en beheren van de bestuurlijke informatieverzorging, alsmede de daarmee samenhangende IT, te beschrijven respectievelijk te beoordelen.
B
ICAIS-2a
een systeem van risicomanagement- en beheersing, gericht op de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering, de betrouwbaarheid van de verslaggeving en het voldoen aan wet- en regelgeving, in te richten en te evalueren alsmede vanuit deze doelstellingen voor de organisatie relevante interne beheersingsrisico’s te benoemen.
C
ICAIS-2b
een systeem van risicomanagement- en beheersing, gericht op de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering, de betrouwbaarheid van de verslaggeving en het voldoen aan wet- en regelgeving, in te richten dan wel te evalueren alsmede vanuit deze doelstellingen voor de organisatie relevante interne beheersingsrisico’s te benoemen.
C
ICAIS-3
een analyse van de informatiebehoeften van een organisatie uit te voeren, die noodzakelijk is voor het besturen en beheersen van de organisatie, het afleggen van verantwoording daarover en om vast te stellen dat is voldaan aan de voor de organisatie geldende wet- en regelgeving.
C
C
ICAIS-4
te beoordelen in welke mate de bestuurlijke informatieverzorging en de administratieve processen van een organisatie voorzien in betrouwbare en relevante informatie voor:
• het besturen en beheersen van de organisatie waaronder het uitoefenen van bewaringscontrole en identificeren van frauderisico’s;
• het afleggen van verantwoording;
• het vaststellen dat voldaan is aan de voor de organisatie geldende wet- en regelgeving (compliance).
C
C
ICAIS-5a
een systeem van preventieve en repressieve interne beheersingsmaatregelen te ontwerpen en te beoordelen voor verschillende processen en typen organisaties, rekening houdend met kenmerken van de controleomgeving zoals cultuur, ethiek, relevante wet- en regelgeving en governancestructuur.
C
ICAIS-5b
een systeem van preventieve en repressieve interne beheersingsmaatregelen te ontwerpen dan wel te beoordelen voor verschillende processen en typen organisaties, rekening houdend met kenmerken van de controleomgeving zoals cultuur, ethiek, relevante wet- en regelgeving en governancestructuur.
C
ICAIS-6
informele beheersingsmechanismen te identificeren en hun effectiviteit te beoordelen voor verschillende processen en typen organisaties, rekening houdend met kenmerken van de controleomgeving zoals cultuur, ethiek, relevante wet- en regelgeving en governancestructuur.
B
B
ICAIS-7
de verschijningsvormen binnen het IT-infrastructuur-, IT-applicatie-, IT-management- en het IT-strategiedomein te benoemen, te onderscheiden, respectievelijk te beoordelen.
B
C
ICAIS-8
de gevolgen van veranderingen in de IT-infrastructuur, de IT-applicaties, het IT-management en de IT-strategie, voor de betrouwbaarheid van de verslaggeving, voor de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering en voor de naleving van relevante wet- en regelgeving, te signaleren respectievelijk uit te leggen.
A
B
ICAIS-9a
een sluitend geheel van IT-controls te ontwerpen en te beschrijven om risico’s (waaronder het risico van cybercrime) op het terrein van de betrouwbaarheid van de verslaggeving, de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering en de naleving van relevante wet- en regelgeving te mitigeren.
B
ICAIS-9b
een sluitend geheel van IT-controls te ontwerpen dan wel te beschrijven om risico’s (waaronder het risico van cybercrime) op het terrein van de betrouwbaarheid van de verslaggeving, de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsvoering en de naleving van relevante wet- en regelgeving te mitigeren.
B
ICAIS-10
de geschiktheid te bepalen van de voor de managementinformatie en externe verslaggeving gehanteerde analyse- enrapportagetools (zoals XBRL/SBR), alsmede de betrouwbaarheid van de opgeleverde gegevens te beoordelen en hierover te adviseren.
B
C
ICAIS-11
de mogelijkheden van moderne data-analysetechnieken bij het toepassen van de risicoanalyse, het beoordelen van bestuurlijke informatieverzorging, de administratieve processen en het systeem van interne beheersing te beschrijven en deze technieken effectief te hanteren.
B
B
ICAIS-12
door middel van business process management de effectiviteit en efficiëntie van de bedrijfsprocessen van een organisatie te schetsen respectievelijk te bediscussiëren.
A
ICAIS-13
aan de hand van geëigende systeemontwikkelings- en analysetechnieken, rekening houdend met de eisen op het gebied van betrouwbaarheid, efficiency, compliance en governance, het ontwerp van een informatiesysteem van een organisatie te schetsen respectievelijk te ontwerpen.
A
B
ICAIS-14
helder en eenduidig de gevolgde gedachtegang en de verrichte werkzaamheden bij het beoordelen van opzet, bestaan en werking van het systeem van interne beheersing vast te leggen.
C
C
ICAIS-15
naar aanleiding van gesignaleerde onvolkomenheden in het systeem van interne beheersing te adviseren over mogelijke verbeteringen.
C
C
ICAIS-16
de uitkomsten van de evaluatie van het systeem van interne beheersing, intern en extern te kunnen rapporteren, al dan niet in de vorm van een ‘in control statement’.
B
ICAIS-17
vanuit het perspectief van corporate governance de werking van het systeem van interne controle met betrekking tot financiële informatie en de eventuele risico’s en gevolgen te beschrijven respectievelijk te evalueren.
B
B
ICAIS-18
in het kader van interne beheersing, en meer specifiek de interne controle m.b.t. financiële informatie, een ontwerp aangaande de toewijzing van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden te bediscussiëren respectievelijk hierover te adviseren aan bestuur en toezichthoudend orgaan.
B
ICAIS-19
de invloed van bedrijfsethiek, als element van de beheersingsomgeving, op de werking van het systeem van interne controle m.b.t. financiële informatie te kunnen benoemen respectievelijk kritisch te becommentariëren.
B
B
Financieringsvraagstukken spelen bij diverse soorten werkzaamheden van de accountant een belangrijke rol. De eindtermen voor het vakgebied Financiering zien met name op financiële rekenkunde, investeringsanalyse, waardebepaling van een bedrijf of bedrijfsonderdeel, financiële planning, werkkapitaalbeheer, beoordeling van financiële prestaties, beheersing van financiële risico’s en de werking van financiële markten. Daarnaast dient de startbekwame accountant de governance structuur vanuit financieringsperspectief te kunnen analyseren en kennis te hebben van het risico en rendement van beleggingsproducten. Ook dient de startbekwame accountant aan te kunnen geven hoe irrationeel gedrag van invloed kan zijn op prijzen en financiële beslissingen. Deze eindterm sluit aan op de kennis verkregen in het vakgebied Gedrag, Ethiek en Besluitvorming.
In de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ voorzien de eindtermen in een verdieping op enkele geselecteerde onderdelen en maakt Financiering nadrukkelijk deel uit van de praktijkopleiding.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Accountancy
MKB
CBoP
Oriëntatie
Accountancy
MKB
FIN-1
de belangrijkste technieken op het terrein van financiële rekenkunde (rekening houdend met tijdvoorkeur, samengestelde interest, enkelvoudige interest en disconto) toe te passen op eenvoudige financiële spaar, leen- en beleggingsproducten (waaronder een spaarplan, een lening en een annuïtaire hypotheek).
B
C
FIN-2
ten behoeve van een investeringsanalyse relevante data te verzamelen, te beoordelen en vervolgens te modelleren gebruik makend van scenario-analyse en discontering.
B
(B)
FIN-3
de waarde van een organisatie dan wel een bedrijfsonderdeel te bepalen gebruikmakend van een gangbare op de situatie toegesneden waarderingsmethodiek.
B
FIN-4
ten behoeve van investeringsbeslissingen en waarderingsvraagstukken de toekomstige vrije kasstromen en de relevante vermogenskostenvoet op basis van wetenschappelijke modellen (CAPM) en/of algemeen geaccepteerde normen (zoals de Build-up methode) te bepalen alsook – onderbouwd – de juiste selectiemethode (minstens de terugverdienperiode en NCW (DCF)) en waarderingsmethodiek te kiezen.
B
FIN-5
ten behoeve van vermogensbeheer het risico en het rendement van beleggingsproducten te onderkennen respectievelijk te af te wegen.
A
B
FIN-6
op basis van voorspellingen over de exploitatie en kasstromen de financieringsbehoefte, de aflossingscapaciteit en het dividendbeleid in onderlinge samenhang te analyseren respectievelijk hierover te adviseren.
B
(B)
FIN-7
een financieringsvoorstel te doen respectievelijk te beoordelen na afweging van verschillende mogelijke (hybride) financieringsvormen (aandelen, obligaties, leningen, leasing en factoring), rekening houdend met de eisen van potentiële vermogensverschaffers.
B
C
(C)
FIN-8
het werkkapitaalbeheer, in de vorm van voorraad-, debiteuren- en crediteurenbeheer, te beschrijven respectievelijk te beoordelen en hierover te adviseren.
B
C
(C)
FIN-9
de financiële positie en strategie van een organisatie te schetsen respectievelijk te beoordelen door middel van bijvoorbeeld scenarioanalyse en gevoeligheidsanalyse.
A
B
(B)
FIN-10
de prijsvorming van financiële instrumenten die op financiële markten worden aangeboden te beschrijven respectievelijk te beoordelen.
B
FIN-11
de financiële risico’s (krediet-, rente- en valutarisico) te identificeren en het gebruik van geschikte financiële instrumenten in het kader van de beheersing van deze risico’s te beschrijven en te beoordelen.
B
(B)
FIN-12
de opzet en werking van (het proces van) treasury management te beschrijven en/of te analyseren.
B
(B)
FIN-13
vanuit financieringsperspectief op basis van de meest gangbare theorieën op het gebied van corporate governance de werking van de huidige corporate governance structuur van een onderneming te typeren respectievelijk hierover een oordeel te geven.
A
FIN-14
op hoofdlijnen aan te geven hoe irrationeel gedrag van invloed kan zijn op prijzen en financiële beslissingen (behavioural finance).
A
Dit vakgebied omvat de deelgebieden Management Accounting en Management Control. Management accounting beschrijft de patronen waarlangs beslissingscalculaties worden vormgegeven. Management control beschrijft de patronen op basis waarvan wordt toegezien op de uitvoering van managementbeslissingen.
De startbekwame accountant dient in staat te zijn een systeem van Management Accounting & Control (hierna MAC) te kunnen beoordelen op het functioneren. De eindtermen gaan met name in op de relatie tussen MAC en strategie, financiële en niet-financiële accountingmaatstaven, identificatie van kostenobjecten en toepassing van kostenmodellen, prestatiemeting en budgettering.
Een specifieke eindterm in de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ is de bekwaamheid om met behulp van moderne data-analysetechnieken beslisinformatie uit verschillende bronnen samen te stellen.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Accountancy
MKB
CBoP
Oriëntatie
Accountancy
MKB
MAC-1
te beargumenteren respectievelijk te beoordelen of het Management Accounting & Control systeem de invoering en de realisatie van de strategie en het bedrijfsmodel ondersteunt.
B
MAC-2
financiële en niet-financiële accountingmaatstaven (waaronder kritieke succesfactoren en strategische variabelen) te ontwikkelen om besluitvorming te ondersteunen en het effect van beslissingen te meten.
B
(B)
MAC-3
kostenobjecten te identificeren, de daarbij behorende data te verzamelen, rangschikken en analyseren om deze te vertalen in een kostenmodel.
C
(B)
MAC-4
kostenmodellen toe te passen op huidige en toekomstige activiteiten ten einde beslissingen te nemen (kostprijs, kostentoerekening) en deze te evalueren in termen van de economische en management prestaties.
C
(B)
MAC-5
op basis van de bestaande of alternatieve prestatiemaatstaven mogelijke aanpassingen in de huidige strategie en het bedrijfsmodel van de onderneming te identificeren respectievelijk hiervoor voorstellen te formuleren.
A
MAC-6
een prestatiemeetsysteem van een organisatie te beschrijven gericht op het meten van de bijdrage van de medewerker in relatie tot de bedrijfsdoelen.
B
MAC-7
typen budgetten, budgetteringsprocessen, evaluatieprocessen en verantwoordelijkheidscentra in samenhang te ontwikkelen respectievelijk te beoordelen om besluitvorming te ondersteunen.
B
MAC-8
het verschil tussen budget en realisatie te meten, te analyseren en te verklaren.
C
(B)
MAC-9
met behulp van moderne data-analysetechnieken beslisinformatie uit verschillende bronnen samen te stellen.
B
De eindtermen voor het vakgebied Strategie, Leiderschap en Organisatie zijn er met name op gericht de startbekwame accountant in staat te stellen om situaties te onderkennen waarin strategie, leiderschap of de organisatie van een onderneming zodanige tekortkomingen bevat, dat het risico bestaat dat de ondernemingsdoelstellingen niet worden gerealiseerd. De accountant moet in staat zijn om dergelijke tekortkomingen te signaleren, te rapporteren aan bestuur en toezichthoudend orgaan en te adviseren over nodige aanpassingen in strategie, leiderschap of organisatie, inclusief de corporate governance. Ook moet de startbekwame accountant in staat zijn om zich op basis van kennis van de economische organisatietheorie, conventionele organisatievormen en nieuwe organisatievormen, een oordeel te vormen of het ontwerp en de uitvoering van de interne en externe organisatie van de onderneming effectief en efficiënt zijn en hierover aan bestuur en toezichthoudend orgaan te rapporteren.
Als het gaat om leiderschap wordt van de startbekwame accountant verwacht dat wordt onderkend of de condities in de organisatie bijdragen aan de motivatie en ontwikkeling van de medewerkers en of de persoonlijkheid van bestuurders, de stijl van leidinggeven en besluitvorming passen bij de aard en cultuur van de onderneming. Daar hoort in het voorkomende geval bij het onderkennen dat het bestuur het ondernemingsbelang niet dient.
In de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ wordt meer aandacht gevraagd voor het beoordelen van de realiteitswaarde van de strategie en het adviseren over strategieformulering. De eindtermen in de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ gaan nader in op ondernemerschapstheorieën en ondernemersvaardigheden, organisatieverandering en innovatie.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Accountancy
MKB
CBoP
Oriëntatie
Accountancy
MKB
SLO-1a
op basis van relevante concepten, modellen en door de organisatie geformuleerde missie, visie en waarden de ondernemingsstrategie te becommentariëren respectievelijk te beoordelen op realiteitswaarde rekening houdend met zaken als marktomstandigheden, maatschappelijke verantwoordelijkheid, duurzaamheid, de potentie van de onderneming en de persoonlijkheidskenmerken van de bestuurder en hierover aan bestuur en toezichthoudend orgaan te rapporteren.
B
C
SLO-1b
te beoordelen of het business model van de onderneming aansluit op de geformuleerde missie, visie, waarden en ondernemingsstrategie en over de bevindingen te rapporteren.
(B)
SLO-2
te beoordelen of een geformuleerde strategie strookt met het doel van de vennootschap, het vennootschappelijk belang en de financiële mogelijkheden en hierover aan bestuur en toezichthoudend orgaan te rapporteren.
B
SLO-3
uit de strategie voortvloeiende onzekerheden en bedrijfsrisico’s te identificeren, de gevolgen voor het behalen van de ondernemingsdoelstellingen te evalueren en hierover te rapporteren aan bestuur en toezichthoudend orgaan.
B
(B)
SLO-4
te onderkennen of het risico bestaat dat het bestuur zijn taken zodanig uitvoert dat het ondernemingsbelang niet wordt gediend en indien hier sprake van is hierover te rapporteren.
B
(B)
SLO-5
te onderkennen of het risico bestaat dat de persoonlijkheid van de bestuurder(s) en de stijl van leidinggeven en besluitvorming niet passen bij de aard, cultuur en fase van de onderneming, haar producten, markten e.d. en indien hier sprake van is hierover te rapporteren.
B
(B)
SLO-6
op hoofdlijnen te formuleren hoe prestaties gedurende de levensloop van de onderneming kunnen worden versterkt door innovatie en goed ondernemerschap.
A
SLO-7
op basis van bedrijfswetenschappelijke theoretische inzichten een oordeel te vormen of het ontwerp en de uitvoering van de interne en externe organisatie van de onderneming effectief en efficiënt is en hierover aan bestuur en toezichthoudend orgaan te rapporteren.
B
(B)
SLO-8
te verwoorden op welke wijze organisaties in een veranderende omgeving hun doelen en resultaten kunnen bereiken, hoe veranderprocessen hieraan bijdragen, gebruik makend van bijvoorbeeld organisatiediagnose en sterkte-zwakte analyse, rekening houdend met organisatiecultuur en (mogelijke) weerstand tegen verandering.
A
SLO-9
te onderkennen, respectievelijk te beargumenteren of de condities (beleid, cultuur, instrumentarium e.d.) in de organisatie bijdragen aan de motivatie, ontwikkeling en binding van medewerkers.
A
B
SLO-10
te onderkennen, respectievelijk te beargumenteren of het proces van toewijzing van middelen leidt tot het op efficiënte wijze realiseren van de langere termijn doelstelling van de onderneming.
A
B
SLO-11
het governancesysteem van een onderneming te analyseren aan de hand van beleid, wet- en regelgeving en codes.
B
(B)
Iedere accountant dient een goede kennis van en vaardigheid in het boekhouden te hebben, in het bijzonder dient hij de comptabele aspecten van transacties en gebeurtenissen te kunnen begrijpen en vertalen in journaalposten. Voorts zien de eindtermen op de comptabele verwerking van begroting/budget, op geautomatiseerde comptabele verwerking met behulp van taxonomieën en op de inrichting en structuur van het comptabele systeem, waaronder die inzake consolidatie en verschillen tussen commerciële en fiscale jaarrekeningen. Het vakgebied Boekhouden staat in nauw verband met het vakgebied Financial Accounting en Internal Control & Accounting Information Systems.
In de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ zijn additionele eindtermen opgenomen inzake het adviseren over de comptabele verwerking van bijzondere transacties en gebeurtenissen en het samenstellen van een jaarrekening met behulp van een rapportgenerator. Voorts is in deze oriëntatie een verdieping van de eindtermen opgenomen inzake de comptabele verwerking van begroting/budget en advisering over inrichting en structuur van het comptabele systeem.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Accountancy
MKB
CBoP
Oriëntatie
Accountancy
MKB
BKH-1
de comptabele aspecten van transacties en gebeurtenissen te doorgronden en te vertalen in journaalposten.
C
C
BKH-2
om te adviseren over de comptabele verwerking van bijzondere transacties en gebeurtenissen zoals onderhanden projecten, leasecontracten, pensioenen, optiebeloningen, financiële instrumenten en overnames.
C
C
BKH-3
de comptabele verwerking van begroting/budget, realisatie en analyse van verschillen bij productie- en dienstverlenende bedrijven uit te leggen respectievelijk te beoordelen en correcties voor te stellen.
B
C
BKH-4
de inrichting en structuur van het (geautomatiseerde) comptabele systeem van handels-, productie- en dienstverlenende bedrijven te beschrijven respectievelijk te beoordelen en daarover te adviseren.
B
C
C
BKH-5a
de comptabele verwerking van routinematige en niet-routinematige transacties en gebeurtenissen van handels-, productie- en dienstverlenende bedrijven uit te voeren.
B
BKH-5b
de geautomatiseerde comptabele verwerking van routinematige en niet-routinematige transacties en gebeurtenissen van handels-, productie- en dienstverlenende bedrijven uit te voeren mede met behulp van actuele taxonomieën.
B
BKH-6
de inrichting en structuur van de (geautomatiseerde) comptabele verwerking van consolidaties van concerns en de comptabele verwerking van waarderingsmethoden van deelnemingen te beschrijven respectievelijk te beoordelen en daarover te adviseren.
B
BKH-7
de inrichting en structuur van de comptabele verwerking van de verschillen tussen commerciële en fiscale jaarrekeningen te beschrijven respectievelijk te beoordelen en daarover te adviseren.
B
C
BKH-8
met behulp van een rapportgenerator een (geconsolideerde) jaarrekening samen te stellen.
C
Het is belangrijk dat een startbekwame accountant in staat is om de hoofdlijnen van de invloed van de economische groei en het conjunctuurbeleid van de overheid op de bedrijfsomgeving van een onderneming te beschrijven. Hierbij moet worden onderkend dat economische groei ook wordt bepaald door zaken als innovatie, onderwijs en ondernemerschap. Centraal in de eindtermen van Economie staat het identificeren van de invloed en gevolgen van macro-economische variabelen, landenrisico’s en risico’s die samenhangen met de marktvorm op de strategie en bedrijfsvoering van een onderneming. In een steeds verdergaande globalisering van de economie is het ook van belang de invloed van internationaal economische en politieke ontwikkelingen te kunnen duiden. Alle eindtermen Economie zijn op inleidend niveau en betreffen de ‘Common body of knowledge’ van het theoriedeel van de opleiding.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Accountancy
MKB
CBoP
Oriëntatie
Accountancy
MKB
EC-1
de invloed van het structuur- en conjunctuurbeleid op de economische ontwikkeling te beschrijven en de gevolgen hiervan op sectoren en ondernemingen te bediscussiëren.
B
EC-2
de invloed van (internationaal) monetair beleid op de economische ontwikkeling te beschrijven en de gevolgen hiervan op sectoren en ondernemingen te bediscussiëren.
B
EC-3
de invloed van macro-economische variabelen op de strategie en bedrijfsvoering, waaronder het import- en exportbeleid, van een onderneming te beschrijven.
B
EC-4
de invloed van internationaal economische en politieke ontwikkelingen en globalisering op de strategie en bedrijfsvoering van een onderneming te beschrijven.
B
EC-5
de gevolgen van de marktvorm op de strategie en de bedrijfsvoering van een onderneming te beschrijven.
B
EC-6
de belangrijkste principes van marktwerking en de daaruit resulterende prijsvorming op verschillende deelmarkten te schetsen.
A
EC-7
de rol van de financiële sector in het economisch bestel, inclusief de hoofdlijnen van regulering en toezicht, te verwoorden.
A
Fiscaliteit speelt een belangrijke rol bij veel werkzaamheden van de accountant. De startbekwame accountant dient kennis te hebben van de belangrijkste elementen van de vennootschapsbelasting, omzetbelasting, inkomstenbelasting, loonheffing en het formeel belastingrecht, gericht op de mogelijke fiscale gevolgen en risico’s. Hij dient fiscale berekeningen te kunnen maken en aangiften te kunnen opstellen respectievelijk analyseren. De eindtermen geven ook het belang van de fiscale strategie aan alsmede de rol van het toezicht. Daarbij dient de startbekwame accountant de functie van het Tax Control Framework te kunnen uitleggen. Naast nationaal belastingrecht is ook kennis op hoofdlijnen van het internationale en Europese belastingrecht nodig, waaronder het vraagstuk van transfer pricing. Een bijzondere eindterm ziet op de ethische en juridische kwesties van fiscaliteit.
Fiscaliteit is een profielvak in de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ omdat ondernemers bij fiscale vraagstukken vaak een beroep doen op de kennis en ervaring van de MKB-accountant. Diverse eindtermen zijn daarom in deze oriëntatie op verdiepend niveau geformuleerd. Daarnaast is een specifieke eindterm in deze oriëntatie het kunnen adviseren over fiscale strategie en fiscale vraagstukken. Ook in de praktijkopleiding van de MKB-accountant is een wezenlijke plaats ingeruimd voor Fiscaliteit.
Hoewel Fiscaliteit, of Belastingrecht, in de opleiding vaak als een afzonderlijk vak is ingericht, zijn er diverse dwarsverbanden met andere vakken. In het bijzonder noemen we tax assurance, tax audit, tax accounting, tax control en tax governance. Het is wenselijk dat waar mogelijk vraagstukken geïntegreerd worden behandeld.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Accountancy
MKB
CBoP
Oriëntatie
Accountancy
MKB
FISC-1
de belangrijkste elementen van de vennootschapsbelasting, omzetbelasting, inkomstenbelasting, loonheffingen en formeel belastingrecht te onderkennen teneinde de fiscale gevolgen en risico’s van feiten en gebeurtenissen te beschrijven respectievelijk te beoordelen.
B
C
FISC-2a
op basis van de wet- en regelgeving inzake winst uit onderneming (inkomstenbelasting), loonheffing, vennootschapsbelasting, omzetbelasting, fiscale berekeningen te maken en/of aangiften te analyseren respectievelijk kritisch te becommentariëren.
B
C
FISC-2b
op basis van de wet- en regelgeving inzake winst uit onderneming (inkomstenbelasting), loonheffing, vennootschapsbelasting, omzetbelasting, fiscale berekeningen te maken en aangiften op te stellen.
B
FISC-3a
op basis van de wet- en regelgeving inzake niet-winstaspecten van inkomstenbelasting, dividendbelasting, overdrachtsbelasting en erf- en schenkbelasting fiscale berekeningen te maken en/of aangiften te analyseren.
A
B
FISC-3b
op basis van de wet- en regelgeving inzake niet-winstaspecten van inkomstenbelasting, dividendbelasting, overdrachtsbelasting en erf- en schenkbelasting, fiscale berekeningen te maken en aangiften op te stellen.
B
FISC-4
de fiscale strategie, waaronder belastingplanning, belastingontwijking en belastingontduiking, van de onderneming te identificeren respectievelijk te bediscussiëren.
A
B
FISC-5
de verschillende vormen van toezicht door de belastingdienst, de rol die de fiscaal dienstverlener speelt bij ‘cooperative compliance’ en de functie van een Tax Control Framework te beschrijven.
B
FISC-6
te adviseren over fiscale vraagstukken m.b.t. vennootschapsbelasting, omzetbelasting, inkomstenbelasting, loonheffing, dividendbelasting en successierecht.
B
B
FISC-7
de (fiscale) consequenties van de financiële situatie in elke levensloopfase te inventariseren respectievelijk de ondernemer te adviseren over het opstellen van een financieel plan.
B
B
FISC-8
vraagstukken inzake internationaal en Europees belastingrecht, waaronder ook de transfer pricing-problematiek, te identificeren en te verwoorden.
A
FISC-9
bij fiscale vraagstukken ethische en juridische kwesties te signaleren, de belangen van de betrokken stakeholders daarbij af te wegen en op grond daarvan professioneel te handelen.
B
B
Naast systemen en processen wordt het belang van gedrag in het kader van de beroepsuitoefening steeds belangrijker. Zowel als het gaat om (professioneel) gedrag van de beroepsbeoefenaar als het verkrijgen van inzicht in het gedrag van de klant/opdrachtgever. Het doel van dit voor de accountantsopleiding relatief nieuwe vakgebied Gedrag, Ethiek en Besluitvorming is vooral inzicht te verschaffen in de beginselen en theorieën met betrekking tot (professioneel) gedrag.
De eindtermen GEB richten zich zodoende op relevante delen van de persoonlijkheidspsychologie en de invloed van de situatie en omgeving op zowel eigen gedrag als besluitvorming. Dat maakt dat de startbekwame accountant in staat is om te gaan met moeilijke situaties zoals voet bij stuk houden, stellen van grenzen en communiceren over moeilijke kwesties. Ook zijn eindtermen geformuleerd die samenhangen met het begrijpen van teamprocessen en leiderschap en heeft het voor accountants zo belangrijke proces van professionele oordeels- en besluitvorming (inclusief morele oordeelsvorming) een belangrijke plaats in de eindtermen.
De eindtermen GEB zijn niet gedifferentieerd naar oriëntaties en vinden hun praktische toepassing deels in andere vakgebieden. Opgemerkt wordt dat de eindtermen GEB desgewenst in andere vakgebieden aan de orde kunnen komen in plaats van in een afzonderlijk vak.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Accountancy
MKB
CBoP
Oriëntatie
Accountancy
MKB
GEB-1
de basisbeginselen en -theorieën van de persoonlijkheidspsychologie te verwoorden, waaronder (a) cognitieve (leer-), motivationele (wils-) en affectieve (gevoels-)processen, en (b) geautomatiseerd (onbewust) en gecontroleerd (bewust) gedrag.
A
GEB-2
de basisbeginselen en -theorieën van de situatie- en contextbepaaldheid van professioneel gedrag te verwoorden waaronder in ieder geval (a) behaviorisme (b) situationisme en (c) interactionisme (inclusief conformisme en socialisatie).
A
GEB-3
te reflecteren ten aanzien van persoons- en situatieoorzaken van het (eigen) professionele gedrag, en daarbij te benoemen waar sterktes, valkuilen en ontwikkelpunten liggen.
B
B
GEB-4a
de basisbeginselen en theorieën van professionele team- en samenwerkingsprocessen te verwoorden.
A
GEB-4b
op basis van verworven vaardigheden en inzichten in een werksituatie (mede)verantwoordelijkheid te dragen voor het aansturen van professionele team- en samenwerkingsprocessen.
B
GEB-5
de basisbeginselen en -theorieën van de ethiek te verwoorden.
A
GEB-6a
de theoretische benaderingen van processen van professionele oordeels- en besluitvorming, waaronder de concepten van heuristieken en biases, te beschrijven en de beperkingen en risico’s hiervan in een complex besluitvormingsproces af te wegen.
B
GEB-6b
het eigen professionele oordeels- en besluitvormingsproces te analyseren met als doel om hiervan te leren.
B
In zijn beroepsuitoefening heeft de accountant te maken met juridische vraagstukken. Kennis en inzicht in de hoofdlijnen van het recht zijn daarom onontbeerlijk. De eindtermen hebben in algemene zin betrekking op de hoofdlijnen van het Nederlands rechtssysteem en het EU-recht en van de verschillen tussen de belangrijkste internationale juridische systemen. De onderdelen van het recht waarvan iedere startbekwame accountant specifieke kennis dient te hebben zijn vooral het vermogens-, goederen- en verbintenissenrecht en het ondernemingsrecht en daarnaast het faillissementsrecht en het arbeids- en sociaal zekerheidsrecht. Bij de beide eerstgenoemde rechtsgebieden is het vooral van belang de juridische gevolgen en risico’s van feiten en gebeurtenissen te kunnen interpreteren. De eindtermen voor ondernemingsrecht omvatten onder meer de juridische aspecten van corporate governance.
In de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ schrijven de eindtermen vanwege de adviserende rol van de MKB-accountant een verdieping voor van het faillissementsrecht en het arbeids- en sociaal zekerheidsrecht, alsmede kennis inzake het personen- en familierecht, huwelijksvermogensrecht en erfrecht.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Accountancy
MKB
CBoP
Oriëntatie
Accountancy
MKB
RE-1
de hoofdlijnen weer te geven van het Nederlands rechtsysteem en het EU-recht en de wijze van totstandkoming van wet- en regelgeving en de handhaving van wet- en regelgeving door de overheid/EU in de vorm van rechtspraak en bestuurlijke handhaving.
A
RE-2
de verschillen tussen de belangrijkste internationale juridische systemen aan te geven.
A
RE-3
de belangrijkste elementen van het vermogens-, goederen- en verbintenissenrecht te onderkennen ten einde de juridische gevolgen en risico’s van feiten en gebeurtenissen te beschrijven en hierover te rapporteren.
B
RE-4
de belangrijkste elementen van het ondernemingsrecht te onderkennen waaronder:
• rechtsvormen waarin ondernemingen gedreven worden;
• de verantwoordelijkheden, bevoegdheden en aansprakelijkheden van de organen van de entiteit;
• de (inter)nationale ontwikkelingen op het terrein van corporate governance;
• de juridische aspecten van IT;
teneinde de juridische gevolgen en risico’s van feiten en gebeurtenissen voor de onderneming te beschrijven en hierover te rapporteren.
B
RE-5
de belangrijkste elementen van het faillissementsrecht te onderkennen teneinde de juridische gevolgen van feiten en gebeurtenissen voor de onderneming te beschrijven respectievelijk hierover te rapporteren.
A
B
RE-6
de belangrijkste elementen van het arbeids- en sociaal zekerheidsrecht te onderkennen teneinde de juridische gevolgen van feiten en gebeurtenissen voor de onderneming te beschrijven respectievelijk hierover te rapporteren.
A
B
(B)
RE-7
een natuurlijk persoon te adviseren over de belangrijkste financiële gevolgen die voortvloeien uit het personen- en familierecht, huwelijksvermogensrecht en erfrecht.
B
(B)
Van oudsher wordt statistiek toegepast bij de risicoanalyse, controls testing en detailcontroles. Het belang voor het accountantsberoep om meer gebruik te maken van statistiek neemt toe. De beroepspraktijk investeert fors om grote hoeveelheden data geavanceerder te kunnen analyseren ten behoeve van een efficiënte en effectieve accountantscontrole. Een geïntegreerde benadering van statistiek in de accountantscontrole is vereist. Daarom dient een startbekwame accountant in staat te zijn om statistische methodieken toe te passen en tot een oordeel te komen op basis van relevante statistische analyses. Alle eindtermen betreffen de ‘Common body of knowledge’ van het theoriedeel van de opleiding. De praktische toepassing heeft onder andere een plek gekregen in het vakgebied Audit & Assurance.
Nr.
Eindterm voor de opleiding met oriëntatie ‘Accountancy-MKB’
Theorie
Praktijk
De startbekwame accountant is in staat om
CBoK
Oriëntatie
Accountancy
MKB
CBoP
Oriëntatie
Accountancy
MKB
STA-1
verschillende, zowel univariate (beschrijvende) als multivariate, vormen van toetsen van hypothesen en uitvoeren van schattingen te beschrijven en toe te passen.
B
STA-2
in concrete casussituaties op grond van de uitkomst van steekproeven zelfstandig te rapporteren over het percentage fouten in de populatie en te komen tot een weloverwogen oordeel over deze populatie.
B
STA-3
de risico's van onterecht goed- en afkeuren van een post van een (deel)verantwoording te onderkennen.
A
STA-4
een derde te instrueren en de uitkomsten van statistische analyses te interpreteren en bediscussiëren.
B
STA-5
de relevantie van big data te onderkennen en grote hoeveelheden data met behulp van software en statistische methodenen technieken te analyseren.
B
STA-6
mogelijkheden tot manipulatie met statistiek te onderkennen.
A
Legenda:
1. Het gebruik van de term ‘respectievelijk’ in de beschrijving van een eindterm duidt op het verschil in beheersingsniveau tussen CBoK en/of oriëntatie(s).
2. De nummering van de eindtermen per vakgebied is niet altijd opeenvolgend, omdat niet alle eindtermen voor beide oriëntaties relevant zijn.
3. Indien het beheersingsniveau van een eindterm tussen haakjes is geplaatst, bijvoorbeeld (C) dan is de toepassing van die eindterm facultatief.
Voor de theoretische eindtermen per vakgebied is een schatting gemaakt van het aantal studiebelastingsuren (volgens de ECTS-systematiek) dat tenminste nodig is om de betreffende eindtermen op het gewenste niveau te kunnen realiseren. Eindtermen en studiebelastingsuren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. De studiebelastingsuren geven de omvang van de leeractiviteiten aan, terwijl de eindtermen de inhoud van die leeractiviteiten weergeven. De ECTS-credits geven richting aan opleiders en studenten van de noodzakelijke respectievelijk gewenste hoeveelheid leeractiviteiten die nodig is om de eindtermen te kunnen behalen. Daarmee vormt de ECTS-norm ook een begrenzing voor de te behalen leerdoelen. Met andere woorden: de eindtermen en studiebelastingsuren dienen met elkaar in balans te zijn.
De minimale studiebelasting voor de eindtermen van het theoriedeel van de opleiding met de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’, is als volgt.
Vakgebied
CBoK
Oriëntatie
Totaal
Audit & Assurance
20
5
25
Financial Accounting
20
2
22
Internal Control & Accounting Information Systems
20
3
23
Kernvakgebieden
60
10
70
Financiering
16
4
20
Management Accounting & Control
18
1
19
Strategie, Leiderschap en Organisatie
12
4
16
Bedrijfseconomische vakgebieden
46
9
55
Boekhouden
12
3
15
Economie
8
0
8
Fiscaliteit
14
7
21
Gedrag, Ethiek en Besluitvorming
8
0
8
Recht
12
3
15
Statistiek
8
0
8
Overige vakgebieden
62
13
75
Totaal
168
32
200
Het is van belang dat de curriculumontwikkelaars van de theoretische opleiding de gemiddelde studiebelasting per studie-eenheid (vak, module, leereenheid) per periode bepalen en vastleggen aan de hand van gebruikelijke normen per leeractiviteit en deze toetsen aan de hiervoor vermelde ECTS-norm. Mede vanwege de mogelijkheid kleuring in het onderwijsprogramma aan te brengen, kan de werkelijke studiebelasting bij sommige vakgebieden iets lager en bij andere vakgebieden iets hoger uitvallen dan de gepresenteerde norm. Het is uiteindelijk aan CEA, om te beoordelen of de curricula van de opleiders met bijbehorende ECTS-onderbouwing, borgen dat de eindtermen op het gewenste niveau worden gerealiseerd.
Ook voor de eindtermen van de praktijkopleiding is een norm geformuleerd waarmee richting wordt gegeven aan de invulling van de activiteiten door stagebureaus en trainees. Gegeven de aard van de praktijkopleiding, bevat deze norm, naast een aantal kwalitatieve eisen, een minimum aantal uren dat door trainees aan bepaalde eindtermen moet worden besteed om zich te ontwikkelen tot een startbekwame accountant.
De normering van de eindtermen van het praktijkdeel van de opleiding met de oriëntatie ‘Accountancy-MKB’ is als volgt.
Soorten werkzaamheden
Minimum urennorm
Totaal aantal uren praktijkopleiding
3.000
Aantal uren voorgeschreven werkzaamheden
1.500
waarvan assurancewerkzaamheden (jaarrekening- controles en/of overige assurance-opdrachten)
250 of 150 + begeleidingsdagen
waarvan werkzaamheden m.b.t. aan assurance verwante opdrachten en advies- en overige opdrachten
1.250
Het minimum aantal uren dat in de praktijkopleiding besteed moet worden aan de eindtermen van het vakgebied Audit & Assurance bedraagt voor deze oriëntatie 250 uren, waarbij de trainee betrokken moet zijn bij minimaal tien assurance-opdrachten met een zekere mate van variatie in typen en complexiteit van opdrachten. Indien het minimum van 250 uren praktijkervaring gedurende de praktijkopleiding niet te realiseren is binnen de werkomgeving van de trainee, kan als alternatief worden gekozen voor een traject waarin minimaal 150 klanturen worden gecombineerd met begeleidingsdagen.
De eisen hiervoor zijn als volgt:
Jaarlijks werkt de trainee aan minimaal twee assurance-opdrachten variërend van het uitwerken van deelgebieden met beperkte zelfstandigheid tot aan het zelfstandig uitwerken van een volledige assurance-opdracht op het niveau van startbekwame accountant.
De laatste twee assurance-opdrachten zijn opdrachten waarbij de trainee het gehele proces van opdrachtaanvaarding tot en met de rapportage en de eindbespreking met de klant heeft meegemaakt.
Gedurende de gehele praktijkopleiding wordt minimaal 150 uur (exclusief de begeleidingsdagen) besteed aan de uitvoering van assurance-opdrachten.
Om de eindtermen van de praktijkopleiding te realiseren, voert de trainee gedurende de praktijkopleiding tenminste drie verschillende soorten assurance-opdrachten uit.
Voor de uit te voeren assurance-opdrachten organiseren stagebureaus in samenwerking met door CEA aangewezen onderwijsinstellingen, zowel voorafgaand aan als na afloop van een assurance- opdracht, begeleidingsdagen (6 à 8 uur per dag) waaraan de trainee verplicht deelneemt.
Voorafgaand aan iedere uit te voeren assurance-opdracht wordt het theoretisch kader doorgenomen en na afloop worden de beslispunten en de dilemma’s van de uitgevoerde assurance-opdracht door de trainees plenair gepresenteerd en bediscussieerd.
Door het organiseren van deze begeleidingsdagen krijgen trainees in de breedte inzicht in de (overige) assurance-opdrachten. Het voorschrijven van contactmomenten biedt voorts mogelijkheden om de samenhang en interactie tussen de theoretische opleidingen en de praktijkopleidingen te bevorderen. De tijd die hieraan wordt besteed staat los van de uren die de trainee minimaal moet besteden aan de uitvoering van assurance-opdrachten.
Voor de eindtermen van de vakgebieden Audit & Assurance, Financial Accounting, Internal Control & Accounting Information Systems, Gedrag, Ethiek en Besluitvorming, Fiscaliteit en Boekhouden bestaat geen keuzemogelijkheid. De betreffende eindtermen dienen door alle trainees in de praktijk te worden behaald. Voor de eindtermen van andere vakgebieden, te weten: Financiering, Management Accounting & Control, Strategie, Leiderschap en Organisatie en Recht geldt dat de trainee, afhankelijk van zijn werkomgeving, een evenwichtige keuze moet maken uit de desbetreffende eindtermen. Het totaal aantal uren dat minimaal besteed moet worden aan de eindtermen van het vakgebied Assurance bedraagt 250 (of 150 plus begeleidingsdagen). Het totaal aantal uren dat minimaal besteed moet worden aan de eindtermen van de andere vakgebieden bedraagt 1.250.
De bovenstaande urennorm en keuzemogelijkheden zijn door de Raad voor de Praktijkopleidingen nader uitgewerkt. Deze heeft tevens kwalitatieve eisen geformuleerd waar de praktijkopleidingsplaats, de praktijkbegeleiders en de werkzaamheden aan moeten voldoen.
De eindtermen omvatten zowel eindtermen voor de theorie als de praktijk, waardoor een verdergaande integratie van theorie en praktijk wordt gefaciliteerd. De uitwerking zal moeten plaatsvinden door theorie- en praktijkopleiders gezamenlijk. Een dergelijke integratie wordt bevorderd door het geïntegreerd (theorie en praktijk) slotexamen, waarmee de praktijkopleiding wordt afgerond. Daarnaast zijn de ‘streams’ maatschappelijke rol van de accountant, IT en corporate governance opgenomen in de eindtermen van verschillende vakgebieden waardoor de samenhang tussen de vakgebieden wordt versterkt. Daar komt bij dat de eindtermen niet per sé binnen een bepaald vakgebied behoeven te worden behaald zodat ook hierdoor ruimte bestaat voor verdergaande integratie tussen vakgebieden. Hiertoe is afstemming van de onderwijsprogramma’s tussen de vakgebieden noodzakelijk. Flexibiliteit wordt ook geboden doordat geen voorschriften zijn geformuleerd met betrekking tot de opleidingsfase (bachelor-master-post-initieel) waarin eindtermen aan bod dienen te komen.
Artikel 4
Eindtermen
Onderdeel van Besluit vaststellen (gewijzigde) Eindtermen accountantsopleidingen 2016· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 september 2021