Naar de inhoud
Terug naar versiegeschiedenis

Versie 2

Invoeringsbesluit Omgevingswet

+5 toegevoegd 1 gewijzigd

Toegevoegde artikelen

Artikel 8.1.11(geldigheid omgevingsvergunning van rechtswege instandhoudingsactiviteiten beheerder)

Aan de geldigheid van een omgevingsvergunning van rechtswege als bedoeld in artikel 4.14 van de Invoeringswet Omgevingswet is geen termijn verbonden voor zover het gaat om het door of namens de waterbeheerder verrichten van een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk of met betrekking tot de Noordzee, voor zover het gaat om:

  • - a. het in stand houden van een verharding die geen bouwwerk is, een opgaande houtbeplanting, een werk om oeverafslag tegen te gaan, een steiger, vlonder of aanmeervoorziening en de voorzieningen die daarbij horen of een kabel of leiding in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk dat geen kanaal is, bedoeld in artikel 6.17, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • - b. het in stand houden van bouwwerken, werken die geen bouwwerken zijn of andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een kanaal in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.17, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • - c. het in stand houden van bouwwerken, werken die geen bouwwerken zijn of andere objecten in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.18 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • - d. het aanleggen of in stand houden van een terreinophoging met een volume van meer dan 50 m3 per kadastraal perceel in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.29 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • - e. het laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties tussen 1 oktober en 1 april in een beperkingengebied met betrekking tot een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.58 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • - f. het laten staan of laten liggen van materieel, materialen of vaste substanties in een beperkingengebied met betrekking tot een waterkering in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.59 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • - g. het in stand houden van een bodemverharding, een kunstmatig eiland, een installatie of een inrichting als bedoeld in artikel 60 van het VN-Zeerechtverdrag, een kabel of leiding of een bouwwerk, een werk dat geen bouwwerk is of een ander object in de Noordzee buiten de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn, bedoeld in artikel 7.17, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • - h. het in stand houden van een bouwbord of een niet permanent bouwwerk in de periode van 1 oktober tot 1 april of het in stand houden van een kabel of leiding, een bouwwerk, een werk dat geen bouwwerk is of een ander object in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn van de Noordzee, bedoeld in artikel 7.17, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • - i. het in stand houden van een bodemophoging of landaanwinning in de Noordzee buiten de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn, bedoeld in artikel 7.28, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving; of
  • - j. het in stand houden van een zandbanket op het strand, het verplaatsen van zand op het strand of het gecombineerd binnen een kalenderjaar verrichten van die activiteiten in de zone tussen de duinvoet en de laagwaterlijn van de Noordzee, bedoeld in artikel 7.28, tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Via Stb. 2024, 330

Artikel 8.1.12(verlengde termijn omgevingsvergunning van rechtswege activiteiten door of namens de waterbeheerder)

De omgevingsvergunning van rechtswege, bedoeld in artikel 4.14 van de Invoeringswet Omgevingswet, geldt voor een termijn van vier jaar vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor de volgende activiteiten die door of namens de waterbeheerder worden verricht:

  • - a. het bouwen of in stand houden van een instroomvoorziening in een beperkingengebied met betrekking tot een waterstaatswerk in beheer bij het Rijk, bedoeld in artikel 6.35 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • - b. het onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het rijk of het onttrekken van grondwater door een daarvoor bedoelde voorziening in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het rijk, bedoeld in artikel 6.36 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • - c. het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het rijk, bedoeld in artikel 6.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • - d. het lozen van water door een uitstroomvoorziening op een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het rijk, bedoeld in artikel 6.55, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving;
  • - e. het bouwen of in stand houden van een uitstroomvoorziening voor het brengen van stoffen, water of warmte in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.59 van het Besluit activiteiten leefomgeving; en
  • - f. het lozen van water door een uitstroomvoorziening in de Noordzee, bedoeld in artikel 7.60, eerste lid, onder c, van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Via Stb. 2026, 164

Artikel 8.1.13(geldigheid omgevingsvergunning van rechtswege beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk)

De omgevingsvergunning van rechtswege, bedoeld in artikel 4.14 van de Invoeringswet Omgevingswet, geldt voor een termijn van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor een beperkingengebiedactiviteit met betrekking tot een weg in beheer bij het Rijk als bedoeld in artikel 8.16 van het Besluit activiteiten leefomgeving.

Via Stb. 2026, 164

Bijlage Ibehorend bij artikel 7.2

Deze bijlage is niet opgenomen. Zie voor de tekst van deze bijlage Stb. 2020, 400 en de wijzigingen in Stb. 2020, 557, Stb. 2021, 98, Stb. 2022, 172, Stb. 2022, 181 en de Verbeterbladen bij Stb. 2021, 98 (d.d. 14-12-2021 en 13-1-2022).

Via Stb. 2020, 400

Bijlage IIbehorend bij artikel 7.25

Deze bijlage is niet opgenomen. Zie voor de tekst van deze bijlage Stb. 2020, 400 en de wijziging in Stb. 2022, 172.

Via Stb. 2020, 400

Gewijzigde artikelen

Artikel 8.2.3(informeren emissie zeer zorgwekkende stof)
Gewijzigd
verwijderd: Artikel 5.23 van het Besluit activiteiten leefomgeving treedt in werking met ingang van 1 januari van het kalenderjaar na het kalenderjaar waarin het Besluit activiteiten leefomgeving in werking is getreden. Tot dat tijdstip blijft artikel 2.4, derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat luidde voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, van toepassing. eindetoegevoegd: Vervallen einde

Via Stb. 2025, 242