Volgens artikel 51b, eerste lid, Wjsg dient bij de verwerking van tenuitvoerleggingsgegevens rekening te worden met de in artikel 3 Wjsg opgenomen algemene vereisten. Het uitgangspunt van de de Wjsg is dat tenuitvoerleggingsgegevens slechts worden verwerkt voor zover dit noodzakelijk is voor de bij of krachtens de Wjsg geformuleerde doeleinden, en voor zover zij rechtmatig zijn verkregen en, gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn. Zie artikel 3, eerste en tweede lid, Wjsg.
De Wjsg kent voor de verwerking van tenuitvoerleggingsgegevens door de Minister, één specifieke verwerkingsdoeleinde. Deze is terug te vinden in artikel 51a, eerste lid, Wjsg. Tenuitvoerleggingsgegevens worden verwerkt indien dit noodzakelijk is voor een goede vervulling van een wettelijke taak of het nakomen van een andere wettelijke verplichting. De wettelijke taken die de Minister heeft komen hieronder aan bod.
Daarnaast kunnen tenuitvoerleggingsgegevens op grond van artikel 3, zesde lid, Wjsg onder voorwaarden worden verwerkt voor een ander doel dan waarvoor de gegevens oorspronkelijk zijn verkregen. Voorafgaand aan de verstrekking van de tenuitvoerleggingsgegevens controleert de Minister c.q. de vestigingsdirecteur van de penitentiaire inrichting (vestigingsdirecteur PI), voor zover praktisch uitvoerbaar, de kwaliteit van justitiële gegevens voordat de gegevens worden verstrekt. Zie artikel 3, vijfde lid, Wjsg. Uiteraard vormt de kwaliteit van de betreffende gegevens reeds in het kader van de tenuitvoerlegging zelf onderwerp van voortdurende aandacht, aangezien op basis daarvan reeds talloze beslissingen over de justitiabele worden genomen. Daarbij valt te denken aan beslissingen omtrent het al dan niet plegen van gedragsinterventies, contacten met de buitenwereld of het hanteren van een bepaald beveiligingsniveau. De situaties die in deze beleidsregel zijn benoemd liggen bij uitstek in het verlengde van deze tenuitvoerleggingsbeslissingen die op basis van diezelfde gegevens worden genomen.
In artikel 51a Wjsg is een algemeen kader opgenomen waarin is neergelegd wie de verwerkingsverantwoordelijke is ten aanzien van tenuitvoerleggingsgegevens.7Hiermee wordt bedoeld: verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 3, lid 8, van de Richtlijn 2016/680. Op grond van artikel 51a, eerste lid, Wjsg verwerkt de Minister tenuitvoerleggingsgegevens, indien dit noodzakelijk is voor een goede vervulling van een wettelijke taak of het nakomen van een andere wettelijke verplichting. De wettelijke taken en verplichtingen die de Minister dient te vervullen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende of -beperkende straffen of maatregelen, zijn vastgelegd o.a. in de Wfz, de Pbw, de Bvt, de Bjj en aanverwante regelgeving. Uit de Wfz en de beginselenwetten volgt wie het beheer van de inrichtingen voert, in de Wjsg is hierbij aangesloten met betrekking tot het beheer over de tenuitvoerleggingsgegevens.8Kamerstuk 34 889, nr. 3.
De vestigingsdirecteur PI, het hoofd van een instelling voor de verpleging van ter beschikking gestelden en de directeur van een justitiële jeugdinrichting (JJI) voeren op grond van artikel 51a, tweede lid, Wjsg het beheer over de tenuitvoerleggingsgegevens inzake vrijheidsbenemende straffen of maatregelen bij de uitvoering waarvan hij betrokken is. Het beheer over de tenuitvoerleggingsgegevens volgt het beheer over een inrichting of afdeling.9Artikel 3, tweede lid, Pbw. De taak tot beheer is neergelegd in: artikel 3, derde lid, Pbw, artikel 3c, tweede lid, Bjj en artikel 3.1, vierde lid, Wfz. De directeuren, dan wel hoofden van de instellingen hebben ten aanzien van de gedetineerden een dossierplicht, hetgeen voortvloeit uit: artikel 56, eerste lid, Pbw jo. artikelen 35, 36 en 37 Penitentiaire maatregel, artikel 19, eerste lid, Bvt jo. artikelen 29 en 30 Regeling verpleging ter beschikking gestelden en artikel 60, tweede lid, Bjj jo. artikelen 66 en 67 Reglement justitiële jeugdinrichtingen.
Het tweede en derde lid van artikel 51c Wjsg hebben betrekking op de verstrekking van tenuitvoerleggingsgegevens door de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde de Minister. Daarnaast kunnen tenuitvoerleggingsgegevens waaruit ook gegevens over gezondheid blijken worden verwerkt op grond van artikel 51b jo. artikel 39c Wjsg, indien dit onvermijdelijk is met het oog op de taak van de verwerkingsverantwoordelijke. Indien deze gegevens onderdeel zijn van de tenuitvoerleggingsgegevens die door de verwerkingsverantwoordelijke worden verwerkt, kunnen eveneens deze gezondheidsgegevens worden verstrekt.
Het tweede lid van artikel 51c luidt: ‘Voor zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang kan Onze Minister of het College van procureurs-generaal aan personen of instanties tenuitvoerleggingsgegevens verstrekken voor het doel van:
de tenuitvoerlegging van een strafrechtelijke beslissing;
de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten;
schuldhulpverlening of resocialisatie van betrokkene;
bestuurlijk handelen of het nemen van een bestuursrechtelijke beslissing, of
het verlenen van hulp aan slachtoffers.’
Het derde lid van artikel 51c luidt: ‘Onze Minister of het College van procureurs-generaal kan slechts gegevens aan personen of instanties als bedoeld in het tweede lid verstrekken, voor zover die gegevens voor die personen of instanties:
noodzakelijk zijn met het oog op een zwaarwegend algemeen belang of de vaststelling, de uitoefening of de verdediging van een recht in rechte, en
in zodanige vorm worden verstrekt dat herleiding tot andere personen dan betrokkene, redelijkerwijs wordt voorkomen.’
Naast de algemene vereisten die zien op de verwerking van tenuitvoerleggingsgegevens, volgen uit artikel 51c Wjsg enkele specifieke vereisten waaraan moet worden voldaan om persoonsgegevens te kunnen verstrekken. Om te kunnen voldoen aan de vereisten van artikel 51c Wjsg, dient sprake te zijn van een zwaarwegend algemeen belang. Het criterium een zwaarwegend algemeen belang is ontleend aan artikel 8, tweede lid, van het EVRM.
Aan het criterium van zwaarwegend algemeen belang wordt voldaan indien (cumulatief) een verwerking (i) een legitiem doel dient en (ii) noodzakelijk is in een democratische samenleving.
Legitiem doel
De doeleinden zoals opgesomd in het tweede lid van artikel 51c Wjsg, vormen tezamen met het vereiste van noodzakelijk in een democratische samenleving, invullingen van het zwaarwegend algemeen belang. Van doelbinding is sprake wanneer er bij de verstrekking van tenuitvoerleggingsgegevens minstens aan één van de onderstaande vijf doelen is voldaan:
de tenuitvoerlegging van een strafrechtelijke beslissing;
de voorkoming, de opsporing, het onderzoek en de vervolging van strafbare feiten;
schuldhulpverlening of resocialisatie van betrokkene;
bestuurlijk handelen of het nemen van een bestuursrechtelijke beslissing, of
het verlenen van hulp aan slachtoffers.
Noodzakelijk in een democratische samenleving
In het geval de verstrekking kan plaatsvinden voor één van de bovengenoemde doelen, dan zal in relatie tot dit doel in die gevallen, dragend moeten worden gemotiveerd dat de verstrekking noodzakelijk is met het oog op het desbetreffende doel. De verstrekking kan alleen plaatsvinden indien zonder het verwerken van deze gegevens de betreffende wettelijke taak of plicht niet meer kan worden uitgevoerd respectievelijk vervuld.
Indien de gegevensverstrekking noodzakelijk wordt geacht, zal in samenhang met dat vereiste gekeken moeten worden over de verstrekking eveneens proportioneel is. Dit houdt in dat de inbreuk op het belang van de persoonlijke levenssfeer van degene op wie de gegevens betrekking hebben, niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het met de verstrekking te dienen doel en het zwaarwegend algemeen belang. Om te kunnen beoordelen of een verstrekking aan het criterium voldoet, dient de verstrekking dragend te worden gemotiveerd. Deze motivering zal in het volgende hoofdstuk per situatie worden behandeld,.
Per situatie moet worden bepaald aan welke personen of instanties de tenuitvoerleggingsgegevens verstrekt kunnen worden. In deze beleidsregel is om die reden een kader opgenomen, waarbij invulling wordt gegeven aan de wettelijke voorwaarden van het zwaarwegend algemeen belang zodat duidelijk wordt op welke wijze artikel 51c Wjsg kan worden toegepast.
Artikel 2
Verstrekking van tenuitvoerleggingsgegevens op grond van de Wjsg
Onderdeel van Beleidsregel verstrekking tenuitvoerleggingsgegevens· Procesrecht
Deze tekst geldt sinds 18 september 2021
Verwijzingen
- artikel 51a Wjsg
- artikel 3c
- artikel 51a
- artikel 3
- artikel 51a
- artikel 3
- artikel 51a
- artikel 51b
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3
- artikel 3 Wjsg
- artikel 3
- artikel 51c Wjsg
- artikel 51c Wjsg
- artikel 51c Wjsg
- artikel 51c Wjsg
- artikel 51c
- artikel 19
- artikel 51c
- artikel 39c Wjsg
- artikel 60
- artikel 51c Wjsg
- artikel 56
- artikel 51b
- artikel 8