Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Structurele verstrekkingen bij toepassing artikel 51c Wjsg

Onderdeel van Beleidsregel verstrekking tenuitvoerleggingsgegevens· Procesrecht

Deze tekst geldt sinds 18 september 2021

Deze beleidsregel bevat beleid om vorm te geven aan de inhoud van de bevoegdheid van artikel 51c Wjsg. In het geval de verstrekking plaatsvindt zoals beschreven in de onderstaande situaties, dan is in die situatie op voorhand duidelijk dat wordt voldaan aan de eisen die de Wjsg stelt aan de verstrekking. Dit houdt in dat de vragen van het stappenschema die in het vierde hoofdstuk aan bod komen, reeds zijn beantwoord en niet nogmaals doorlopen moeten worden. In deze gevallen is er sprake van een structurele verstrekking. De structurele verstrekkingen die in dit hoofdstuk aan bod komen, dienen opgenomen te worden in de werkprocessen van de verstrekkende instantie. Een werkinstructie wordt door DJI opgesteld. Van de vestigingsdirecteur PI aan het college van B&W van de betreffende gemeente alwaar de betrokkene gaat verblijven (i.h.k.v. de resocialisatie). Van DJI aan de burgemeester van de betreffende gemeente alwaar de betrokkene verblijft of gaat verblijven (i.h.k.v. de openbare orde). Voorafgaande aan de uitstroom van gedetineerde uit een inrichting naar de gemeente. Resocialisatie Het is van groot belang dat de overdracht naar de gemeente van een gedetineerde die daarvoor in aanmerking komt, zorgvuldig en in samenwerking plaatsvindt. Wanneer het college van B&W over onvoldoende informatie beschikt met betrekking tot de betreffende gedetineerde, kan het college zijn verantwoordelijkheid ten aanzien van de aan hem toebedeelde rol in het kader van de resocialisatie van en de nazorg aan ex-gedetineerden niet nemen.10De wettelijke taken van de gemeente het zorg- en veiligheidsdomein zijn neergelegd in diverse wetgeving, onder andere in de WMO (artikel 2.3.1. tot en met 2.3.5), de Jeugdwet (artikel 2.3 en 2.4), de Participatiewet (artikel 7.1) en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (artikel 3). Om de kans op een succesvolle re-integratie ex-gedetineerden te vergroten wordt gewerkt met vijf basisvoorwaarden die op orde moeten zijn. Het betreft het hebben van een identiteitsbewijs, van onderdak, van inkomen (of onderwijs), het aanpakken van schulden en continuïteit van zorg. Vanaf 1 juli 2021 voorziet de Wet Straffen en Beschermen in een grondslag voor de verstrekking van gegevens over de hier bovengenoemde vijf basisvoorwaarden tussen de directeuren PI, reclassering en het college van B&W. Het gaat om artikel 18a Pbw. Dit voorgaande leidt ertoe dat de gegevensverwerking door de vestigingsdirecteur PI en de verstrekking van tenuitvoerleggingsgegevens door de vestigingsdirecteur PI aan de reclassering en aan het college wordt beheerst door de artikelen 51a tot en met 51d Wjsg. Openbare orde Niettemin zijn er ook bijzondere situaties waarbij de verstrekking niet altijd expliciet valt terug te leiden naar het resocialisatiedoel, maar waar (ook of andere) zwaarwegende algemene belangen mee zijn gediend, zoals het verminderen van criminaliteit en overlast waarmee de openbare orde in de gemeente wordt gediend. In dat kader dient de burgemeester uitvoering te kunnen geven aan haar taak ten aanzien van de handhaving van de openbare orde zoals neergelegd in artikel 172, tweede lid, Gemeentewet. In dergelijke situaties kan verstrekking eveneens plaats vinden op grond van artikel 51c, tweede lid, Wjsg. De BIJ-regeling11De Bestuurlijke Informatie Justitiabelen (BIJ-regeling) betreft een regeling op grond waarvan de burgemeester informatie over de aanstaande terugkeer van bepaalde categorieën gedetineerden ontvangt ten behoeve van de inschatting of er verstoring van de openbare orde te verwachten is. voorziet reeds in een wettelijk verstrekkingsregime en zal voor een deel kunnen voorzien in de behoefte van informatieverstrekking van de burgemeester. Het gaat dan om informatie met betrekking tot: personalia, datum en wijze waarop de vrijheidsbeneming is aangevangen en beëindigd en datum van invrijheidstelling. Voor zover deze regeling niet volstaat en de gemeente meer informatie nodig heeft voor de uitvoering van het binnen de gemeente goedgekeurde beleid, kan in aanvulling hierop gebruik worden gemaakt van artikel 51c Wjsg.12Zie hiervoor het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State van 28 februari 2019, no.W16.18.0395/II. De burgemeester van een gemeente die een doelgroepbeleid hanteert, kan een verzoek doen aan DJI om persoonsgegevens verstrekt te krijgen van een specifieke (doel)groep gedetineerden in het kader van uitvoering van het gemeentelijke veiligheidsbeleid. Het gaat daarbij veelal om door de gemeente gedefinieerde criteria op basis waarvan de gemeente een specifiek doelgroepbeleid kan voeren, bijvoorbeeld de Amsterdamse ‘TOP 600’, gemeentelijke initiatieven terzake jeugdoverlast, huiselijk geweld, georganiseerde criminalteit en dergelijke. Een dergelijk verzoek van de burgemeester om ten aanzien van desbetreffende doelgroep gegevens verstrekt te krijgen, zal aan de hand van specifieke omstandigheden van de situatie worden beoordeeld. Verstrekking van gegevens vindt steeds plaats indien de toets uitwijst dat het verzoek voldoet aan de in de aanvraag gestelde voorwaarden en aan de wettelijke eisen(behoudens art. 4:84 Awb.) Het dient daarbij te gaan om een beperkte groep gedetineerden uit de DJI-populatie die terug gaan keren in de betreffende gemeente. In dat kader kunnen de volgende gegevens worden verstrekt: het SKN, de detentietermijnen (begin- en einddatum), de inrichting (naam), de bestemming (waarop de gedetineerde in de inrichting geplaatst is), de titel (voor de strafrechtelijke vrijheidsbeneming), de geslachtsnaam en de geboortedatum. Alvorens DJI, dan wel de vestigingsdirecteur van de PI, overgaat tot verstrekking van bovengenoemde gegevens wordt gecontroleerd of is voldaan aan de algemene vereisten voor de verwerking van tenuitvoerleggingsgegevens ex artikel 51b, eerste lid, Wjsg jo. arikel. 3 Wjsg. Voor de verdere verwerking door de directeur kunnen dergelijke persoonsgegevens, mits deze gegevens geverifieerd en correct zijn, als tenuitvoerleggingsgegevens worden aangemerkt. De directeur controleert daartoe de kwaliteit van de gegevens voordat deze worden verstrekt (artikel 3, vijfde lid, Wjsg). De verstrekking van de gegevens kan plaatsvinden op grond van artikel 51c, tweede lid, Wjsg resocialisatie van betrokkene (c-grond) en het bestuurlijk handelen of het nemen van een bestuursrechtelijke beslissing (d-grond). Er is voldaan aan het vereiste van een legititem doel en noodzakelijk in een democratische samenleving. De doelgroep is limitatief omschreven en de verwerking ziet op om een minimale set van persoonsgegevens, waarbij in de keten is geïnventariseerd wat nodig is om het zwaarwegend algemeen belang dat met de verstrekking wordt behartigd, adequaat te kunnen waarborgen. Gemeenten hebben aangegeven deze set van gegevens nodig te hebben om hun taken ten aanzien van de handhaving van de openbare orde en de resocialisatie van gedetineerden uit te kunnen voeren. De verwerking dient daarmee het zwaarwegend algemeen belang ten aanzien van een adequate uitvoering van het gemeentelijk veiligheidsbeleid en dan wel het beleid op het gebied van zorg en welzijn. De kans op terugval in criminaliteit neemt af, criminaliteit wordt voorkomen of beperkt en slachtoffers kunnen beter worden beschermd. Van de vestigingsdirecteur PI13Artikel 1, Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie van Justitie en Veiligheid 2020 juncto artikelen 2 en 3, Mandaatbesluit hoofddirecteur DJI 2020. De VD handelt in mandaat van de Minister. aan openbaar ministerie en het college van B&W, die een adviserende taak hebben.14Verstrekking van de VD aan de reclasseringsinstellingen (als adviserende instanties) kan eveneens plaatsvinden. Echter, de grondslag voor deze verstrekking ligt niet in artikel 51c Wjsg, maar kan gevonden worden in artikel 40, tweede lid, Pm. Zie ook stap 1 van het stappenplan. Bij het nemen van een besluit omtrent verlof of penitentiair programma (hierna: PP). Op grond van de Pbw15Artikel 26 Pbw juncto artikel 3 Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting. en aanverwante regelgeving kan de vestigingsdirecteur met het oog op het nemen van beslissingen ter zake verlof of PP advies vragen aan personen en instanties. Zo bevat de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting in artikel 3 een bepaling waarin deze mogelijkheid ten aanzien van verschillende instanties is verwoord. Voor het PP kan verwezen worden naar artikel 7 Penitentiaire maatregel op grond waarvan de reclassering en het OM de vestigingsdirecteur kunnen adviseren. Daarnaast heeft ook het college van B&W op grond van artikel 44e Pm een wettelijke taak in het kader van de extramurale fase in welk verband er informatie verstrekt moet kunnen worden om het college in staat te stellen om te beoordelen of bijzondere voorwaarden moeten worden gesteld. Deze adviezen van het openbaar ministerie en het college van B&W heeft de directeur nodig om het verlof of het PP verantwoord vorm te geven. Verlof en PP vinden immers niet in de inrichting maar in de samenleving plaats. Willen adviserende instanties op hun beurt een goed advies geven, dan dienen zij ook te weten wat er met een gedetineerde die in de samenleving terugkeert aan de hand is. Daarvoor is het noodzakelijk dat zij juist ook over die informatie kunnen beschikken waaruit het al dan niet bestaan van bepaalde risico’s voor de maatschappelijke veiligheid blijkt. Gegevens uit het penitentiair dossier, zijnde tenuitvoerleggingsgegevens. Uit het penitentiair dossier van een gedetineerde is de informatie nodig die kan bijdragen om recidive- en gevaarsrisico’s en onttrekking aan de voorwaarden te kunnen inschatten en een verantwoord advies te kunnen geven. Het betreft bijvoorbeeld informatie over de verleende zorg binnen detentie en het verloop van eventuele eerdere verloven. Indien het penitentiair dossier eveneens gezondheidsgegevens bevat, zoals gegevens uit de delictanalyse en risicotaxatie, kunnen deze gegevens eveneens worden verstrekt. De gegevens die in ieder geval verstrekt worden zijn: Naam gedetineerde, geboortedatum, naam PI, detentienummer, cel en leefafdeling BSN/ SKN nummer Actuele insluittitel (fictieve) einddatum Verblijfsstatus In uitzonderingsgevallen of op verzoek van de adviserende instantie, kunnen de volgende gegevens worden verstrekt: Samenvatting gedragsrapportage per penitentiaire inrichting en ontwikkeling in gedrag Risicoprofiel, waaronder in ieder geval risico op geweld inclusief motivering vanuit risicoscreener / risicotaxatie In detentie gestarte behandelingen / interventies / opleidingen / arbeidstoeleidingstrajecten Genoten vrijheden, plaatsing in BBA & PP en verloop daarvan Disciplinaire straffen (kort, puntsgewijs) (Beheers-)maatregelen D&R-plan (incl. eventueel gevolgde re-integratietrainingen en opleidingen) Lichamelijke en geestelijke gesteldheid (incl. verslaving, LVB, etc.) Alvorens de directeur overgaat tot verstrekking van bovengenoemde gegevens controleert hij of is voldaan aan de algemene vereisten voor de verwerking van tenuitvoerleggingsgegevens ex artikel 51b, eerste lid, Wjsg jo. artikel 3 Wjsg. Voor de verdere verwerking door de directeur kunnen dergelijke persoonsgegevens, mits deze gegevens geverifieerd en correct zijn, als tenuitvoerleggingsgegevens worden aangemerkt. De directeur controleert daartoe de kwaliteit van de gegevens voordat deze worden verstrekt (artikel 3, vijfde lid, Wjsg). De verstrekking van de gegevens kan plaatsvinden op grond van artikel 51c, tweede lid, sub d, Wjsg. Ten behoeve van het bestuurlijk handelen of het nemen van een bestuursrechtelijke beslissing. Een beslissing omtrent verlof, dan wel PP om de inrichting te mogen verlaten betreft een bestuursrechtelijke beslissing van de directeur. Ook eventuele gegevens aangaande de gezondheid ex artikel 51b jo artikel 39c Wjsg kunnen worden verstrekt, indien deze onderdeel zijn van de te verstrekken tenuitvoerleggingsgegevens. De vestigingsdirecteur PI verwerkt deze gegevens voor een goede vervulling van de wettelijke taak of het nakomen van een andere wettelijke verplichting ex artikel 43, derde lid, Pbw. Er is voldaan aan het vereiste van een legititem doel en noodzakelijk in een democratische samenleving. De vestigingsdirecteur heeft een algemene verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende of -beperkende straffen of maatregelen van gedetineerden. Om uitvoering te geven aan deze wettelijke taak dient de vestigingsdirecteur volledig geadviseerd te worden, zodat hij een weloverwogen beslissing omtrent verlof of PP kan nemen. Het college van B&W dat een extramurale taak heeft bij de uitvoering van PP, dient te beschikken over (tenuitvoerleggings-)gegevens, die zij nodig acht om een goed en volledig advies te kunnen geven t.a.v. de adviesaanvraag vanuit de PI. De adviserende instantie hebben aangegeven bovengenoemde set van gegevens nodig te hebben om hun adviserende taak te kunnen uitooefenen. Van de vestigingsdirecteur PI aan het openbaar ministerie (hierna: OM). Bij advisering in het kader van de beslissing tot de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna: VI) van een gedetineerde. Indien een gedetineerde in een penitentiaire instelling is geplaatst en deze vanuit daar – of vanuit een instelling forensische zorg wanneer de gedetineerde op grond van art. 43, derde lid, Pbw is geplaatst – - in aanmerking komt voor VI dan moet de vestigingsdirecteur het OM in staat stellen zijn verantwoordelijkheid voor de VI waar te maken. Het OM moet dan ook kunnen beoordelen of en in hoeverre bijzondere voorwaarde moeten worden gesteld in het kader van de VI, bijvoorbeeld in hoeverre de behandeling in dat verband dient te worden voortgezet. Anders kan het OM niet beoordelen of en met welke bijzondere voorwaarden een VI verantwoord is met het oog op de maatschappelijke veiligheid. De gegevensdeling tijdens de VI is expliciet geregeld in artikel 2.6, zesde lid, Wfz. Niet expliciet is geregeld waarover het OM voorafgaand aan het VI-besluit dient te beschikken. Deze informatie is noodzakelijk om uitvoering te geven aan de wettelijke taak van het OM ter zake de VI, waardoor er deze situatie altijd sprake is van een zwab. Daar waar met name gedragskundige aspecten een rol spelen bij de te maken afwegingen dienaangaande, dient het OM ook over deze gegevens betreffende de gezondheid te kunnen beschikken. Gegevens uit het penitentiair dossier, zijnde tenuitvoerleggingsgegevens. Indien het penitentiair dossier eveneens gezondheidsgegevens bevat (zoals bv. een delictanalyse en risicotaxatie) kunnen deze gegevens eveneens worden verstrekt. De gegevens die in ieder geval verstrekt worden zijn: Naam gedetineerde, geboortedatum, naam PI, detentienummer, cel en leefafdeling BSN/ SKN nummer TBS-maatregel Verblijfsstatus VI-nummer Verwachte VI-datum Verwachte einddatum detentie (einde VI-periode) Datum VI-advies VI advies DJI/PI met onderbouwing op de volgende onderdelen: Samenvatting gedragsrapportage per penitentiaire inrichting en ontwikkeling in gedrag Risicoprofiel, waaronder in ieder geval risico op geweld inclusief motivering vanuit risicoscreener / risicotaxatie In detentie gestarte behandelingen / interventies / opleidingen / arbeidstoeleidingstrajecten Genoten vrijheden, plaatsing in BBA & PP en verloop daarvan Disciplinaire straffen (kort, puntsgewijs) (Beheers-)maatregelen D&R-plan (incl. eventueel gevolgde re-integratietrainingen en opleidingen) Lichamelijke en geestelijke gesteldheid (incl. verslaving, LVB, etc.) Screening nazorg: inkomen, adres tijdens VI (incl. thuissituatie), zorgverzekering, ID, eventuele schuldenproblematiek Belangen van slachtoffers, nabestaanden en overige relevante personen Alvorens de directeur overgaat tot verstrekking van bovengenoemde gegevens controleert hij of is voldaan aan de algemene vereisten voor de verwerking van tenuitvoerleggingsgegevens ex artikel 51b, eerste lid, Wjsg jo. art. 3 Wjsg. Voor de verdere verwerking door de directeur kunnen dergelijke persoonsgegevens, mits deze gegevens geverifieerd en correct zijn, als tenuitvoerleggingsgegevens worden aangemerkt. De directeur controleert daartoe de kwaliteit van de gegevens voordat deze worden verstrekt (artikel 3, vijfde lid, Wjsg). De verstrekking van de gegevens kan plaatsvinden op grond van artikel 51c, tweede lid, Wjsg. Ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een strafrechtelijke beslissing (a-grond) en resocialisatie van betrokkene (c-grond). Ook eventuele gegevens aangaande de gezondheid ex artikel 51b jo artikel 39c Wjsg kunnen worden verstrekt, indien deze onderdeel zijn van de te verstrekken tenuitvoerleggingsgegevens. Er is voldaan aan het vereiste van een legititem doel en noodzakelijk in een democratische samenleving. Om een goede invulling te geven aan de wettelijke taken en verplichtingen, art. 6:1:10 Wetboek van Strafvordering en het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen, heeft het OM alle tenuitvoerleggingsgegevens nodig, die zij nodig acht om een weloverwogen besluit omtrent de voorwaardelijke invrijheidstelling af te kunnen geven. Verstrekking van gegevens is in het belang van de nationale veiligheid, openbare orde, het voorkomen van wanordelijkheden (spanningen in de woon- of leefsfeer van betrokkene), het voorkomen van strafbare feiten en in het belang van de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen (o.a. slachtoffers). De doelen onder de b-grond (voorkoming strafbare feiten) en e-grond (verlenen van hulp aan slachtoffers) van artikel 51c, tweede lid, Wjsg, worden hiermee gediend. Van de selectiefunctionaris die belast is met de plaatsing van gedetineerde16Artikel 1, Mandaatbesluit hoofden taakorganisaties Ministerie van Justitie en Veiligheid 2020 juncto artikel 1, onder b, van het Mandaatbesluit plv hoofddirecteur DJI 2020 juncto artikel 1 van het Mandaatbesluit directeur Divisie Individuele Zaken 2019. De selectiefunctionaris handelt in mandaat van de Minister. aan een forensische zorginstelling (GGZ-instelling). Bij plaatsing van de gedetineerde. In het vonnis of arrest van de veroordeling staat in de regel veel informatie over de omstandigheden waaronder een delict is begaan en staan ook niet zelden specifieke overwegingen van de rechter over hoe hij de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende of -beperkende straffen of maatregelen en de voorwaarden bij een voorwaardelijke sanctie, voor zich ziet. De zorgaanbieder moet in staat gesteld worden daarmee rekening te houden bij het vormgeven van de behandeling, waarmee ook recht wordt gedaan aan de bedoeling en adviezen van de rechter. Een extract vonnis is daartoe niet toereikend omdat dit veelal een (zeer beperkte) samenvatting bevat van het veroordelend vonnis en aldus niet is gewaarborgd dat de zorgaanbieder over de hier ter zake dienende informatie beschikt. Vonnissen of arresten van de veroordeling en daarmee gelijk te stellen beslissingen17In de praktijk ontvangt DJI lang niet in alle gevallen een uitgewerkt vonnis maar een extract. Het behoeft geen betoog dat wanneer DJI niet beschikt over een uitgewerkt vonnis, deze ook niet kan worden verstrekt.. Alvorens de selectiefunctionaris overgaat tot verstrekking van bovengenoemde gegevens controleert hij of is voldaan aan de algemene vereisten voor de verwerking van tenuitvoerleggingsgegevens ex artikel 51b, eerste lid, Wjsg jo. art. 3 Wjsg. De selectiefuntionaris controleert daartoe de kwaliteit van de gegevens voordat deze worden verstrekt (artikel 3, vijfde lid, Wjsg). Door inwerkingtreding van de Wet USB beschikt de Minister ex art. 6:2:1 Wet USB over o.a. het veroordelend vonnis (of een extract daarvan). Op grond van artikel 51c, tweede lid, Wjsg kunnen deze gegevens worden verstrekt, voor zover de verstrekking plaatsvindt in het kader van de tenuitvoerlegging van een strafrechtelijke beslissing (a-grond). Er is voldaan aan het vereiste van een legititem doel en noodzakelijk in een democratische samenleving. De zorgaanbieder dient ten behoeve van de verlening van forensische zorg aan de forensisch patiënt te beschikken over het vonnis, zodat uitvoering kan worden geven aan de strafrechtelijke beslissing, aangezien de verlening van forensische zorg als onderdeel van een straf of maatregel in het vonnis aan betrokkene is opgelegd. Verstrekking van deze gegevens is in het belang van de zorgverlening en het herstel van de forensisch patiënt, vermindering van de kans op recidive en ten behoeve van de veiligheid van de samenleving. Op deze wijze is er aansluiting met de door de Wfz gestelde doelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel