Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Verdragstoepassing bij voordelen genoten uit een lucratief belang

Onderdeel van Besluit Lucratief belang in internationale situaties· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 24 november 2021

Voor de bepaling welk verdragsartikel van toepassing is op de voordelen uit een lucratief belang, is van belang vast te stellen of er sprake is van een onmiddellijk dan wel middellijk gehouden lucratief belang. Tevens is van belang om vast te stellen of al dan niet aan de voorwaarden van artikel 3.95b, vijfde lid, Wet IB 2001, is voldaan. Als hoofdregel is het ROW-regime (box 1) van toepassing op voordelen uit een lucratief belang. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat het verband tussen verrichte werkzaamheden (arbeid) en de genoten voordelen (beloning) voorop staat. Echter, als de houder van een middellijk gehouden lucratief belang voldoet aan de doorstootverplichting van artikel 3.95b, vijfde lid, Wet IB 2001, dan treedt heffing in box 1 als ROW terug en wordt het voordeel enkel tot het inkomen uit box 2 gerekend. De voorwaarden van genoemd vijfde lid houden in dat de belastingplichtige voor ten minste 95% van de voordelen uit het middellijk gehouden lucratieve belang in hetzelfde kalenderjaar als inkomen uit AB geniet dat een wierspiegeling is van de voordelen en belastingplichtige kiest voor toepassing van het vijfde lid. Deze tweedeling (heffing als hoofdregel volgens het ROW-regime en bij wijze van uitzondering enkel volgens het AB-regime) wordt ook voor de toepassing van het relevante verdrag ter voorkoming van dubbele belasting gevolgd. In het hiernavolgende neem ik de bepalingen uit het OESO-MV als uitgangspunt. In gevallen waarin het lucratief belang onmiddellijk wordt gehouden en in gevallen waarin het lucratief belang middellijk wordt gehouden maar niet aan de doorstootverplichting van artikel 3.95b, vijfde lid, Wet IB 2001 wordt voldaan, is het artikel voor niet-zelfstandige arbeid van toepassing op de voordelen uit lucratief belang. Omdat op basis van de wet vereist is dat de voordelen mede beogen een beloning te zijn voor werkzaamheden (arbeid) van de belastingplichtige, zal in de gevallen waarin aan de vereiste is voldaan, de vewerving en de waardestijging van het lucratieve belang in zodanig verband staan met een dienstbetrekking of een andere vorm van toekenning, dat deze inkomsten onder het niet-zelfstandige arbeidsartikel vallen.1Kamerstukken II, 2007–2008, 31 459, nr. 9, p. 23. Het is ook mogelijk dat in voorkomend geval het artikel van toepassing is dat ziet op de beloningen van bestuurders- en commissarissen. In gevallen waarin nationaalrechtelijk aan de voorwaarden van artikel 3.95b, vijfde lid, Wet IB 2001 wordt voldaan, vindt enkel heffing plaats volgens het AB-regime in box 2. Dit houdt in dat op reguliere voordelen het dividendartikel van toepassing is en op vervreemdingsvoordelen het vermogenswinstartikel van het belastingverdrag moet worden toegepast.

Rechtspraak bij dit artikel