Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Werkzaamheden in één of meerdere landen

Onderdeel van Besluit Lucratief belang in internationale situaties· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 24 november 2021

Als er arbeid wordt verricht in meerdere landen, kan een pro-ratabenadering mogelijk zijn. De pro-ratabenadering verdeelt de voordelen tussen de landen die heffingsrecht hebben op basis van verrichte arbeid. De pro-ratabenadering is voorbehouden aan het niet-zelfstandige arbeidsartikel van het belastingverdrag. Bij toepassing van het dividendartikel of het vermogenswinstartikel is een pro-ratabenadering dus niet aan de orde. Zoals beschreven in onderdeel 3, is in beginsel het niet-zelfstandige arbeidsartikel van toepassing op voordelen uit direct gehouden lucratieve belangen en middellijk gehouden lucratieve belangen waarbij niet aan de voorwaarden van artikel 3.95b, vijfde lid, Wet IB 2001, is voldaan (het voordeel behoort tot het inkomen uit ROW (box 1) van de middellijk lucratiefbelanghouder. Een pro-ratabenadering kan dus slechts in die gevallen aan de orde komen en niet bij middellijk gehouden lucratieve belangen waarbij wel aan de doorstootverplichting is voldaan (het voordeel behoort dan tot het inkomen uit AB (box 2)). De pro-ratabenadering komt slechts aan de orde als de feiten en omstandigheden daar aanleiding voor geven. Hiervoor is het van belang om vast te stellen of de voordelen behaald met de (toegekende) vermogensbestanddelen specifiek een beloning beogen te zijn voor werkzaamheden verricht in Nederland, of dat de voordelen behaald met de (toegekende) vermogensbestanddelen mede een beloning beogen te zijn voor werkzaamheden verricht in een of meerdere andere landen. In het eerste geval komt de pro-ratabenadering niet aan de orde, omdat de voordelen moeten worden toegerekend aan Nederland. In het tweede geval (de voordelen behaald met de (toegekende) vermogensbestanddelen beogen mede een beloning te zijn voor werkzaamheden verricht in een of meerdere andere landen) kan de pro-rata benadering aan de orde komen, zodat verdere allocatie kan plaatsvinden. De beantwoording van de vraag welk land in het tweede geval heffingsrecht heeft en over welk deel, is afhankelijk van de feiten en omstandigheden van het specifieke geval.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel