Dit besluit is een actualisering van het besluit van 27 oktober 2015, nr. BLKB2015/864M (Stcrt. 2015, nr. 38250). De volgende onderdelen zijn aangepast, verduidelijkt of nieuw toegevoegd:
Onderdeel 2.2: Aangepast naar aanleiding van jurisprudentie over de HIR bij onttrekking (HR 16 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2080).
Onderdeel 2.5: Aangepast om te verduidelijken dat de HIR bij gedeeltelijke staking behoort tot het vermogen van het niet gestaakte deel van de onderneming waarin wordt geherinvesteerd.
Onderdelen 2.5 en 3.2: Aangepast door de verwijzingen naar het melkquotum te schrappen, omdat dit per 1 april 2015 is afgeschaft.
Onderdeel 2.8: Aangepast om te verduidelijken hoe de boekwaarde van een beschadigd bedrijfsmiddel na herstel wordt bepaald en om een nieuw standpunt over nabetaling op te nemen.
Onderdeel 2.10: Nieuw toegevoegd met een standpunt over het opwaarderen van een bedrijfsmiddel na een eerdere afwaardering naar lagere bedrijfswaarde.
Onderdeel 3.8: Nieuw toegevoegd met een standpunt over afboeking van een HIR.
Onderdeel 6.3.1: Aangepast om te verduidelijken dat er ook sprake kan zijn van een vervreemding als gevolg van overheidsingrijpen als bedoeld in artikel 3.54, twaalfde lid, onderdeel b, Wet Inkomstenbelasting 2001, als het besluit, daaronder begrepen een regeling, van een publiekrechtelijke rechtspersoon wordt uitgevoerd door een andere publiekrechtelijke rechtspersoon.
Onderdeel 6.7: Verduidelijkt naar aanleiding van het nieuwe standpunt in onderdeel 3.8.
Onderdeel 7.1: Verduidelijkt dat het bij een juridische afsplitsing van belang is dat het bedrijfsmiddel ter zake waarvan de HIR is gevormd, is vervreemd door de afsplitsende rechtspersoon.
Met de overige aanpassingen is geen inhoudelijke wijziging beoogd.
Wet IB 1964
Wet op de inkomstenbelasting 1964
Wet IB 2001
Wet inkomstenbelasting 2001
Wet Vpb 1969
Wet op de vennootschapsbelasting 1969
AMvB
Algemene maatregel van bestuur
artikel 3.54
artikel 3.54 Wet IB 2001
artikel 3.64
artikel 3.64 Wet IB 2001
driejaarstermijn
de termijn als bedoeld in artikel 3.54, vijfde lid
HIR
herinvesteringsreserve als bedoeld in artikel 3.54
HR
Hoge Raad
kort-afschrijfbare bedrijfsmiddelen
bedrijfsmiddelen waarop in maximaal tien jaren pleegt te worden afgeschreven
lang-afschrijfbare bedrijfsmiddelen
bedrijfsmiddelen waarop in meer dan tien jaren pleegt te worden afgeschreven
niet-afschrijfbare bedrijfsmiddelen
bedrijfsmiddelen waarop niet pleegt te worden afgeschreven