In dit hoofdstuk gaat de ACM in op de beleidskeuzes die zij maakt ten aanzien van de naleving van bindende duurzaamheidsnormen (paragraaf 3.1) en voor milieuschadeafspraken (paragraaf 3.2).
De EC Richtsnoeren Horizontalen bepalen dat afspraken die uitsluitend tot doel hebben ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan voldoende precieze vereisten of verboden in wettelijk bindende internationale verdragen, overeenkomsten of conventies, ongeacht of ze al dan niet in nationale wetgeving zijn omgezet (bijvoorbeeld naleving van sociale grondrechten of verboden op het gebruik van kinderarbeid, de houtkap van bepaalde soorten tropisch hout of het gebruik van bepaalde verontreinigende stoffen) en die niet volledig worden uitgevoerd of gehandhaafd door een ondertekenende staat buiten de reikwijdte van artikel 101 VWEU vallen.11EC Richtsnoeren Horizontalen, randnummer 528. De ACM volgt deze lijn.12Als gevolg waarvan afspraken die zien op de naleving van internationale regels ook buiten de reikwijdte van het kartelverbod van artikel 6 Mw vallen.
Het voorbeeld in het voorgaande randnummer is beperkt tot verplichtingen of verboden in internationale verdragen, overeenkomsten of conventies. Ondernemingen kunnen ook afspraken maken over de naleving van normen die voortvloeien uit nationale of Europese rechtsbronnen. De ACM zal in beginsel geen nader onderzoek doen naar dergelijke afspraken. Daarbij hanteert de ACM dezelfde randvoorwaarden als die gelden bij de naleving van internationale verdragen, overeenkomsten of conventies conform randnummer 20. Dat wil zeggen dat het moet gaan om afspraken die uitsluitend tot doel hebben ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan voldoende precieze vereisten of verboden in wettelijke bindende nationale of Europese rechtsbronnen en die niet volledig worden uitgevoerd of gehandhaafd. De reden hiervoor is dat de ACM het niet opportuun vindt om oneigenlijke concurrentie, dat wil zeggen concurrentie die bij naleving van bindende duurzaamheidsnormen er niet was geweest, te beschermen. Dit geldt ongeacht waar of op welk (rechtsordelijk) niveau de betreffende norm is vastgelegd.13Een voorbeeld hiervan is ACM, Brief duurzaamheidsafspraak vermindering illegale bestrijdingsmiddelen tuinbranche, 2 september 2022, beschikbaar via https://www.acm.nl/nl/publicaties/brief-duurzaamheidsafspraak-vermindering-illegale-bestrijdingsmiddelen-tuinbranche.
Milieuschadeafspraken zijn voor de ACM afspraken die een efficiënte bijdrage leveren aan de naleving van een internationale of nationale norm of het bereiken van een concreet beleidsdoel ter voorkoming van milieuschade. Daarbij kan milieuschade worden omschreven als schade aan het milieu bij de productie, het transport en de consumptie van goederen of diensten. Milieuschade ontstaat bijvoorbeeld door de uitstoot van schadelijke stoffen en broeikasgassen en door het verspillen van grondstoffen. De schade die hierdoor ontstaat, die niet in de prijs is inbegrepen, noemen we negatieve externe effecten. Deze schade vertaalt zich bijvoorbeeld in de opwarming van de atmosfeer, een geringere biodiversiteit en/of een minder gezonde leefomgeving. Milieuschade impliceert ook een inefficiënt gebruik van schaarse natuurlijke hulpbronnen (common resources). Wanneer ondernemingen door samen te werken milieuschade verminderen of voorkomen, genereren zij daarom een voordeel. Dergelijke afspraken kunnen nodig zijn om de milieuvoordelen te behalen, welke per definitie toekomen aan een grotere groep dan alleen de consumenten van de producten. Afhankelijk van het type schade dat wordt voorkomen kan het voordeel worden genoten door iedereen in een bepaalde regio, land of zelfs in de gehele wereld (zoals het geval is bij de reductie van CO2-uitstoot).
Gelet op het belang om milieuschade te voorkomen en de rol die samenwerking tussen bedrijven daarbij kan spelen acht de ACM het niet opportuun om nader onderzoek te doen naar een milieuschadeafspraak als uit voorlopig onderzoek blijkt dat het aannemelijk is dat de afspraak noodzakelijk is om de milieuvoordelen te behalen en dergelijke voordelen voldoende opwegen tegen de mogelijke nadelen voor de mededinging. Het is daarbij belangrijk dat de consumenten in de relevante markt een merkbaar en objectief aandeel van de voordelen ontvangen. Dat betekent in ieder geval dat de consumenten tot de groep moeten behoren die profiteert van de voordelen van de afspraak. Verder dient sprake te zijn van restconcurrentie. Bij het voorgaande wordt rekening gehouden met het ‘vervuiler betaalt’-beginsel14Artikel 191, lid 2, VWEU. De ACM wijst ook op artikel 3 VEU, 11 VWEU en randnummer 2 van dit document. en het beginsel van een effectieve handhaving van artikel 101 VWEU door de ACM en de andere leden van het Europese mededingingsnetwerk (ECN).
Milieuschadeafspraken die hieraan voldoen dienen het maatschappelijk belang door bij te dragen aan de doelen zoals genoemd in randnummer 2. Dit versterkt het vertrouwen van mensen en bedrijven in de goede werking van markten en draagt bij aan de missie van de ACM.
Artikel 3
Toezicht ACM op duurzaamheidsafspraken
Onderdeel van Beleidsregel Toezicht ACM op duurzaamheidsafspraken· Contracten, schade en aansprakelijkheid
Deze tekst geldt sinds 6 oktober 2023