Alle op te leggen/te vorderen voorwaarden/aanwijzingen/maatregelen dienen te voldoen aan de eisen van kenbaarheid en voorzienbaarheid. Deze eisen maken deel uit van het bepaaldheidsgebod. Hieronder wordt uiteengezet waar bij het opleggen en vorderen rekening mee moet worden gehouden.
In de bewoordingen van de vordering en de op te leggen voorwaarde(n) is concreet en eenduidig aangegeven:
de gedraging(en) waarvan de verdachte/veroordeelde zich moet onthouden en/of die de verdachte/veroordeelde moet uitvoeren om te voldoen aan de voorwaarde;
de termijn waarbinnen aan de voorwaarde(n) moet zijn voldaan;
welke instantie het toezicht feitelijk uitvoert (zie onder 4.1. hierna) en wat het toezicht inhoudt (zie onder 3.6. hierna).
Bij gedragsaanwijzingen in een OM-strafbeschikking is zo duidelijk mogelijk de omvang aangegeven van de opgelegde verplichting (bijvoorbeeld het aantal uren opleiding dat gevolgd moet worden of het aantal behandelbijeenkomsten).
Ten aanzien van locatieverboden geldt dat het voor verdachte/veroordeelde duidelijk dient te zijn voor welke (soort) locatie(s) en gedurende welke momenten het verbod van toepassing is en wat wordt bedoeld met de ‘directe omgeving’.
Als de vordering/oplegging ziet op een locatieverbod met elektronisch toezicht5Elektronisch toezicht is de wettelijke term. In de praktijk wordt voornamelijk elektronische monitoring en soms elektronische controle gebruikt. Internationaal is “electronic monitoring” een gebruikelijke term. Dat geeft beter weer dat er niet alleen sprake is van controle of toezicht, maar bovenal begeleiding en inzet van de enkelbanddata ter ondersteuning van gedragsverandering. dan is het nodig een straal van minimaal 5 km te hanteren en dient bij de vordering/oplegging een kaart van het verboden gebied te worden overhandigd. Wanneer gekozen wordt voor een locatieverbod zonder elektronisch toezicht wordt het verboden gebied duidelijk omschreven en waar nodig en mogelijk aangegeven op een kaart.
Ten aanzien van locatiegeboden geldt dat het voor verdachte/veroordeelde duidelijk dient te zijn voor welke locatie het gebod van toepassing is, wat wordt bedoeld met de ‘directe omgeving’ daarvan, het maximaal aantal uren waarvoor het gebod geldt en hoe de momenten worden vastgesteld waarop het gebod geldt.
Ten aanzien van contactverboden geldt dat duidelijk dient te zijn met welke specifieke perso(o)n(en) of instelling(en) verdachte/veroordeelde geen contact mag hebben. Indien aan de orde geldt dit ook voor contact via social media.
Ten aanzien van de verplichting deel te nemen aan een gedragsinterventie geldt dat duidelijk moet zijn wat de interventie inhoudt of waarop deze gedragsinterventie is gericht.
Bij een drugs- en/of alcoholverbod dient in de gevorderde of opgelegde voorwaarde tevens te zijn opgenomen dat onderdeel van het verbod is dat verdachte/veroordeelde meewerkt aan een middelencontrole.
Een drugs- en/of alcoholverbod wordt niet gevorderd/opgelegd indien de verdachte/veroordeelde te ernstig verslaafd is. In die gevallen dient een voorwaarde tot het ondergaan van een behandeling te worden overwogen.
De naam van de instelling of behandelaar is, voor zover bekend, in de voorwaarde opgenomen en wordt aldus ook gevorderd. Indien dit nog niet duidelijk is op het moment van vorderen dient – met een verwijzing naar de problematiek waarop de opname, behandeling of begeleiding gericht dient te zijn – te worden gevorderd dat verdachte/veroordeelde zich dient te laten opnemen in/behandelen door/begeleiden door een zorginstelling/zorgverlener, bij ambulante behandeling en begeleid wonen of maatschappelijke opvang nader te bepalen door de reclassering. Bij een klinische opname bepaalt DJI/DIZ de zorginstelling na indicatiestelling door het NIFP/IFZ.
Indien het innemen van medicijnen onderdeel kan zijn van behandeling, moet gevorderd worden dat uitdrukkelijk in de voorwaarde wordt opgenomen dat onder de behandeling ook begrepen is het innemen van medicijnen voor zover dat door de behandelaar noodzakelijk wordt geacht. Weigering tot inname van door de behandelaar noodzakelijk geachte medicijnen c.q. weigering tot het meewerken aan middelencontrole kan dan worden beschouwd als het niet voldoen aan de behandelvoorwaarde.
Indien het gaat om een behandeling van een verslaving, dan dient te worden gevorderd dat uitdrukkelijk in de voorwaarde wordt opgenomen dat het meewerken aan middelencontrole onderdeel kan zijn van de behandeling.
Ten aanzien van de verplichting mee te werken aan reclasseringstoezicht dient duidelijkheid te bestaan over de inhoud van het toezicht en welke inbreuken op de persoonlijke levenssfeer het toezicht met zich brengt. De formulering dat de verdachte/veroordeelde zich moet “houden aan de aanwijzingen” voldoet op zichzelf niet aan de eisen van bepaaldheid.
Het (meewerken aan) reclasseringstoezicht houdt in dat:
de verdachte/veroordeelde de aanwijzingen en opdrachten opvolgt die door de reclassering worden gegeven in het kader van het toezicht,
de verdachte/veroordeelde medewerking verleent aan huisbezoeken,
de reclassering de naleving van de aan de verdachte/veroordeelde opgelegde voorwaarden controleert en de veroordeelde ten behoeve daarvan begeleidt,
de verdachte/veroordeelde openheid geeft over zaken die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van het toezicht. Daarbij kan het gaan om zaken zoals huisvesting, dagbesteding, relaties, werk en financiën.
De officier van justitie dient bij het vorderen/opleggen duidelijk te maken wat het reclasseringstoezicht inhoudt.
Artikel 3
Bepaaldheid
Onderdeel van Aanwijzing kader voor toepassing van voorwaarden, gedragsaanwijzingen en maatregelen· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2024