Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Omzetting KEW

Onderdeel van Verzamelbesluit kapitaalverzekeringen, SEW en BEW· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 19 juli 2024

Het is mogelijk om een KEW fiscaal geruisloos om te zetten in een soortgelijk product (artikel 10bis.8 Wet IB 2001). In de praktijk komt het voor dat één KEW fiscaal geruisloos in twee soortgelijke producten wordt omgezet. De twee nieuwe producten worden geacht gezamenlijk een voortzetting te zijn van de eerste. De toerekening van de in het verleden voldane premies moet plaatsvinden naar rato van de waarden van de twee nieuwe KEW’s op het tijdstip van het ontstaan daarvan (de inbrengwaarden). Als één van de nieuwe producten geheel of gedeeltelijk (fictief) wordt afgekocht of gedeblokkeerd, heeft dit ook voor het andere product gevolgen. Beide producten worden dan fiscaal geacht tot uitkering te zijn gekomen. Als de omzetting heeft plaatsgevonden in het kader van de beëindiging van een fiscaal partnerschap vind ik deze verbondenheid en onderlinge afhankelijkheid van de nieuwe producten ongewenst. Want als één van de ex-partners zich ten aanzien van zijn deel niet houdt of kan houden aan de voorwaarden voor een KEW heeft dit tot gevolg dat ook het deel van de andere ex-partner niet meer kan delen in de vrijstelling. Daarom keur ik het volgende goed. Na de vaststelling van de premies van beide nieuwe KEW’s zoals hiervoor beschreven, hebben handelingen met het gedeelte van de KEW van de ex-partner geen fiscale gevolgen voor het gedeelte van de KEW van de andere ex-partner. Een KEW kan worden omgezet in een KEW bij een andere aanbieder. Met het oog op de omzetting wordt soms de waarde van de eerste verzekering geboekt op een derdenrekening van een notaris die de belastingplichtige heeft aangewezen. De notaris maakt vervolgens de waarde over aan de nieuwe aanbieder. In de nieuwe polis is opgenomen dat deze een voortzetting is van de polis bij de eerste aanbieder. Hierbij is de gehele waarde van de beëindigde KEW ingebracht in het nieuwe product. In deze situatie is de gehele overdrachtswaarde door de notaris ontvangen met het oog op doorstorting aan de aanbieder waarbij de belastingplichtige het product wenst voort te zetten. De waarde van de verzekering is niet aan de belastingplichtige zelf ter beschikking gesteld. Het tweede product wordt dan aangemerkt als een voortzetting van de KEW. Deze omzetting kan fiscaal geruisloos verlopen. Een KEW kan een gemengde kapitaalverzekering zijn, die tot uitkering kan komen bij leven of na overlijden. De totaalpremie is dan de som van de premie voor de uitkering bij leven en de premie voor de uitkering door overlijden. Om te bepalen of premies voor een KEW binnen de vereiste bandbreedte blijven, wordt gekeken naar de totaalpremie. Het komt voor dat een KEW wordt omgezet in een SEW of BEW (hierna: SEW), maar die SEW kan niet gemengd zijn. Wel komt het voor dat naast of in combinatie met een SEW een overlijdensrisicoverzekering is gesloten. Voor de bandbreedte-eis telt de premie voor de overlijdensrisicoverzekering in dat geval niet mee. Bij omzetting van een KEW in een SEW gaan de relevante bedragen voor de bandbreedte-eis over op de SEW. Dit betekent dat de laagste inleg voor de SEW niet lager mag zijn dan een tiende deel van de hoogste totaalpremie die in het verleden is ingelegd op de KEW. Voor de vaststelling of bij de omzetting van een KEW in een SEW het overgangsrecht van hoofdstuk 10bis Wet IB 2001 behouden blijft, geldt dat de overeengekomen totaalpremies van de KEW mogen worden vergeleken met de in totaal overeen te komen inleg op de SEW.

Rechtspraak bij dit artikel