Artikel 13ba, eerste lid, Wet Vpb bepaalt dat de belastingplichtige onder bepaalde omstandigheden een bedrag gelijk aan een ten laste van de winst gekomen afwaardering op een schuldvordering tot de winst moet rekenen. Dit bedrag kan gelijktijdig ten laste van de winst worden toegevoegd aan een opwaarderingsreserve. Deze bepaling ziet niet alleen op een afwaardering die het gevolg is geweest van een waardedaling van een schuldvordering door de slechte gang van zaken bij de schuldenaar, maar ook op een waardedaling van een schuldvordering door valutaverliezen.
De belastingplichtige kan zijn keuze om de uit artikel 13ba, eerste lid, Wet Vpb voortvloeiende winst toe te voegen aan een opwaarderingsreserve herzien tot het moment waarop de aanslag van het jaar waarin de omstandigheid als bedoeld in artikel 13ba, tweede lid, Wet Vpb zich voordoet onherroepelijk vaststaat. Het is niet mogelijk om slechts een deel van deze winst toe te voegen aan de opwaarderingsreserve.16Kamerstukken I 2004/05, 29 686, C, p. 12.
In artikel 13ba is geregeld in welke gevallen de opwaarderingsreserve wordt toegevoegd aan de winst. Volledigheidshalve merk ik op dat het niet mogelijk is om de opwaarderingsreserve vrijwillig toe te voegen aan de winst.
Als een schuldvordering in vreemde valuta luidt, kan de belastingplichtige het valutarisico dat hij loopt op deze schuldvordering hebben afgedekt. Als de schuldvordering door valutawijzigingen in waarde is gedaald, zal tegenover deze waardedaling van de schuldvordering een waardestijging van het afdekkingsinstrument staan. Of en in welke mate deze waardestijging op enig moment in de winst wordt begrepen hangt af van de feitelijke situatie. Het maakt voor de toepassing van artikel 13ba Wet Vpb echter niet uit of het valutarisico op de schuldvordering is afgedekt. In situaties waarbij sprake is van een afdekking en het afdekkingsinstrument gelijktijdig met de rechtshandelingen genoemd in artikel 13ba, tweede lid, Wet Vpb wordt afgewikkeld, ben ik bereid om te bezien of er onder voorwaarden aanleiding is tot toepassing van artikel 63 AWR. Belanghebbenden kunnen hiertoe een verzoek richten aan de Belastingdienst/Corporate Dienst Vaktechniek/Team Brieven en Beleidsbesluiten, Postbus 20201, 2500 EE Den Haag.
Op grond van artikel 13ba, eerste lid en tweede lid, onderdeel a, Wet Vpb wordt een afwaardering van een schuldvordering teruggenomen als de met de schuldvordering corresponderende schuld door de schuldenaar wordt voldaan door het uitgeven van aandelen, winstbewijzen, lidmaatschapsrechten of bewijzen van deelgerechtigdheid. Ook bij een samenstel van rechtshandelingen kan sprake zijn van een situatie als bedoeld in artikel 13ba, tweede lid, onderdeel a, Wet Vpb. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als een belastingplichtige een afgewaardeerde schuldvordering in vreemde valuta heeft op een schuldenaar en op enig moment tegen uitreiking van aandelen contanten worden gestort in de schuldenaar, waarna de schuld aan de belastingplichtige wordt afgelost.
Volledigheidshalve merk ik op dat artikel 13ba Wet Vpb alleen aan de orde komt als de eerder genomen afwaardering niet al op grond van het totaal- en jaarwinstbeginsel teruggenomen moet worden.
De handeling waarbij een belastingplichtige een zakelijke schuldvordering op een deelneming geheel of ten dele uitsluitend op grond van aandeelhoudersmotieven kwijtscheldt wordt bestreken door artikel 13ba, tweede lid, onderdeel b, Wet Vpb en dus niet door artikel 13ba, tweede lid, onderdeel c, Wet Vpb.17Vgl. Kamerstukken II 2001/02, 27 209, nr. 89b, p. 2. Als gevolg hiervan is een beroep op artikel 13ba, vierde lid, Wet Vpb in dat geval niet mogelijk.
Artikel 6
Artikel 13ba Wet Vpb
Onderdeel van Besluit Deelnemingsvrijstelling· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 21 september 2024